Parkeren en ruimtelijke ordening; een lastige combinatie



Parkeerbehoefte en een goede ruimtelijke ordening: een combinatie die tot veel reuring, vragen en dus ook jurisprudentie leidt.  In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 januari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:9) wordt weer eens duidelijk uiteen gezet hoe getoetst moet worden of een project voldoende parkeergelegenheid biedt om in de parkeerbehoefte ervan te voorzien, en wat de gemeenteraad nu wel of niet bij de beoordeling of hij een verklaring van geen bedenkingen wil afgeven ten aanzien van dat parkeren mag betrekken.

Een nieuw appartementencomplex: ‘Wonen’ in plaats van ‘Kantoor’

Het ging in casu om een project van Timpaan Vastgoed, die op een hoek in de gemeente Alkmaar appartementen wil bouwen op gronden die tot dusver in gebruik waren als parkeerterrein, maar welke sinds 2013 bestemd zijn als ‘Kantoor’.

Omdat het project in strijd is met het bestemmingsplan, diende, alvorens een afwijkingsvergunning zou kunnen worden verleend, de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen af te geven. Dat weigerde de gemeenteraad, vanwege de stelling dat er in de betrokken omgeving al te weinig parkeerplaatsen zijn en door het bouwen van het appartementencomplex nog meer parkeerplaatsen zouden verdwijnen. Burgemeester en wethouders konden vervolgens bij gebreke van de benodigde verklaring van geen bedenkingen, niet anders dan de vergunning voor het project weigeren. Dat was overigens tot genoegen van omliggende bedrijven en omwonenden, die zich sterk hadden gemaakt voor voldoende parkeergelegenheid in de buurt.

Timpaan kwam in beroep en kreeg van de rechtbank gelijk: Burgemeester en wethouders dienden met inachtneming van de uitspraak opnieuw op de aanvraag te beslissen, omdat de als gevolg van het bouwplan, enkele toename van de parkeerbehoefte ten opzichte van het bestemde gebruik (Kantoor)  diende te worden meegeteld en een eventueel bestaand tekort buiten beschouwing diende te worden gelaten.

Het college, noch de raad lieten het daarbij zitten. Samen met de omliggende bedrijven en omwonenden, stelde men hoger beroep in. Ook Timpaan kwam overigens in (incidenteel) hoger beroep.

Wel of niet rekening houden met een bestaand parkeerplaatsentekort?

In hoger beroep betoogden appellanten (het college en de raad) dat de rechtbank ten onrechte alleen rekening had gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het bouwplan en dat een eventueel bestaand tekort als regel buiten beschouwing dient te worden gelaten. Volgens appellanten is in een situatie als de onderhavige, waarbij de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen dient af te geven, een ander kader relevant: alleen aan een goede ruimtelijke ordening, waarbij een bestaand parkeerplaatsentekort en de effecten van de nieuwe ontwikkeling daarop relevant zijn, dient te worden getoetst.

De Afdeling bestuursrechtspraak schept in de uitspraak meteen rust: het gaat hier niet om één vraag, maar om twee van elkaar te onderscheiden vragen:

  1. Voorziet het project in voldoende parkeergelegenheid om in de parkeerbehoefte ervan te kunnen voorzien? en
  2. Mag de gemeenteraad bij de beoordeling of hij een verklaring van geen bedenkingen wil afgeven een bestaand tekort aan parkeerplaatsen betrekken?

Op de eerste vraag wordt, onder verwijzing naar vaste jurisprudentie, geoordeeld dat alleen rekening moet worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het project. Dat geldt ook in het geval er sprake is van een afwijkingsbesluit, waarbij een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad is vereist.

Op de tweede vraag antwoordt de Afdeling dat de gemeenteraad bij de beoordeling of een verklaring van geen bedenkingen kan worden afgegeven, moet bezien of het project in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dient de raad alle planologisch relevante omstandigheden te betrekken. Een bestaand tekort aan parkeerplaatsen kan er daar, anders dan de rechtbank oordeelde, wel degelijk één van zijn.

Is er wel een tekort?

Het college en de raad kregen hier dus gelijk. Maar, zo overwoog de Afdeling, dat betekent niet dat een bestaand tekort zondermeer als grondslag kan dienen voor het weigeren van een verklaring van geen bedenkingen. De gemeenteraad zal deugdelijk moeten motiveren waarom een project gelet op het bestaande tekort aan parkeerplaatsen in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

En daar ging het alsnog fout: de Afdeling fileerde nauwkeurig de feitelijke situatie ter plaatse en toetste dat aan onder meer het vigerende bestemmingsplan. De Afdeling kwam tot de conclusie dat er weliswaar een tekort aan parkeerplaatsen aan de orde kon zijn, maar dat dat niet kon worden toegeschreven aan de ontwikkeling die Timpaan voorstond. Het tekort hield voornamelijk verband met de parkeerbehoefte van omliggende bedrijven en op het perceel waarop het bouwplan was voorzien gold geen openbare parkeerbestemming, waaraan deze bedrijven het vertrouwen zouden kunnen ontlenen dat voor hen daarmee in voldoende parkeergelegenheid zou worden voorzien. Uit parkeeronderzoek bleek voorts dat het met dat bestaande tekort ook nog wel mee viel. Als in de toekomst de bezettingsgraad zou toenemen, zou dat weliswaar een probleem kunnen worden, maar dat zou ook dan niet betekenen dat de omliggende bedrijven dan aanspraak zouden kunnen maken op parkeerplaatsen op het perceel van Timpaan.

Terug naar de tekentafel

Het weigeren van de verklaring van geen bedenkingen was onrechtmatig. Een nieuwe verklaring van geen bedenkingen zou in ieder geval niet geweigerd kunnen worden op grond van het parkeerargument. Andermaal terug naar de tekentafel dus; zij het op een iets andere wijze dan de rechtbank had verordonneerd. Het blijft moeilijk, parkeren en ruimtelijke ordening.

Deze bijdrage is ook gepubliceerd in de Nieuwsbrief Omgevingsrecht van SDU.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Marieke Dankbaar (tel. 023 – 5530236),
dankbaar@potjonker.nl of één van de andere advocaten van de sectie Bestuurs- en Overheidsrecht van Pot Jonker Advocaten. Vond u deze blog interessant en wilt u op de hoogte blijven? Schrijft u zich dan in voor onze nieuwsbrief.




Actueel / blog

Vacature: advocaat-stagiaire Ondernemings- en Insolventierecht en advocaat-stagiaire Vastgoed

Pot Jonker Advocaten N.V. is een van de grote kantoren in de regio Haarlem. Bij Pot Jonker werken ambitieuze advocaten met liefde voor het vak en een “no nonsense” mentaliteit. De sfeer op kantoor is informeel en collegiaal. Deuren staan open en kennis en ervaringen worden gedeeld. Er wordt veel samengewerkt in secties en praktijkgroepen  ❯

Pot Jonker Advocaten
Pot Jonker Advocaten
16 januari 2019

Wijziging van de ladder voor duurzame verstedelijking, hoeveel treden worden er werkelijk genomen?

De realisatie van een bedrijf zal vaak als nieuwe stedelijke ontwikkeling kwalificeren. In dat geval moet aan de ladder voor duurzame verstedelijking worden voldaan (de Ladder). Kort samengevat onderzoekt het bevoegd gezag (in de praktijk laat het bevoegd gezag dit onderzoeken) bij het aflopen van de Ladder of er wel behoefte is aan het nieuwe  ❯


Annotatie over toezichthoudersaansprakelijkheid

Toezichthoudersaansprakelijkheid: Heeft de toezichthouder in redelijkheid tot zijn beleid met betrekking tot toezicht en controle dan wel tot zijn optreden in een concreet geval kunnen komen, gegeven een ruime mate van beleids- en beoordelingsvrijheid, het aan de orde zijnde risico en de hem bekende omstandigheden? Barkhuysen & Swagemakers, Gst. toezichthoudersaansprakelijkheid


De overheid als contractpartner bij ruimtelijke ontwikkelingen – verzwakt veel beloven het vertrouwen?

In de praktijk komt het regelmatig voor dat de gemeenteraad planologische medewerking onthoudt aan een ruimtelijke ontwikkeling, nadat de ontwikkelaar daarover maanden – soms jaren – overleg heeft gevoerd met de gemeente. De ontwikkelaar ontleende aan dat overleg het vertrouwen dat de gemeenteraad zijn planologische medewerking wel zou verlenen. Soms is dat vertrouwen zelfs gebaseerd  ❯


Het relativiteitsvereiste bezien vanuit vier groepen belanghebbenden

Sinds 1 januari 2013 kent ook het algemene bestuursrecht de relativiteitseis (art. 8:69a Awb), nadat deze al eerder in de Crisis- en herstelwet was opgenomen. In deze bijdrage wordt aan de hand van een aantal recente Afdelingsuitspraken bezien welke consequenties dit nieuwe wetsartikel voor de rechtspraktijk heeft. Duidelijk is dat de beperking van het beroepsrecht  ❯


Verwijtbare werkloosheid: ontslagreden boven ontslagroute

Wellicht is het u in de eindejaarshectiek ontgaan, maar de Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft eind 2018 een noemenswaardige uitspraak gedaan die ik u niet wil onthouden. Er is namelijk een nieuw toetsingskader ontwikkeld voor het beoordelen van de vraag of een werknemer verwijtbaar werkloos is geworden in de zin van (artikel 24 van)  ❯


Parkeren en ruimtelijke ordening; een lastige combinatie

Parkeerbehoefte en een goede ruimtelijke ordening: een combinatie die tot veel reuring, vragen en dus ook jurisprudentie leidt.  In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 januari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:9) wordt weer eens duidelijk uiteen gezet hoe getoetst moet worden of een project voldoende parkeergelegenheid biedt om in de parkeerbehoefte  ❯


Veranderingen in arbeidsrechtland in 2019

Monetta Driessen heeft al een interessante blog geschreven over de verwachte trends en ontwikkelingen in HRM land. In aanvulling op die blog een aantal arbeidsrechtelijke weetjes: Voor kleine werkgevers wordt het makkelijker om in aanmerking te komen voor de overbruggingsregeling. Er hoeft niet langer in elk van de drie boekjaren voor aanvang van een ontslagprocedure  ❯


Een antennemast in your backyard?

Op 5 december 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3979) deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) uitspraak in de zaak waarin het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wassenaar aan KPN een omgevingsvergunning had verleend voor het bouwen van een antennemast voor het mobiele netwerk. In de zaak komt aan de orde op welke  ❯


Staatssteun en grondverwerving: een wespennest

Wie het onderste uit de kan wil, krijgt het lid op de neus. Dit gezegde dringt zich op na lezing van het arrest  van het hof Arnhem Leeuwarden d. d. 6 november 2018 in een zaak tussen de gemeente Harlingen en het bedrijf Spaansen, die al eerder tot veel publiciteit leidde. Teruggebracht tot de essentie  ❯