Bezorgen voor Deliveroo: als zelfstandige of als werknemer (II)?



Over de samenwerking tussen Deliveroo en haar bezorgers is inmiddels door twee Amsterdamse kantonrechters een drietal uitspraken gedaan. Over de eerste uitspraak schreef ik al eerder een blog met dezelfde titel. Voor de feiten en de rechtsregels verwijs ik naar die eerste blog. Deze blog gaat over de spraakmakende tweede uitspraak van de kantonrechter. Op de derde uitspraak (over het wel/niet van toepassing zijn van de CAO Beroepsgoederenvervoer) kom ik wellicht later nog terug.

De FNV had de dagvaarding in deze zaak al uitgebracht toen de andere kantonrechter in Amsterdam een oordeel gaf over de relatie tussen Deliveroo en bezorger Sytze. De uitspraak van de kantonrechter in de Sytze zaak heeft de FNV er niet van weerhouden om de procedure voort te zetten. En terecht, want de FNV boekte, anders dan Sytze wel succes. Maar Deliveroo heeft al hoger beroep aangekondigd en de kans is groot dat partijen uiteindelijk ook bij de Hoge Raad uitkomen. Dat ons hoogste rechtscollege uiteindelijk zal moeten oordelen is niet gek, nu het blijkbaar mogelijk is dat twee kantonrechters in goed gemotiveerde vonnissen tot tegengestelde conclusies komen.

Behalve vanwege het hoger beroep, is er nog een reden waarom deze uitspraak niet direct implicaties zal/kan hebben. De rechter heeft nu een uitspraak gedaan in de relatie tussen FNV en Deliveroo, maar dat betekent niet dat individuele bezorgers daaraan direct rechten kunnen ontlenen. Als een bezorger op grond van de uitspraken (ook de derde over de CAO) bijvoorbeeld een nabetaling of vakantiedagen claimt, mag Deliveroo zich in dat individuele geval verweren met de stelling dat helemaal geen sprake is van een arbeidsovereenkomst of van een toepasselijke CAO. Het is mij niet bekend of Deliveroo dat ook gaat doen, maar er is dus ruimte om te veronderstellen dat, ondanks deze vergaande algemene uitspraak, in individuele gevallen anders geoordeeld zal worden.

Net als de kantonrechter in de Sytze zaak deed, gaat de kantonrechter in deze zaak alle elementen van de samenwerking af om te toetsen of sprake is van een arbeidsovereenkomst of van een opdrachtrelatie.

Het begint allemaal met een toets van het contract. De Hoge Raad heeft daarover gezegd dat je niet alleen naar de letterlijke tekst van een contract moet kijken, maar ook naar de partijbedoelingen en naar de feitelijke uitvoering van het contract. In de zaak van Sytze werd van belang geacht dat hij eigener beweging en nog voordat zijn arbeidscontract afliep, gevraagd had aan Deliveroo hoe hij haar “partner” kon worden volgens het nieuwe systeem. Dat soort afwegingen kan de kantonrechter in deze zaak niet maken, omdat de FNV en niet een bezorger procedeert en de FNV is de contracten met Deliveroo niet aangegaan. De kantonrechter laat de partijbedoeling dan ook buiten beschouwing. En dat is meteen een makke van de zaak, want die partijbedoeling doet in individuele zaken dus wel degelijk ter zake.

Ook analyseert de rechter het door Deliveroo gebruikte algoritme (Frank geheten) om te beoordelen in hoeverre juist is dat de bezorgers volkomen vrij zijn in hun werktijden/duur en in hun vervanging. Vanwege de werking van de app (het algoritme), de hoogte van de beloning en het gedoe rond een mogelijke vervanging, komt de kantonrechter tot het oordeel dat een bezorger niet snel zal besluiten dat hij zich laat vervangen, ook omdat, om een zeker inkomen te vergaren, hij zich regelmatig gedurende langere tijd in de buurt van restaurants zal moeten ophouden. Anders gaan de vervoeropdrachten mogelijk naar een andere “partner” van Deliveroo.

De kantonrechter vindt dat “nog steeds” sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het gebruik van die woorden “nog steeds” betekent dat de kantonrechter belang heeft gehecht aan het feit dat Deliveroo, toen zij zich in Nederland vestigde, aanvankelijk op basis van arbeidsovereenkomsten is gaan samenwerken met bezorgers. Deliveroo zal nu echter ook met veel medewerkers samenwerken die niet ooit een arbeidsovereenkomst met haar hebben gehad. Het is dus de vraag of een algemeen oordeel over de samenwerking dan mede gestoeld mag zijn op deze gang van zaken in het verleden.

De kantonrechter zegt dat de bezorger helemaal geen echte ondernemer is en dat een opdrachtovereenkomst (dat is het alternatief als geen sprake is van een arbeidsovereenkomst) veronderstelt dat de andere partij werkt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Dat is, aldus de kantonrechter, niet aan de orde bij de bezorgers. Dat zij zelf een fiets, een mobiele telefoon en een maaltijdbox moeten inbrengen, vindt zij niet genoeg. Ook de inschrijving bij de Kamer van Koophandel zou niet duiden op zelfstandigheid, omdat dit is verplicht gesteld door Deliveroo. Die redenering schiet tekort, want elke onderneming die met (ook echte) zelfstandigen wil gaan samenwerken zal daarnaar vragen.

Wat bij deze en andere uitspraken over deze materie een rol speelt, is dat het maatschappelijk gevoelen is dat een jongeling, die als bijverdienste naast de studie af en toe maaltijden bezorgt, niet als een zelfstandige wordt gezien. Zo’n bezorger is eigenlijk de vakkenvuller nieuwe stijl. Maar dat ze geen typische ondernemers zijn, betekent dat automatisch dat ze werknemer zijn? Laatst stond ik bij een hamburgerketen naast een bezorgster te wachten op mijn bestelling en ik hoorde de bezorgster tegen de dame achter de kassa zeggen dat zij geen zin had om nog 10 minuten te wachten op het bestelde eten, en dat zij dus vertrok en iemand anders de bestelling maar moest gaan bezorgen. Toen was bij mij het overheersende gevoel dat deze bezorger zich werkelijk vrij voelde om, ook op het laatste moment, te besluiten of zij wel of niet de rit ging rijden. En dat kan een werknemer toch echt niet doen.

Mijn kanttekeningen nemen overigens niet weg dat ik vind dat het vonnis fraai gemotiveerd is en dat er juridisch zowel voor de uitspraak van de eerste als voor de uitspraak van deze kantonrechter dus veel te zeggen valt. Daarom zal de Hoge Raad uiteindelijk duidelijkheid moeten bieden.

Vond u deze blog interessant en wilt u op de hoogte blijven? Schrijft u zich dan in voor onze nieuwsbrief.

En heeft u nog vragen? Neem gerust contact met mij op: Muriel Middeldorp (tel: 023-5530235 / middeldorp@potjonker.nl)




Actueel / blog

Wat is ervoor nodig om een initiatief op te laten nemen in een bestemmingsplan? Een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

In Bedrijfsjuridische berichten 2019/6 bespreekt Rachel Hoeneveld de jurisprudentie van de Afdeling over het opnemen van nog niet gerealiseerde initiatieven in bestemmingsplannen. Het artikel treft u hieronder aan: Bb 2019-06


Update ondernemingsrecht

Pot Jonker houdt voortdurend bij met welke ontwikkelingen onze klanten rekening moeten houden. In deze nieuwsbrief gaan wij in op acht ontwikkelingen die relevant zijn op het gebied van het ondernemingsrecht. 1. Wet bescherming bedrijfsgeheimen in werking getreden Tot voor kort waren rechthebbenden die wilden optreden tegen inbreuken op hun bedrijfsgeheimen aangewezen op het algemene  ❯

Pot Jonker Advocaten
Pot Jonker Advocaten
17 april 2019

Netherlands Commercial Court (of Appeal): procederen in commerciële geschillen nu mogelijk in het Engels

Per 1 januari 2019 is het Netherlands Commercial Court (NCC) bij de rechtbank Amsterdam en het Netherlands Commercial Court of Appeal (NCCA) bij het gerechtshof van Amsterdam ingevoerd. Bij die gerechten is het mogelijk om civiele- en handelsgeschillen te voeren in de Engelse taal. Dit geldt voor de gehele procedure: van processtukken en correspondentie tot  ❯


Nieuwe boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens

Op 14 maart 2019 zijn aangepaste boetebeleidsregels van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) gepubliceerd in de Staatscourant (nr. 14586). De oude boetebeleidsregels waren achterhaald sinds de inwerkingtreding van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Met de aangepaste boetebeleidsregels geeft de AP inzicht op welke wijze de hoogte van een boete wordt berekend bij schending van onder meer  ❯


Internetconsultatie Wet Franchise afgerond

Op 31 januari 2019 is de internetconsultatie van het wetsvoorstel Wet Franchise afgerond. De verwachting is dat later dit jaar een definitief wetsvoorstel aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden. De Wet Franchise moet leiden tot een aantal nieuwe bepalingen die met name dienen om franchisenemers te beschermen. Er wordt in het wetsvoorstel geen gebruik  ❯


Onteigening anno 2021

Als het aan het kabinet ligt, gaat de onteigeningsprocedure op de schop in het kader van de invoering van de Omgevingswet. De huidige Onteigeningswet, waarvoor de basis nog door Thorbecke is gelegd in 1851, verdwijnt dan na meer dan anderhalve eeuw definitief uit beeld. De tweedeling tussen een administratieve procedure – waarin het erom gaat  ❯


Stem hier voor genomineerde Babette Blaisse bouwrecht advocaat van het jaar!

Stemmen via deze link

Pot Jonker Advocaten
Pot Jonker Advocaten
29 maart 2019

Zorgaanbieders opgelet: op 1 juni 2019 dient u een jaaroverzicht geweldsincidenten klaar te hebben!

Het komt helaas wel eens voor dat cliënten die in een zorginstelling verblijven elkaar lichamelijk en/of geestelijk geweld aandoen. Indien deze cliënten ten minste een dagdeel in dezelfde accommodatie verblijven, dienen die incidenten onverwijld bij de Inspectie te worden gemeld op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) en de Jeugdwet. In  ❯


Doorstart van de Wet open overheid

Op 5 juli 2012 dienden de Tweede Kamerleden Voortman (GroenLinks) en Van Weyenberg (D66) een initiatiefwetsvoorstel voor de Wet open overheid (de Woo) in. Overheden en semi-overheden worden in dit voorstel transparanter gemaakt om zo het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter te  ❯


Klagen over collega’s: kan het wel of kan het niet?

Met enige regelmaat ontvangen de Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg klachten van zorgverleners tegen ‘collega-zorgverleners’. In een dergelijk geval dient het Tuchtcollege zich allereerst te buigen over de vraag of de klager klachtgerechtigd is. Zo ook het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. In die zaak ging het om een bedrijfsarts die een zieke werknemer  ❯