Hester Tonino - 19-08-2021

De disfunctionerende zorgverlener en de patiëntveiligheid

Zorginstellingen kunnen soms te maken krijgen met een lastige situatie als een werknemer niet goed functioneert en daardoor de patiëntveiligheid in gevaar komt. De zorginstelling is dan misschien snel geneigd om naar beëindiging van de arbeidsovereenkomst te streven, maar uit een zaak die speelde bij het Radboud Ziekenhuis (en waarover nog steeds wordt geprocedeerd) blijkt maar weer dat ook zorginstellingen de arbeidsrechtelijke regels moeten naleven en dat het belang van de werknemer niet uit het oog mag worden verloren.

Wat speelde er?

Een internist werkt vanaf 2012 bij het Radboud Ziekenhuis. Tot begin 2019 heeft zij steeds goede beoordelingen gekregen. In februari 2019 is er een nieuw afdelingshoofd gekomen die de internist in juni 2019 heeft laten weten dat ze niet voldoende functioneerde en op enig moment is de internist op non-actief gesteld. In juli 2019 is een melding gedaan bij de Commissie Onderzoek, die een onderzoek naar het vermeende disfunctioneren heeft verricht. Volgens die commissie was inderdaad sprake van tekortkomingen en waren ‘patiënt-veiligheidsissues’ aan de orde. In september 2019 heeft het afdelingshoofd de internist laten weten dat, onder andere op basis van het advies van de commissie en nieuwe zaken die tijdens de non-actiefstelling naar voren waren gekomen, in overleg met de Raad van Bestuur was besloten de arbeidsovereenkomst zo spoedig mogelijk te beëindigen. Het Radboud Ziekenhuis heeft in september 2019 aan de patiënten een brief gestuurd waarin is aangegeven dat de internist niet meer bij het ziekenhuis werkzaam was.

Ontbinding vanwege disfunctioneren?

In oktober 2019 is een ontbindingsprocedure gestart bij de kantonrechter. Maar de kantonrechter vond niet dat er voldoende redenen waren om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Ook in hoger beroep liep het niet goed voor het Radboud Ziekenhuis af. Er werd onder andere overwogen dat het logisch en begrijpelijk is dat de zorg voor patiënten voor het Radboud Ziekenhuis centraal staat en dat zij om die reden hoge eisen stelt aan al haar medewerkers en dus ook aan de internist in kwestie, maar dat niet mag worden vergeten dat het Radboud Ziekenhuis als werkgever ook een ander belang dan het belang van haar patiënten in het oog dient te houden, namelijk dat van haar werknemers. Een werkgever dient zich immers als goed werkgever te gedragen, ook tegenover een werknemer die naar de mening van de werkgever niet goed functioneert. Als sprake is van (een vermoeden van) disfunctioneren, dan zal dat met de werknemer in een zo vroeg mogelijk stadium moe-en worden besproken en dient heel concreet kenbaar te worden gemaakt welk handelen of nalaten verbetering behoeft. Gelet op de ingrijpende gevolgen die een ontbinding op grond van disfunctioneren voor een werknemer kan hebben, moet worden aangenomen, mede gelet op de eisen van goed werkgeverschap, dat de werkgever aan de werknemer serieus en reëel gelegenheid tot verbetering moet hebben geboden. In dat verband moet bijvoorbeeld ook duidelijk zijn welke termijn de werknemer krijgt om zich te verbeteren, hoe de werkgever de werknemer daarbij zal helpen en wat de consequenties zijn als de werknemer er niet in slaagt zich te verbeteren binnen de gestelde termijn. Het contact moet gericht zijn op verbetering en niet op het registreren of rapporteren van disfunctioneren. Deze eisen gelden ook voor een werkgever als het Radboud Ziekenhuis die steeds de nadruk legt op patiëntenzorg. Maar aan voornoemde eisen had het Radboud Ziekenhuis volgens de rechters niet voldaan: tussen de eerste uiting van serieuze zorgen over het functioneren van de internist en de non-actiefstelling zaten ongeveer twee maanden en al na drie maanden is gezegd dat het Radboud Ziekenhuis de arbeidsovereenkomst wilde beëindigen. In die drie maanden is geen verbetertraject gevoerd.

Ontbinding vanwege verstoorde relatie?

Het Radboud Ziekenhuis had ook bepleit dat sprake was van een verstoorde arbeidsverhouding en dat de arbeidsovereenkomst ook op die grond kon worden ontbonden. De kantonrechter en het hof onderkenden dat de verhoudingen tussen partijen onder druk waren komen te staan, maar dat die druk echter grotendeels op het conto van het Radboud Ziekenhuis was te schrijven, die de ontstane problemen en kritiek te snel heeft laten escaleren in een non-actiefstelling, ontbindingsverzoek en communicatie daarover met de buitenwacht zonder een echt verbetertraject in te zetten. De internist had aangegeven dat zij bereid was om de schouders eronder te zetten en er samen met het Radboud Ziekenhuis alsnog uit te komen. De arbeidsovereenkomst werd ook niet ontbonden vanwege verstoorde arbeidsverhoudingen.

Het vervolg

Het Radboud Ziekenhuis legt zich er niet bij neer en heeft cassatie bij de Hoge Raad ingesteld. In de tussentijd zijn partijen met elkaar in gesprek gegaan over werkhervatting omdat de ontbinding geweigerd is. Maar daar kwamen ze niet uit. Het Radboud wilde de internist alleen laten terugkeren als eerst het vertrouwen tussen de Raad van Bestuur, de directe collega’s en de leiding van de internist was hersteld. Daarna zou een verbetertraject moeten worden gevoerd. De internist was het met deze voorwaarden niet eens en startte een kort geding procedure en vroeg de rechter om het Radboud Ziekenhuis te verplichten haar weer toe te laten tot het werk en een rectificatie te plaatsen, omdat het Radboud Ziekenhuis haar reputatie ernstige schade had toegebracht. Ook in deze procedure werd de internist in het gelijk gesteld. De rechter vond dat de door het Radboud Ziekenhuis gestelde voorwaarden niet redelijk waren.

Conclusie

Ook al zijn partijen nog niet uitgeprocedeerd, deze zaak bevestigt maar weer eens dat het in geval van disfunctioneren van belang is de werknemer in staat te stellen het functioneren te verbeteren, ook als het om een zorgverlener gaat en de patiëntveiligheid mogelijk in het geding is. Dat is wellicht anders als sprake is van grote medische missers, maar doorgaans kan de kwaliteit van de zorg gedurende een verbetertraject worden gewaarborgd door een bepaalde vorm van begeleiding.