Michael Reker - 13-08-2018

Inzagerecht via handhavingsverzoek bij de Autoriteit Persoonsgegevens

Als een verwerkingsverantwoordelijke een inzageverzoek op grond van de privacyregelgeving afwijst, is de gangbare route om via de rechter een inzageverzoek alsnog toegewezen te krijgen. Er bestaat ook een alternatieve route zoals de zaak laat zien die de Autoriteit Persoonsgegevens (“AP”) afgelopen donderdag op haar website publiceerde.

Onderhavige zaak heeft betrekking op een inzageverzoek op grond van artikel 35 Wet bescherming persoonsgegevens (“Wbp”; onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (“AVG”) is dit artikel 15) bij Theodoor Gilissen Bank (“TGB”). TGB heeft dit verzoek afgewezen. De verzoeker heeft daarop een handhavingsverzoek ingediend bij de AP. Dit handhavingsverzoek is in eerste instantie afgewezen door de AP. In de bezwaarfase heeft de AP het handhavingsverzoek alsnog toegewezen en aan TGB kenbaar gemaakt voornemens te zijn om een last onder dwangsom op te leggen vanwege het niet voldoen aan het inzageverzoek.

TGB heeft vervolgens een zienswijze ingediend waarin zij betoogt dat de AP moet terugkomen op het voornemen tot oplegging van de last onder dwangsom. Als voornaamste standpunt brengt TGB daarin naar voren dat er sprake is van misbruik van het inzagerecht. TGB verwijst daarbij naar een tussen TGB en verzoeker gewezen vonnis waarin de rechtbank Den Haag dit met zoveel woorden heeft overwogen. In dat kader betoogt TGB dat de AP is gebonden aan de vaststelling van de rechtbank dat sprake is van misbruik van het inzagerecht, dan wel dat de AP zich heel terughoudend dient op de stellen bij de beoordeling op verzoeker gebruik mag maken van het inzagerecht.

De AP volgt TGB niet in haar betoog. De AP overweegt in dat verband niet gebonden te zijn aan het vonnis nu in een onaantastbare uitspraak vervatte beslissingen over een rechtsbetrekking in geschil slechts tussen partijen bindende kracht hebben (cf. artikel 236 lid 1 Rv). De AP was geen partij bij het door de rechtbank Den Haag gewezen vonnis (dat zijn alleen verzoeker en TGB). Daarbij merkt AP ook op dat nog geen sprake is van een onaantastbare uitspraak aangezien verzoeker in hoger beroep is gegaan.

Ook ziet de AP geen aanleiding voor de conclusie dat zij zich terughoudend dient op te stellen in haar beoordeling. De AP overweegt in dit kader dat zij is aangewezen als het bevoegde bestuursorgaan dat wettelijk toezicht houdt op de verwerking van persoonsgegevens. Gezien de beginselplicht tot handhaving heeft de AP ook een eigen verantwoordelijkheid bij het toezicht op de naleving van de privacyregeling. Bovendien overweegt de AP dat het stelsel van de Wbp wordt gekenmerkt door een gedifferentieerd systeem van handhaving en rechtsbescherming waarin de civielrechtelijke en de bestuursrechtelijke routes naast elkaar bestaan.

Ten aanzien het mogelijke misbruik van het inzagerecht oordeelt de AP in tegenstelling tot de rechtbank dat geen sprake is van misbruik. De AP heeft daarbij onderzocht of het verzoek in overeenstemming is gedaan met het doel van het inzagerecht. Mocht dit niet zo zijn, dan zou er sprake kunnen zijn van misbruik van het inzagerecht.

Onder verwijzing naar het arrest van het Hof Den Bosch inzake Dexia, merkt de AP merkt op dat doel van het inzagerecht is (i) om de betrokkene in de gelegenheid te stellen om na te gaan of en, zo ja, welke hem betreffende persoonsgegevens door de verwerkingsverantwoordelijke worden verwerkt, (ii) of de weergave van zijn persoonsgegevens in de verwerking van verwerkingsverantwoordelijke juist is, (iii) of de verwerking van zijn persoonsgegevens voor het doel of de doeleinden van de verwerking volledig en ter zake dienend is, en (iv) of de verwerkingsverantwoordelijke zijn persoonsgegevens in overeenstemming met wettelijke voorschriften verwerkt.

In onderhavig geval acht de AP het doel van het inzageverzoek – de verzoeker heeft aangegeven dat zijn inzageverzoek tot doel heeft te achterhalen aan wie TGB welke hem betreffende persoonsgegevens ter beschikking heeft gesteld – in overeenstemming met het doel van het inzagerecht. Dat de verzoeker eventueel ook als doel heeft om verkregen documenten te gebruiken in een civielrechtelijke procedure doet daar volgens de AP niet aan af. Onder verwijzing naar voornoemd Dexia-arrest merkt de AP op dat de enkele omstandigheid dat een betrokkene met de eenmaal verkregen gegevens vervolgens tevens een ander doel zou kunnen dienen (bijv. door deze te gebruiken in een eventuele civiele procedure) ontoereikend is om misbruik van recht aan te nemen.

De AP komt uiteindelijk tot de conclusie dat er sprake is van overtreding van artikel 35 Wbp nu TGB geen overzicht en aanvullende informatie aan verzoeker heeft verstrekt over de verwerking van de persoonsgegevens van verzoeker. Als herstelsanctie heeft de AP aan TGB een last onder dwangsom opgelegd om binnen een begunstigingstermijn van twee maanden alsnog te voldoen aan het inzageverzoek, op straffe een dwangsom van € 12.000,- voor iedere week dat de last niet (geheel) is uitgevoerd met een maximum van € 60.000,-.

Daarmee is de kous nog niet af voor TGB. Er is vervolgens ook nog daadwerkelijk een dwangsom verbeurd. TGB heeft na het opleggen van de last op zich binnen het aflopen van de begunstigingstermijn een overzicht van verwerkte persoonsgegevens verstrekt aan verzoeker, maar dit overzicht blijkt na reactie van verzoeker en onderzoek ter plaatse door AP niet volledig te zijn. Bij het opstellen van het overzicht is de verwerking van persoonsgegevens in twee documenten niet betrokken. TGB heeft vervolgens na het verstrijken van de begunstigingstermijn het eerdere overzicht nog aangevuld met een separaat overzicht. Hoewel TGB daarmee vervolgens heeft voldaan aan de last, heeft zij dit echter niet tijdig binnen de begunstigingstermijn gedaan. Als gevolg daarvan is een dwangsom van € 48.000,- verbeurd. Uit de publicatie van de AP is op te maken dat betaling daarvan inmiddels heeft plaatsgevonden.

Onderhavige zaak speelde nog voor de inwerkingtreding van de AVG per 25 mei jl. De mogelijkheid om een handhavingsverzoek in te dienen bij de AP bestaat echter ook onder de AVG. Onder omstandigheden kan het dus een alternatieve route zijn voor een inzageverzoek.