Verwijtbare werkloosheid: ontslagreden boven ontslagroute



Wellicht is het u in de eindejaarshectiek ontgaan, maar de Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft eind 2018 een noemenswaardige uitspraak gedaan die ik u niet wil onthouden. Er is namelijk een nieuw toetsingskader ontwikkeld voor het beoordelen van de vraag of een werknemer verwijtbaar werkloos is geworden in de zin van (artikel 24 van) de Werkloosheidswet (WW).

Oud recht

Voor een goed begrip van deze ‘ommezwaai’, is het nodig te weten wat de situatie was voordat de CRvB bovenstaande uitspraak deed.

Artikel 24 WW legt een werknemer de verplichting op te voorkomen dat hij verwijtbaar werkloos wordt. Voorkomt hij dit niet, dan moet het UWV de WW-uitkering in beginsel (geheel) weigeren. Van verwijtbare werkloosheid is sprake indien aan de werkloosheid een dringende reden voor ontslag op staande voet ten grondslag ligt. In een eerdere blog [Ontslag op staande voet en de eigenrisicodrager voor de werkloosheidswet deel I] heb ik uitgelegd dat het UWV alleen oordeelt dat sprake is van een dringende reden indien die reden zowel objectief als subjectief dringend is. Een reden is objectief dringend als die naar objectieve maatstaven, dus geabstraheerd van de situatie bij de werkgever in kwestie, ontoelaatbaar is. Een reden is subjectief dringend indien de werkgever in kwestie de reden in diens arbeidsorganisatie als dringend heeft aangemerkt.

Tot voor kort was de CRvB van mening dat alleen sprake kon zijn van verwijtbare werkloosheid indien de werkgever bij het ontslag voortvarend te werk was gegaan. Immers, voor het aannemen van een dringende reden is nodig dat de werkgever de arbeidsovereenkomst “onverwijld” heeft opgezegd. Is niet onverwijld gehandeld dan is geen sprake van subjectieve dringendheid en kan dus ook geen sprake zijn van verwijtbare werkloosheid, zo redeneerde de CRvB.

Nieuw recht

De CRvB heeft voornoemd toetsingskader in de uitspraak van 8 november 2018 herzien. Kort en goed ging het in deze zaak om een werknemer (ambtenaar) die sinds 14 augustus 2008 werkzaam was bij de gemeente Rotterdam en die zich al een aantal keer onbehoorlijk had gedragen. Toen op 18 maart 2015 een incident tussen werknemer en zijn teamleider plaatsvond, was de maat voor de gemeente vol. Werknemer werd met bijzonder verlof gestuurd en na een verantwoordingsgesprek op 23 maart 2015, liet het college van b&w werknemer op 16 april 2015 weten dat het college voornemens was hem onvoorwaardelijk te ontslaan. Op 17 juni 2015 werd dit voornemen omgezet in een definitief besluit en werd werknemer met onmiddellijke ingang ontslagen. Zijn WW-uitkering werd blijvend en geheel geweigerd omdat het UWV vond dat werknemer wegens een dringende reden was ontslagen en dus verwijtbaar werkloos was geworden.

In de gerechtelijke procedures die volgden, stelde werknemer zich op het standpunt dat geen sprake kon zijn van verwijtbare werkloosheid omdat hij niet onverwijld was ontslagen en de subjectieve dringende reden dus ontbrak. Tussen het incident en het voornemen tot ontslag zat immers bijna een maand. Als de CRvB het oude toetsingskader zou toepassen dan zou werknemer gelijk hebben maar dat deed de CRvB niet. De CRvB creëerde nieuw recht:

“Mede in het licht van de wettelijke bepalingen en de rechtspraak van de Hoge Raad over het begrip dringende reden in het arbeidsrecht is er aanleiding om het onderscheid tussen de objectief dringende reden en de subjectief dringende reden niet langer te maken voor zover daarmee wordt gedoeld op de voortvarendheid waarmee de werkgever bij de beëindiging van het dienstverband heeft gehandeld […]. Bij de beoordeling van de vraag of is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 24 […] WW, is het voldoen aan de “onverwijldheidseis” dus geen voorwaarde”.

Met andere woorden: ook als het ontslag niet onverwijld is gegeven, kan sprake zijn van een dringende reden en dus van verwijtbare werkloosheid. Volgens de CRvB past deze toets beter in het wettelijk stelsel; op deze manier wordt meer gewicht toegekend aan de reden voor ontslag dan aan de gekozen ontslagroute.

De mogelijkheden om een WW-uitkering te weigeren zijn hiermee verruimd. Een juiste beslissing, zo lijkt mij.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Shira Vrij (tel. 023 5530256; vrij@potjonker.nl) of een van de andere advocaten van de sectie arbeidsrecht van Pot Jonker Advocaten. Vond u deze blog interessant en wilt u op de hoogte blijven? Schrijft u zich dan in voor onze nieuwsbrief




Actueel / blog

Seminar Aardgasvrij (ver)bouwen op 24 september

Energietransitie: uitdagende gasdoelstelling De doelstelling om alle gebouwen in 2050 van het aardgas af te hebben, is uitdagend. Net als de keuzes die gemaakt moeten worden om die doelstelling te bereiken. Er zijn verschillende duurzame energiebronnen die aardgas kunnen vervangen; van een collectieve oplossing als een warmtenet tot individuele oplossingen zoals all-electric. Eenmaal een keuze  ❯


Het pensioenakkoord: welke wijzigingen staan vast en wat levert het op?

In juni 2019 sloot de regering met werkgevers en vakorganisaties een pensioenakkoord. Iedereen jubelde, want er is jarenlang tevergeefs gepoogd om een nieuw pensioenstelsel te bedenken dat zowel uitvoerbaar als betaalbaar zou zijn. In het pensioenakkoord staat een aantal maatregelen dat op termijn moet leiden tot een evenwichtig pensioenstelsel. Wat staat daarvan nu al vast?  ❯


Pot Jonker advocaten zoekt een advocaat-medewerker aanbestedingsrecht

Aanbestedingsrecht bij Pot Jonker Een belangrijke pijler van de sectie Vastgoed van Pot Jonker vormt de subsectie aanbestedingsrecht. De advocaten in deze sectie procederen en adviseren op het gebied van het Europese aanbestedingsrecht. Geregeld gaat het over aanbestedingen in de bouw & infra, maar vaak ook betreft het aanbestedingen op geheel andere gebieden zoals bijvoorbeeld  ❯

Pot Jonker Advocaten
Pot Jonker Advocaten
14 augustus 2019

Pot Jonker advocaten zoekt een advocaat-medewerker sectie vastgoed

Vastgoedsectie bij Pot Jonker De sectie Vastgoed vormt een belangrijke pijler van ons kantoor met een breed werkveld en veel ruimte voor opleiding. De belangrijkste deelgebieden waar wij ons mee bezighouden zijn: algemeen vastgoedrecht (kopen, huren, zakelijke rechten) civiel bouwrecht (inclusief bouwarbitrages) aanbestedingsrecht (dat uiteraard ook buiten de grenzen van het vastgoed reikt) makelaarstuchtrecht (NVM)  ❯

Pot Jonker Advocaten
Pot Jonker Advocaten
14 augustus 2019

De doe-het-zelvende overheid: de tendens op het gebied van inbesteden

Een overheidslichaam dat in een bepaalde behoefte wil voorzien, heeft de keuze om dat uit te besteden, of juist zelf te doen. De optie van het zelf doen is minder actueel in de bouw of bij levering van roerende zaken: veel overheden die zelf nog iets kunnen of willen bouwen of maken, zijn er niet.  ❯


Schade bij bedrijfsuitjes: wie betaalt hiervoor de rekening?​

Veel werknemers kijken reikhalzend uit naar het bedrijfsuitje. Wordt het dit jaar raften, skiën of toch karten? In het algemeen geldt: hoe gevaarlijker, hoe beter en u trakteert uw werknemers daarom misschien het liefste op een ‘thrill-seeking’ activiteit. Dergelijke activiteiten hebben echter ook een keerzijde: er bestaat een groter risico op ongelukken en daarmee een  ❯


Toekomstige overtredingen; herhaling voorkomen of preventief handhaven?

Ons bestuursrecht kent twee instrumenten waarmee handhavend kan worden opgetreden tegen overtredingen die nog moeten plaatsvinden: een last ter voorkoming van herhaling van een overtreding en een preventieve last. Men is er altijd vanuit gegaan dat tussen beide instrumenten geen vrije keuze bestaat. Maar heeft de wetgever wel bedoeld twee instrumenten in het leven te  ❯


Online platform Helpling, werkgever of niet?

In een zaak die FNV eind vorig jaar startte tegen Helpling (= een online platform waarop schoonmakers en huishoudens afspraken kunnen maken over uit te voeren huishoudelijke taken) heeft de kantonrechter inmiddels een uitspraak gedaan. FNV claimde dat Helpling een (verkapte) arbeids- dan wel uitzendovereenkomst heeft met de via haar in te huren schoonmakers, maar  ❯


Interview: Pure prijsconcurrentie bij Europese aanbestedingen onwenselijk

Bij Europese aanbestedingsprocedures is het alleen in goed gemotiveerde gevallen toegestaan om marktpartijen met elkaar te laten concurreren op basis van de laagste prijs zonder daarbij kwalitatieve aspecten een rol te laten spelen. Op basis van de memorie van toelichting bij de Aanbestedingswet werd aangenomen dat dit met name betrekking zou hebben op de inkoop van producten  ❯


Woningbouw in een krimpgebied. Of toch niet?

Bouwen en krimpen Woningbouw in een krimpgebied – of niet. Dat was de vraag waar het om draaide in een Afdelingsuitspraak van 3 juli jl. ( ECLI:NL:RVS:2019:2214). De zaak betrof de vaststelling van een bestemmingsplan door de gemeenteraad van Middelburg dat de bouw van de nieuwe wijk Essenvelt met 400 woningen mogelijk maakt. Volgens www.rijksoverheid.nl  ❯