Woonschepen, na de Wet verduidelijking voorschriften woonschepen



Een bestemmingsplan voor een bestaand bedrijventerrein in Eindhoven vormde inzet van een uitspraak van de Afdeling van 26 februari 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:621). Partijen met uiteenlopende gevestigde belangen in het gebied kwamen daartegen op. M.n. de overwegingen over de Wet verduidelijking voorschriften woonschepen trekken de aandacht.

De bedoeling van het plan is om een bestaand bedrijventerrein op te schudden en ontwikkelingen in te dammen die gebruik van het gebied voor zwaardere industrie belemmeren. Die ontwikkelingen zijn tweeërlei: er zijn kantoren, detailhandel en horecafuncties het gebied binnen geslopen. En er zijn woonschepen komen te liggen.

De pogingen van de raad om de ontwikkeling van nieuwe kantoren, detailhandel en horecafuncties te stuiten, is geen onverdeeld succes. Dat komt voornamelijk doordat het plan op onderdelen nogal onnauwkeurig is geformuleerd: de Afdeling stelt een aantal malen vast dat de raad ter zitting een bedoeling heeft aangegeven, die niet goed in de voorschriften is verwoord. Verder speelt een rol dat voor de wel toegestane detailhandelsruimten de raad een brancheringsregeling heeft opgesteld, zonder rekening te houden met de voorwaarden die de Dienstenrichtlijn stelt voor beperkingen aan de vrijheid van vestiging (non-discriminatoir, noodzakelijk en evenredig).

Voor wat betreft de woonschepen is de uitspraak interessanter. De woonschepen waren in het voorheen geldende plan uit 1988 niet voorzien. Het nieuwe plan was vastgesteld in 2017 en in werking getreden in 2018. Tussendoor was – op 1 januari 2018 – de Wet verduidelijking voorschriften woonboten (Wvvw) in werking getreden (Staatsblad 2017, 32). Die wet bracht voor deze woonschepen mee dat zij “in de prijzen” vielen in de zin dat zij werden gelijkgesteld met een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in de artikelen 2.1, eerste lid, onderdelen a, c of d Wabo is verleend.

De raad had in het nieuwe plan deze woonschepen onder persoonsgebonden overgangsrecht gebracht, daarbij overwegende dat in de bestaande situatie het gebruik van het water ten behoeve van ligplaatsen voor woonschepen planologisch gezien illegaal was. Dat was zo ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan in wat de laatste raadsvergadering van 2017 zal zijn geweest, maar als gevolg van de inwerkingtreding van de Wvvw was dat niet langer het geval ten tijde van de inwerkingtreding ervan. De Afdeling oordeelt dat de raad daarop had moeten anticiperen en daarom als uitgangspunt had moeten nemen dat de woonschepen legaal aanwezig waren.

De raad had vervolgens subsidiair betoogd dat ook uitgaande van een bestaande, legale situatie er aanleiding was om de woonschepen onder het overgangsrecht te brengen, omdat toekenning van een woonbestemming zich niet verdraagt met het bedrijventerrein en de aard van de aanwezige en toegestane bedrijvigheid. De Afdeling maakt echter duidelijk dat de verkregen status van de woonschepen hoge eisen stelt aan de motivering voor een dergelijke keuze:

Zoals de raad op zichzelf terecht stelt, doet de Wvvw niet af aan de afweging die hij moet maken in het kader van een goede ruimtelijke ordening bij de vaststelling van een bestemmingsplan. De raad is er in zijn afweging om persoonsgebonden overgangsrecht toe te kennen vanuit gegaan dat het gebruik ten behoeve van ligplaatsen voor woonschepen planologisch gezien illegaal was. Met de inwerkingtreding van de Wvvw werd dat gebruik echter gelijkgesteld met vergund gebruik, waarmee ook de eventuele strijdigheid van dat gebruik met het bestemmingsplan “De Hurk” uit 1988 kwam te vervallen. Gelet hierop had de raad moeten afwegen of toekenning van persoonsgebonden overgangsrecht gezien deze gelijkstelling wel aanvaardbaar is te achten.”

De afweging tussen de belangen van woonschipbewoners en het belang bij het gebruik van het terrein valt dus niet zomaar uit in het nadeel van de bewoners. Bovendien vergt de Afdeling daarvoor veel specifieker onderzoek van de af te wegen belangen, zo leert de uitspraak:

Bovendien is niet gebleken van een concreet, op het woon- en leefklimaat van de woonschipbewoners toegespitst onderzoek waaruit voortvloeit dat het ruimtelijk gezien in verband met de in het plan voorziene (middel)zware bedrijvigheid noodzakelijk is dat het gebruik ten behoeve van ligplaatsen voor woonschepen op termijn beëindigd wordt en dat een planologische regeling in de vorm van persoonsgebonden overgangsrecht het meest passend is. Hoewel de Afdeling het niet uitgesloten acht dat de stelling van de raad dat sprake is van een ruimtelijk ongewenste situatie als er wordt gewoond op een (middel)zwaar bedrijventerrein in de directe omgeving van bedrijven in hogere milieucategorieën op gaat, had het in een geval als dit in de rede gelegen om daaraan een met concreet en daarop toegespitst onderzoek onderbouwde motivering ten grondslag te leggen. De raad had de specifieke situatie van de woonschipbewoners en hun woon- en leefklimaat ter plaatse moeten onderzoeken en moeten bezien of aldaar sprake is van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. De raad kon niet volstaan met te verwijzen naar algemene onderzoeken die ten behoeve van het plan zijn uitgevoerd, maar waarin geen aandacht wordt besteed aan de specifieke situatie van de woonschipbewoners.”

Het plandeel “water” wordt daarom vernietigd. Aardig is ook nog dat ook de bestemmingsregeling van de walkant – altijd een ondergeschoven kindje – aan bod kwam. Die stond gebruik als tuin ten behoeve van een woonschepen eveneens slechts toe bij wege van persoonsgebonden overgangsrecht. Die regeling wordt vernietigd vanwege de samenhang met het lot van de woonschepen zelf. Die samenhang bestaat daaruit, dat het de woonschipbewoners zijn die de gronden langs het water gebruiken. De regeling die aan het gebruik ten behoeve van ligplaatsen voor woonschepen wordt toegekend zal vermoedelijk daarom bepalen welke regeling de raad voor het gebruik van de naastgelegen gronden voor tuin wil opnemen, aldus de Afdeling.

Deze bijdrage is ook gepubliceerd in de Nieuwsbrief Omgevingsrecht van SDU

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jan Coen Binnerts (tel. 023-5530246), binnerts@potjonker.nl of een van de andere advocaten van de sectie Bestuurs- en Overheidsrecht van Pot Jonker Advocaten

Vond u deze blog interessant en wilt u op de hoogte blijven? Schrijft u zich dan in voor onze nieuwsbrief.




Actueel / blog

Vergunningverlening via stikstofregistratiesysteem voor woningbouwprojecten

Vanaf 24 maart 2020 is het stikstofregistratiesysteem in werking getreden, uitgewerkt in de Regeling spoedaanpak stikstof bouw en infrastructuur (hierna: ‘de Regeling’). Het betreft een wijziging van de Regeling natuurbescherming. In het register worden voor elk Natura 2000- gebied de effecten bijgehouden van de maatregelen ter reductie van de stikstofdepositie (bronmaatregelen). Daarmee kan worden bepaald hoeveel  ❯


Webinar NOW – 14 april 2020 om 15:00 uur

Werkgevers kunnen op grond van de NOW-regeling een tegemoetkoming in de loonkosten ontvangen als sprake is van tenminste 20% omzetverlies. Maar hoe berekent u dat op de juiste manier? Wanneer kan een concern aanspraak maken op de regeling en waar dient u dan rekening mee te houden? Welke verplichtingen gelden er op grond van de  ❯


Invoering Omgevingswet opnieuw uitgesteld

De nieuwe Omgevingswet, de wet die de regels voor ruimtelijke ontwikkeling moet vereenvoudigen en samenvoegen, die op 1 januari 2021 in werking zou treden is opnieuw uitgesteld. De nieuwe datum van de inwerkingtreding is nog niet bekend. In de wandelgangen gingen de geruchten al langer rond: de verwachte invoering van de Omgevingswet, op 1 januari  ❯


Nieuwe woningbouwontwikkelingen: ruimte en beperkingen voor bedrijven

Nederland is maar een klein landje waarin veel gebeurt, en daarom wordt er gewoekerd met ruimte. De gemeenteraad moet bij het vaststellen van bestemmingsplannen waarin nieuwe ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt, steeds uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening zich ervan bewust zijn dat verschillende ruimtelijke functies elkaar flink in de weg kunnen zitten. De raad  ❯


Inzet vrijwilligers in Coronacrisis

In deze crisistijd bieden veel mensen zich als vrijwilliger aan. Denk aan een vrijwilliger die ondersteuning biedt in het ziekenhuis, die software bouwt voor een digitale bingovariant voor een zorginstelling of die een rozenkweker helpt met het oogsten. Dat is mooi en kan zeer goed van pas komen. Maar welke arbeidsrechtelijke regels zijn hierop van  ❯


Welkom – Laurien Mulder gestart als advocaat bestuursrecht

Laurien Mulder is recentelijk gestart als advocaat binnen onze sectie bestuursrecht. Na waardevolle werkervaring te hebben opgedaan onder andere als jurist bij Arcadis heeft ze begin januari de beroepsopleiding vervolgd. Als Starter van de Week in Mr. Laurien licht in de rubriek Starter van de Week haar keuze voor Pot Jonker Advocaten toe: ‘Kennisdeling zit hier echt  ❯

Pot Jonker Advocaten
Pot Jonker Advocaten
26 maart 2020

Steunmaatregelen gemeente Haarlem

Ter aanvulling op de steunmaatregelen van het kabinet (zie hierover https://www.potjonker.nl/coronarecht/)) worden ook op gemeenteniveau maatregelen genomen om lokale ondernemers bij te staan. De gemeente Haarlem heeft de volgende steunmaatregelen getroffen: betaling van gemeentelijke belastingen voor ondernemers, zoals de onroerendezaakbelasting (OZB), toeristenbelasting, reclamebelasting, precariobelasting en bijdrage BedrijfsInvesteringsZone (BIZ), wordt uitgesteld tot tenminste 1 juli; voor  ❯


Coronarecht – Vragen & antwoorden gebundeld

Helder juridisch advies is belangrijk ten tijde van deze coronacrisis. Daarom hebben wij de meest voorkomende vragen & antwoorden gebundeld op onze websitepagina over Coronarecht. -Vragen?- Mogelijk heeft u na het lezen van deze informatie, of daarvoor al, vragen. Neem hierover dan gerust contact op met uw vaste contactpersoon binnen Pot Jonker Advocaten. Of met  ❯

Pot Jonker Advocaten
Pot Jonker Advocaten
20 maart 2020

Afdeling: nog even geen leven in de Texelse bierbrouwerij

De kwestie waaraan deze bijdrage is gewijd, is de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) van 15 januari 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:66). Centraal staat het bestemmingsplan “Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein” van de raad van Texel, dat voorziet in een nieuwe locatie voor de Texelse Bierbrouwerij die wil uitbreiden. In de uitspraak komen  ❯


Woonschepen, na de Wet verduidelijking voorschriften woonschepen

Een bestemmingsplan voor een bestaand bedrijventerrein in Eindhoven vormde inzet van een uitspraak van de Afdeling van 26 februari 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:621). Partijen met uiteenlopende gevestigde belangen in het gebied kwamen daartegen op. M.n. de overwegingen over de Wet verduidelijking voorschriften woonschepen trekken de aandacht. De bedoeling van het plan is om een bestaand bedrijventerrein op  ❯