Véza Vos - 22-06-2021

De vervaltermijn na een ontslag op staande voet? Hoe zit het ook alweer?

 

Stel: u komt op 15 juli 2021 tot de ontdekking dat uw werknemer een greep uit de kas heeft gedaan. U ontslaat uw werknemer nog diezelfde dag op staande voet. Tot wanneer kan uw werknemer dan tegen dit ontslag opkomen? Waarschijnlijk is de vervaltermijn van twee maanden u bekend. Maar op welke datum eindigt die termijn precies? De Hoge Raad heeft hier onlangs duidelijkheid over verschaft.

In de wet staat dat een werknemer binnen twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, bij de kantonrechter moet vragen om vernietiging van het ontslag (artikel 7:686a lid 4 aanhef en onder a BW). Ageert de werknemer niet binnen twee maanden, dan is hij te laat en kan hij niets meer tegen het ontslag ondernemen. In de praktijk bestond er onduidelijkheid over de aanvang en het einde van deze vervaltermijn. In een recent arrest  heeft de Hoge Raad de discussie hierover beslecht. Hij oordeelt dat de vervaltermijn begint na de laatste dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd ('de laatste werkdag') en twee maanden later eindigt op de de dag die - qua nummer - overeenstemming met de laatste werkdag. Dit betekent dat de vervaltermijn steeds eindigt aan het einde van de dag met hetzelfde nummer als het nummer van de laatste werkdag. Valt de laatste dag van de termijn niet op een werkdag, dan is de eerstvolgende werkdag de laatste dag. Als de termijn bijvoorbeeld eindigt op een zaterdag, dan wordt deze dus 'verlengd' tot en met maandag.

Toegepast op het hiervoor genoemde voorbeeld: indien u uw werknemer op 15 juli 2021 hebt ontslagen, heeft uw werknemer tot en met 15 september 2021 de tijd om een verzoekschrift in te dienen. Volgens de Hoge Raad is dat anders indien de maand waarin de termijn afloopt niet een dag met hetzelfde nummer kent. Stel dat u uw werknemer op 31 juli 2021 ontslaat. Twee maanden later is het 31 september 2021 maar die dag bestaat niet. In dat geval eindigt de termijn volgens de Hoge Raad aan het einde van de laatste dag van de maand waarin de termijn afloopt. Als de werknemer op 31 juli 2021 wordt ontslagen, eindigt de termijn dus op 30 september 2021. U hoeft vanaf 1 oktober 2021 dus niet meer te vrezen voor een procedure op grond van artikel 7:686a lid 4 aanhef onder a BW.

De Hoge Raad overweegt tot slot nog dat het aan een partij is om een beroep te doen op de vervaltermijn. Een rechter toetst dit niet ambtshalve maar een goede advocaat zal u hier zeker op (moeten) wijzen.