Véza Vos - 24-04-2020

Continuïteitsregeling biedt financiële steun voor niet-corona zorgverleners

Bent u zorgaanbieder en hebt u door het stilvallen van reguliere behandelingen door het coronavirus financiële ondersteuning nodig? Wellicht biedt de continuïteitsbijdrage die vanaf mei 2020 kan worden aangevraagd uitkomst!

Voor wie is de bijdrage bedoeld?

De continuïteitsbijdrage is bedoeld voor zorgaanbieders die niet direct betrokken zijn bij hulp aan coronapatiënten en waarvan de reguliere behandelingen stilvallen door het coronavirus. Als zorgaanbieder heeft u recht op de bijdrage wanneer u (gecontracteerde en niet-gecontracteerde) zorg verleent onder de basisverzekering of de aanvullende ziektekostenverzekering (voorwaarden 2020) en voldoet aan de nog uit te werken voorwaarden.

Van de regeling zijn uitgezonderd:

  • Zorgaanbieders die direct betrokken zijn bij hulp aan coronapatiënten en andere acute zorg,
  • WLZ – langdurige zorg
  • Gehandicaptenzorg,
  • Zorg vanuit WMO en Jeugdhulp,
  • Opticiens en audiciens.

Waarvoor is de regeling bedoeld?

De continuïteitsbijdrage wordt toegekend om gedurende deze coronacrisis de capaciteit van zorgaanbod in stand te houden. Het beoogt een redelijke tegemoetkoming te geven voor gemiste dekking van doorlopende kosten. De hoogte van de bijdrage wordt vastgesteld als een percentage van de door zorgverzekeraars vergoede omzet. Dat percentage zal per sector door de zorgverzekeraars worden vastgesteld. De verwachting van de zorgverzekeraars is dat de continuïteitsbijdrage zal liggen tussen de 60 en 85% van de zorgkosten die onder normale omstandigheden door zorgverzekeraars wordt vergoed.

Welke voorwaarden gelden er?

De voorwaarden waaronder aanspraak kan worden gemaakt op de continuïteitsbijdrage zullen nog nader worden vastgesteld. Een belangrijke voorwaarde zal in ieder geval zijn dat de zorgaanbieder voor het deel van de omzet dat valt onder de Zorgverzekeringswet geen aanspraak maakt op relevante Rijksregelingen in het kader van de coronacrisis. U moet dan bijvoorbeeld denken aan de NOW-regeling. Op dergelijke regelingen mag weer wel een beroep worden gedaan voor het deel van de omzet dat normaal gesproken ook niet door zorgverzekeraars wordt vergoed, bijvoorbeeld omdat het geen verzekerde zorg is, of voor het deel van de omzetdaling dat resteert na de aftrek van de vergoeding vanuit de zorgverzekeraars. Dit betekent dat eerst aanspraak gemaakt zal moeten worden op de Continuïteitsregeling en dat daarna bij resterende omzetdaling én bij het voldoen aan de NOW-voorwaarden een aanvraag voor de NOW kan worden ingediend (t/m 31 mei 2020).

Aanvraag en uitbetaling

De continuïteitsbijdrage kan vanaf mei 2020 worden aangevraagd over de periode 1 maart tot 1 juni 2020. De exacte datum zal nog bekend worden gemaakt. De eerste uitbetaling zal eveneens plaatsvinden in mei 2020 (over de periode vanaf 1 maart 2020) en vervolgens iedere maand zolang de regeling van kracht is.

Aanvullende regeling voor zorgverleners in nood

Er zijn echter ook zorgaanbieders die niet tot dan kunnen wachten, bijvoorbeeld omdat ze al eerder in financiële problemen komen. Voor een aantal branches (eerstelijns laboratoria, mondzorg, kraamzorg, fysiotherapie, oefentherapie, ergotherapie, wijkverpleging, zittend ziekenvervoer en zelfstandige behandelcentra in de medisch specialistische zorg) hebben de zorgverzekeraars daarom een aanvullende regeling getroffen. Zorgaanbieders uit deze branches kunnen sinds 14 april 2020 gefaseerd en onder bepaalde voorwaarden een voorschot op de continuïteitsbijdrage aanvragen via VECOZO. Het voorschot bedraagt in beginsel 70% van de gemiddeld door zorgverzekeraars vergoede maandomzet. Het streven is om het voorschot binnen een week na de aanvraag uit te betalen.

Terugbetaling

De continuïteitsbijdrage hoeft in beginsel niet te worden terugbetaald maar bij vaststelling van de voorlopige continuïteitsbijdrage wordt wel rekening gehouden met de reguliere productie gedurende de maanden dat deze van toepassing is. De eventuele hogere productie als gevolg van inhaaleffecten daarna wordt later verrekend. Het idee hiervan is dat dat de zorgkosten en de inkomsten van de zorgaanbieders niet hoger mogen zijn dan in de situatie zonder vraaguitval ten gevolge van de coronacrisis.