Wanneer is een mantelzorgwoning een mantelzorgwoning?



Toen mantelzorg steeds meer als officiële zorgvorm werd gezien en er ook bijvoorbeeld via de Wmo formeel een beroep op werd gedaan, besloot de wetgever dat het tijd was om het bouwen of gebruiken van een mantelzorgwoning aan zo min mogelijk regels onderhevig te maken. In bijlage II bij het Bor werd een aantal definities toegevoegd en werd de mantelzorgwoning aldus grotendeels vergunningvrij, of met een kruimelvrijstelling vergunbaar verklaard. Zo konden opa en oma met een gerust hart in een zelfstandige woonruimte in de achtertuin van de (klein)kinderen worden gehuisvest.

Mantelzorg in Bijlage II Bor

Onder “mantelzorg” verstaat de wetgever, volgens de definitie in Bijlage II: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.

En onder “huisvesting in verband met mantelzorg” wordt verstaan: huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning.

Artikel 1 onder 4 van Bijlage II Bor geeft tot slot aan dat voor de toepassing van Bijlage II huisvesting in verband met mantelzorg wordt aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw. Op die wijze is geborgd dat een mantelzorgwoning kan worden gezien als een bijbehorend bouwwerk, terwijl toch sprake is van een zelfstandige woning.

Burengeschillen over de mantelzorgwoning

Simpel genoeg, zou men kunnen zeggen. En soms is dat ook zo. Toch leidt deze bouwvrijheid nog wel eens tot burengeschillen.

Zo wist een buurman van een zorgboerderij zijn fictieve belang bij het vergunningvrij kunnen realiseren van een mantelzorgwoning, in te zetten bij een geschil over de aan te houden milieuhinderafstand tussen  die niet bestaande woning en een bij de zorgboerderij horende paardenbak (zie: ABRvS 3 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2146, Gst. 2019/142, m.nt. J.W.van Zundert).

En in ABRvS 11 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4174), zorgde de buurman er bijna voor dat de mantelzorgwoning naast zijn achtertuin weer zou moeten worden afgebroken. De Afdeling bestuursrechtspraak stak daar toch een stokje voor:

In deze zaak ging het om de legalisatie van een ten behoeve van een ouder echtpaar, gebouwde dijkwoning van 97,4 m2, op het achtererf van het perceel waarop de dochter van het paar en haar gezin wonen. Qua oppervlakte en gebruik paste de mantelzorgwoning niet in het bestemmingsplan. Ook voor de opgerichte wat hogere erfafscheiding gold dat deze niet aan de planregels voldeed.

Het college verleende de omgevingsvergunning met een kruimelgevallenvrijstelling, op basis van artikel 4, aanhef en onderdelen 1, 3 en 9 van Bijlage II Bor. De buren waren het hier niet mee eens en betwistten dat sprake was van noodzakelijke mantelzorg. De woning was ten onrechte geplaatst, en naar hun smaak ook veel te groot en te hoog. Het verpestte hun uitzicht en woongenot.

De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat het college nader diende te onderbouwen of er wel sprake was van mantelzorg, in de zin van Bijlage II Bor, en of er niet met geen of kleinere afwijkingen van het bestemmingsplan kon worden volstaan.

De door het college nader gegeven motivering overtuigde de rechtbank niet. De rechtbank oordeelde dat niet was aangetoond dat sprake was van mantelzorg, en bovendien dat de woning ook niet kon worden aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk. Er was ten onrechte een beroep gedaan op de kruimelgevallenregeling en de omgevingsvergunning werd vernietigd.

Hoe moet worden aangetoond dat sprake is van een mantelzorgwoning, en niet van een gewone woning?

In hoger beroep ging het om de vraag of de rechtbank terecht had geoordeeld dat een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere aangewezen sociaal-medisch adviseur nodig was om de noodzaak voor mantelzorg aan te tonen. De Afdeling oordeelde dat uit de wet niet volgt dat voorafgaand aan de vergunningaanvraag de zorgbehoefte bij het college bekend moet zijn. Daarbij kan het college om verklaringen van de huisarts etc. vragen, maar verplicht is dat niet.

Het college had zich verlaten op een verklaring van de Wmo-adviseur waarmee voldoende gemotiveerd was dat bij een van de appellanten sprake is van medische zorg en ondersteuning die de gebruikelijke hulp en zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt en voorts dat sprake is van zorg die daadwerkelijk wordt verleend. Mede gelet op de beoordelingsruimte die het college toekomt bij de vraag of sprake is van mantelzorg, meende de Afdeling dan ook dat het college onder verwijzing naar het advies van de Wmo-adviseur voldoende had gemotiveerd dat er bij appellanten behoefte bestaat aan mantelzorg.

Omdat geconcludeerd werd dat wel degelijk sprake is van mantelzorg, staat ook vast dat er een functionele verbondenheid bestaat van de mantelzorgwoning met het hoofdgebouw. Dat volgt immers rechtstreeks uit artikel 1 onder 4 van Bijlage II Bor. Daarmee is vervolgens de conclusie gerechtvaardigd dat de mantelzorgwoning een bijbehorend bouwwerk is, waarvoor middels de kruimelgevallenregeling vergunning kon worden verleend.

Nu de uitspraak van de rechtbank op deze onderdelen wordt vernietigd, maar die rechtbank niet meer was toegekomen aan de gronden betreffende de erfafscheiding en de goede ruimtelijke ordening, die de buren hadden aangevoerd, beoordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak deze gronden zelf. Om kort te gaan: de Afdeling oordeelde, rekening houdend met de beleidsruimte die het college ter zake heeft, dat het college in voldoende mate heeft gemotiveerd waarom een erfafscheiding van 3.30 m. reëel is, en waarom de goede ruimtelijke ordening niet in het geding is.

Deze bijdrage is ook gepubliceerd in de Nieuwsbrief Omgevingsrecht van SDU.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Marieke Dankbaar (tel. 023 – 5530236), dankbaar@potjonker.nl of één van de andere advocaten van de sectie Bestuurs- en Overheidsrecht van Pot Jonker Advocaten

Vond u deze blog interessant en wilt u op de hoogte blijven? Schrijft u zich dan in voor onze nieuwsbrief.




Actueel / blog

Invoering Omgevingswet opnieuw uitgesteld

De nieuwe Omgevingswet, de wet die de regels voor ruimtelijke ontwikkeling moet vereenvoudigen en samenvoegen, die op 1 januari 2021 in werking zou treden is opnieuw uitgesteld. De nieuwe datum van de inwerkingtreding is nog niet bekend. In de wandelgangen gingen de geruchten al langer rond: de verwachte invoering van de Omgevingswet, op 1 januari  ❯


Nieuwe woningbouwontwikkelingen: ruimte en beperkingen voor bedrijven

Nederland is maar een klein landje waarin veel gebeurt, en daarom wordt er gewoekerd met ruimte. De gemeenteraad moet bij het vaststellen van bestemmingsplannen waarin nieuwe ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt, steeds uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening zich ervan bewust zijn dat verschillende ruimtelijke functies elkaar flink in de weg kunnen zitten. De raad  ❯


Inzet vrijwilligers in Coronacrisis

In deze crisistijd bieden veel mensen zich als vrijwilliger aan. Denk aan een vrijwilliger die ondersteuning biedt in het ziekenhuis, die software bouwt voor een digitale bingovariant voor een zorginstelling of die een rozenkweker helpt met het oogsten. Dat is mooi en kan zeer goed van pas komen. Maar welke arbeidsrechtelijke regels zijn hierop van  ❯


Welkom – Laurien Mulder gestart als advocaat bestuursrecht

Laurien Mulder is recentelijk gestart als advocaat binnen onze sectie bestuursrecht. Na waardevolle werkervaring te hebben opgedaan onder andere als jurist bij Arcadis heeft ze begin januari de beroepsopleiding vervolgd. Als Starter van de Week in Mr. Laurien licht in de rubriek Starter van de Week haar keuze voor Pot Jonker Advocaten toe: ‘Kennisdeling zit hier echt  ❯

Pot Jonker Advocaten
Pot Jonker Advocaten
26 maart 2020

Steunmaatregelen gemeente Haarlem

Ter aanvulling op de steunmaatregelen van het kabinet (zie hierover https://www.potjonker.nl/coronarecht/)) worden ook op gemeenteniveau maatregelen genomen om lokale ondernemers bij te staan. De gemeente Haarlem heeft de volgende steunmaatregelen getroffen: betaling van gemeentelijke belastingen voor ondernemers, zoals de onroerendezaakbelasting (OZB), toeristenbelasting, reclamebelasting, precariobelasting en bijdrage BedrijfsInvesteringsZone (BIZ), wordt uitgesteld tot tenminste 1 juli; voor  ❯


Coronarecht – Vragen & antwoorden gebundeld

Helder juridisch advies is belangrijk ten tijde van deze coronacrisis. Daarom hebben wij de meest voorkomende vragen & antwoorden gebundeld op onze websitepagina over Coronarecht. -Vragen?- Mogelijk heeft u na het lezen van deze informatie, of daarvoor al, vragen. Neem hierover dan gerust contact op met uw vaste contactpersoon binnen Pot Jonker Advocaten. Of met  ❯

Pot Jonker Advocaten
Pot Jonker Advocaten
20 maart 2020

Afdeling: nog even geen leven in de Texelse bierbrouwerij

De kwestie waaraan deze bijdrage is gewijd, is de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) van 15 januari 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:66). Centraal staat het bestemmingsplan “Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein” van de raad van Texel, dat voorziet in een nieuwe locatie voor de Texelse Bierbrouwerij die wil uitbreiden. In de uitspraak komen  ❯


Woonschepen, na de Wet verduidelijking voorschriften woonschepen

Een bestemmingsplan voor een bestaand bedrijventerrein in Eindhoven vormde inzet van een uitspraak van de Afdeling van 26 februari 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:621). Partijen met uiteenlopende gevestigde belangen in het gebied kwamen daartegen op. M.n. de overwegingen over de Wet verduidelijking voorschriften woonschepen trekken de aandacht. De bedoeling van het plan is om een bestaand bedrijventerrein op  ❯


Pot Jonker In-house dag beoordeeld met een 8,5!

Afgelopen donderdag 13 februari hebben we een ambitieuze groep rechtenstudenten verwelkomd op ons kantoor. Na een lunch startte ons inhoudelijke programma waarin kennismaken met onze advocaten, zaken en kantoor centraal stond. Ervaring studenten De aanwezigen studenten hebben onze in-house dag gemiddeld beoordeeld met een 8,5! En geven aan door deze dag een beter beeld te  ❯

Pot Jonker Advocaten
Pot Jonker Advocaten
18 februari 2020

Welkom – Tim van Opzeeland gestart als juridisch medewerker

Tim van Opzeeland is recentelijk gestart bij  Pot Jonker Advocaten als juridisch medewerker op de sectie arbeidsrecht. Gedurende zijn studie heeft hij door zijn stages bij diverse kantoren, ook bij Pot Jonker, en werk voor de Rechtswinkel Bijlmermeer uiteenlopende juridische ervaring opgedaan. Stage was de opstap naar meer Ik vind het gaaf dat mijn stage  ❯

Pot Jonker Advocaten
Pot Jonker Advocaten
30 januari 2020