Véza Vos - 06-05-2019

Mogelijke verruiming inzagerecht in medisch dossier door nabestaanden

In mijn eerdere artikel "Het medisch beroepsgeheim na overlijden van een patiënt" informeerde ik u over een wetsvoorstel waarin het inzagerecht voor nabestaanden wettelijk wordt vastgelegd. Op 23 april 2019 heeft de Tweede Kamer met het wetsvoorstel ingestemd, maar daaraan voorafgaand zijn er nog wel enkele wijzigingen doorgevoerd. Het is dan ook tijd voor een update.

Op grond van het wetsvoorstel wordt het voor nabestaanden mogelijk om na het overlijden van een patiënt inzage te vragen in het medisch dossier. Het betreft de gevallen waarin:

  • de overleden patiënt bij leven schriftelijk of elektronisch toestemming heeft gegeven voor inzage na overlijden;
  • de nabestaande op grond van de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een mededeling van een zorgaanbieder heeft ontvangen van een calamiteit of van geweld in de zorgrelatie, of;
  • de nabestaande een zwaarwegend belang heeft bij inzage, er voldoende concrete aanwijzingen zijn dat dit belang wordt geschaad en inzage noodzakelijk is voor de behartiging van dit zwaarwegend belang.

Wat is een zwaarwegend belang?

De eerste twee gevallen (toestemming en mededeling van een calamiteit c.q. geweld) zullen in de praktijk misschien niet zo snel tot discussie leiden. Dat is anders voor het zwaarwegend belang omdat niet altijd duidelijk zal zijn wat wel en wat niet als zwaarwegend belang heeft te gelden. In de toelichting bij het wetsvoorstel wordt een aantal, op de jurisprudentie gebaseerde, voorbeelden gegeven. Zo kan een nabestaande een zwaarwegend belang bij inzage hebben:

  1. op het moment dat twijfel bestaat over de wilsbekwaamheid van de (inmiddels overleden) patiënt ten tijde van het opmaken van zijn/haar testament;
  2. bij een vermoeden dat sprake is van een medische fout, of
  3. op het moment dat er tegen een vertegenwoordiger een gerechtelijke procedure aanhangig is gemaakt en hij/zij inzage in het dossier nodig heeft om aan te tonen dat hij/zij de zorg van een goed vertegenwoordiger heeft betracht.

Discussie over zwaarwegend belang

Toch zal er meer dan eens discussie ontstaan over de vraag of al dan niet sprake is van een zwaarwegend belang. In de praktijk blijkt dat een inzageverzoek bij twijfel vaak wordt afgewezen. De nabestaanden zullen dan een procedure moeten starten om alsnog inzage te verkrijgen. Met het wetsvoorstel zal dat niet altijd meer hoeven. In het voorstel staat namelijk dat een hulpverlener, die het inzageverzoek van een nabestaande afwijst, inzage of afschrift moet verstrekken aan een door de nabestaande aangewezen onafhankelijke arts. Die arts krijgt inzage in de relevante delen van het medisch dossier, waarna hij/zij beoordeelt of de weigering al dan niet gerechtvaardigd is. Is dat het geval, dan dient de hulpverlener alsnog inzage of afschrift te verstrekken aan de nabestaande. Op het moment dat de weigering niet gerechtvaardigd is, dan kan de nabestaande alsnog een juridische procedure aanhangig maken.

Inzagerecht medisch dossier minderjarigen

In het wetsvoorstel wordt verder nog ingegaan op het inzagerecht van nabestaanden van minderjarige kinderen. Dat inzagerecht is ruimer dan hiervoor uiteen gezet. Voor de ouders en voogden van minderjarigen tot en met vijftien jaar geldt een algemeen recht op inzage tenzij dit in strijd is met goed hulpverlenerschap. Wel hebben minderjarigen tussen de twaalf en vijftien jaar de mogelijkheid om bij leven bezwaar te maken tegen inzage van hun ouders/voogd.