Ontslag bestuurder ernstig verwijtbaar; billijke vergoeding van € 100.000,- toegewezen



Over het ontslag van een werknemer die tevens bestuurder is, wordt wel eens lichtvaardig gedacht. Dat een rechtsgeldig ontslag van een bestuurder automatisch het einde van de arbeidsrelatie met zich brengt, staat (tenzij partijen anders afspreken) sinds de “15 april-arresten” vast. Maar dat dit niet betekent dat een werkgever geen acht hoeft te slaan op de arbeidsrechtelijke ontslagregels, blijkt uit onderstaande uitspraak.

Werknemer is op 1 september 2016 in dienst getreden in de functie van Managing Director en is vanaf dat moment tevens aangesteld bestuurder van werkgever. Een aantal maanden na indiensttreding ontvangt werknemer een uitnodiging voor een Buitengewone vergadering van aandeelhouders (hierna: Bava), waarin zijn voorgenomen ontslag is geagendeerd. Dit voornemen wordt onder andere onderbouwd met het verwijt dat werknemer geen deel wil uitmaken van het managementteam en dat hij niet in staat is zijn managementtaken behoorlijk uit te voeren. Tijdens de Bava is het voorgenomen ontslag besproken, waarna is besloten de relatie met werknemer per 1 februari 2017 te beëindigen.

Werknemer is het hier niet mee eens en start een procedure bij de rechtbank. Hij bepleit dat zijn werkgever geen redelijke grond voor ontslag heeft waardoor er is opgezegd in strijd met artikel 7:669 BW. Een ‘normale’ werknemer kan in een dergelijke procedure om wedertewerkstelling of een billijke vergoeding verzoeken maar een werknemer die tevens bestuurder is, kan enkel het laatste vragen. Werknemer verzoekt de kantonrechter dus om zijn werkgever te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding.

De kantonrechter overweegt dat werkgever inderdaad in strijd met artikel 7:669 BW heeft opgezegd en dat werkgever geen redelijke grond voor de opzegging had. Werkgever stelt dat sprake is van een verschil van inzicht over de manier waarop werknemer de functie van bestuurder dient in te vullen (de h-grond) maar de kantonrechter gaat daar niet in mee. Een verschil van inzicht impliceert namelijk dat partijen op de hoogte zijn van elkaars inzichten, maar dat is in deze zaak niet aan de orde. Werkgever heeft het gestelde verschil van inzicht voorafgaand aan het ontslagbesluit nimmer met werknemer besproken, noch is aan werknemer kenbaar gemaakt dat er onvrede is over de wijze waarop werknemer zijn functie vervult. De rechter meent dat pas sprake kan zijn van een verschil van inzicht indien werkgever heeft aangegeven wat werknemer moet veranderen en werknemer zich daaraan niet wenst te conformeren. In deze zaak is aan werknemer geen enkele kans tot verbetering gegeven waardoor van een redelijke grond voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst geen sprake kan zijn. Door toch op te zeggen, heeft werkgever ernstig verwijtbaar gehandeld zodat hij een billijke vergoeding verschuldigd is. Bij de berekening van de hoogte van die vergoeding houdt de kantonrechter onder andere rekening met de laakbare wijze waarop werkgever heeft gehandeld en de imago- en  inkomensschade van werknemer. De kantonrechter veroordeelt werkgever tot betaling van maar liefst € 100.000,-.

Kortom: ontslag van een bestuurder kan weliswaar ook zonder redelijke grond worden geëffectueerd maar een werkgever moet zich bewust zijn van de (financiële) risico’s die daaraan kleven.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Shira Vrij (tel. 023 553 02 56 of vrij@potjonker.nl) of een van de andere advocaten van de sectie arbeidsrecht.




Actueel / blog

Vacature: advocaat-stagiaire Ondernemings- en Insolventierecht en advocaat-stagiaire Vastgoed

Pot Jonker Advocaten N.V. is een van de grote kantoren in de regio Haarlem. Bij Pot Jonker werken ambitieuze advocaten met liefde voor het vak en een “no nonsense” mentaliteit. De sfeer op kantoor is informeel en collegiaal. Deuren staan open en kennis en ervaringen worden gedeeld. Er wordt veel samengewerkt in secties en praktijkgroepen  ❯

Pot Jonker Advocaten
Pot Jonker Advocaten
16 januari 2019

Wijziging van de ladder voor duurzame verstedelijking, hoeveel treden worden er werkelijk genomen?

De realisatie van een bedrijf zal vaak als nieuwe stedelijke ontwikkeling kwalificeren. In dat geval moet aan de ladder voor duurzame verstedelijking worden voldaan (de Ladder). Kort samengevat onderzoekt het bevoegd gezag (in de praktijk laat het bevoegd gezag dit onderzoeken) bij het aflopen van de Ladder of er wel behoefte is aan het nieuwe  ❯


Annotatie over toezichthoudersaansprakelijkheid

Toezichthoudersaansprakelijkheid: Heeft de toezichthouder in redelijkheid tot zijn beleid met betrekking tot toezicht en controle dan wel tot zijn optreden in een concreet geval kunnen komen, gegeven een ruime mate van beleids- en beoordelingsvrijheid, het aan de orde zijnde risico en de hem bekende omstandigheden? Barkhuysen & Swagemakers, Gst. toezichthoudersaansprakelijkheid


De overheid als contractpartner bij ruimtelijke ontwikkelingen – verzwakt veel beloven het vertrouwen?

In de praktijk komt het regelmatig voor dat de gemeenteraad planologische medewerking onthoudt aan een ruimtelijke ontwikkeling, nadat de ontwikkelaar daarover maanden – soms jaren – overleg heeft gevoerd met de gemeente. De ontwikkelaar ontleende aan dat overleg het vertrouwen dat de gemeenteraad zijn planologische medewerking wel zou verlenen. Soms is dat vertrouwen zelfs gebaseerd  ❯


Het relativiteitsvereiste bezien vanuit vier groepen belanghebbenden

Sinds 1 januari 2013 kent ook het algemene bestuursrecht de relativiteitseis (art. 8:69a Awb), nadat deze al eerder in de Crisis- en herstelwet was opgenomen. In deze bijdrage wordt aan de hand van een aantal recente Afdelingsuitspraken bezien welke consequenties dit nieuwe wetsartikel voor de rechtspraktijk heeft. Duidelijk is dat de beperking van het beroepsrecht  ❯


Verwijtbare werkloosheid: ontslagreden boven ontslagroute

Wellicht is het u in de eindejaarshectiek ontgaan, maar de Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft eind 2018 een noemenswaardige uitspraak gedaan die ik u niet wil onthouden. Er is namelijk een nieuw toetsingskader ontwikkeld voor het beoordelen van de vraag of een werknemer verwijtbaar werkloos is geworden in de zin van (artikel 24 van)  ❯


Parkeren en ruimtelijke ordening; een lastige combinatie

Parkeerbehoefte en een goede ruimtelijke ordening: een combinatie die tot veel reuring, vragen en dus ook jurisprudentie leidt.  In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 januari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:9) wordt weer eens duidelijk uiteen gezet hoe getoetst moet worden of een project voldoende parkeergelegenheid biedt om in de parkeerbehoefte  ❯


Veranderingen in arbeidsrechtland in 2019

Monetta Driessen heeft al een interessante blog geschreven over de verwachte trends en ontwikkelingen in HRM land. In aanvulling op die blog een aantal arbeidsrechtelijke weetjes: Voor kleine werkgevers wordt het makkelijker om in aanmerking te komen voor de overbruggingsregeling. Er hoeft niet langer in elk van de drie boekjaren voor aanvang van een ontslagprocedure  ❯


Een antennemast in your backyard?

Op 5 december 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3979) deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) uitspraak in de zaak waarin het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wassenaar aan KPN een omgevingsvergunning had verleend voor het bouwen van een antennemast voor het mobiele netwerk. In de zaak komt aan de orde op welke  ❯


Staatssteun en grondverwerving: een wespennest

Wie het onderste uit de kan wil, krijgt het lid op de neus. Dit gezegde dringt zich op na lezing van het arrest  van het hof Arnhem Leeuwarden d. d. 6 november 2018 in een zaak tussen de gemeente Harlingen en het bedrijf Spaansen, die al eerder tot veel publiciteit leidde. Teruggebracht tot de essentie  ❯