Suzanne Peekel - 16-02-2015

Herroeping ontbindingsbesluit na heropening vereffening, mag dat?

In het artikel “De Hoge Raad geeft college: het herroepen van een ontbindingsbesluit” is uiteengezet op welke wijze een ontbindingsbesluit geldig kan worden herroepen. Eén van de voorwaarden voor een geldige herroeping van een ontbindingsbesluit is dat een vennootschap nog moet bestaan op het moment van het nemen van het herroepingsbesluit. Dit moet worden beoordeeld aan de hand van artikel 2:19 lid 4 en lid 6 BW.

De vraag is: wat staat er in artikel 2:19 lid 4 en lid 6 BW? Uit deze bepalingen volgt dat als een vennootschap wordt ontbonden, dit niet betekent dat deze ook direct ophoudt te bestaan. Een vennootschap houdt pas op te bestaan als deze is vereffend en er dus geen baten meer aanwezig zijn (met andere woorden: als de vennootschap ‘leeg’ is). Dit is slechts anders als er niets te vereffenen valt op het moment van de ontbinding (de vennootschap is al ‘leeg’ op het moment van de ontbinding). In dat geval valt het moment van ontbinding gelijk met het moment van ophouden te bestaan.

In een zaak die zich in eerste aanleg afspeelde bij de Rechtbank Den Haag en in hoger beroep bij het Hof Den Haag, was iets opmerkelijks aan de hand:

  • De vergadering van aandeelhouders van Vacu Products B.V. had op 5 april 2011 een ontbindingsbesluit genomen. Omdat werd aangenomen dat Vacu Products B.V. ‘leeg’ was, was de veronderstelling dat deze vennootschap op grond van artikel 2:19 lid 4 BW ook was opgehouden te bestaan.
  • Na het nemen van het ontbindingsbesluit is toch gebleken dat er nog diverse octrooirechten in Vacu Products B.V. aanwezig zijn. Vacu Products B.V. was dus niet ‘leeg’. Er is daarom verzocht om de vereffening te heropenen op grond van artikel 2:23 lid 1 BW. Bij beschikking van 24 mei 2011 heeft de rechtbank vastgesteld dat Vacu Products B.V. was opgehouden te bestaan en niet ‘leeg’ was (dit zijn de voorwaarden voor het heropenen van de vereffening). Gelet hierop, is de vereffening – zoals verzocht – heropend.
  • Het doel van een heropende vereffening is om de vennootschap alsnog ‘leeg’ te halen. De octrooirechten moesten dus overgeheveld worden naar een andere rechtspersoon. Dit bleek een kostbare en ingewikkelde aangelegenheid te zijn. Op 28 juni 2011 heeft de algemene vergadering van aandeelhouders van Vacu Products B.V. daarom het ontbindingsbesluit van 5 april 2011 herroepen, zodat Vacu Products B.V. volledig zou herleven (en niet uitsluitend voor het ‘leeg’ halen van de vennootschap). Dit zou beter zijn.
  • Vacu Products B.V. heeft de rechtbank daarop verzocht om voor recht te verklaren dat het herroepingsbesluit rechtsgeldig is genomen en dat niet is gebleken dat dit besluit rechtskracht ontbeert.

Volgens de rechtbank (zie de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 19 april 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5416) was het niet meer mogelijk om het ontbindingsbesluit te herroepen. Er was immers niet voldaan aan de voorwaarde dat de vennootschap nog moet bestaan op het moment van het nemen van het herroepingsbesluit. De rechtbank had eerder namelijk al bepaald – naar aanleiding van het verzoek om de vereffening te heropenen grond van artikel 2:23 lid 1 BW – dat de vennootschap was opgehouden te bestaan. Door de heropening van de vereffening heeft de vennootschap niet een volledig hernieuwd ‘bestaansrecht’ gekregen, maar slechts een ‘bestaansrecht’ ten behoeve van het ‘leeg’ halen van de vennootschap.

Vacu Products B.V. wordt in hoger beroep gered door het Hof Den Haag. Bij beschikking van 7 oktober 2014, in combinatie met de beschikking van 25 februari 2014, (beiden niet gepubliceerd) is bepaald Vacu Products B.V. na ontbinding feitelijk niet was opgehouden te bestaan (Vacu Products B.V. was niet ‘leeg’, want er zaten nog octrooirechten in). Een verzoek om de vereffening te heropenen en de toewijzing van dit verzoek (wat alleen gebeurt als de rechtbank vaststelt dat de vennootschap is opgehouden te bestaan) staat niet aan de herroeping van het ontbindingsbesluit in de weg. Het hof gaat dus uit van de feitelijke situatie. Deze feitelijke situatie kan kennelijk niet worden doorkruist door een andere beslissing van de rechtbank.

Wel moet worden opgemerkt dat het hof tot deze conclusie lijkt te zijn gekomen, omdat er in dit specifieke geval geen bezwaren bestonden tegen de herroeping van het ontbindingsbesluit: 1) het herroepingsbesluit was niet in strijd met de statutaire bepalingen, 2) de Kamer van Koophandel heeft zich in eerste aanleg gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en in hoger beroep heeft zij aangegeven geen principiële bezwaren te hebben tegen de herroeping van het ontbindingsbesluit, 3) een accountant heeft verklaard dat derden geen nadeel ondervinden van de herroeping van het ontbindingbesluit en 4) er is een garantstelling afgegeven door Vacu Products B.V. en ook door haar aandeelhouder.

Wat is nu het moraal van dit verhaal? Het moraal van dit verhaal is dat je op verschillende manieren kunt handelen als blijkt dat een vennootschap na ontbinding nog niet ‘leeg’ is. Je kunt een vereffening heropenen of je kunt een ontbindingsbesluit herroepen. De heropening van de vereffening lijkt het herroepen van een ontbindingsbesluit echter uit te sluiten. Denk dus goed over hoe je te werk gaat. Vacu Products B.V. werd – gezien de omstandigheden van dit specifieke geval – gered, maar dat hoeft niet in alle omstandigheden het geval te zijn.