Véza Vos - 30-05-2017

Wel of geen transitievergoeding bij een arbeidsovereenkomst van exact 24 maanden?

Een werkgever moet aan een werknemer een transitievergoeding betalen indien de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd en op initiatief van de werkgever eindigt (artikel 7:673 BW). Dat lijkt helder, maar toch heeft de kantonrechter Maastricht zich recent moeten buigen over de vraag wat ten minste 24 maanden precies betekent (ECLI:NL:RBLIM:2017:2220).

Het ging in die zaak om een werknemer die op 11 augustus 2014 bij een werkgever in dienst trad voor de duur van één jaar. Aansluitend werd door partijen een tweede arbeidsovereenkomst gesloten voor dezelfde duur. In de arbeidsovereenkomst was bepaald dat de arbeidsovereenkomst op 10 augustus 2016 van rechtswege zou eindigen. Ruim daarvoor had de werkgever aan de werknemer bericht dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd, waarna een discussie ontstond over de vraag of de werkgever aan de werknemer een transitievergoeding moest betalen.

De kantonrechter oordeelt dat artikel 7:673 BW zo moet worden uitgelegd dat een werknemer recht heeft op een transitievergoeding indien de arbeidsovereenkomst 24 maanden of langer heeft geduurd. Nu de werknemer in kwestie van 11 augustus 2014 tot en met 10 augustus 2016 (en dus exact 24 maanden) in dienst was geweest, moest de werkgever dus wel degelijk een transitievergoeding betalen.

De werkgever had dit kunnen voorkomen door de tweede arbeidsovereenkomst te laten eindigen op 9 augustus (dat wil zeggen: 24 maanden minus 1 dag). Om echter elk risico te vermijden, was het wellicht nog beter geweest om een maand speling te nemen en de tweede arbeidsovereenkomst niet voor één jaar, maar bijvoorbeeld voor 11 maanden, aan te gaan. De arbeidsovereenkomst zou dan in totaal ‘slechts’ 23 maanden hebben geduurd.

Het is verstandig daar vooraf een welbewuste keuze in te maken.