Coronarecht

Het Coronavirus houdt iedereen bezig. Het brengt veel onrust en onzekerheid teweeg, waardoor de behoefte aan helder juridisch advies groeit. Wij krijgen veelvuldig vragen over de impact van de Coronacrisis op organisaties, medewerkers en hun klanten. Om deze vragen zo goed en efficiënt mogelijk te beantwoorden hebben we het multidisciplinaire team Coronarecht samengesteld. Dit team heeft kennis en kunde gebundeld. Op deze pagina vindt u de antwoorden op de meest voorkomende vragen. Deze pagina werken we regelmatig bij om ervoor te zorgen dat we u zo volledig mogelijk informeren. Direct naar inhoudsopgave.

Vragen?
Mogelijk heeft u na het lezen van deze informatie, of daarvoor al, vragen. Neem hierover dan gerust contact op met uw vaste contactpersoon binnen Pot Jonker Advocaten. Of met het multidisciplinaire team Coronarecht per mail op corona@potjonker.nl of telefonisch via 023-5530230.


Antwoorden op de meest voorkomende vragen

Voor werkgevers en werknemers
Zorgplicht en informatieplicht werkgever
Privacy
Niet thuis werken
Thuis werken
Werken kan niet
Recht op loon
Calamiteiten– en zorgverlof
(Verplicht) Verlof
Vrijwilligers

Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid/Werktijdverkorting
Overzicht met veelgestelde vragen & antwoorden

Termen toegelicht: omzetdaling, loonkostenvergelijking en de berekening
Wat als mijn omzetdaling groter blijkt te zijn over een andere periode dan de periode die ik bij mijn aanvraag heb opgegeven?
Wat als een rechtspersoon tot een concern behoort?
Wanneer behoort een rechtspersoon tot een concern?
Wordt voor de berekening van de loonsom ook naar het concern gekeken?
Welke verplichtingen heb ik op grond van de NOW-regeling?
Mag ik mijn werknemers nog ontslaan?
Wat als ik een ontslagaanvraag bij het UWV indien?
Kan ik een (reeds gedane) ontslagaanvraag intrekken?
Wat moet een werkgever doen nadat de subsidie (als voorschot) is toegekend?
Wat gebeurt er als al een aanvraag voor werktijdverkorting is ingediend?
Tot wanneer kan ik een aanvraag doen?
Reorganisatie en ontslag
Bedrijfseconomische noodzaak
Wet op de Ondernemingsraden
Sociaal Plan
Welke werknemers worden boventallig?
Herplaatsing
Ontslagroute
Opzegverbod

Voor ondernemingen
Financiële ruimte vergroten
Belastingdruk verlagen
Steunmaatregelen lokale overheden
Aanvullende financiering aantrekken
Nieuwe GO-regeling
Financiering voor land- en tuinbouwbedrijven
Debiteurenbeleid
Personele lasten
Overheidssteun
Overmacht
Internationaal handelsverkeer
Exportkredietverzekering
Surseance van betaling
Faillissement
Algemene vergaderingen in tijden van corona
Duurovereenkomsten
Opzegging duurovereenkomst
Opzegging duurovereenkomst bepaalde tijd
Opzegging duurovereenkomst van onbepaalde tijd
Let op: mogelijke bijzondere omstandigheden

Voor ZZP’ers en andere zelfstandige ondernemers
Tozo of Torzo
TOGS / Compensatieregeling
Qredits
Banken verlenen uitstel
Opzegging duurovereenkomsten

Voor aanbestedende diensten en ondernemers
Algemeen
Verlenging aanmeldings- en inschrijftermijnen
Overheidsopdrachten in coronacrisistijd
voorbeeld
Rechtbanken in beginsel gesloten
Meer informatie

Voor overheden
Wet publieke gezondheid
Voorzitter van de Veiligheidsregio
Mogelijkheden staatssteun verruimd
Beslistermijnen bestuursorganen
Horen in bezwaarfase
De Vorderingswet en Distributiewet
Algemeen
Vorderingswet
Distributiewet
Verbod op evenementen met >100 personen
Vergunde evenementen en horeca-sluiting
Onderwijs en kinderopvang
Hamsterwet
Uitwerkingen nadere maatregelen 23 maart 2020
Algemeen
Aangescherpte en nieuwe maatregelen individuen
Uitzondering voor wettelijk verplichte bijeenkomsten
Periode afgelasten evenementen: tot 1 juni of 6 april?
Winkels en (vakantie)parken
Groepsvorming in publieke ruimte
Handhaving
Verbod contactberoepen
Wettelijke grondslag
Maatregelen voor zorgaanbieders in de Wmo en de jeugdzorg

Voor onderwijs- en kinderopvanginstellingen en ouders
Algemeen
(Basis)scholen en kinderdagverblijven
Rol van gemeenten bij noodopvang
Examens
Hogescholen en universiteiten
Enige andere maatregelen

Voor consumenten en reizigers
Algemeen
Reizen
Pakketreis
Losse ticket of losse overnachting
Algemene tips voor annulering van uw reis
Evenementen
Sportschool
Onderwijs en kinderopvang
Hamsterwet

Voor verhuurders
Voor verhuurders van bedrijfsruimte
Algemeen
Lessen uit de kredietcrisis
Minder omzet, minder huur betalen?
Gedwongen sluiting: overmacht?
ROZ-modellen
Onvoorziene omstandigheden
Voor verhuurders van woonruimte
Spoedwet: verlenging van tijdelijke verhuur woonruimte

Voor opdrachtgevers en aannemers in de bouw
Algemeen
Meest toegepaste voorwaarden in de bouw
Protocol Samen veilig doorwerken
Meer informatie

Voor zorginstellingen
Wat gebeurt er als de IC geen plaats meer heeft?
Draaiboek pandemie NVIC
Triage
Juridische context
Terughoudendheid IGJ inspectiebezoeken
Weigering zorgverlener behandelen coronapatiēnt
Noodinzet niet-praktiserende artsen of BIG-geregistreerden
Vrijwilligers
Vergoeding extra kosten zorgaanbieders
Inzet alternatieve medische hulpmiddelen
Palliatieve zorg
Sluiting verpleeghuizen voor bezoek
Voor hospice zorg
Wet publieke gezondheid
Personele zaken
Maatregelen voor zorgaanbieders in de Wmo en de jeugdzorg

Voor culturele instellingen
Aansluiten op generieke, financiēle maatregelen
Treffen van coulancemaatregelen


Voor werkgevers en werknemers

Zorgplicht en informatieplicht werkgever

Werkgevers zijn op grond van de Arbowetgeving gehouden om te zorgen voor een veilige en gezonde werkplek. De regering adviseert werkgevers om werknemers tot en met 28 april 2020 zoveel mogelijk thuis te laten werken en werktijden zoveel mogelijk te spreiden om de verspreiding van het virus tegen te gaan.

Voor werkgevers is het lastig, zeker gelet op de korte termijn waarop de maatregelen zijn ingevoerd, om in kaart te brengen of de werknemers thuis beschikken over een goede werkplek. Werkgevers doen er verstandig aan om aan werknemers te vragen of zij thuis tegen bepaalde zaken aanlopen en algemene instructies te geven over een gezonde werkhouding, bijvoorbeeld een juiste zithouding achter de computer en het regelmatig houden van pauzes.

Terug naar inhoudsopgave

 

Privacy

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft op 20 maart 2020 aangegeven dat er aan overheden en bedrijven tijdens de coronacrisis ruimte zal worden gegeven om zich te concentreren op de bestrijding van het coronavirus. Organisaties krijgen waar nodig meer tijd om te reageren op vragen van de AP en geeft de AP initiatieven om de volksgezondheid te beschermen ruim baan. Wel zal de AP blijven ingrijpen waar privacy echt in gevaar is.

Voor wat betreft het controleren van werknemers op het coronavirus heeft de AP het standpunt ingenomen dat dit tijdens de coronacrisis wel mag in de zorg, maar op andere plekken niet (let dus buiten de zorg op met het verwerken van persoonsgegevens van zieke werknemers, zoals registratie daarvan). De AP geeft daarbij aan dat van alle werkgevers wordt verwacht dat zij de richtlijnen van het RIVM (meer informatie op de website van het RIVM) volgen en dat zij hun medewerkers hier nadrukkelijk op wijzen.

Wel geeft de AP aan dat werkgevers van hun werknemers mogen verlangen dat zij hun gezondheid zelf scherp in de gaten te houden (en waar nodig zelf bijv. hun temperatuur controleren), zeker als de werknemers niet thuis aan het werk zijn. Onder de bijzondere omstandigheden van de coronacrisis mogen werknemers ook zieke werknemers naar huis sturen bij verkoudheids- of griepverschijnselen (ook als werkgevers daarover twijfelen) en mogen zij verlangen dat werknemers meewerken. Onder normale omstandigheden mag dit niet (werkgevers mogen dan niet vragen naar de gezondheid van werknemers of testen afnemen ter controle). Ook mogen werkgevers aan werknemers altijd vragen om contact op te nemen met de bedrijfsarts, arbodienst of huisarts voor controle. Meer informatie is te vinden in de FAQ van de AP.

De European Data Protection Board (EDPB) – hierin zijn alle Europese privacytoezichthouders verenigd – heeft zich op 20 maart 2020 ook uitgelaten over het coronavirus en de AVG. De EDPB geeft aan dat de AVG geen belemmering vormt om maatregelen te kunnen treffen in de strijd tegen het coronavirus. Wel dient er voldaan te blijven worden aan de AVG, maar de AVG voorziet in grondslagen om persoonsgegevens te verwerken in het licht van epidemieën zonder dat toestemming van een betrokkene nodig is. De EDBP wijst daarbij op de grondslagen dat de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk is om redenen van algemeen belang op het gebied van de volksgezondheid, om vitale belangen te beschermen (artikel 6 resp. artikel 9 AVG; in overweging 46 van de AVG wordt ook uitdrukkelijk verwezen naar de bestrijding van epidemieën) of om te kunnen voldoen aan een andere wettelijke verplichting.

De EDPD lijkt meer ruimte te zien voor werkgevers onder de AVG (waarbij wel de beginselen van proportionaliteit en data minimalisatie in acht moeten worden genomen), maar verwijst daarbij ook naar nationale wetgeving. Voor wat betreft het eventueel informeren van collega’s of derden dat een bepaalde werknemer is besmet met het coronavirus, geeft de EDPB aan dat werkgevers andere werknemers in het algemeen moeten informeren over besmettingen en beschermende maatregelen moeten treffen, maar daarbij niet verder moeten gaan dan noodzakelijk. Voor zover de identiteit van een besmette werknemer bekend gemaakt moet worden (als dit überhaupt is toegestaan onder nationale wetgeving), dient de betreffende werknemer daarover vooraf geïnformeerd te worden en dient zijn of haar waardigheid zoveel mogelijk beschermd te worden.

Het is dan ook de vraag hoe goed de door de EDPD genoemde grondslagen en mogelijkheden in Nederland toepasbaar zijn. De grondslag dat een verwerking noodzakelijk is om redenen van algemeen belang op het gebied van de volksgezondheid dient conform de AVG namelijk uitgewerkt te zijn in nationale wetgeving. In de Uitvoeringswet AVG (UAVG) is daarover niets opgenomen. Ook zal in de praktijk niet snel een beroep gedaan kunnen worden op de grondslag dat de verwerking noodzakelijk is ter bescherming van vitale belangen. Bijkomende voorwaarde voor deze grondslag is namelijk dat een betrokkene fysiek of juridisch niet in staat is om zijn toestemming te geven, iets wat niet snel aan de orde zal zijn. Mogelijk kunnen de wettelijke verplichtingen rondom het goed werkgeverschap (o.m. de verplichting om te zorgen voor een veilige werkplek) wel een uitkomst bieden. Het zou goed zijn als de AP zich over deze wettelijke verplichtingen zou uitlaten.

Let op dat in de regel toestemming van een werknemer geen grondslag kan vormen voor een verwerking van persoonsgegevens. Vanwege de hiërarchische verhouding tussen de werkgever en de werknemer wordt aangenomen dat de werknemer zijn toestemming niet vrijelijk kan geven.

Als werkgever moet je gezien het huidige standpunt van de AP dus oppassen met het verwerken van persoonsgegevens rondom het coronavirus. Vermijd ook het bekendmaken van de identiteit van besmette werknemers aan collega’s en derden als daarvoor geen absolute noodzaak bestaat (neem verder uiteraard wel beschermende maatregelen). Wel zou je als werkgever vragen kunnen stellen aan werknemers ter beperking van verdere verspreiding van het coronavirus (o.m. dat zij hun gezondheid scherp controleren) en zou je werknemers bij verkoudheids- of griepverschijnselen – ook bij twijfel – naar huis kunnen sturen. Let er echter wel op dat je eventuele antwoorden of resultaten niet registreert. Dan is er immers al snel sprake van een (niet-toegestane) verwerking van persoonsgegevens.

Terug naar inhoudsopgave

 

Niet thuis werken

Voor sommige functies geldt dat die niet thuis uitgevoerd kunnen worden. Een werkgever zal voor die functies in kaart moeten brengen welke gezondheidsrisico’s het coronavirus met zich brengt en de nodige maatregelen moeten treffen. Hij doet er verstandig aan om daarbij de Arbodienst/bedrijfsarts te betrekken en de aanwijzing vanuit de overheid, waaronder het RIVM, te volgen. Uiteraard moet ook worden gezorgd voor extra algemene hygiënemaatregelen op de werkplek, zoals het (vaker) schoonmaken van deurknoppen en toetsenborden. Een werkgever moet de werknemers over de risico’s en de genomen maatregelen informeren.

Terug naar inhoudsopgave

 

Thuis werken

De regering adviseert werkgevers om werknemers zoveel mogelijk thuis te laten werken. In sommige functies is dat echter niet mogelijk. Werknemers moeten dan in beginsel gewoon naar het werk komen, zeker als sprake is van een vitale sector zoals de zorg of de brandweer. De werkgever moet zorgen voor een zo veilig mogelijke werkplek en de nodige maatregelen treffen. Als een werknemer aangeeft ondanks de genomen maatregelen alsnog niet te willen/kunnen komen werken, doet een werkgever er verstandig aan om te vragen waarom de werknemer niet wil komen werken en te kijken of extra maatregelen moeten worden getroffen. Als de werknemer aangeeft dat hij zelf tot een risicogroep behoort, kan de bedrijfsarts om een oordeel worden gevraagd.

Ook de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft op 18 maart 2020 een aantal tips gegeven voor veilig thuis werken tijdens de coronacrisis:

  • Werk in een beveiligde omgeving. Werk indien mogelijk in een beveiligde thuiswerkomgeving en wees voorzichtig met het gebruik van gratis cloud-, opslag- of e-maildiensten.
  • Bescherm gevoelige documenten. Zorg ervoor dat gevoelige documenten op de server van de organisatie komen te staan als deze nu alleen op een USB-stick of op papier staan. Maak ook gebruik van versleutelde USB-sticks.
  • Wees voorzichtig met het gebruik van (video)chatdiensten. Maak voor gesprekken waarin gevoelige gegevens worden besproken bij voorkeur gebruik van de beschikbare veilige communicatiemiddelen, zoals de telefoon of beveiligde versies van (video)chatdiensten. Ga bewust om met consumentenapps (zoals FaceTime, Skype of Signal) en gebruik deze tijdens de coronacrisis bij hoge uitzondering. Bespreek daarbij dan zo min mogelijk gevoelige gegevens.
  • Let op phishingmails. Klik niet op links in e-mailberichten die niet worden verwacht of die van een onbekende afzender zijn. Open daarbij ook geen bijlagen en vul geen gegevens in.

Meer informatie is te vinden op de website van de AP.

Terug naar inhoudsopgave

 

Werken kan niet

Er zijn 2 situaties te onderscheiden:

  1. De medewerker is ziek. De werkgever moet het loon (deels) doorbetalen op grond van artikel 7:629 BW en/of arbeidsvoorwaardenregeling/CAO.
  2. De medewerker is gezond en zou hebben kunnen werken, maar door een omstandigheid die in zijn risicosfeer ligt, gebeurt dat niet. Dan hoeft de werkgever het lo0n niet door te betalen. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat de medewerker zijn kinderen moet opvangen omdat de scholen en kinderopvang gesloten zijn. Maar let op: soms gelden – zeker voor de eerste tijd van verhindering – bijzondere regels (zie ook ‘calamiteitenverlof’).

Terug naar inhoudsopgave

 

Recht op loon

Er zijn 5 situaties te onderscheiden:

  1. De medewerker is gezond en werkt door. Dan moet de werkgever het lo0n doorbetalen.
  2. De medewerker is ziek. De werkgever moet het loon (deels) doorbetalen op grond van artikel 7:629 BW en/of arbeidsvoorwaardenregeling/CAO.
  3. De medewerker heeft lichte klachten en werkt gewoon (maar dan meestal wel thuis) door: de werkgever moet het loon doorbetalen.
  4. De medewerker heeft lichte klachten en werkt niet of slechts deels: dan moet de werkgever in ieder geval het loon over de gewerkte uren doorbetalen. Het is aan te bevelen dan de bedrijfsarts in te schakelen om te adviseren over de arbeidsongeschiktheid, want mogelijk geldt ook (gedeeltelijke) loondoorbetalingsplicht voor “zieke” uren.
  5. De medewerker werkt – hoewel gezond – niet? Dan hangt het af van de vraag in wiens risicosfeer de verhindering om te werken valt, of er loon moet worden betaald. Uitgangspunt is: “niet werken: wel loon, tenzij…”. Heeft de werknemer bijvoorbeeld een probleem met de kinderopvang? Dan is dat in beginsel zijn probleem, maar niet meteen en niet volledig (zie ook ‘calamiteitenverlof’) Speelt er iets anders? Neem dan contact met ons op!

Terug naar inhoudsopgave

 

Calamiteiten– en zorgverlof

Nb: check altijd of de CAO een bijzondere regeling bevat.

In een crisissituatie kan de medewerker calamiteitenverlof opnemen. Bijvoorbeeld: de scholen/opvang zijn gesloten en er is geen opvang voor zijn/haar kind(eren). Of: een medewerker heeft de zorg voor een zieke ouder. De duur is niet wettelijk geregeld en hangt af van de situatie. Soms is een paar uur genoeg, soms een paar dagen. Houd als stelregel 1 of 2 dagen aan. Tijdens het verlof moet de werkgever 100% doorbetalen. Dat geeft de medewerker de kans een oplossing voor het probleem te vinden.

Als de situatie voortduurt en de werknemer vindt geen oplossing, dan zal hij in principe geen recht (meer) hebben op loon. Als sprake is van zorg voor een ziek kind/ouder, kan de werknemer kortdurend zorgverlof opnemen gedurende maximaal 2 (gebruikelijke werk)weken. De werkgever moet dan 70% van het loon doorbetalen. Is het probleem dan nog niet voorbij, dan kan de medewerker eventueel langdurend zorgverlof opnemen. Dat duurt dan maximaal 6 (gebruikelijke werk)weken en de werkgever hoeft dan geen loon meer te betalen.

Ook kan afgesproken worden dat de medewerker over-, ATV- of verlofuren of onbetaald verlof opneemt. En dat kan natuurlijk ook in situaties dat de medewerker geen zorgtaken heeft. In beginsel kan een werknemer echter niet verplicht worden verlofuren op te nemen. Ga na wat het beste past in de situatie en neem anders vooral ook even contact op.

Terug naar inhoudsopgave

 

(Verplicht) Verlof

Nb: check altijd eerst of de CAO een bijzondere regeling bevat.

Mijn medewerker wil verlof opnemen en dat kan nu echt niet: kan ik het weigeren?
Weigering is mogelijk op grond van gewichtige redenen. Volgens de regering is hiervan sprake indien het inwilligen van een verzoek om vakantie tot een ernstige verstoring van de bedrijfsvoering leidt. U kunt dan denken aan onmisbaarheid van de werknemer in verband met een dreigend personeelstekort.

Kan een reeds vastgestelde vakantie worden gewijzigd?
Wegens gewichtige redenen (zie gegeven toelichting bij bovenstaande vraag) kunt u een reeds vastgestelde vakantie wijzigen. Dit zal wel in overleg met de werknemer moeten gebeuren. Indien in zo’n geval schade aan de zijde van de werknemer wordt veroorzaakt, dan moet die schade worden vergoed. U kunt dan bijvoorbeeld denken aan annuleringskosten.

Mijn medewerker had verlof gepland en wil daar nu – vanwege het coronavirus – op terug komen: kan dat?
Hierover wordt verschillend gedacht. Sommige juristen menen van niet, omdat dit in de risicosfeer van de werknemer ligt. Anderen wijzen er op dat de vakantie overeenkomstig de wensen van de werknemer wordt vastgesteld, hetgeen lijkt te impliceren dat de werknemer het verlof ook moet kunnen wijzigen. Bovendien kan de werknemer de vakantie ook niet “genieten” als hij aan huis gekluisterd is.

Kan ik mijn medewerkers verplichten vakantie op te nemen?
In de regel niet, omdat de vakantie overeenkomstig de wensen van de werknemer wordt vastgesteld en er weinig vakantie “te genieten valt”. Maar het kan zijn dat de CAO zo’n verplichte vakantie wel toelaat.

Terug naar inhoudsopgave

 

Vrijwilligers

Voor meer informatie over vrijwilligers lees het stuk over Vrijwilligers.

Terug naar inhoudsopgave

 

Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid/Werktijdverkorting

Werkgevers kunnen op grond van de nieuwe regeling Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) een tegemoetkoming in de loonkosten ontvangen als zij tenminste 20% omzetverlies verwachten.

De hoofdlijnen zijn:

  • De subsidieaanvraag kan vanaf 6 april 2020 worden ingediend door een digitale aanvraag bij het UWV;
  • De subsidieregeling geldt als een werkgever, gedurende een aaneengesloten periode van drie kalendermaanden in de periode van 1 maart tot en met 31 juli 2020 verwacht te worden geconfronteerd met een daling van de omzet van ten minste 20% – dat hoeft dus niet perse een daling vanaf maart te zijn;
  • Als de subsidie wordt verleend, ziet die op de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020;
  • Ondernemingen die in een groep verbonden zijn dienen de aanvraag apart (per loonheffingsnummer) in. De verwachte omzetdaling wordt echter op groepsniveau beoordeeld en niet per juridische entiteit. Als binnen één concern de ene entiteit te maken heeft met het geheel wegvallen van de omzet en een andere entiteit juist te maken heeft met een forse stijging dan wordt gekeken naar het effect voor de groep als geheel;
  • De hoogte van het bedrag van de subsidieverlening is (in gevallen waarop geen uitzondering van toepassing is; zie hierna) de uitkomst van: A x B x 3 x 1,3 x 0,9. Hierbij staat A voor het percentage van de door de werkgever verwachte omzetdaling en B voor de loonsom;
  • De subsidie wordt in beginsel gebaseerd op de loonsom van januari 2020 en bedraagt per maand maximaal 90% van de loonsom over januari 2020;Bij de bepaling van de loonsom wordt het loon per werknemer gemaximeerd op € 9.538.

Overzicht met veelgestelde vragen & antwoorden

Termen toegelicht : omzetdaling, loonkostenvergelijking en de berekening

Hieronder vindt u allereerst een toelichting op de voor de regeling Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid belangrijke termen:

– Omzetdaling –

Om de omzetdaling te bepalen, moet u eerst uw omzet (of die van het concern als u deel uitmaakt van een groep – zie hierna) over het kalenderjaar 2019 delen door 4. Dit is de referentie-omzet. Als uw onderneming op 1 januari 2019 nog niet bestond, geldt een afwijkende berekening. Vervolgens wordt de omzetdaling in de gekozen periode van drie maanden tussen 1 maart 2020 tot en met 31 juli 2020 afgezet tegen de referentie- omzet. Als de daling ten minste 20 % bedraagt, komt u in aanmerking voor de subsidie.

-Loonkostenvergelijking –

Om de hoogte van de subsidie te kunnen berekenen wordt een vergelijking gemaakt tussen het referentieloon, namelijk de loonsom in januari 2020 die behoort bij het loonheffingsnummer dat de aanvraag indient, en de werkelijke loonsom in maart tot en met mei 2020 (hier geldt geen keuze voor de referentieperiode). Het loon per werknemer is gemaximeerd tot € 9.538,- per maand (twee keer het maximum dagloon). Ter bespoediging van de aanvraagprocedure is gekozen voor een forfaitaire opslag voor alle werkgeverslasten (zoals werkgeverpremies en werkgeverbijdragen aan pensioen en de opbouw aan vakantiebijslag) van 30%.

-De berekening –

Aan de hand van voornoemde gegevens wordt de subsidie berekend volgens deze formule: % omzetdaling * (loonsom januari x 3 minus (loonsom maart-april-mei)) x 1,3 x 0,9.

Eerst wordt een voorlopige uitkering (van 80%)  gedaan en naderhand vindt de definitieve vaststelling plaats waarbij ook getoetst wordt of de aanvrager zich heeft gehouden aan alle verplichtingen (zie hierna).

Hieronder vindt u een overzicht van veelgestelde vragen en de antwoorden daarop:

Wat als mijn omzetdaling groter blijkt te zijn over een andere periode dan de periode die ik bij mijn aanvraag heb opgegeven?

Bij het bepalen van de subsidie is onder meer de omzetdaling van belang. Omdat een terugval in de bedrijfsvoering niet altijd meteen resulteert in een omzetdaling, is in de NOW-regeling bepaald dat u kunt kiezen of u de omzetdaling berekent over de meetperiode startend op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020. De omzetdaling wordt altijd berekend over een aaneensluitende periode van drie maanden. U moet de keuze voor de meetperiode maken bij de aanvraag; bij de definitieve afrekening kan de meetperiode niet meer worden aangepast. Voordat de aanvraag wordt gedaan moet u dus goed (laten) beoordelen over welke periode van drie maanden (tussen maart en eind juli 2020) de omzetdaling (naar verwachting) het grootst is.

 Welke verplichtingen heeft een werkgever op grond van de NOW?

Om in aanmerking te komen voor de NOW dient een werkgever zich aan een aantal voorwaarden c.q. verplichtingen te houden. De belangrijkste sommen wij hieronder voor u op.

    1. Om een beroep te kunnen doen op de subsidie moet de werkgever zich er bij de aanvraag van de subsidie aan committeren geen ontslag wegens bedrijfseconomische redenen aan te vragen voor zijn werknemers gedurende de periode waarover hij de tegemoetkoming ontvangt. Dit betekent dat de werkgever in de periode van 18 maart tot en met 31 mei 2020 bij UWV geen ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen mag indienen. Doet de werkgever dit toch en trekt hij deze aanvraag niet (of niet op tijd) in, dan heeft dit gevolgen voor de hoogte van de subsidie (zie hierna).
    2. Een werkgever heeft een inspanningsverplichting om de loonsom in de periode 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 zoveel mogelijk gelijk te houden. Het idee is dus dat werkgevers werknemers zoveel mogelijk in dienst houden.
    3. De werkgever is verplicht de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of bij ontbreken daarvan de werknemers te informeren over de subsidieverlening.
    4. De subsidie mag uitsluitend worden aangewend voor betaling van de loonkosten.

Wat als een rechtspersoon tot een concern behoort?

Als een rechtspersoon tot een concern behoort, wordt gekeken naar de omzetdaling van het gehele concern en dus niet alleen naar de omzetdaling van de entiteit die de subsidieaanvraag doet. Alle rechtspersonen binnen het concern moeten dezelfde periode hanteren waarover de omzetdaling wordt berekend c.q. verwacht. Als sprake is van een concern kan het dus niet voorkomen dat de ene rechtspersoon de omzetdaling in de periode maart – mei 2020 als uitgangspunt neemt terwijl de andere rechtspersoon de periode mei-juli 2020 als uitgangspunt neemt.

Overigens telt de omzet van (meegeconsolideerde) buitenlandse rechtspersonen of vennootschappen zonder Sociaal Verzekerings-loon in Nederland niet mee; houd die dus sowieso buiten beschouwing.

Wanneer behoort een rechtspersoon tot een concern?

Voor de bepaling welke rechtspersonen tot een concern behoren, wordt aangesloten bij het groepsbegrip van artikel 2:24b Burgerlijk Wetboek. Ook moeder-dochter relaties in de zin van artikel 2:24a Burgerlijk Wetboek worden voor de NOW-regeling tot de groep gerekend.

Uitgangspunt is dat aangesloten kan worden bij de geconsolideerde jaarrekening die voor het concern is gemaakt. In veruit de meeste gevallen zal de geconsolideerde jaarrekening dus het antwoord op de vraag geven. Er bestaan echter ook gevallen waarin bepaalde groeps- of dochtermaatschappijen niet mee worden genomen in het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening terwijl zij wel onder het groepsbegrip van artikel 2:24b Burgerlijk Wetboek vallen. De criteria voor consolidatie lopen namelijk niet helemaal parallel met de begrippen dochter- en groepsmaatschappij in de zin van artikelen 2:24a en 2:24b Burgerlijk Wetboek. Daarnaast is het denkbaar dat er bij het opmaken van de jaarrekening een verkeerde beoordeling is gemaakt (en maatschappijen ten onrechte wel of niet zijn meegeconsolideerd), of dat bij twijfelgevallen een andere afslag is gekozen dan nu wenselijk is met het oog op het verkrijgen van een subsidie.

Los van de geconsolideerde jaarrekening zal dus ook een zelfstandige beoordeling moeten worden gemaakt met betrekking tot de vraag of sprake is van een groepsmaatschappij of dochtermaatschappij in de zin van 2:24a en 2:24b BW. Of dat echt de bedoeling van de wetgever is geweest, is de vraag.

Twijfel? Neem contact met ons op.

Wordt voor de berekening van de loonsom ook naar het concern gekeken?

Nee. De omzetdaling wordt wel concernbreed bepaald maar dit geldt niet voor de loonsom. De loonsom wordt gedefinieerd als “het loon van alle werknemers, behorende tot een loonheffingennummer“. De subsidie wordt per loonheffingennummer aangevraagd. Als dus binnen het concern sprake is van een omzetdaling van meer dan 20 %, kan iedere entiteit binnen het concern (ongeacht of die entiteit met omzetdaling te kampen heeft) aanspraak maken op het NOW. De subsidie wordt vervolgens per aanvragende entiteit en op basis van de loonsom van die entiteit berekend.

Welke verplichtingen heb ik op grond van de NOW-regeling?

Om in aanmerking te komen voor het NOW moet u zich aan een aantal voorwaarden c.q. verplichtingen houden. De belangrijkste sommen wij hieronder voor u op.

  1. Om een beroep te kunnen doen op de subsidie moet u zich er bij de aanvraag van de subsidie aan committeren geen ontslag wegens bedrijfseconomische redenen aan te vragen voor uw werknemers gedurende de periode waarover u de tegemoetkoming ontvangt. Dit betekent dat u in de periode van 18 maart tot en met 31 mei 2020 bij UWV geen ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen mag indienen. Doet u dit toch en trekt u deze aanvraag niet (of niet op tijd) in, dan heeft dit gevolgen voor de hoogte van de subsidie (zie hierna).
  2. U hebt een inspanningsverplichting om de loonsom in de periode 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 zoveel mogelijk gelijk te houden. Het idee is dus dat u werknemers zoveel mogelijk in dienst houdt en op normale wijze doorbetaalt.
  3. U bent verplicht de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of, bij ontbreken daarvan, de werknemers te informeren over de subsidieverlening.
  4. De subsidie mag uitsluitend worden aangewend voor betaling van de loonkosten.

Mag ik mijn werknemers nog ontslaan?

Hoewel uit de NOW-regeling blijkt dat een werkgever een inspanningsverplichting heeft om de loonsom in de periode maart tot en met mei 2020 zoveel mogelijk gelijk te houden, is een ontslag tijdens de looptijd van de NOW nog steeds mogelijk. U kunt dus bijvoorbeeld nog steeds een vaststellingsovereenkomst met een werknemer aangaan waarin wordt afgesproken dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden wordt beëindigd.

Zoals gezegd dient u de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden. De loonsom wordt in eerste instantie (bij de aanvraag) gebaseerd op de loonsom over januari 2020. Als de loonsom over de maanden maart-april-mei 2020 lager is (omdat bijvoorbeeld een arbeidsovereenkomst in die periode eindigt op grond van een vaststellingsovereenkomst), zal ook de subsidie lager worden. Voor elke euro minder loonkosten, krijgt u 90 cent minder subsidie. Het percentage aan omzetverlies doet daarbij niet ter zake en dat kan nadelig uitpakken. Ter verduidelijking treft u hieronder een voorbeeld.

Stel dat u een omzetverlies hebt van 50%. U krijgt dan over 50% van uw loonsom een subsidie van 90%. In januari 2020 was uw loonsom € 1.000.000 . Dat leidt tot een verwachte vaststelling van de subsidie van (0,5 x € 1.000.000 x 3 x 1,3 x 0,9) = € 1.755.000 in totaal. U krijgt in eerste instantie een voorschot van 80%: € 1.404.000. Stel dat uw loonsom over de periode maart tot en met mei met € 600.000 is verlaagd (bijvoorbeeld omdat u tijdelijke arbeidsovereenkomsten niet hebt verlengd). Dat komt overeen met (€ 600.000 x 1,3) = € 780.000 aan loonkosten. Die loonkosten hebben, vermenigvuldigd met het subsidiepercentage van 90%, tot een bedrag van (€ 780.000 x0,9) = € 702.000 aan subsidie geleid. Het uiteindelijke subsidiebedrag wordt dus (€ 1.755.000 – € 702.000) = € 1.053.000 en dat betekent dat u € 1.404.000 – € 1.053.000 = € 351.000 dient terug te betalen.

Als u een ontslagaanvraag bij het UWV indient dan is dit ook van invloed op de hoogte van uw subsidie. Er geldt dan echter een andere berekening, zie hierna.

Wat als ik een ontslagaanvraag bij het UWV indien?

De NOW-regeling verbiedt een werkgever niet om een ontslagaanvraag bij het UWV in te dienen (al handelt u hiermee wel in strijd met uw inspanningsverplichting, zie hierboven). Met andere woorden: als u bij het UWV een ontslagaanvraag doet terwijl u ook een beroep doet/hebt gedaan op het NOW, dan wordt uw ontslagaanvraag gewoon in behandeling genomen (tenzij u die aanvraag tijdig intrekt).

Is de ontslagaanvraag op basis van bedrijfseconomische redenen ingediend in de periode van 18 maart tot en met 31 mei 2020 en wordt deze niet (tijdig) ingetrokken, dan verbindt de NOW-regeling hieraan echter wel consequenties. Bij de vaststelling van de subsidie wordt in dat geval namelijk vastgesteld wat het loon in januari 2020 is (geweest) van de werknemers voor wie ontslag is aangevraagd en dat loon wordt vervolgens verhoogd met 50%. Vervolgens wordt dit bedrag vermenigvuldigd met 3 – de subsidie heeft immers betrekking op drie maanden – en vermeerderd met de reguliere opslag voor werkgeverslasten van 30% en de factor 0,9 voor het percentage van subsidieverlening. Dat geheel wordt op de subsidie in mindering gebracht. Hieronder treft u een voorbeeld ter verduidelijking.

Stel dat u een omzetverlies heeft van 50%. U krijgt dan over 50% van uw loonsom een subsidie van 90%. In januari 2020 was uw loonsom € 1.000.000 . Dat leidt tot een verwachte vaststelling van de subsidie van (0,5 x € 1.000.000 x 3 x 1,3 x 0,9) = € 1.755.000 in totaal. In april 2020 vraagt u voor een aantal werknemers ontslag wegens bedrijfseconomische redenen aan. Deze werknemers verdienden in januari 2020 gezamenlijk € 200.000. Dit bedrag wordt vermenigvuldigd met 1,5, vervolgens met 3 en vervolgens met de gebruikelijke factoren 1,3 en 0,9. De subsidie wordt dus verlaagd met (€ 200.000 x 1,5 x 3 x 1,3 x 0,9) = € 1.053.000. Het uiteindelijke subsidiebedrag wordt daarmee (€ 1.755.000 – € 1.053.000) = € 702.000.

Of het UWV de ontslagaanvraag uiteindelijk toe- of afwijst en wat de einddatum van de arbeidsrelatie is, doet niet ter zake. Het enkele feit dat een werkgever een aanvraag heeft gedaan op bedrijfseconomische gronden in de periode 18 maart tot en met 31 mei 2020 is voldoende van het toepassen van voornoemde correctie.

Daar komt bij dat voor ontslagaanvragen die zijn ingediend op of na 2 april 2020 nog geldt dat u aannemelijk moet maken dat de NOW-subsidie geen voor de hand liggende andere oplossing is. Wat dit precies betekent, is niet duidelijk maar het UWV zal in deze gevallen waarschijnlijk minder snel een ontslagvergunning toekennen. Voor ontslagaanvragen die zijn ingediend voor 2 april 2020 zal UWV bij de toetsing van de ontslagaanvraag geen rekening houden met de NOW-regeling.

Kan ik een (reeds gedane) ontslagaanvraag intrekken?

Ja. Als de ontslagaanvraag is gedaan in de periode van 18 maart 2020 tot en met 2 april 2020, geldt dat de werkgever de gelegenheid krijgt om deze ontslagaanvraag binnen vijf werkdagen na 2 april 2020 in te trekken. Als de ontslagaanvraag is gedaan na 2 april 2020, geldt dat de werkgever deze binnen vijf werkdagen na indiening van die ontslagaanvraag moet intrekken. Bent u te laat? Dan wordt de correctie (zie hierboven) alsnog toegepast.

Als de ontslagaanvraag vóór 18 maart 2020 is gedaan dan heeft dit geen gevolgen voor (de hoogte van) de subsidie. Reden daarvoor is dat voornoemde voorwaarde destijds nog niet bekend was.

Wat moet een werkgever doen nadat de subsidie (als voorschot) is toegekend?

Zoals gezegd, wordt de subsidie in eerste instantie als voorschot toegekend. Binnen 24 weken na afloop van de drie maanden die zijn opgegeven voor de berekening van de omzetdaling dient u de aanvraag voor de definitieve vaststelling van de subsidie in te dienen bij het UWV. Indien binnen 24 weken geen aanvraag voor vaststelling wordt gedaan wordt de subsidieverlening ingetrokken. Het subsidievoorschot is in dat geval onverschuldigd betaald en wordt volledig teruggevorderd. Het is dus van belang hierop te letten!

Wat gebeurt er als al een aanvraag voor werktijdverkorting is ingediend?

Aanvragen voor werktijdverkorting die vóór 17 maart 2020, 18.45 uur, zijn ingediend en waarover op het moment van inwerkingtreding van de NOW (2 april 2020) nog niet was beslist, worden beschouwd als NOW-aanvragen. Die werkgevers ontvangen van het UWV een verzoek om aanvullende informatie zodat de aanvraag conform de ‘NOW-voorwaarden’ kan worden beoordeeld. Wij raden u aan dit goed in de gaten te houden en eventueel ook zelf bij het UWV te informeren als het verzoek om aanvullende informatie op zich laat wachten.

Als reeds een vergunning voor werktijdverkorting is verleend, kunt u daar gebruik van blijven maken. Bij afloop van de vergunningsperiode kan geen verzoek om verlenging van de vergunning worden gedaan. Als de NOW op dat moment nog geldt, kan wel een NOW-aanvraag worden ingediend. Als daarbij samenloop optreedt tussen de NOW-subsidie en de betaling van WW-gelden in het kader van de Werktijdverkortingsregeling wordt deze laatste betaling voor de subsidievaststelling in mindering gebracht op de loonsom over maart tot en met mei 2020. Op die manier wordt dubbele financiering voorkomen.

Tot wanneer kan ik een aanvraag doen?

U kunt een aanvraag voor de subsidie doen tussen 6 april en 31 mei 2020. Per loonheffingennummer kan éénmaal een aanvraag worden gedaan.

Meer informatie is te vinden op de site van de Rijksoverheid.

Terug naar inhoudsopgave

 

Reorganisatie en ontslag

Bedrijfseconomische noodzaak

Het begint met de (ook getalsmatige) onderbouwing van de bedrijfseconomische noodzaak. Hoe grijpt de coronacrisis in op uw bedrijfsvoering? Welke activiteiten zijn ondernomen om het werk te behouden of ander werk te verkrijgen? Als u de noodzaak tot bezuinigingen op arbeidsplaatsen niet goed kunt onderbouwen, zal het UWV geen toestemming verlenen om de arbeidsovereenkomst op te zeggen.

Wet Melding Collectief Ontslag

Op grond van artikel 3 van de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO) moet een werkgever het voornemen melden om binnen een tijdvak van drie maanden 20 of meer werknemers, werkzaam in een werkgebied, om bedrijfseconomische redenen te ontslaan. Die melding wordt gedaan aan de belanghebbende vakbonden en het UWV. Daardoor zijn de vakbonden in de gelegenheid om overleg te voeren met de werkgever over de omvang van het ontslag en over het verzachten van de gevolgen ervan, bijvoorbeeld door het afspreken van een Sociaal Plan en kan de overheid (UWV) maatregelen treffen om werkloosheid te voorkomen.

Na de melding geldt een wachttijd van een maand. Dat betekent dat binnen die maand geen arbeidsovereenkomsten kunnen worden beëindigd of ontslagprocedures kunnen worden gestart. Die wachttijd geldt echter niet als uit een verklaring van de bonden blijkt dat zij zijn geraadpleegd en zij zich met de beëindigingen kunnen verenigen.

Als ten onrechte geen melding wordt gedaan op grond van de WMCO, kan een werknemer tot uiterlijk een half jaar na het aangaan van een vaststellingsovereenkomst of tot een half jaar na zijn ontslag een beroep doen op de vernietigbaarheid van het ontslag of aanspraak maken op een billijke vergoeding.

Wet op de Ondernemingsraden

Op grond van artikel 25 van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) dient de ondernemer de ondernemingsraad in de gelegenheid te stellen om advies uit te brengen over het voorgenomen besluit tot reorganisatie.

Als de ondernemingsraad niet positief adviseert en de ondernemer desondanks het besluit neemt tot reorganisatie en tot het indienen van een (collectieve) ontslagaanvraag, dan moet dat besluit uitvoerig worden gemotiveerd en moet worden ingegaan op de redenen waarom het advies van de ondernemingsraad niet of niet geheel is gevolgd. Vervolgens moet het besluit worden opgeschort tot één maand na de dag waarop de ondernemingsraad van het afwijkende besluit in kennis is gesteld. Die maand dient ertoe om de ondernemingsraad in de gelegenheid te stellen om beroep in te stellen tegen het besluit bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof in Amsterdam. De Ondernemingskamer kan vervolgens, als deze het met de ondernemingsraad eens is, de ondernemer verplichten om het besluit geheel of gedeeltelijk in te trekken en/of om de gevolgen van het besluit ongedaan te maken. Anders gezegd: het doen van uitvoeringshandelingen in een te vroeg stadium kan de onderneming duur komen te staan als de Ondernemingskamer in een later stadium oordeelt dat dit besluit niet rechtsgeldig is geweest en alles teruggedraaid moet worden.

Sociaal Plan

Er kan met de vakbonden of met de ondernemingsraad of eenzijdig een Sociaal Plan worden afgesproken/vastgesteld. Een groot voordeel van een Sociaal Plan (of dat nou is afgesproken met de vakbonden of de ondernemingsraad) is dat er duidelijkheid is over het (herplaatsings)proces en de afvloeiingscondities, wat een hoop onrust en discussies kan voorkomen.

Welke werknemers worden boventallig?

De vervolgvraag is welke werknemers boventallig worden en voor herplaatsing en eventueel ontslag in aanmerking komen. In de Ontslagregeling zijn regels hierover opgenomen, die nader zijn uitgewerkt in de Uitvoeringsregels van het UWV. Het voert te ver om daarop hier uitvoerig in te gaan, maar de hoofdregel is dat het afspiegelingsbeginsel moet worden toegepast per categorie uitwisselbare functies per bedrijfsvestiging op een te definiëren peildatum.

Herplaatsing

Als deze hobbels zijn genomen, is vervolgens het probleem van de herplaatsing aan de orde. Want waar voor de toepassing van het afspiegelingsbeginsel moet worden gekeken naar de uitwisselbare functies per bedrijfsvestiging geldt voor de herplaatsing dat concernbreed (en zelfs internationaal) gekeken moet worden.

Ontslagroute

Als een procedure moet worden gevoerd, dient voor iedere werknemer die voor ontslag in aanmerking komt een ontslagaanvraag bij het UWV te worden ingediend. Vanaf het moment dat een ontslagaanvraag is ingediend, heeft een ziekmelding van een werknemer niet meer tot gevolg dat die werknemer niet ontslagen kan worden. Na de UWV route kan er nog een kantonprocedure (en een procedure in hoger beroep of in cassatie) volgen. Maar er kan ook zonder een procedure afscheid genomen te worden van medewerkers als overeenstemming wordt bereikt (meestal in de vorm van een vaststellingsovereenkomst).

Opzegverbod

Het kan zijn dat in bepaalde gevallen sprake is van een opzegverbod (bijvoorbeeld gedurende ziekte of zwangerschap). Zolang daarvan sprake is zal het UWV geen toestemming verlenen om de arbeidsovereenkomst op te zeggen.

Meer informatie is te vinden op:

Natuurlijk kunt u ook contact opnemen als u aanvullende vragen heeft.

Terug naar inhoudsopgave

 

Voor ondernemingen

Financiële ruimte vergroten

De coronamaatregelen hebben een grote impact op de bedrijfsvoering van ondernemingen. Veel ondernemingen worden geconfronteerd met een plotselinge omzetdaling, terwijl de vaste lasten gewoon blijven doorlopen. Om de financiële ruimte van een onderneming te vergroten, kunnen verschillende maatregelen worden genomen.

Belastingdruk verlagen

Om de belastingdruk te verlagen kunt u om te beginnen bijzonder uitstel van betaling voor inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en loonbelasting aanvragen. Bij de aanvraag moet aangegeven worden dat u door de corona uitbraak in betalingsproblemen bent gekomen. De Belastingdienst zal de invorderingsmaatregelen na ontvangst van de aanvraag stoppen en automatisch 3 maanden uitstel van betaling verlenen. Een boete voor het niet op tijd betalen van omzetbelasting of loonheffingen hoeft u niet te betalen. Mocht de eerste periode van 3 maanden te kort zijn dan kan voor een langere periode uitstel worden aangevraagd, maar in dat geval gelden aanvullende eisen en zal ook worden gevraagd om aanvullende informatie aan te leveren.

Mocht u door de uitbraak van corona een lagere winst verwachten dan kunt u ook uw voorlopige aanslag voor inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting verlagen. De Belastingdienst heeft in verband met de laatste ontwikkelingen aangekondigd dat vanaf 23 maart 2020 de invorderingsrente op openstaande belastingschulden tijdelijk van 4% naar 0,01% wordt verlaagd. Het tarief van de belastingrente (8% voor vennootschapsbelasting en 4% voor andere belastingen) zal ook tijdelijk worden verlaagd naar 0,01%.Voor de inkomstenbelasting geldt deze verlaging vanaf 1 juni 2020, voor de overige belasting vanaf 1 juli 2020.

Zie voor meer informatie hierover: de website van de Belastingdienst.

Steunmaatregelen lokale overheden

Om lokale ondernemers tegemoet te komen nemen lokale overheden maatregelen. Raadpleeg de site van uw gemeente voor meer informatie. Voor de steunmaatregelen van de gemeente Haarlem zie het blog hierover op onze website.

Aanvullende financiering aantrekken

Daarnaast kan via de BMKB-regeling aanvullende financiering worden aangetrokken. De BMKB-regeling is een regeling op grond waarvan een onderneming aanvullend krediet kan verkrijgen (d.w.z. een overbruggingskrediet of een verhoging van het rekening-courantkrediet), omdat het Ministerie van EZK borg staat.

De BMKB-regeling is bedoeld voor ondernemingen:

      • met maximaal 250 FTE personeel in dienstverband;
      • met een maximaal balanstotaal van EUR 43 miljoen of een maximale jaaromzet van EUR 50 miljoen;
      • die voldoende continuïteitsperspectief hebben; en
      • die niet actief zijn in vastgoed exploitatie, verzekering- en financiering, publiekverzekerde zorg, land- en tuinbouw of visserij.

Meer informatie is te vinden op:

      • de website van de rijksoverheid;
      • de website van het RVO over subsidie- en financieringswijzer;
      • de website van het RVO over de overige voorwaarden om in aanmerking te komen voor de BMKB-regeling.

De deelnemende financiers zijn daarnaast te vinden op de website van het RVO.

Nieuwe GO-regeling

(Middel)grote ondernemingen kunnen nieuwe financiering aantrekken door een beroep te doen op de zogenaamde GO-regeling. De garantieaanvraag kan tot 31 mei 2020 worden gedaan.

De GO-regeling is bedoeld voor:

      • Nederlandse ondernemingen met substantiële activiteiten in Nederland;
      • die in de kern gezond zijn;
      • die bevredigende rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven hebben;
      • waarin geen bovenmatige kapitaalonttrekking hebben plaatsgevonden in de laatste 12 maanden; en
      • die niet actief zijn in:
          • de landbouw, visserij en aquacultuur (met uitzondering van toelevering en dienstverlening);
          • de exploitatie van onroerend goed (met uitzondering van bemiddeling en projectfinanciering);
          • de financiële sector (met uitzondering van bemiddeling);
          • de gezondheidszorg (voor zover de onderneming een zorgaanbieder is die diensten verleent zoals omschreven in de Zorgverzekeringswet en de AWBZ).

Meer informatie is te vinden op: de website van het RVO.

Financiering voor land- en tuinbouwbedrijven

Land- en tuinbouwbedrijven kunnen een beroep doen op de regeling Borgsteling MKB-Landbouwkredieten om extra liquide middelen aan te trekken. Deze regeling wordt per 18 maart 2020 verruimd vanwege de uitbraak van het coronavirus.

Meer informatie is te vinden op: de website van het RVO.

Debiteurenbeleid

Verder is een goed debiteurenbeleid natuurlijk essentieel om de inkomsten op peil te houden. Mochten facturen geen harde betaaltermijn bevatten, dan is het zaak om niet-betalende partijen tijdig een ingebrekestelling te sturen. Als ook dan betaling uitblijft, is het zaak om tijdig incassomaatregelen te nemen.

Personele lasten

Om de kosten te drukken is het, tot slot, aan te bevelen om te onderzoeken of – in ieder geval tijdelijk – afscheid genomen kan worden van (flexibele) arbeidskrachten. Zie ook: het onderdeel over werkgevers en werknemers.

Overheidssteun

Mogelijkheden om steun van de overheid te ontvangen worden vanouds beperkt door regels van Europees staatssteunrecht. Die zijn op 19 maart jl. verruimd in verband met de pandemie. Voor meer informatie hierover zie: Mogelijkheden staatssteun verruimd.

Terug naar inhoudsopgave

Overmacht

De coronamaatregelen hebben een grote impact op de bedrijfsvoering van ondernemingen. Als hierdoor verplichtingen op grond van (commerciële) overeenkomsten niet langer nagekomen kunnen worden, raadpleeg dan de desbetreffende overeenkomst en ga na of u een beroep gedaan kan worden op ‘overmacht’ of ‘force majeure’. Neem bij twijfel contact met ons op.

Terug naar inhoudsopgave

 

Internationaal handelsverkeer

Niet ieder land treft dezelfde coronamaatregelen. Dat heeft gevolgen voor het internationale handelsverkeer. Meer informatie is te vinden op: de website van het RVO.

Terug naar inhoudsopgave

 

Exportkredietverzekering

Het kabinet verruimt de mogelijkheden om een publieke exportkredietverzekering af te sluiten. Een publieke exportkredietverzekeringen dekt betalingsrisico’s die zo groot zijn dat geen verzekering kan worden verkregen bij commerciële verzekeraars. Met de verruiming wil de overheid de internationale handel op gang houden en verlies van export en banen voorkomen.

De voorgenomen uitbreiding ziet op de volgende punten:

      • De aanvraagprocedure wordt versneld;
      • de lijst met landen die onder de regeling vallen wordt uitgebreid en de voorwaarden waaronder een verzekering wordt verleend voor handel met hoogrisicolanden worden versoepeld;
      • kortlopende exportkredieten met een looptijd van minder dan twee jaar komen onder de verzekering te vallen;
      • een hoger percentage van het werkkapitaal wordt gedekt, namelijk 95% in plaats van 80%;
      • ten slotte wordt onderzocht of Nederlandse toeleveranciers van het uiteindelijke exportproduct meeverzekerd kunnen worden.

Zie voor meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/03/26/extra-maatregelen-om-handelsstromen-op-gang-te-houden

Terug naar inhoudsopgave

 

Surseance van betaling

In het geval een ondernemer tijdelijk niet over voldoende liquiditeit beschikt om aan haar lopende verplichtingen te voldoen, is het mogelijk om surseance van betaling aan te vragen. Surseance van betaling kan het best worden omschreven als een algemeen uitstel van betaling en beoogt een faillissement te voorkomen.

Een surseance van betaling heeft tot gevolg dat een groot deel van de schuldeisers (tijdelijk) betaling van hun vorderingen niet kunnen afdwingen. De surseance van betaling werkt niet tegenover alle schuldeisers. De wet bepaalt namelijk dat de surseance van betaling geen gevolgen heeft voor vorderingen waaraan voorrang verbonden is (bijvoorbeeld vorderingen van de Belastingdienst, UWV en hypotheekhouders, etc), de vorderingen wegens kosten van levensonderhoud en de vorderingen uit hoofde van termijnen van huurkoop.

Het verzoek tot verlening van surseance van betaling moet bij de rechtbank worden ingediend door een advocaat. Indien surseance van betaling wordt verleend, dan benoemt de rechtbank gelijktijdig een bewindvoerder die tezamen met de ondernemer het beheer over het vermogen van de onderneming voert. Tijdens de surseance van betaling bent u dus niet langer zelfstandig bevoegd (u verliest het vrije beheer over het vermogen van de onderneming) en zal samengewerkt moeten worden met de bewindvoerder.

Terug naar inhoudsopgave

 

Faillissement

Als de coronamaatregelen ertoe leiden dat een onderneming het hoofd niet langer boven water kan houden en het faillissement in zicht is, dan moet met verschillende zaken rekening worden gehouden:

Ten eerste moet worden afgezien van het aangaan van nieuwe verplichtingen, die niet kunnen worden nagekomen.

Ten tweede moet extra zorgvuldig worden gehandeld bij het doen van betalingen, in die zin dat de ene schuldeiser niet zomaar met voorrang boven de andere schuldeiser betaald moet worden.

Ten derde, als de belastingen niet langer betaald kunnen worden, moet tijdig een melding van betalingsonmacht bij de Belastingdienst worden gedaan.

Ten vierde, moet een onderneming alleen worden voortgezet als er nog voldoende continuïteitsperspectief is. Is dat er niet, dan moet het faillissement worden aangevraagd.

Voor meer informatie over de melding van betalingsonmacht, zie daarvoor de website van de Belastingdienst. Om meer te weten te komen over de consequenties van een faillietverklaring voor het personeel, zie: de website van het UWV.

Voor meer informatie over de aanvraag van een faillissement kunt u uiteraard ook met ons contact opnemen. Daarnaast vindt u informatie over de aanvraag van een eigen faillissement op de website van de Rechtspraak.

Terug naar inhoudsopgave

 

Algemene vergaderingen in tijden van corona

Beursgenoteerde ondernemingen houden precies in deze periode vaak hun – reguliere – jaarlijkse algemene vergadering. Met de thans geldende coronamaatregelen, wordt dit bemoeilijkt. Hetzelfde geldt voor de overleg- en besluitvormingsprocedures bij andere rechtspersonen. Nu al bestaan vaak – afhankelijk van de rechtspersoon en onder (deels statutaire) voorwaarden – mogelijkheden om bijvoorbeeld gebruik te maken van stemvolmachten met steminstructies, een hybride (algemene) vergadering of besluitvorming buiten vergadering. Waar dat niet het geval is, zijn tijdelijke wettelijke voorzieningen in de maak. Een wetsvoorstel van de ministers voor Rechtsbescherming en Justitie en Veiligheid voorziet in de mogelijkheid om, waar nu nog fysieke overleg- en besluitvormingsprocedures zijn voorgeschreven, via elektronische middelen te communiceren. Het bestuur van rechtspersonen kan straks, als het wetsvoorstel wordt aangenomen, onder meer besluiten om een algemene vergadering te houden die uitsluitend via livestream is te volgen. Voorwaarde is wel dat de leden en/of aandeelhouders van tevoren of tijdens de vergadering vragen kunnen indienen, die uiterlijk op de vergadering zelf worden beantwoord. Ook kan het bestuur de termijn voor het houden van een algemene vergadering en de termijn voor het opmaken van de jaarrekening uitstellen. Het wetsvoorstel heeft niet alleen betrekking op naamloze en besloten vennootschappen, maar ook op verenigingen, coöperaties, verenigingen van eigenaars en onderlinge waarborgmaatschappijen.

Op 3 april jl. heeft de ministerraad ingestemd met het wetsvoorstel, dat nu bij de Raad van State ligt voor advies. Als het wetsvoorstel wordt ingediend bij de Tweede Kamer zal de precieze tekst ervan openbaar worden. Neem bij vragen of twijfel over dit onderwerp contact op.

Terug naar inhoudsopgave

 

Duurovereenkomsten

Opzegging duurovereenkomst

Een overeenkomst is onder omstandigheden als een duurovereenkomst te kwalificeren. Het gaat dan vaak om een overeenkomst die voor een lange(re) tijd is gesloten en die een repeterend karakter heeft. Hierbij kan gedacht worden aan een abonnement. Of de plicht om elke maand een bepaald aantal producten te kopen.

Voor een deel van de duurovereenkomst geldt een specifieke wettelijke regeling. Denk daarbij aan de arbeidsovereenkomst of de huurovereenkomst. In dat geval bepaalt de wet doorgaans op welke wijze (en met welk termijn) een duurovereenkomst opgezegd kan worden.

Indien er geen specifieke wettelijke regeling geldt, is sprake van een zogenoemde ongeregelde duurovereenkomst. Voorbeelden van dergelijke ongeregelde duurovereenkomsten zijn bijvoorbeeld de distributieovereenkomst en de franchiseovereenkomst.

Om vast te stellen of een ongeregelde duurovereenkomst opgezegd kan worden, moet eerst vastgesteld worden of er sprake is van een duurovereenkomst van bepaalde” of van “onbepaalde tijd” zijn. In het eerste geval heeft de overeenkomst een vaste duur (bijvoorbeeld vijf jaar). In het tweede geval is geen vaste termijn afgesproken.

NB: indien gebruik gemaakt wordt van een mogelijkheid om een duurovereenkomst op te zeggen geldt in de meeste gevallen dat een bepaalde termijn in acht genomen moet worden. Volgens rechtspraak van de Hoge Raad geldt dat gedurende die opzegtermijn de overeenkomst nog volledig uitgevoerd moet worden. Houd daar dus rekening mee als een duurovereenkomst wordt opgezegd.

Opzegging duurovereenkomst bepaalde tijd

Een duurovereenkomst van bepaalde tijd kan in principe enkel opgezegd worden indien er contractueel een opzegmogelijkheid is vastgelegd. Als er geen opzegmogelijkheid is afgesproken kan de duurovereenkomst niet opgezegd worden. In dat geval moet de duurovereenkomst voor de volledige overeengekomen duur uitgevoerd worden.

Is wel een opzegtermijn afgesproken, dan dient deze opzegbevoegdheid gevolgd te worden. In dat verband moet op de volgende punten gelet worden:

      • Is contractueel opgenomen welke termijn in acht genomen moet worden?
      • Is er een formaliteit opgenomen? Hierbij kan gedacht worden aan: opzegging per aangetekende brief of deurwaardersexploot. Wellicht moet een specifiek persoon of adres aangeschreven worden.

Deze formaliteiten en de termijn moeten in principe nauw nageleefd worden. Als dat niet gebeurt, dan is de opzegging (in beginsel) niet rechtsgeldig.

Indien een contractuele opzegbevoegdheid is afgesproken dan is het uitgangspunt dat elke opzegging die aan de vereiste formaliteiten en termijn voldoet, rechtsgeldig is. Slechts in zeer bijzondere omstandigheden is er ruimte om af te wijken van deze contractuele regeling. Zie in dat verband hieronder de toelichting op bijzondere omstandigheden.

Opzegging duurovereenkomst van onbepaalde tijd

Bij een duurovereenkomst van onbepaalde tijd moet eerst gecontroleerd worden of er in de overeenkomst afspraken zijn gemaakt over de opzegging.

In het geval er wél afspraken zijn gemaakt over de opzegging dan dient de contractuele regeling gevolgd te worden. In dat verband moet op de volgende punten gelet worden:

      • Is contractueel opgenomen welke termijn in acht genomen moet worden?
      • Is er een formaliteit opgenomen? Hierbij kan gedacht worden aan: opzegging per aangetekende brief of deurwaardersexploot. Wellicht moet een specifiek persoon of adres aangeschreven worden.

Deze formaliteiten en de termijn moeten in principe nauw nageleefd worden. Als dat niet gebeurt, dan is de opzegging (in beginsel) niet rechtsgeldig. Indien een contractuele opzegbevoegdheid is afgesproken dan is het uitgangspunt dat elke opzegging die aan de vereiste formaliteiten en termijn voldoet, rechtsgeldig is. Slechts in zeer bijzondere omstandigheden is er ruimte om af te wijken van deze contractuele regeling. Zie in dat verband de toelichting op bijzondere omstandigheden hieronder.

In het geval er geen afspraken zijn gemaakt over de opzegging, geldt het algemene uitgangspunt dat een duurovereenkomst van onbepaalde tijd op ieder moment opgezegd kan worden. Daarbij moeten de eisen van redelijkheid en billijkheid wel in acht genomen worden. Dit kan betekenen dat de opzeggende partij een bepaalde termijn in acht moet nemen. Daarbij kunnen allemaal aspecten relevant zijn. Hierbij kan gedacht worden aan:

      • De duur van de overeenkomst. In het algemeen moet aangenomen worden dat een duurovereenkomst die al langer van kracht is, een langere opzegtermijn rechtvaardigt;
      • De mate waarin de opgezegde partij afhankelijk is van de omzet die uit de duurovereenkomst komt. Bij een grotere afhankelijkheid kan een langere opzegtermijn gerechtvaardigd zijn.
      • De mate waarin de opgezegde partij er op mocht vertrouwen dat de duurovereenkomst nog zou voortduren. Zo kan het dat de opgezegde partij stevige investeringen heeft gedaan om de duurovereenkomst uit te kunnen blijven voeren. Ook in dat geval kan een langere opzegtermijn gerechtvaardigd zijn.

NB: er kunnen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking van deze algemene regeling mogelijk maken. Zie in dat verband de toelichting op bijzondere omstandigheden hieronder.

 

Let op: mogelijke bijzondere omstandigheden

Door (de gevolgen van) het coronavirus kunnen bijzondere omstandigheden van toepassing zijn, die ertoe leiden dat een duurovereenkomst (al dan niet tijdelijk) niet uitgevoerd kunnen worden. Deze bijzondere omstandigheden kunnen dan met zich brengen dat er van de standaardregeling voor opzegging afgeweken kan worden.

Hierbij kan gedacht worden aan:

      • Onvoorziene omstandigheden kunnen met zich brengen dat een duurovereenkomst zodanig aangepast wordt dat deze alsnog opgezegd kan worden;
      • Overmacht kan met zich brengen dat een duurovereenkomst niet uitgevoerd kan worden. Mogelijk heeft dit ook gevolgen voor de opzegging. Zie bijvoorbeeld ten aanzien van de abonnementen van sportscholen;
      • De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen ten slotte ook met zich brengen dat er afgeweken moet worden van de geldende opzegregeling of juist met zich brengen dat een overeenkomst van bepaalde termijn waarvoor niets is geregeld opzegbaar is.

In algemene zin valt niet te bepalen of het coronavirus met zich brengt dat er gevolgen zijn voor de (opzegging van de) duurovereenkomst. Dit hangt te veel samen met de concrete feiten en omstandigheden. Ook is van belang wat partijen daarover hebben afgesproken. Bij twijfel kunt u natuurlijk altijd met ons contact opnemen.

Let op! Beroep u niet te snel op “overmacht” of “onvoorziene omstandigheden” of de “redelijkheid en billijkheid”. Een onterecht beroep op één van deze leerstukken kan namelijk tot gevolg hebben dat sprake is van wanprestatie.

Terug naar inhoudsopgave

 

Voor ZZP’ers en andere zelfstandige ondernemers

ZZP’ers kunnen een beroep doen op voorzieningen van overheidswege. Hierboven staat informatie over:

In aanvulling daarop geldt voor ZZP’ers het volgende:

 

Tozo of Torzo

De Tozo of Torzo is de tijdelijke overbruggingsregeling (tenminste voor drie maanden) voor zelfstandig ondernemers. Meer informatie hierover op de site van Rijksoverheid.

Hoe/wat:

      • Ondersteuning kan worden aangevraagd in de vorm van
            • een aanvullende uitkering voor levensonderhoud (maximaal € 1.500 netto per maand voor alleenstaanden) en/of
            • een lening voor bedrijfskapitaal (maximaal € 10.000).
      • De regeling wordt uitgevoerd door de gemeente waar de zzp’er (als bewoner) is ingeschreven.
      • De aanvraag moet vóór 1 juni 2020 ingediend worden.
      • De regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz), maar dan soepeler, want
            • de toets op levensvatbaarheid wordt niet toegepast, dus snelle behandeling;
            • binnen 4 weken wordt voor een periode van maximaal 3 maanden inkomensondersteuning voor levensonderhoud verstrekt (op voorschotbasis);
            • de inkomensondersteuning voor levensonderhoud hoeft niet terugbetaald te worden (is dus een gift);
            • geen vermogens- of partnertoets;
            • bij de verstrekking van een lening voor bedrijfskapitaal wordt
                • de aflossingsverplichting uitgesteld tot 1 januari 2021;
                • een lager rentepercentage gehanteerd dan op grond van het Bbz, namelijk een rentepercentage van 2%.

Voorwaarden:

      • Alleen ondernemers (Nederlanders of daarmee gelijkgestelden)
      • vanaf 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd
      • die in Nederland wonen
      • en waarvan het bedrijf in Nederland gevestigd is of de hoofdzakelijke werkzaamheden in Nederland plaatsvinden;
      • en die verklaren dat zij verwachten dat hun inkomen als gevolg van de coronacrisis de komende drie maanden minder zal zijn dan het sociaal minimum (voor de aanvullende uitkering) en/of aannemelijk maken dat er sprake is van liquiditeitsprobleem als gevolg van de coronacrisis (voor de lening);
      • en voldoen aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf, zoals een inschrijving in het Handelsregister van KVK
      • en vóór 1 januari 2020 zijn gestart met de onderneming
      • en minimaal 1.225 uur per jaar werkzaam in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep komen in aanmerking.

De regeling is nog niet van kracht, maar sommige gemeenten nemen al wel aanvragen in behandeling/verstrekken een voorschot.

Aanvraag:

      • vul het bestaande aanvraagformulier Bbz in (ook al staan daarin deels niet relevante vragen);
      • zorg voor een uittreksel uit het Handelsregister van KVK, kopieën van uw identificatiebewijs, bankafschriften en eventuele bestaande beschikkingen en brieven.
      • Let op onze update op of na 25 maart 2020, want dan is er meer bekend.

Terug naar inhoudsopgave

 

TOGS / Compensatieregeling

Zelfstandigen krijgen een eenmalige gift van € 4.000,– om lopende bedrijfskosten te compenseren. Voorwaarde is dat verwacht wordt dat over de periode van 16 maart t/m 15 juni 2020 de omzet met ten minste € 4.000,– zal dalen en de onderneming ten minste € 4.000,– aan vaste lasten zal hebben.

Er is een lijst met branches/sectoren die onder de regeling vallen. Het gaat onder andere om eet- en drinkgelegenheden, bioscopen, haar- en schoonheidsverzorging, reisbemiddeling en reisorganisaties, hotels, fitnesscentra en sportclubs en bepaalde groepen winkeliers.

Een aanvraag kan ingediend worden van 27 maart tot 26 juni 2020 via deze pagina van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) die de regeling uitvoert. Voor meer informatie hierover zie de website van de RVO.

Terug naar inhoudsopgave

 

Qredits

Heeft u al een krediet bij Qredits of wilt u een aanvullend krediet aanvragen? Qredits verleent 6 maanden uitstel van aflossing. De rente gaat in die periode omlaag naar 2%. Het kabinet ondersteunt Qredits voor deze maatregel met maximaal 6 miljoen euro. Voor meer informatie hierover zie de site van de Rijksoverheid.

Terug naar inhoudsopgave

 

Banken verlenen uitstel

Een aantal banken (ABN AMRO, ING, Rabobank, de Volksbank en Triodos Bank) is bereid kleine ondernemers te ontzien. Gezonde bedrijven krijgen van de banken 6 maanden uitstel van aflossing op hun leningen tot 2,5 miljoen euro. Neem contact op met uw bank om na te gaan of deze iets voor u kan betekenen.

 Voor meer informatie: zie de site van de Rijksoverheid.

Terug naar inhoudsopgave

 

Opzegging duurovereenkomst

Een overeenkomst is onder omstandigheden als een duurovereenkomst te kwalificeren. Lees hierover meer onder Duurovereenkomsten.

Terug naar inhoudsopgave

 

Voor aanbestedende diensten en ondernemers

Algemeen

Aanbestedingen vinden online plaats; ze zijn niet aan tijd of plaats gebonden. De gehele aanbestedende Europese Unie werkt sinds enkele weken grotendeels vanuit huis. Dit vergt van veel aanbestedende diensten en potentiële aanmelders/inschrijvers het nodige aanpassingsvermogen: de home office moet ingericht worden en overleggen met collega’s moet middels (video)bellen. Zeker voor mensen met kleine kinderen kan full time thuis werken een uitdaging zijn.

Terug naar inhoudsopgave

 

Verlenging aanmeldings- en inschrijftermijnen

Om die reden zijn aanbestedende diensten opgeroepen om de aanmeldings- en inschrijftermijnen te verlengen, o.a. door het expertisecentrum aanbesteden PIANOo en door Europa Decentraal. Aan dit verzoek is massaal gehoor gegeven, zo blijkt uit een onderzoek van PIANOo.

Terug naar inhoudsopgave

 

Overheidsopdrachten in coronacrisistijd

De Europese Commissie heeft in een Mededeling richtsnoeren gegeven “betreffende het gebruik van het kader voor overheidsopdrachten in de door Covid-19-crisis veroorzaakte noodsituatie”. De Commissie zet uiteen welke opties er zijn voor overheidsinkopers, om de crisis zo goed mogelijk het hoofd te bieden. Termijnen kunnen aanzienlijk verkort worden, en als dit niet toereikend is, kan een procedure van gunning door onderhandelingen zonder bekendmaking worden overwogen. Hoe de gebeurtenissen van de Covid-19-crisis zich ontvouwen, had niemand kunnen voorzien. Dit vormt dan ook een onvoorziene omstandigheid voor alle aanbestedende diensten.

Met name aan de onmiddellijke behoefte bij ziekenhuizen en andere zorginstellingen moet met de snelste spoed worden tegemoet gekomen. De Europese Commissie geeft aan dat er sprake is van ‘dwingende spoed’.

Voorbeeld

Een voorbeeld van een Europese aanbesteding van het hoogste niveau in het kader van de Covid-19-crisis: op 17 maart 2020 heeft de Europese Commissie een aanbesteding gelanceerd voor persoonlijke beschermingsmiddelen (medische uitrusting zoals handschoenen, brillen, chirurgische maskers en overalls). De termijn voor indiening van offertes is inmiddels verstreken.

Terug naar inhoudsopgave

 

Rechtbanken in beginsel gesloten

Tot slot: aanbestedende diensten en ondernemers dienen er rekening mee te houden dat rechtbanken en gerechtshoven in beginsel gesloten zijn. Alleen urgente zaken vinden doorgang. De behandeling van een aangespannen kort geding wordt mogelijk opgeschort, of vindt digitaal plaats.

Terug naar inhoudsopgave

 

Meer informatie

Voor algemene informatie over de impact van het coronavirus op de EU, zie de website van Europa Decentraal: www.europadecentraal.nl/coronacrisis.

Voor informatie over de impact van het coronavirus op (toekomstige of reeds lopende) aanbestedingen, zie de website van Pianoo: www.pianoo.nl. Het dossier ‘coronacrisis en inkoop’ geeft een antwoord op uw algemene aanbestedings- en inkoopvragen.

Voor al uw overige aanbestedingsvragen kunt u met ons contact opnemen.

Terug naar inhoudsopgave

 

Voor overheden

Wet publieke gezondheid

Als sprake is van infectieziekten die tot een epidemie leiden, komt de Wet publieke gezondheid in beeld. In deze wet zijn ziekten ingedeeld in groepen. Corona valt onder de A groep en dat betekent voor de bevoegdheidsverdeling het volgende:

      • De centrale regie bij de bestrijding van het virus ligt bij de minister van Volksgezondheid. Maatregelen worden landelijk afgestemd.
      • Het college van B&W is verantwoordelijk voor de uitvoering van algemene infectieziektebestrijding (artikel 6). Dit houdt in dat het college algemene preventieve maatregelen moet nemen en bron- en contactonderzoek moet doen naar aanleiding van meldingen van een arts die het virus bij een patiënt heeft geconstateerd. Artsen zijn verplicht daarvan melding te maken bij de GGD.
      • De voorzitter van de Veiligheidsregio (meestal de burgemeester van de grootste gemeente binnen de Veiligheidsregio) is leidend bij alle maatregelen gericht op het individu. Hij is bij uitsluiting bevoegd om toepassing te geven aan bepaalde, in de Wet publieke gezondheid genoemde bevoegdheden.
      • De burgemeester, niet (altijd) zijnde de voorzitter van de Veiligheidsregio, kan nog steeds gebruik maken van zijn gewone burgemeestersbevoegdheden, zoals het uitvaardigen van noodbevelen, noodverordeningen, lokaalsluitingen etc., zolang deze niet overlappen met de bevoegdheden van de voorzitter in de specifieke bestrijding van de Groep A ziekte.

Terug naar inhoudsopgave

 

Voorzitter van de Veiligheidsregio

De voorzitter van de Veiligheidsregio kan na advies van de GGD:

      • De behandelend arts van een persoon die gevaar oplevert voor de overbrenging van de ziekte gelasten om gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn om de aard en de omvang van het gevaar van verspreiding van de infectieziekte vast te stellen.
      • Een persoon onverwijld ter isolatie laten opnemen in een ziekenhuis.
      • De ter isolatie opgenomen persoon door een arts laten onderzoeken. Als het gaat om onderzoek in het lichaam is een rechterlijke machtiging nodig.
      • Personen zo nodig in quarantaine plaatsen.
      • Een verbod opleggen aan een persoon die gevaar oplevert voor de verspreiding van Corona om beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden te verrichten, die een ernstig risico inhouden voor de verspreiding van de ziekte.
      • Terreinen, gebouwen, vervoermiddelen of goederen controleren op de aanwezigheid van een besmetting, deze zo nodig laten ontsmetten, terreinen en gebouwen sluiten en een verbod opleggen om een bepaald vervoersmiddel te gebruiken.
      • Maatregelen treffen gericht op het gebruik van vliegtuigen en schepen.
      • Aan haven- en luchthavenexploitanten opdragen reizigers voor te lichten ter voorkoming van besmetting, medewerking te verlenen aan maatregelen van onderzoek van vertrekkende of aankomende reizigers naar de aanwezigheid van het virus, voorschriften van technisch-hygiënische aard uit te voeren om besmetting te voorkomen, of daartoe gebouwen of terreinen te sluiten.
      • Min of meer vergelijkbare opdrachten geven aan de vervoersexploitanten.

Terug naar inhoudsopgave

 

Mogelijkheden staatssteun verruimd

Mogelijkheden om als overheid steun te geven aan projecten of ondernemingen  worden vanouds beperkt door regels van Europees staatssteunrecht. Die zijn op 19 maart jl. verruimd in verband met de pandemie. Van direct belang is dat de de-minimisdrempel, waaronder steun zonder meer is toegestaan, is verhoogd. Deze de-minimisdrempel was voorheen bepaald op € 200.000,–. Het wordt nu mogelijk om tot € 800.000,– steun te verlenen, als aan een aantal voorwaarden is voldaan. De voornaamste is dat de ontvangende onderneming op 31 december jl. nog  in goeden doen was en dat de steun dit jaar moet worden toegekend.  Verder – maar dat zal een steunverlenende overheid sowieso wel vragen – is een plan met een begroting voor de besteding van de steun vereist.

Ook de mogelijkheid voor bijvoorbeeld gemeenten en provincies om door middel van kredietgaranties en borgstellingen te faciliteren dat bedrijven tegen aanvaardbare voorwaarden  leningen kunnen aantrekken om de crisis te overbruggen zijn expliciet verruimd. Het aandeel van de lening dat de overheid kan borgen is verruimd en de vergoeding die de ondernemer tenminste moet betalen als vergoeding voor het risico, is verlaagd.

Voor ondernemingen in de landbouw en visserij gelden afwijkende regels, maar is ook sprake van een verruiming.

Zie voor meer informatie ook:  Mededeling Europese Commissie 19.03.2020

Terug naar inhoudsopgave

 

Beslistermijnen bestuursorganen

Beschikkingen moeten worden gegeven binnen bij wettelijk voorschrift bepaalde termijnen of binnen een redelijke termijn. Hopelijk kunnen door het thuiswerken ambtelijke processen door blijven lopen. Als er echter sprake is van grote uitval van ambtenaren of op een andere manier het onmogelijk wordt om binnen de termijn te beslissen, dan biedt wellicht artikel 4:15, lid 2, onder c van de Algemene wet bestuursrecht uitkomst. De beslistermijn wordt namelijk opgeschort zolang het bestuursorgaan door overmacht niet in staat is een beschikking te geven. Overmacht mag niet snel mag worden aangenomen; zo is bijvoorbeeld uitval van een ambtenaar wegens ziekte geen overmacht. Het moet gaan om uitzonderlijke en onvoorziene omstandigheden buiten de risicosfeer van het bestuursorgaan. Een rechter zou kunnen oordelen dat daar in de coronacrisis sprake van is. Het bestuursorgaan moet zo snel mogelijk aan de aanvrager mededelen dat de beslistermijn is opgeschort en een termijn noemen waarbinnen de beschikking zal worden gegeven. Artikel 4:15, lid 2, onder c van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing in de bezwaarprocedure.

Terug naar inhoudsopgave

 

Horen in bezwaarfase

De rechtbanken hebben zittingen tot nader order uitgesteld. Bestuursorganen hebben de plicht om bezwaarmakers te horen en zijn in principe gebonden aan beslistermijnen (tenzij – kort gezegd – belanghebbenden instemmen met uitstel of een beroep op overmacht zou kunnen slagen). Als alternatief voor een hoorzitting in de vorm van een fysieke bijeenkomst, kan worden gedacht aan telefonisch horen.

In sommige gevallen is in de rechtspraak aangenomen dat horen ook telefonisch mag gebeuren, bijvoorbeeld als er sprake is van een twee-partijengeschil en de belanghebbende daarmee instemt. Er mag niet zomaar voorbij worden gegaan aan een verzoek van een belanghebbende om telefonisch te worden gehoord. De Algemene wet bestuursrecht biedt de mogelijkheid om het horen uit te laten voeren door een ambtenaar die niet bij het besluit betrokken is geweest. Van het horen moet een verslag worden gemaakt. Uit de rechtspraak blijkt niet dat het mogelijk is dat een externe bezwaarschriftencommissie telefonisch hoort, maar wellicht biedt de Algemene wet bestuursrecht ruimte.

Als er een externe bezwaarschriftencommissie is ingeschakeld, kan het horen namelijk worden opgedragen aan de voorzitter of een van de leden. Er moet dan wel een oplossing worden gevonden voor het feit dat een vertegenwoordiger van het bestuursorgaan voor het horen moet worden uitgenodigd (bijvoorbeeld een conference call). In beleid van het bestuursorgaan kunnen voorschriften zijn gesteld ten aanzien van de hoorprocedure, zoals door wie het horen geschiedt en op welke wijze, en de mogelijkheden voor afwijking daarvan, zodat moet worden nagegaan of het beleid van het bestuursorgaan in de weg staat aan telefonisch horen.

Bestuursorganen kunnen ook vragen of belanghebbenden instemmen met schriftelijk horen. Als belanghebbenden daar niet mee instemmen, kan daarmee niet worden volstaan.

Terug naar inhoudsopgave

 

De Vorderingswet en Distributiewet

Algemeen

In het hele land worden momenteel vanuit allerlei sectoren beschermingsmaterialen en beademingsapparatuur gedoneerd aan zorginstellingen. Desalniettemin lopen de tekorten gestaag op. Daarom werd in het Kamerdebat op 18 maart jl. een motie ingediend  om het verwerven van benodigde beschermings- en testmaterialen en beademingsapparatuur nog meer tot topprioriteit te classificeren. Hoewel voormalig minister Bruins toezegde over te gaan tot een besluit tot vordering van mondkapjes, heeft huidige minister De Jonge, na de ministerraad van 20 maart jl, laten weten een dergelijk besluit niet in voorbereiding te nemen, nu dit ervoor zou zorgen dat verkopers en buitenlandse leveranciers door de aankondiging ervan afgeschrikt zouden kunnen worden.

Vorderingswet

Het is echter niet ondenkbaar dat van deze mogelijkheid alsnog gebruik zal worden gemaakt, als de tekorten blijven oplopen. De juridische basis hiervoor is de Vorderingswet. Op grond van deze wet kan, in buitengewone omstandigheden een vorderingsbeschikking worden genomen (artikel 3).Het moet gaan om een dreiging van een vitaal belang en de normale bevoegdheden moeten niet toereikend zijn om deze bedreiging af te wenden. Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat de coronasituatie als zodanig kan worden aangemerkt.

Op grond van artikel 3a van de Vorderingswet zijn in dat geval alle ministers bevoegd, indien dit noodzakelijk is met het oog op de behartiging van belangen van tot hun zorg behorende aangelegenheden, ten behoeve van de Staat, andere lichamen of personen het eigendomsrecht op of een recht tot gebruik van zaken te vorderen. Gedacht daarbij kan worden aan het vorderen van beschermingsmaterialen en beademingsapparatuur, maar bijvoorbeeld ook het vorderen van het gebruik van een fabriek, waar de betreffende producten worden geproduceerd.

Artikel 3a wordt in werking gesteld bij koninklijk besluit, op voordracht van de Minister-president. Ook treedt artikel 3a automatisch in werking als de noodtoestand op grond van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden wordt afgeroepen (ex artikel 7, eerste lid), hetgeen op dit moment nog niet het geval is. Vooraf dient de minister van Economische Zaken en Klimaat instemming te geven aan een vordering van een minister en treedt in overleg met de ministers die verantwoordelijk zijn voor belangen die door de vordering kunnen worden geraakt, tenzij dit vanwege spoed niet mogelijk is.

Indien niet voldaan wordt aan de vordering is de minister die  de vordering heeft gedaan, bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving.

Distributiewet

Naast de Vorderingswet kan ook de Distributiewet worden ingezet. De minister van Economische zaken en Klimaat kan bepalen, dat distributiegoederen niet mogen worden gekocht, verkocht, te koop aangeboden, afgeleverd, of voorhanden of in voorraad gehouden dan met inachtneming van de door hem vastgestelde distributieregeling (ex artikel 5, eerste lid). De Minister kan daarbij bepalen wat er onder distributiegoederen moet worden verstaan. In dit geval kan de minister beschermingsmaterialen en beademingsapparatuur aanwijzen. Iedereen die deze distributiegoederen voorhanden of in voorraad heeft, kan door de minister worden verplicht opgave te doen van de aard, hoeveelheid en plaats van deze goederen.

Op deze manier kan de minister bijvoorbeeld op grond van de vastgestelde distributieregeling voorraden in beslag nemen, met gebruikmaking van de Vorderingswet, en deze vervolgens landelijk verdelen. Bovendien kan worden bepaald dat de distributiegoederen niet naar het buitenland mogen worden verhandeld. Hiertoe kan hij ook een vergunningplicht opnemen in de distributieregeling. Ook kan de minister bepalen dat de distributiegoederen slechts voor bepaalde doeleinden mogen worden gebruikt of distributiegoederen voor bepaalde doeleinden juist verbieden. Daarnaast biedt de Distributiewet ook een grondslag om aan een onderneming een aanwijzing te geven die ertoe verplicht om binnen een bepaalde termijn een daarbij aangegeven hoeveelheid distributiegoederen te vervaardigen.

Ook de distributieregeling op grond van de Distributiewet  wordt in werking gesteld bij koninklijk besluit, op voordracht van de Minister-president (artikel 22c). Bovendien treden de artikelen 4 tot en met 8 en 10a gezamenlijk of afzonderlijk automatisch in werking als de noodtoestand op grond van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden wordt afgeroepen.

Terug naar inhoudsopgave

 

Verbod op evenementen met >100 personen

      • Het is een landelijk verbod, gericht op evenementen en bijeenkomsten.
      • Er bestaat, zo lang er geen noodwetgeving van kracht is, geen wet die het mogelijk maakt om evenementen en andere bijeenkomsten, al dan niet vergunningplichtig, landelijk te verbieden.
      • De bevoegdheid om bijeenkomsten en evenementen te verbieden komt vooralsnog toe aan het college van burgemeester en wethouders en aan de burgemeester van een gemeente.
      • De burgemeester kan gebruikmakend van zijn noodbevoegdheden (artikelen 175 en 176 Gemeentewet) bijvoorbeeld een noodverordening uitvaardigen om (een deel van) de stad af te sluiten of een andere maatregel te treffen die verspreiding van het virus kan voorkomen. Het gaat dan om de handhaving van de openbare orde en veiligheid, het voorkomen van rampen en het beperken van gevaar.
      • De burgemeester gaat alleen over zijn eigen grondgebied. Indien er sprake is van gemeente overschrijdende problematiek (van meer dan plaatselijke betekenis) gaan diverse bevoegdheden krachtens artikel 39 van de Wet op de Veiligheidsregio’s over op de voorzitter van de Veiligheidsregio. De burgemeester is dan niet meer bevoegd.
      • De Veiligheidsregio werkt vervolgens volgens een GRIP-structuur. Dit is een niet op wettelijke basis gebaseerde vorm van samenwerking tussen de diverse overheidsdiensten en organisaties zoals politie, brandweer, GGD, gemeente, waterschap en provincie. De Commissaris van de Koning houdt toezicht op de samenwerking en kan aanwijzingen geven.
      • Wordt nog verder opgeschaald, dan is de Commissaris van de Koning (artikel 42 van de Wet op de Veiligheidsregio’s) bevoegd om de voorzitter van de Veiligheidsregio aanwijzingen te geven over het door hem te voeren beleid, waarbij de Commissaris handelt conform een door de regering gegeven ambtsinstructie. Indien meerdere provincies vergaande maatregelen moeten nemen, dan zijn meerdere aanwijzingen en besluiten van de voorzitters nodig.
      • Feitelijke bijstand, bijvoorbeeld de inzet van het leger, kan worden geboden door de Minister van Veiligheid en Justitie of Defensie krachtens artikel 51 na een verzoek van de Voorzitter.

Terug naar inhoudsopgave

 

Vergunde evenementen en horeca-sluiting

      • De maatregelen richten zich tot eenieder. Dat betekent dat zowel bezoekers, als organisatoren, als vergunningverleners een eigen verantwoordelijkheid hebben.
      • In het belang van de volksgezondheid kunnen eerder verleende vergunningen voor evenementen met meer dan 100 personen – onder verwijzing naar het hiervoor bedoelde landelijk verbod – worden ingetrokken. Ook kunnen zich omstandigheden voordoen waarin ook bij een kleiner aantal aanwezigen de vergunning wordt ingetrokken; die intrekking moet dan wel wat uitgebreider gemotiveerd worden.

Meer informatie is te vinden op:

      • de website van de Openbare orde over de coronacrisis en het recht;
      • de website van de Openbare orde over de juridische grondslag voor aansturing;
      • de website van de Openbare orde over de Implementatie van besluiten Minister voor Medische zorg;
      • de website van de Openbare orde over noodtoestand en lockdown;
      • de website van de Openbare orde over Handhaving van noodverordeningen.

Terug naar inhoudsopgave

 

Onderwijs en kinderopvang

Over onderwijs en kinderopvang is al veel gepubliceerd. In dit document volstaan wij onder Voor onderwijs- en kinderopvanginstellingen en ouders dan ook met het behandelen van enkele onderwerpen.

Terug naar inhoudsopgave

 

Hamsterwet

In verband met internationale spanningen, oorlog en dreigende (andere) conflicten, is in de loop van de twintigste eeuw veel noodwetgeving tot stand gekomen. Een voorbeeld daarvan is de Regeling tot het tegengaan van het hamsteren van goederen in buitengewone omstandigheden, ofwel: de Hamsterwet (Kamerstukken II 1961/62, 6777, nr. 3). De wet is ingevoerd omdat onder buitengewone omstandigheden mensen de neiging kunnen hebben te hamsteren. Daarbij komt dat deze neiging zich ook voordoet indien het publiek ten onrechte vreest dat schaarste zal ontstaan.

De Hamsterwet voorziet in de bevoegdheid voor de Minister van Economische Zaken en Klimaat om regels te stellen tot het tegengaan van het hamsteren van goederen (artikel 3). Deze ministeriële regels kunnen onder meer een verbod inhouden om in een bepaalde tijdseenheid meer van een bepaalde hoeveelheid van een bepaald product te kopen (“af te leveren of in ontvangst te nemen”). Denk hierbij aan het verbod om per huishouden meer dan één pak wc-papier per week te kopen.

Wil de Minister van Economische Zaken en Klimaat gebruik kunnen maken van deze bevoegdheid, dan moet artikel 3 eerst in werking treden (het betreft immers een noodwet en geen permanente wet). Dat kan enerzijds door afkondiging van de beperkte of algemene noodtoestand (zie respectievelijk artikelen 7 en 8 Coördinatiewet uitzonderingstoestanden). Anderzijds kan artikel 3 ook afzonderlijk in werking worden gesteld; namelijk door een specifiek koninklijk besluit daartoe, op voordracht van de Minister-President.

Het feit dat de Hamsterwet een noodwet betreft, impliceert dat niet al te lichtvaardig daarvan gebruik mag worden gemaakt. Er moet sprake zijn van buitengewone omstandigheden. Dat begrip werd in de oorspronkelijke toelichting uitgelegd als oorlog en oorlogsgevaar, maar ook als het scenario waarin geen oorlogsgevaar aanwezig is maar het publiek toch vreest dat er een oorlog dreigt. In een relatief recente wijziging van de Hamsterwet is nadere invulling gegeven aan de toepasbaarheid van de wet (zie Kamerstukken II 2003/04, 29514, nr. 3). Die invulling komt erop neer dat voldaan moet zijn aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Ten eerste moet een vitaal belang worden bedreigd (de internationale rechtsorde, de nationale rechtsorde, de openbare veiligheid en de economische veiligheid). Ten tweede moet zijn gebleken dat normale bevoegdheden ontoereikend zijn om het probleem op te lossen (bijvoorbeeld indien decentrale overheden de problemen niet langer zelf kunnen oplossen).

De Minister van Economische Zaken en Klimaat wijst in een besluit (te plaatsen in de Staatscourant) ambtenaren aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van de regels (artikel 6a). Deze ambtenaren beschikken over de toezichtsbevoegdheden uit titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bovendien kunnen deze ambtenaren zich door de politie laten bijstaan voor wat betreft het vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, het onderzoeken van zaken en vervoermiddelen (respectievelijk artikelen 5:17, 5:18 en 5:19 Awb). De Minister van Economische zaken beschikt voorts over de bevoegdheid een last onder bestuursdwang op te leggen ter handhaving van de verplichtingen die zijn opgelegd krachtens de Hamsterwet.

Van de Hamsterwet is tot nog toe (in het kader van het coronavirus) geen gebruik gemaakt.

Terug naar inhoudsopgave

 

Uitwerkingen nadere maatregelen 23 maart 2020

Algemeen

Het kabinet heeft besloten dat de reeds bestaande beperkingen ten aanzien van samenkomsten en evenementen worden verlengd tot 1 juni 2020.

Het kabinet trof aangescherpte maatregelen ter bestrijding van het coronavirus, gericht op evenementen en samenkomsten en creëerde de mogelijk om te handhaven met fikse boetes. Die maatregelen werden op 23 maart in grote lijnen naar buiten gebracht. Nu zijn de regels wat verder uitgewerkt. Het Veiligheidsberaad moet de maatregelen treffen. In het Veiligheidsberaad zijn de voorzitters van de Veiligheidsregio’s (de daarvoor aangewezen burgemeesters) verenigd. De voorzitter van elke veiligheidsregio kan bepaalde locaties zoals parken en stranden sluiten om zo groepsvorming te voorkomen.

Aangescherpte en nieuwe maatregelen individuen

De aangescherpte en nieuwe maatregelen zijn voor individuen:

      • Blijf zoveel mogelijk thuis. Ga alleen naar buiten voor werk wanneer u niet thuis kunt werken, voor boodschappen, of om voor anderen te zorgen. Een frisse neus halen kan, maar doe dit niet in een groep. Houd altijd afstand van anderen (minimaal 1,5 meter) en vermijd sociale activiteiten en groepen mensen. Ook thuis: maximaal drie mensen op bezoek en hou ook dan afstand tot elkaar.
      • Als u kucht, hoest en/of verkouden bent, gold al: blijf thuis. Krijgt u daar ook koorts bij, dan moet vanaf nu iedereen in het huishouden thuisblijven. Mensen in cruciale beroepen en vitale processen zijn hiervan uitgezonderd, tenzij zij zelf ziek worden.

Uitzondering voor wettelijk verplichte bijeenkomsten

Alle overige samenkomsten mogen tot 28 april niet meer. Met uitzondering van wettelijk verplichte bijeenkomsten zoals vergaderingen van de gemeenteraad en noodzakelijke samenkomsten voor de dagelijkse werkzaamheden van instellingen, bedrijven en andere organisaties, steeds met maximaal 100 personen. Ook uitvaarten, huwelijksvoltrekkingen en samenkomsten van religieuze of levensbeschouwelijke aard, zoals kerkdiensten, mogen doorgaan: met maximaal 30 personen. ‘Alleen als alle hygiënemaatregelen in acht worden genomen en men 1,5 meter afstand tot elkaar kan houden.’

Periode afgelasten evenementen: tot 1 juni of 28 april?

Alleen evenementen die planbaar en vergunningplichtig zijn worden afgelast tot 1 juni. ‘De keuze is gemaakt vanwege organisatorische gronden zoals voorbereidingswerkzaamheden die nu plaatsvinden en waarbij een groot aantal personen betrokken zijn. Zoals Koningsdagactiviteiten.’ De rest van de maatregelen geldt vooralsnog tot en met 28 april.

Winkels en (vakantie)parken

Winkels moeten gesloten worden en openbaar vervoer stilgelegd als ‘er geen of te weinig navolging wordt gegeven aan de geldende hygiënemaatregelen en de 1,5 m afstand’. Dat geldt ook voor locaties zoals vakantieparken, campings, parken, natuurgebieden en stranden. Markten zijn een aparte categorie, omdat ze soms deel uitmaken van de voedselketen. Gemeenten en marktmeesters moeten afspraken maken om ervoor te zorgen dat marktbezoekers afstand kunnen houden. Werken deze maatregelen niet, dan kan de voorzitter van de veiligheidsregio alsnog tot sluiting overgaan. De Haagse Markt is op 25 maart door waarnemend burgemeester Remkes gesloten.

Groepsvorming in publieke ruimte

Groepsvorming, al dan niet toevallig, in de publieke ruimte wordt verboden. Dat zijn drie of meer personen die daarbij geen afstand van 1,5 m houden. Uitzonderingen zijn personen die een gezamenlijk huishouden vormen en kinderen tot en met 12 jaar die samenspelen onder toezicht van een of meer ouders of voogden. Mits de ouders en/of voogden onderling 1,5 m afstand bewaren.

Handhaving

Een burgemeester kan bepalen dat in een bepaald gebied een verbod op groepsvorming geldt. Gemeenten moeten communiceren waar een verbod op groepsvorming geldt.

Burgemeesters krijgen de mogelijkheid om via een noodverordening makkelijker en sneller op te kunnen treden. Burgemeesters kunnen specifieke locaties sluiten, zoals parken, stranden en campings. Er kunnen ook boetes worden opgelegd.

Verbod contactberoepen

Het uitoefenen van alle vormen van contactberoepen wordt verboden, voor zover er geen 1,5 m afstand tot de klant gehouden kan worden. Daarbij gaat het onder meer om masseurs, kappers, nagelstylisten, escort-services en rijinstructeurs. Er wordt een uitzondering gemaakt voor de behandeling van (para)medische beroepen, mits daar een individuele medische indicatie voor bestaat en de beoefenaar alle hygiënevereisten kan naleven.

Wettelijke grondslag

Bovenstaande maatregelen hebben art. 7 van de Wet publieke gezondheid als grondslag. Minister de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft mede namens Minister van Justitie en Veiligheid Grapperhaus, het Veiligheidsberaad (de 25 superburgemeesters) gevraagd de maatregelen te treffen.

Inmiddels heeft het veiligheidsberaad de nieuwe model noodverordening vrijgegeven.

Terug naar inhoudsopgave

 

Maatregelen voor zorgaanbieders in de Wmo en de jeugdzorg

Door de coronacrisis wordt er momenteel veel gevraagd van professionals in het sociaal domein. VWS en VNG hebben overeenstemming bereikt over uitgangspunten voor financiering van aanbieders van zorg en ondersteuning in het kader van de Jeugdwet en de Wmo. Lees meer over deze afspraken onder Maatregelen voor zorgaanbieders in de Wmo onder zorg.

Terug naar inhoudsopgave

 

Voor onderwijs- en kinderopvanginstellingen en ouders

Algemeen

Over dit onderwerp is al veel gepubliceerd op verschillende plekken. In deze bijdrage volstaan wij dan ook met het noemen van enkele onderwerpen. Voor meer informatie, zie met name deze webpagina van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zie ook deze webpagina van hetzelfde Ministerie.

Terug naar inhoudsopgave

 

(Basis)scholen en kinderdagverblijven

      • Het kabinet heeft besloten om scholen en kinderdagverblijven van 16 maart tot en met 28 april te sluiten. Dit betekent dat het grootste deel van de leerlingen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs tot en met 28 april geen les meer krijgt.
      • Voor kinderen van ouders in cruciale beroepsgroepen, zoals de zorg, onderwijs, politie, openbaar vervoer en brandweer is er wel opvang in de school en het kinderdagverblijf. Hierdoor kunnen hun ouders blijven werken. Deze opvang is zonder extra kosten.
      • Klik hier voor een overzicht van (o.a.) cruciale beroepen.
      • Als in een gezin 1 ouder een cruciaal beroep uitvoert, is het verzoek om zelf de kinderen op te vangen als dat kan. Als dat niet lukt, kunnen ouders een beroep doen op de school. Het is geen harde eis dat beide ouders in een cruciale beroepsgroep werken. Er moet opvang zijn zodat mensen met cruciale beroepen aan het werk kunnen blijven.
      • Klik hier voor meer informatie voor basis- en speciaal onderwijs; hier voor het voortgezet onderwijs en hier voor het middelbaar beroepsonderwijs .

Terug naar inhoudsopgave

 

Rol van gemeenten bij noodopvang

      • Het kabinet heeft de voorzitters van de veiligheidsregio’s verzocht om (nood)opvang te bieden aan kinderen van ouders die werken in cruciale beroepen of voor vitale processen. Gemeenten organiseren deze noodopvang, ondersteund door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Klik hier voor het advies van de VNG.
      • Gemeenten worden op dit punt gevraagd een coördinerende en ondersteunende rol te vervullen en dit in goede banen te leiden. Aan gemeenten wordt een meer actieve rol gevraagd bij het realiseren van voldoende 24-uurs opvangplekken en bij het toeleiden van kinderen van ouders (in cruciale beroepsgroepen) die nu geen gebruik maken van kinderopvang naar locaties voor noodopvang. Uitgangspunt is dat de noodopvang op kortst mogelijke termijn geregeld wordt, zodat ouders in cruciale beroepen inzetbaar blijven.

Terug naar inhoudsopgave

 

Examens

De centraal examens gaan dit jaar niet door, hetgeen betekent dat alle centrale examens komen te vervallen, zo ook de centraal schriftelijk en praktische examens (cspe’s) in het vmbo, evenals de centrale digitale flexibele examens in vmbo-bb en –kb. De resultaten van de schoolexamens vormen de basis voor het behalen van het diploma dit schooljaar.

Klik hier voor meer informatie.

Terug naar inhoudsopgave

 

Hogescholen en universiteiten

Het onderwijs wordt zoveel als mogelijk via afstandsonderwijs vormgegeven. Dit geldt tot en met 28 april. Het onderzoek kan wel doorgaan, de gebouwen hoeven niet te sluiten. Dat betekent dus dat colleges, werkgroepen en ook tentamens niet op locatie doorgaan. Afhankelijk van het instellingsbeleid, kan de bibliotheek dus nog open zijn voor studenten, mits passend binnen de algemene instructies van RIVM en GGD.

Klik hier voor meer informatie.

Terug naar inhoudsopgave

 

Enige andere maatregelen

      • Studenten die niet aan het bindend studieadvies (bsa) van de opleiding voldoen, omdat zij door het coronavirus vertraging hebben opgelopen, krijgen uitstel. (Zie hierover de site van de Rijksoverheid)
      • Minister Slob (onderwijs) neemt samen met scholen en gemeenten maatregelen om kinderen in een kwetsbare omgeving extra te ondersteunen nu zij niet fysiek naar school kunnen. Leerlingen die thuis geen laptop of tablet tot hun beschikking hebben, worden daarin ondersteund door hun school en gemeente. (Zie hierover de site van de Rijksoverheid)
      • Verder is besloten dat leraren dit jaar geen eindtoets hoeven af te nemen bij leerlingen in groep 8. (Zie hierover de site van de Rijksoverheid)

Terug naar inhoudsopgave

 

Voor consumenten en reizigers

Algemeen

Als gevolg van het coronavirus worden veel reizen, concerten en andere evenementen geannuleerd. Ook sportscholen en musea hebben hun deuren voorlopig gesloten. Wat betekent dit voor de consument, die al wel heeft betaald?

Afspraken zijn bindend, een overeenkomst moet worden nagekomen. Gebeurt dat niet, dan is degene die zijn afspraak niet nakomt schadeplichtig en heeft de consument recht op een vergoeding. Dat is anders als sprake is van overmacht. In de wet is dat als volgt geformuleerd (artikel 6:75 BW): “Een tekortkoming kan de schuldenaar niet worden toegerekend, indien zij niet is te wijten aan zijn schuld, noch krachtens wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.”

Van het feit dat een overeenkomst niet kan worden nagekomen vanwege de uitbraak van het coronavirus, valt niemand een verwijt te maken. Een beroep op overmacht zal in deze situatie dan ook kansrijk zijn. Dat neemt niet weg dat voor consumenten in de meeste gevallen recht bestaat op teruggave van het door hem betaalde bedrag.

Op consumentenwebsites (waar hieronder ook naar wordt verwezen) zoals van de Consumentenbond en de Autoriteit Consument en Markt wordt uiteengezet wat de algemene regels zijn. Ingeval van twijfel, kunt u altijd contact met ons opnemen.

Terug naar inhoudsopgave

 

Reizen

Bij het boeken van een reis wordt onderscheid gemaakt tussen een pakketreizen en andere reisovereenkomsten, zoals het boeken van een los ticket.

Een pakketreis is een reis die bestaat uit tenminste twee reisdiensten, bijvoorbeeld een vliegticket en een hotelovernachting. De reis moet minimaal 24 uur duren of minimaal één overnachting bevatten, het is een samengestelde reis. Wanneer een los ticket wordt gekocht bij een luchtvaartmaatschappij en ook zelf een accommodatie wordt geboekt, dan is geen sprake van een pakketreis.

Pakketreis

          • Wordt de reis geannuleerd door de reisaanbieder? Dan dient de reeds betaalde reissom te worden terugbetaald aan de consument. Is sprake van overmacht bij de reisaanbieder, dan hoeft hij geen andere kosten te vergoeden. Als geen overmacht wordt aangenomen, zal hij daartoe wel verplicht zijn.
          • Annuleert de consument zelf de reis, om een andere reden dan vanwege de uitbraak van het coronavirus, dan bestaat er geen recht op een “refund”.
          • Annuleert de consument zelf de reis, bijvoorbeeld omdat voor het land van bestemming een negatief reisadvies geldt van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, of omdat alle trekpleisters die ter plaatse zouden worden bezocht gesloten zijn? Kortom, is sprake van ‘onvermijdbare en buitengewone omstandigheden’ op de bestemming, dan heeft de consument recht op teruggave van de reeds betaalde reissom. De kans dat de reisaanbieder zelf de reis annuleert bij een negatief reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse zaken is overigens groot. Het kan dus verstandig zijn eerst af te wachten en niet direct zelf te annuleren.
          • De uitbraak van dit virus is een uitzonderlijke situatie. In de wet is geen rekening is gehouden met massale annuleringen van reizen. Hoe de wet in deze situatie uitgelegd en toegepast zal worden, is dus niet te voorspellen. Wel is de verwachting dat van de consument meer flexibiliteit wordt gevraagd dan in een normale situatie. Er ontstaan ook nieuwe initiatieven. Zo mogen reisaanbieders die zijn aangesloten bij de Stichting Garantiefonds Reisgelden (“SGR”) een voucher aanbieden, waarmee reizigers de geannuleerde reis op een later tijdstip opnieuw kunnen boeken om alsnog op vakantie te gaan. Ook geldt dat bij deze voucher de reissom is veiliggesteld, zodat deze alsnog wordt terugontvangen wanneer de reisaanbieder in financiële problemen komt.

Losse ticket of losse overnachting

Voor een geboekt ticket of een losse overnachting (dus niet in de vorm van een pakketreis) geldt dat de consument, wanneer de reis geannuleerd wordt door de aanbieder, aanspraak kan maken op terugbetaling van het bedrag van het ticket of de overnachting. In het geval van overmacht hoeft de reisaanbieder ook in dit geval geen aanvullende kosten te vergoeden.

Annuleert de consument zelf het ticket of de hotelovernachting? Omdat geen sprake is van een pakketreis (zie pakketreis), bestaat er geen extra wettelijke bescherming en heeft hij in veel gevallen geen recht op terugbetaling. De vergoedingsvoorwaarden zijn afhankelijk van de algemene voorwaarden van de vervoersmaatschappij of de accommodatie, in zo’n geval moet contact worden opgenomen met de reisaanbieder.

Algemene tips voor annulering van uw reis

Het is de moeite waard om te onderzoeken of uw reisaanbieder aangesloten is bij de ANVR. Dit is een vereniging van reisondernemingen. Als de algemene voorwaarden van de ANVR van toepassing zijn op uw reis, kunt u hierdoor extra rechten hebben. Deze algemene voorwaarden vindt u hier.

Ook is het raadzaam om de voorwaarden van uw annulerings- en/of reisverzekering erop na te slaan. Veel verzekeraars vinden natuurrampen en ziektes geen reden om uw kosten te vergoeden. Indien u een allrisk verzekering hebt, is er een grotere kans op gedeeltelijke of zelfs volledige vergoeding van uw kosten. Dit hangt erg af van de polisvoorwaarden; bekijk ze dus goed.

Op de volgende websites kunt u nuttige informatie vinden over dit onderwerp:

Terug naar inhoudsopgave

 

Evenementen

Het uitgangspunt is normaal gesproken: wie bepaalt, betaalt. Wanneer een organisator besluit om een evenement te annuleren, draait hij op voor de kosten. In een normale situatie zou de bezoeker de kosten van zijn kaartje vergoed krijgen. Vaak is dat bepaald in de algemene voorwaarden van de organisator.

Als gevolg van het coronavirus worden echter, in verband met de maatregelen die de overheid heeft opgelegd, talloze voorstellingen, concerten en andere evenementen afgelast en uitgesteld. Hoewel de bezoeker in beginsel aanspraak zou kunnen maken op teruggave van de kosten van zijn kaartje, dient hij er rekening mee te houden dat hij in dit uitzonderlijke geval geen recht heeft op teruggave.

In ieder geval geldt dat in geval van overmacht de organisatie niet de overige kosten hoeft te vergoeden. De bezoeker dient er ook hier rekening mee te houden dat de uitbraak van dit virus aangemerkt wordt als overmacht; een al gekocht treinkaartje om naar het concert toe te gaan, zal dus in principe niet vergoed worden door de organisatie.

Annuleert de bezoeker zelf de reservering? Dan heeft hij geen recht op een “refund”.

Mocht u uw geld terug willen vragen bij een organisatie, op de website van de Autoriteit Consument & Markt kunt u een voorbeeldbrief vinden.

Bij consuwijzer.nl vindt u nog meer informatie over dit onderwerp.

Terug naar inhoudsopgave

 

Sportschool

Alle sportscholen in Nederland zijn op dit moment gesloten. Dit betekent dat de consument wel kosten maakt, maar geen gebruik kan maken van zijn abonnement. Dat roept een aantal vragen op. Bestaat er recht op compensatie over de maanden dat geen gebruik kan worden gemaakt van het abonnement? Dient, als het abonnement wordt opgezegd,  het reeds betaalde abonnementsgeld terug te worden betaald? Die vragen zijn niet in het algemeen te beantwoorden. Het antwoord hangt onder meer af van de algemene voorwaarden die de sportschool hanteert en ook bijvoorbeeld hoe lang iemand al lid is. Heeft u hierover vragen, dan kunnen wij u hierbij uiteraard verder helpen.

Op de website van consuwijzer.nl vindt u nog meer informatie over dit onderwerp.

Terug naar inhoudsopgave

 

Onderwijs en kinderopvang

Over onderwijs en kinderopvang is al veel gepubliceerd. In dit document volstaan wij onder Voor onderwijs- en kinderopvanginstellingen en ouders dan ook met het behandelen van enkele onderwerpen.

Terug naar inhoudsopgave

 

Hamsterwet

Hoewel de overheid tot op heden nog geen gebruik heeft gemaakt van deze Hamsterwet, kan deze paal en perk stellen aan hamstergedrag. Zie hiervoor Hamsterwet.

Terug naar inhoudsopgave

 

Voor verhuurders

Voor (ver)huurders van bedrijfsruimte

Algemeen

Huurders en verhuurders van bedrijfsruimte, ook van kantoren, zien barre tijden op zich af komen. Door de coronamaatregelen zien dienstverleners, winkels, en met name horecabedrijven hun omzet slinken of geheel verdampen. We moeten er rekening mee houden dat de maatregelen worden verlengd en dat de effecten zich in ieder geval nog lang zullen laten voelen. Maar de huur moet intussen gewoon betaald worden. Of kunnen huurders korting afdwingen, of een beroep op overmacht of onvoorziene omstandigheden doen?

Terug naar inhoudsopgave

 

Lessen uit de kredietcrisis

Het is nog niet zo lang geleden dat we met vergelijkbare vragen te maken hadden: de kredietcrisis. Verhuurders werden massaal bestookt met een beroep op overmacht, onvoorziene omstandigheden en meer creatieve argumenten zoals gederfd huurgenot of een gebrek aan het gehuurde (omdat de prognoses niet worden gehaald).

We weten dus al dat de rechter terughoudend is met het honoreren van dergelijke verweren van huurders. De kredietcrisis werd in het algemeen niet gezien als een reden om huurbetalingen op te schorten of korting af te dwingen. Geldt dat nu ook? We zetten een paar dingen op een rij:

Terug naar inhoudsopgave

 

Minder omzet, minder huur betalen?

In de regel is de huurprijs niet afhankelijk van de omzet of winst van de huurder maar, een vast bedrag per tijdvak. In die gevallen (en dat zijn verreweg de meeste) blijft het ondernemersrisico uiteraard in beginsel voor rekening van de huurder.

Terug naar inhoudsopgave

 

Gedwongen sluiting: overmacht?

Als de huurder zijn onderneming moet sluiten op last van de overheid, rijst de vraag voor wiens rekening dat moet komen. De huurder kan stellen dat sprake is van een “gebrek” (art. 7:204 BW) omdat hij niet het normale huurgenot heeft. Een “gebrek” is niet alleen een feitelijk defect, maar kan ook bestaan uit andere omstandigheden die het huurgenot belemmeren. De wet eist slechts dat de oorzaak van het gebrek niet aan de huurder kan worden toegerekend (een specifieke variant van “overmacht” dus). Dat de verhuurder er ook niets aan kan doen, is dus in beginsel niet belangrijk. De huurder kan dan in beginsel huurvermindering vorderen, of – als het gebruik helemaal niet mogelijk is (zoals bij sluiting) – de huurbetaling zelfs helemaal opschorten.

Voor (aanvullende) schadevergoeding is nodig dat het gebrek aan de verhuurder kan worden toegerekend. Dat is bij de huidige coronamaatregelen uiteraard niet aan de orde.

Terug naar inhoudsopgave

 

ROZ-modellen

In veel gevallen wordt voor het opmaken van de huurovereenkomst de zogenaamde ROZ-modellen gebruikt. In de Algemene Bepalingen (versie 2012) is vastgelegd dat de verhuurder niet aansprakelijk is voor gebreken en dat de huurder ook geen huurprijsvermindering kan krijgen. Als huurgenot in het geheel niet mogelijk is (zoals bij gedwongen sluiting) is wel de vraag of de verhuurder hiermee geholpen is. Ook opschorting is weliswaar in de ROZ-modellen uitgesloten, maar blijft die exoneratie onder deze uitzonderlijke ‘onvoorziene omstandigheden’ overeind?

Terug naar inhoudsopgave

 

Onvoorziene omstandigheden

In de relatie verhuurder-huurder is op grond van wet en jurisprudentie bijna geen ruimte voor financiële tegemoetkoming. Een oplossing zal dus in een andere richting gevonden moeten worden. De coronamaatregelen zijn echter zeer uitzonderlijk en dat maakt onzeker hoe de rechter bijvoorbeeld zal omgaan met een beroep op onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 BW). Een beroep daarop kan contractueel niet worden uitgesloten, maar wordt zelden gehonoreerd. De omstandigheden zijn echter ook extreem zeldzaam en dat maakt de uitkomst onvoorspelbaar. In die afweging zal ook een rol gaan spelen welke maatregelen door de overheid getroffen worden om de schade voor ondernemers te beperken. Wij zullen de ontwikkelingen op de voet volgen.

Terug naar inhoudsopgave

Voor (ver)huurders van woonruimte

Spoedwet: verlenging van tijdelijke verhuur woonruimte

In een brief van de Minister aan de Tweede Kamer van 26 maart jl. is naar aanleiding van Kamervragen aangekondigd dat er een Spoedwet komt op grond waarvan tijdelijke huurovereenkomsten voor woonruimte (wettelijk ingevoerd op 1 juli 2016) tijdelijk verlengd kunnen worden tijdens de coronacrisis.

Voorts is met de verhuurdersbranche (o.a. Aedes) afgesproken dat er voorlopig geen huisuitzettingen zullen plaatsvinden. In de praktijk leek dat overigens al niet meer mogelijk omdat huisuitzettingen door de rechtspraak in beginsel niet worden aangemerkt als “urgente zaken” waarvoor een mondelinge behandeling wordt toegestaan. Daarmee is uiteraard niet gezegd dat het niet (volledig) betalen van de huur geen juridische consequenties heeft, maar een ontruiming zit er dus voorlopig niet in. Uitkomst van het overleg is voorts dat de grote verhuurders geen incassokosten in rekening brengen. Met een en ander blijft de huurschuld op zichzelf uiteraard bestaan.

De brief van de Minister vermeldt voorts dat de drinkwatersector en energieleveranciers de levering van water en energie voorlopig niet zullen afsluiten (hetgeen uiteraard ook voor koopwoningen zal gelden).

Terug naar inhoudsopgave

Voor opdrachtgevers en aannemers in de bouw

Algemeen

Ook als er geen totale ‘lockdown’ komt, zullen op veel bouwplaatsen als gevolg van de Corona-crisis vertraging en andere problemen ontstaan: werklieden zitten noodgedwongen thuis (omdat ze ziek zijn of voor hun kinderen moeten zorgen), buitenlandse werklieden keren terug naar eigen land, materialen worden niet geleverd, etc.

Terug naar inhoudsopgave

Meest toegepaste voorwaarden in de bouw

De meest toegepaste voorwaarden in de bouw – de UAV en de UAV-GC – bieden aannemers de mogelijkheid zich op overmacht te beroepen (zie § 8 lid 4 en § 42 lid 3 UAV respectievelijk § 36 lid 1 UAV-GC). Denkbaar is voorts dat de opdrachtgever bepaalde meerkosten aan de aannemer zal moeten vergoeden op grond van – bijvoorbeeld – §6 lid 13 en/of § 47 UAV respectievelijk § 11 lid 3 en/of § 44 lid 1 onder c) UAV-GC. Of de voornoemde bepalingen van toepassing zijn, kan in het algemeen niet worden gezegd: veel hangt af van de oorzaak van de vertraging.

Terug naar inhoudsopgave

Protocol Samen veilig doorwerken

Op vrijdag 27 maart 2020 hebben het Rijk en de bouw- en technieksector het protocol Samen veilig doorwerken vastgesteld. Met dit protocol hopen het Rijk en de partijen uit de sector te voorkomen dat het werk stil komt te liggen. Het protocol geeft een handleiding waarmee de werkzaamheden voortgezet kunnen worden, mét inachtneming van de richtlijnen van het RIVM.

Dit protocol is in overeenstemming met de door de veiligheidsregio’s vastgestelde noodverordeningen. De noodverordeningen verbieden openbare samenkomsten van meer dan 100 personen gelijktijdig. Ook is daarin bepaald dat eet- en drinkgelegenheden gesloten moeten worden; de uitzondering hierop zijn bedrijfskantines en bedrijfscatering.

Terug naar inhoudsopgave

Meer informatie

Zie voor een goed overzicht van aan de bouw gerelateerde vragen en antwoorden met betrekking tot het Coronavirus de website van Bouwend Nederland.  Voor nieuwe overeenkomsten hebben Bouwend Nederland en de BNA model-clausules opgesteld: zie hiervoor dit document van Bouwend Nederland  en deze BNA-pagina met clausule verwijzingen.

Terug naar inhoudsopgave

 

 

Voor zorginstellingen

Wat gebeurt er als de IC geen plaats meer heeft?

Draaiboek pandemie NVIC

De Nederlandse Vereniging van Intensive care heeft voor een crisissituatie als de onderhavige een draaiboek vastgesteld; het ‘draaiboek pandemie’, met als doel schaarse plaatsen zo goed mogelijk te benutten. In het draaiboek zijn verschillende maatregelen en aanbevelingen opgenomen. Bijvoorbeeld dat ieder ziekenhuis een intensivist aanwijst om de planning van piek-capaciteit op de IC tijdens rampen te coördineren en te optimaliseren.

Het draaiboek treedt in werking als daartoe landelijk is besloten. Vanaf dat moment krijgen de afspraken uit het ‘draaiboek pandemie’ prioriteit boven de gebruikelijke ziekenhuis-specifieke afspraken. De criteria uit het draaiboek gelden voor alle patiënten die op de IC worden opgenomen, dus ook voor patiënten die niet vanwege het coronavirus op de IC zorg behoeven.

Triage

Bij een tekort aan IC-capaciteit zal door selectie of triage een keuze moeten worden gemaakt, meestal op (ingeschat) grootste voordeel van IC-behandeling, niet op basis van “first-come-first-serve”. Het ‘draaiboek pandemie’ bevat inclusie- en exclusiecriteria voor IC-opname. Het draaiboek is in het kader van de coronacrisis geactualiseerd. Zo is de absolute leeftijdsgrens van 80 jaar voor opname vervangen door een beoordeling op basis van clinical frailty (klinische kwetsbaarheid). Dagelijks moet bekeken worden of IC-behandeling nog zinvol is. Dit gebeurt dan conform de ‘reguliere’ principes.

Juridische context

Voor het privaatrechtelijk perspectief is de geneeskundige behandelingsovereenkomst het vertrekpunt. Die verplicht de hulpverlener bij zijn werkzaamheden de zorg van een “goed hulpverlener” in acht nemen en te handelen met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voorvloeiend uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (art. 7:453 BW). Als landelijk besloten is het ‘draaiboek pandemie’ te volgen, zal dit draaiboek behoren tot de professionele standaard.

Dat betekent ook dat de beslissing genomen moet worden om iemand wel of niet op de IC toe te laten. Dat is een hele zware beslissing, en levert een spanningsveld op in de individuele behandelrelatie. Het kan zelfs zo zijn dat de zorgverlener tekort schiet in de nakoming van een  eenmaal tot stand gekomen geneeskundige behandelovereenkomst

Of dat ook tot procedures zal leiden is de vraag. Een pandemie als de onderhavige hebben we niet eerder meegemaakt. Zo lang het dan geldende draaiboek wordt gevolgd zijn de juridische risico’s denkelijk gering.

Terug naar inhoudsopgave

 

Terughoudendheid IGJ inspectiebezoeken

De IGJ heeft bekend gemaakt terughoudend te zijn bij het afleggen van inspectiebezoeken. Daardoor kunnen zorginstellingen en zorgverleners zich volledig richten op het behandelen van patiënten.

Als de IGJ wel een bezoek aan een zorginstelling wil brengen, kondigt zij dit (indien mogelijk) één dag van te voren aan. Mocht de zorginstelling, vanwege het coronavirus, niet optimaal kunnen meewerken aan een bezoek van de inspectie, dan kan zij dit aangeven. Het bezoek van de inspectie kan dan bijvoorbeeld in een andere vorm worden gehouden.

Terug naar inhoudsopgave

Weigering zorgverlener behandelen coronapatiënt


Kan een zorgverlener ter voorkoming van besmetting weigeren een patiënt met corona te behandelen? 

Een zorgverlener kan een eenmaal tot stand gekomen behandelovereenkomst niet zo maar beëindigen en de behandeling stopzetten. Dit kan alleen bij ‘gewichtige redenen’ (artikel 7:460 BW).

Als ‘gewichtige reden’ is erkend onder meer de situatie dat een hulpverlener zichzelf door behandeling van een patiënt in gevaar brengt. Er zal dan een afweging moeten worden gemaakt tussen de mate waarin de hulpverlener beschermingsmaatregelen kan treffen en de mogelijk acute levensbedreigende situatie als die maatregelen niet kunnen worden getroffen. Een professionele hulpverlener zal niet snel onder zijn behandelplicht uit komen. Wanneer nog geen sprake is van een behandelovereenkomst zal een zorgverlener een patiënt in geval van acute nood verplicht zijn te helpen, maar ook dan zonder zichzelf en anderen in acuut levensgevaar te brengen. Mocht een zorgverlener voor deze route kiest, dan is het raadzaam de beweegredenen voor zover mogelijk met de patiënt te bespreken en schriftelijk vast te leggen.

Zie voor een en ander ook de KNMG-richtlijn niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst

Terug naar inhoudsopgave

 

Noodinzet niet-praktiserende artsen of BIG-geregistreerden


Mogen zorgaanbieders coassistenten of niet-praktiserend artsen, niet BIG-geregistreerden worden ingezet in geval van hoge nood, zoals nu?

De KNMG heeft zorgaanbieders geadviseerd om bij nood soepeler om te gaan met de regels uit de Wet BIG. Het advies wordt onderschreven door de IGJ. Op 18 maart 2020 heeft de minister voor Medische Zorg en Sport het mogelijk gemaakt dat voormalig BIG-geregistreerde verpleegkundigen en artsen kunnen helpen ten tijde van het coronavirus.

Volgens de KNMG is door het coronavirus sprake van een noodsituatie waardoor overmacht kan ontstaan door groot tekort aan personeel, terwijl de hulp dringend nodig is. Niet-praktiserende artsen of coassistenten mogen helpen, maar zij handelen niet zelfstandig, maar in opdracht van zelfstandig bevoegde zorgverleners.

Deze mogelijkheid bestaat voor verpleegkundigen en artsen van wie de BIG-registratie is verlopen na 1 januari 2018, maar die nog wel voldoende vaardig zijn. Zij hoeven zich niet (tijdelijk) opnieuw in te schrijven in het BIG-register. Op grond van de huidige uitzondering kunnen deze verpleegkundigen en artsen zelfstandig zorg verlenen. Daarnaast wordt de herregistratie voor alle zogeheten artikel 3 BIG-beroepsbeoefenaren tot nader order opgeschort.

Terug naar inhoudsopgave

 

Vrijwilligers

Vrijwilligheid is enkel aan de orde als geen sprake is van loon en/of persoonlijke arbeid en/of gezag. In deze crisistijd bieden veel mensen zich als vrijwilliger aan. Dat is mooi en kan zeer goed van pas komen. De meeste arbeidsrechtelijke regels die op werknemers in loondienst van toepassing zijn, zijn niet op vrijwilligers van toepassing. Toch gelden wel een aantal regels. De belangrijkste vindt u hieronder:

      • De zorgplicht (ex artikel 7:658 BW) voor vrijwilligers is over het algemeen gelijk aan de zorgplicht voor werknemers in loondienst. Voldoet u niet aan die zorgplicht waardoor een vrijwilliger schade lijdt, dan bent u voor die schade aansprakelijk.
      • Brengt een vrijwilliger in de uitoefening van zijn/haar taken schade toe aan derden, dan kunt u in voorkomende gevallen ook aansprakelijk zijn.
      • U dient ervoor zorg te dragen dat de vrijwilligers die door u worden ingezet, indien vereist, beschikken over de juiste kwalificaties.
      • Kijkt u goed naar uw verzekeringen; bieden die ook dekking indien het een kwestie met een vrijwilliger betreft? En in hoeverre is de vrijwilliger zelf verzekerd/dient u aanvullende verzekeringen af te sluiten?
      • Vrijwilligers zijn van de meeste bepalingen van de Arbeidsomstandighedenwet uitgesloten. Sommige bepalingen zijn echter wel op vrijwilligers van toepassing, zie hiervoor artikel 9.5a van het arbeidsomstandighedenbesluit.
      • De gelijkebehandelingswetgeving is ook op vrijwilligers van toepassing.
      • Worden bij de uitvoering van de werkzaamheden zaken gebruikt die u (gratis) van derden ter beschikking heeft gekregen? Dan rust op u de verplichting u ervan te vergewissen dat die zaken in goede staat en niet onveilig zijn. Wordt schade veroorzaakt door het gebruik van voornoemde zaken dan bent u in beginsel aansprakelijk.

Het zou natuurlijk kunnen dat een rechter in deze crisistijd soepeler omgaat met bovenstaande regels maar dat valt nu nog niet te zeggen.

Dan nog drie tips:

      • Kijkt u, voor zover van toepassing, in uw CAO. Daarin kunnen aanvullende regels met betrekking tot vrijwilligers staan.
      • Personen die een uitkering van het UWV ontvangen, dienen vrijwilligerswerk bij het UWV te melden. U kunt de vrijwilligers hiervan op de hoogte brengen.
      • In sommige gevallen is het mogelijk een gratis Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) aan te vragen. Zie voor de aanvraag deze website.

Terug naar inhoudsopgave

Vergoeding extra kosten zorgaanbieders

Worden extra kosten van zorgaanbieders in het kader van de Coronacrisis vergoed?

Zorgaanbieders in de langdurige zorg die extra kosten maken door de uitbraak van het coronavirus, kunnen deze kosten vergoed krijgen. Dit blijkt uit een nieuwsbericht van de NZa. De NZa maakt daarvoor een regeling die te vergelijken is met de al bestaande Bijzonder resistente micro-organismen (BRMO-)regel. De NZa streeft ernaar de regeling uiterlijk 1 juli a.s. te publiceren. Volgens het nieuwsbericht kunnen zorgaanbieders hier ook achteraf een beroep op doen. Extra kosten kunnen bijvoorbeeld ontstaan door het isoleren en verplegen van besmette mensen dan wel het inzetten van extra personeel.

Daarnaast heeft Zorgverzekeraars Nederland op 17 maart jl. maatregelen gepubliceerd voor aanbieders van de basisinfrastructuur zorg en zorg voor kwetsbare mensen. Dit om te voorkomen dat zij worden belast met onnodige financiële onzekerheid en bureaucratie.

Zie voor meer informatie hierover de website van de NZa.

Terug naar inhoudsopgave

 

Inzet alternatieve medische hulpmiddelen

Kunnen zorgaanbieders alternatieve medische hulpmiddelen inzetten, als door de uitbraak van het coronavirus sprake is van tekorten?

Indien reguliere medische hulpmiddelen niet meer voorhanden zijn door tekorten, kan het noodzakelijk zijn om af te wijken van de geldende richtlijnen, om toch te voldoen aan de verplichting om zorg te verlenen.

IGJ vermeldt op haar website dat het de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder is om in dat geval zelf of binnen de beroepsgroep een zorgvuldige en verantwoorde afweging te maken tussen de verschillende risico’s die het gebruik van een alternatief hulpmiddel met zich meebrengt, en de verantwoordelijkheid om zorg te verlenen.

Reguliere medische hulpmiddelen beschikken over een CE-markering, volgens welke de juiste kwaliteitswaarborgen voor de beoogde toepassing gelden. Bij producten zonder CE-markering of voor een andere toepassing is dit niet beoordeeld. IGJ benadrukt wel het belang voor zorgaanbieders om zich achteraf te kunnen verantwoorden. Overwegingen en beslissingen dienen (zoals steeds) navolgbaar vast te worden gelegd.

Zie voor meer informatie ook de informatie over Vorderingswet en de Distributiewet.

Terug naar inhoudsopgave

 

Palliatieve zorg

Voor advies en vragen over palliatieve zorg tijdens de corona-uitbraak, zie: https://www.palliaweb.nl/covid19, voor een antwoord op de meeste vragen in de palliatieve zorg.

Terug naar inhoudsopgave

 

Sluiting verpleeghuizen voor bezoek

Voor meer informatie over de sluiting van de verpleeghuizen en andere zorgvormen voor bezoek, zie de Kamerbrief over deze sluiting.

Terug naar inhoudsopgave

 

Voor hospice zorg

Voor meer informatie over de manier waarop er binnen de hospice zorg wordt omgegaan met het coronavirus, zie Palliaweb.

Terug naar inhoudsopgave

 

Wet publieke gezondheid

Geïnteresseerd in de Wet publieke gezondheid. Lees hier in dit document er meer over.

Terug naar inhoudsopgave

 

Personele zaken

Zie voor meer informatie over personele zaken, de informatie in dit document voor werkgevers en werknemers.

Terug naar inhoudsopgave

 

Maatregelen voor zorgaanbieders in de Wmo en de jeugdzorg

Op 5 april 2020 hebben de zorgverzekeraars de verschillende brancheverenigingen in de zorg een brief verstuurd, waarin de financiële steunmaatregelen voor verschillende zorgaanbieders worden benoemd.

Zie voor meer informatie ook het nieuwsbericht van Zorgverzekeraars Nederland.

Terug naar inhoudsopgave

 

Voor culturele instellingen

Voor culturele instellingen, zoals musea, poppodia, theaters etc., heeft de coronacrisis natuurlijk enorme gevolgen. Het ministerie van OCW heeft overleg gevoerd met de culturele sector (vertegenwoordigd door Kunsten ’92), gemeenten, provincies, cultuurfondsen en private fondsen over de gevolgen en te treffen maatregelen. Dit heeft geresulteerd in een brief van 27 maart 2020 van de minister van OCW aan de Tweede Kamer waarin verschillende genomen maatregelen zijn toegelicht.

Het gaat over de volgende onderwerpen:

Aansluiten op generieke, financiële maatregelen

De financiële maatregelen voor banen en economie die het kabinet op dinsdag 17 maart jl. heeft gepubliceerd kunnen ook in de culturele en creatieve sector worden ingezet. Bedrijven en mensen die werkzaam zijn in de culturele sector kunnen gebruik maken van de algemene steunmaatregelen die het kabinet heeft genomen.

De meest relevante zijn:

Daarmee worden banen behouden, worden zzp’ers en kleine ondernemingen ondersteund en worden lasten verlaagd. Een aantal maatregelen wordt snel nader uitgewerkt.  De TOGS bestaat uit een gift van € 4.000,- voor kleine bedrijven die direct worden getroffen door de coronacrisis. Uit de culturele sector gaat het om bedrijven met de volgende activiteiten: bioscopen, organiseren van congressen en beurzen, dansscholen, kunstzinnige vorming van amateurs (geen dansscholen), beoefening van podiumkunst, producenten van podiumkunsten, circus en variété, dienstverlening voor uitvoerende kunst, theaters en schouwburgen, musea en kunstgalerieën en – expositieruimten.

Terug naar inhoudsopgave

 

Treffen van coulancemaatregelen

Musea die hun panden huren van het Rijksvastgoedbedrijf kunnen een opschorting van de huur van drie maanden krijgen.

Ministerie van OCW treft maatregelen voor instellingen die subsidie ontvangen vanuit de culturele basisinfrastructuur (BIS) en voor instellingen die meerjarige of projectsubsidies ontvangen van de zes Rijkscultuurfondsen. Deze zijn op 20 maart 2020 gepubliceerd op de website van het ministerie van OCW. Het gaat dan bijvoorbeeld om het niet terugvorderen van subsidie bij tegenvallende prestaties vanwege deze crisis. In de een brief van 27 maart 2020 schrijft de minister van OCW ook dat het mogelijk wordt dat instellingen in de basisinfrastructuur al de beschikking krijgen over hun subsidie voor het derde kwartaal van 2020, zodat zij verplichtingen aan freelancers en zzp’ers na kunnen komen.

Gemeenten inventariseren wat de behoefte is bij de door hen gesubsidieerde instellingen om de bevoorschotting te wijzigen. De zes rijkscultuurfondsen nemen alle coulancemaatregelen van het Rijk over. De vier grote private cultuurfondsen, te weten Prins Bernhard Cultuurfonds, VSBfonds, Fonds 21 en de VandenEndeFoundation onderschrijven de strekking van de maatregelen en bekijken of het mogelijk is die in de eigen praktijk te hanteren.

Terug naar inhoudsopgave