Heineken/Albron (overgang van onderneming) anno 2018/2019



In de Heineken/Albron zaak is uitgemaakt dat werknemers die niet op de payroll stonden van de onderneming die overging, maar daarvoor wel permanent werkzaam waren, moesten worden toegerekend aan die onderneming en dus mee overgingen. En dat dan op grond van een soort materieel werkgeverschap. De consequentie hiervan was dat binnen grotere concerns, zoals Heineken, waarin gewerkt werd met personeelsvennootschappen, niet ontkomen kon worden aan de werking van de regels over overgang van onderneming, als de betreffende personeelsleden waren toe te rekenen aan de bedrijfsactiviteiten die overgingen. Na deze spraakmakende uitspraak bleef het heel stil, maar recent heeft de rechtbank Midden-Nederland zich weer eens over een zaak mogen buigen, waarin dit punt aan de orde kwam (ECLI:NL:RBMNE:2018:5407). Wat speelde er en wat was de uitkomst?

De gemeente X werkte met sociale wijkteams die ondersteuning boden op het terrein van welzijn, opvoeding en jeugdzorg. Om deze taken uit te voeren had de gemeente zorguren ingekocht bij circa 25 organisaties, die werknemers ter beschikking stelden aan de sociale wijkteams. Per 1 januari 2017 heeft de gemeente de werkzaamheden van de sociale wijkteams ondergebracht in een stichting. Aan de gedetacheerde medewerkers werd gezegd dat geen sprake was van overgang van onderneming. Wel konden zij solliciteren en zouden zij met voorrang worden geplaatst.

Eén van de medewerkers doet dat en wordt aangenomen. Hij aanvaardt de arbeidsovereenkomst onder protest, omdat hij eigenlijk vindt dat hij op grond van overgang van onderneming in dienst is gekomen bij de stichting. Hij vraagt de rechter te bepalen dat sprake is van overgang van onderneming en dat hij daarom het recht heeft behouden om 38 uur per week te mogen werken (het aanbod gold voor een werkweek van 36 uur) terwijl hij ook zijn oude loon claimde.

De kantonrechter moet dus toetsen of sprake is van overgang van onderneming, maar stelt zich eerst de vraag of wel sprake is van een permanente detachering in de zin van de Heineken/Albron doctrine. Immers: als dat niet het geval is en de medewerker niet kan worden toegerekend aan de in de stichting ondergebrachte sociale wijkteams, gaat hij sowieso niet van rechtswege over en doet de vraag of sprake is van overgang van onderneming niet meer ter zake.

De kantonrechter oordeelt vervolgens dat geen sprake is van een permanente tewerkstelling zoals bedoeld in de Heineken/Albron zaak. De kantonrechter vindt dat de detachering bij de sociale wijkteams niet structureel en langdurig van aard was. De medewerkers werden wel door de gemeente aangestuurd en dienden hun werk ook conform de visie en het beleid van de gemeente uit te voeren, maar de kantonrechter vindt bepalend dat, als de detachering (om een andere reden) zou zijn geëindigd, de medewerker weer bij zijn eigen werkgever had kunnen aankloppen om aan het werk te gaan. Ook noemt de kantonrechter dat de detachering pas een jaar duurde terwijl de medewerker daarvoor lange tijd in (“echte”) dienst van zijn werkgever aan de slag was geweest. Daarom worden zijn verzoeken afgewezen.

Wat vindt u van deze uitspraak? Dat de medewerker voor zijn detachering langdurig voor zijn werkgever had gewerkt, lijkt mij een minder relevante omstandigheid. Binnen een concern zullen medewerkers ook vaak in dienst zijn (geweest) bij verschillende onderdelen. Meer van belang lijkt mij de vraag naar de duur van de detachering op het moment van de overgang en vooral of de bedoeling van de detachering was dat die permanent zou zijn. Met de kantonrechter meen ik dat relevant is dat, als de detacheringovereenkomst door één van partijen opgezegd was geweest voordat de overgang van onderneming speelde, niemand zou hebben betwist dat de medewerker weer een tewerkstelling bij zijn (formele) werkgever had kunnen claimen. En de situatie van Heineken/Albron was in zoverre anders dat de personeelsvennootschap geen eigen activiteiten (anders dan het zijn van een personeelsvennootschap) ontplooide.

Vond u deze blog interessant en wilt u op de hoogte blijven? Schrijft u zich dan in voor onze nieuwsbrief .

En heeft u nog vragen? Neem gerust contact met mij op: Muriel Middeldorp (tel: 023 – 5530235 / middeldorp@potjonker.nl).

Deze blog is is ook te vinden op de website van HRbase, www.hrbase.nl, het grootste netwerk voor HR-professionals in Nederland.




Actueel / blog

Vacature: advocaat-stagiaire Ondernemings- en Insolventierecht en advocaat-stagiaire Vastgoed

Pot Jonker Advocaten N.V. is een van de grote kantoren in de regio Haarlem. Bij Pot Jonker werken ambitieuze advocaten met liefde voor het vak en een “no nonsense” mentaliteit. De sfeer op kantoor is informeel en collegiaal. Deuren staan open en kennis en ervaringen worden gedeeld. Er wordt veel samengewerkt in secties en praktijkgroepen  ❯

Pot Jonker Advocaten
Pot Jonker Advocaten
16 januari 2019

Wijziging van de ladder voor duurzame verstedelijking, hoeveel treden worden er werkelijk genomen?

De realisatie van een bedrijf zal vaak als nieuwe stedelijke ontwikkeling kwalificeren. In dat geval moet aan de ladder voor duurzame verstedelijking worden voldaan (de Ladder). Kort samengevat onderzoekt het bevoegd gezag (in de praktijk laat het bevoegd gezag dit onderzoeken) bij het aflopen van de Ladder of er wel behoefte is aan het nieuwe  ❯


Annotatie over toezichthoudersaansprakelijkheid

Toezichthoudersaansprakelijkheid: Heeft de toezichthouder in redelijkheid tot zijn beleid met betrekking tot toezicht en controle dan wel tot zijn optreden in een concreet geval kunnen komen, gegeven een ruime mate van beleids- en beoordelingsvrijheid, het aan de orde zijnde risico en de hem bekende omstandigheden? Barkhuysen & Swagemakers, Gst. toezichthoudersaansprakelijkheid


De overheid als contractpartner bij ruimtelijke ontwikkelingen – verzwakt veel beloven het vertrouwen?

In de praktijk komt het regelmatig voor dat de gemeenteraad planologische medewerking onthoudt aan een ruimtelijke ontwikkeling, nadat de ontwikkelaar daarover maanden – soms jaren – overleg heeft gevoerd met de gemeente. De ontwikkelaar ontleende aan dat overleg het vertrouwen dat de gemeenteraad zijn planologische medewerking wel zou verlenen. Soms is dat vertrouwen zelfs gebaseerd  ❯


Het relativiteitsvereiste bezien vanuit vier groepen belanghebbenden

Sinds 1 januari 2013 kent ook het algemene bestuursrecht de relativiteitseis (art. 8:69a Awb), nadat deze al eerder in de Crisis- en herstelwet was opgenomen. In deze bijdrage wordt aan de hand van een aantal recente Afdelingsuitspraken bezien welke consequenties dit nieuwe wetsartikel voor de rechtspraktijk heeft. Duidelijk is dat de beperking van het beroepsrecht  ❯


Verwijtbare werkloosheid: ontslagreden boven ontslagroute

Wellicht is het u in de eindejaarshectiek ontgaan, maar de Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft eind 2018 een noemenswaardige uitspraak gedaan die ik u niet wil onthouden. Er is namelijk een nieuw toetsingskader ontwikkeld voor het beoordelen van de vraag of een werknemer verwijtbaar werkloos is geworden in de zin van (artikel 24 van)  ❯


Parkeren en ruimtelijke ordening; een lastige combinatie

Parkeerbehoefte en een goede ruimtelijke ordening: een combinatie die tot veel reuring, vragen en dus ook jurisprudentie leidt.  In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 januari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:9) wordt weer eens duidelijk uiteen gezet hoe getoetst moet worden of een project voldoende parkeergelegenheid biedt om in de parkeerbehoefte  ❯


Veranderingen in arbeidsrechtland in 2019

Monetta Driessen heeft al een interessante blog geschreven over de verwachte trends en ontwikkelingen in HRM land. In aanvulling op die blog een aantal arbeidsrechtelijke weetjes: Voor kleine werkgevers wordt het makkelijker om in aanmerking te komen voor de overbruggingsregeling. Er hoeft niet langer in elk van de drie boekjaren voor aanvang van een ontslagprocedure  ❯


Een antennemast in your backyard?

Op 5 december 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3979) deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) uitspraak in de zaak waarin het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wassenaar aan KPN een omgevingsvergunning had verleend voor het bouwen van een antennemast voor het mobiele netwerk. In de zaak komt aan de orde op welke  ❯


Staatssteun en grondverwerving: een wespennest

Wie het onderste uit de kan wil, krijgt het lid op de neus. Dit gezegde dringt zich op na lezing van het arrest  van het hof Arnhem Leeuwarden d. d. 6 november 2018 in een zaak tussen de gemeente Harlingen en het bedrijf Spaansen, die al eerder tot veel publiciteit leidde. Teruggebracht tot de essentie  ❯