Het schorsen van een bestemmingsplan en de daarmee gecoördineerde omgevingsvergunning: haastige spoed is zelden goed



Als men haast heeft om een project tot uitvoering te brengen, maar daarvoor wel het bestemmingsplan moet worden aangepast, kan gekozen worden voor de coördinatieprocedure. Met die procedure wordt meteen na vaststelling van het bestemmingsplan, waarmee in de gewenste ontwikkeling wordt voorzien, een omgevingsvergunning afgegeven voor precies dat mogelijk gemaakte project. Tegen beide besluiten staat in eerste en enige instantie beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waardoor flink tijdswinst kan worden geboekt.
Heel efficiënt, als het goed gaat. Maar het gaat niet altijd goed.

Een recent voorbeeld (uitspraak 28 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:141) springt in het oog:
Obelink, een in het oosten van het land zeer bekende, grote buitensport-, outdoor- en campingwinkel, is genoodzaakt een nieuw logistiek centrum te realiseren in Winterswijk. Men heeft het oog op een braakliggend terrein waarop voorheen een zuivelfabriek was gevestigd. De gemeente is akkoord, en de voorbereidingen voor het bestemmingsplan “Logistiek Centrum Obelink Vrijetijdsmarkt” en de benodigde omgevingsvergunning voor het bouwen en voor het vellen van een tiental bomen, worden gecoördineerd opgestart.
Bij besluit van 18 juni 2020 wordt het bestemmingsplan door de gemeenteraad vastgesteld, en op 24 juni 2020 verleent het college van B&W de omgevingsvergunning. Obelink wil meteen van start met de bouw, om voor het kampeerseizoen 2022 open te kunnen.
Daar steken verschillende omwonenden echter een stokje voor. Zij stellen beroep in tegen beide besluiten en vragen de voorzieningenrechter van de Raad van State de besluiten te schorsen. De voorzieningenrechter pakt de handschoen op en overweegt in de uitspraak van 22 september 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2260) dat de voorlopige voorzieningenprocedure zich niet leent voor de integrale behandeling van de vele benoemde beroepsgronden, maar dat ten minste enkele van de aangevoerde gronden aanleiding geven voor gerede twijfel of het bestemmingsplan in de bodemprocedure in stand zal kunnen blijven.

Het eerste onderdeel waar de voorzieningenrechter kritisch op is, gaat over de aansluiting tussen dat wat beoogd is te regelen in het bestemmingsplan, en dat wat daadwerkelijk in het bestemmingsplan wordt toegestaan. Alles wijst erop dat het de bedoeling van de raad en het college was, gelijk dat ook de bedoeling van Obelink was, dat in het bestemmingsplan de beoogde exploitatie door Obelink van een door haar te realiseren en gebruiken logistiek centrum, zoals ook vastgelegd in de gecoördineerde omgevingsvergunning, zou worden geregeld. De omwonenden hebben er echter op gewezen dat het bestemmingsplan feitelijk veel meer mogelijk maakt, namelijk een regulier logistiek centrum, met bijbehorende kantoren en gebouwen. Het effect van die maximale invulling van deze bestemming is niet onderzocht. Komt er een geheel ander logistiek centrum, dan die welke Obelink voor ogen heeft en ook heeft aangevraagd en vergund heeft gekregen, dan heeft dat ernstige consequenties voor onder meer het aantal verkeersbewegingen en de daarmee gepaard gaande emissies en overlast. Of sprake is van een goede ruimtelijke ordening kan dus volgens de voorzieningenrechter op basis van de bestemming in samenhang met de gedane onderzoeken niet worden vastgesteld.
Ook twijfelt de voorzieningenrechter aan het oordeel van de raad over de vraag of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en of wel in voldoende mate is gemotiveerd dat behoefte bestaat aan het type bedrijfsterrein dat het plan mogelijk maakt. Evenmin is gebleken, zo wordt overwogen, dat Obelink zich heeft vergewist van locatiemogelijkheden buiten het plangebied.
De voorzieningenrechter schorst op basis hiervan beide besluiten. Overigens zonder zich uit te laten over het spoedeisend belang, en dat bevreemdt mij, zeker omdat toch wel duidelijk was dat met de gecoördineerd verleende omgevingsvergunning op korte termijn echt geen ander logistiek centrum zou worden gerealiseerd dan aangevraagd.
Obelink is daarover kennelijk ook van haar a propos. Het bedrijf heeft echt haast en is met de door de voorzieningenrechter benoemde voorlopige gebreken aan de slag gegaan. Op basis van nieuwe aanvullende onderzoeken over onder meer verkeer en over de ladder van duurzame verstedelijking, verzoekt zij vervolgens om opheffing van de op 22 september 2020 uitgesproken schorsing.
Uit de uitspraak van 28 januari 2021 (zie hiervoor) blijkt dat de voorzieningenrechter niet genegen is om de schorsing op te heffen. Met de nadere onderzoeken staat, zo wordt overwogen, nog niet buiten twijfel dat de eerder geconstateerde voorlopige gebreken daadwerkelijk zijn gerepareerd.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit aan de orde dient te komen in de bodemprocedure, waarvan de zitting op niet al te lange termijn, namelijk op 15 maart 2021, is gepland. Vervolgens benoemt de voorzieningenrechter pas bij deze uitspraak een reden waarom er überhaupt spoedeisend belang bij schorsing zou bestaan: er zouden onomkeerbare gevolgen ontstaan, omdat een aanvang kan worden gemaakt met de geplande werkzaamheden, waaronder het vellen van 10 bomen.

Haastige spoed is zelden goed: de raad en het college hebben wellicht in de coördinatie te snel gehandeld en hebben daardoor relevante onderwerpen laten liggen, maar mij bekruipt toch ook het gevoel dat in eerste instantie de voorzieningenrechter wat te kort door de bocht heeft gemotiveerd waarom naar zijn oordeel de besluiten geschorst dienden te worden. Het spoedeisend belang is meestal leidend in een voorlopige voorzieningenprocedure. Het spoedeisend belang van de omwonenden en het spoedeisend belang van Obelink, zijn in deze twee procedures echter onvoldoende en te laat uit de verf gekomen.

Deze bijdrage is ook gepubliceerd in de Nieuwsbrief Omgevingsrecht van SDU

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Marieke Dankbaar (tel. 023 – 553 0236), dankbaar@potjonker.nl of één van de andere advocaten de sectie Bestuurs- en Overheidsrecht van Pot Jonker Advocaten

Vond u deze blog interessant en wilt u op de hoogte blijven? Schrijft u zich dan in voor onze nieuwsbrief.




Actueel / blog

VNPF & Pot Jonker Advocaten kennissessie ‘Vergunningaanvraag buitenfestival’ op 18 maart 2021

De procedures om succesvol een vergunning voor een buitenfestival aan te vragen zijn er de laatste jaren niet makkelijker op geworden. Er moet met steeds meer aspecten rekening gehouden worden bij een vergunningaanvraag. Denk aan de gevolgen van een festival voor de stikstofdepositie in een natuurgebied of de geluids- en verkeersoverlast voor omwonenden. Hoe houdt  ❯


Meer ruimte om afscheid te nemen van oudere werknemer door RVU-vrijstelling

Voor sommige werknemers vallen de jaren voor het bereiken van de AOW-leeftijd zwaar. Werknemers zullen hun arbeidsovereenkomst niet snel zelf opzeggen, omdat dat grote financiële gevolgen kan hebben, onder andere voor de pensioenopbouw. Werkgevers willen die werknemers vaak best iets meegeven bij een eerder ontslag, maar worden tegengehouden door de zogeheten RVU-heffing (heffing naar aanleiding  ❯


Privacyregels voor werkgevers in tijden van corona

Als werkgever heeft u de plicht om voor een veilige werkomgeving te zorgen. Om te voorkomen dat een werknemer met het coronavirus collega’s besmet, wilt u maatregelen treffen en wellicht ook kunnen controleren. Daarbij moet rekening worden gehouden met privacyregels. Voorbeelden van privacyregels U mag bijvoorbeeld niet vragen of uw werknemer corona heeft en als  ❯


Wat komt er kijken bij een reorganisatie vanwege corona?

Misschien bent u als ondernemer de afgelopen periode doorgekomen door gebruik te maken van de NOW en andere steunmaatregelen van de overheid, maar ontkomt u er niet aan om afscheid te gaan nemen van werknemers. In een eerdere blog hebben wij de vier belangrijkste aandachtspunten en reorganisatietips op een rij gezet. In dit blog leest  ❯


Thuiswerken; de belangrijkste aandachtspunten op een rij

Het afgelopen jaar is thuiswerken eerder regel dan uitzondering. De meeste organisaties zijn inmiddels dan ook redelijk gewend aan de thuiswerker. Maar welke regels zijn er eigenlijk aan dit nieuwe werken verbonden? Bestaat er bijvoorbeeld een recht op thuiswerken en zijn er bepaalde arboverplichtingen waarmee rekening moet worden gehouden? En hoe zorgt u ervoor dat  ❯


Brian van Veen cum laude geslaagd voor INSOLAD/Grotius opleiding Insolventierecht

Sinds 2015 is Brian van Veen als advocaat verbonden aan ons team Ondernemingsrecht & Insolventie. Begin 2020 is hij begonnen met de INSOLAD/Grotius specialisatieopleiding Insolventierecht. Deze opleiding is de meest uitvoerige en complete postacademische opleiding op het gebied van insolventierecht. Recent heeft Brian deze opleiding zeer succesvol, namelijk cum laude, afgerond. Pot Jonker Advocaten feliciteert  ❯

Pot Jonker Advocaten
22 februari 2021

CPO-project AQUAradius toegelicht tijdens ABC livestream event

AQUAradius, één van de grootste woonprojecten in ons land dat gerealiseerd is op basis van collectief particulier opdrachtgeverschap, was tot 15 oktober 2020 onderdeel van de expositie Gebouwde trots! van ABC Architectuurcentrum Haarlem. In het ABC livestream event van afgelopen november licht advocaat Jan Coen Binnerts, die als juridisch adviseur optrad in dit project namens  ❯


Een omgevingsvergunningplicht voor het kappen van bomen? Vergeet het bestemmingsplan niet!

Voor het kappen van een of meer bomen kan vereist zijn dat een omgevingsvergunning wordt aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders. Kappen kan namelijk vergunningplichtig zijn op grond van de APV of de Bomenverordening van een gemeente. Een vergunningplicht voor het rooien van bomen kan daarnaast ook volgen uit het bestemmingsplan dat van  ❯


Bestuursrechtadvocaat Lieke Feenstra gestart bij Pot Jonker Advocaten

Met ingang van 1 januari 2021 is Lieke Feenstra (30) gestart als advocaat bestuurs- en omgevingsrecht bij Pot Jonker Advocaten. Ze werkt binnen het team Overheid & Bestuur. Binnen dit team richt ze zich voornamelijk op het overheidsaansprakelijkheidsrecht naast het ruimtelijke ordeningsrecht en toezicht en handhaving. Lieke werkte voor haar overstap naar Pot Jonker Advocaten  ❯

Pot Jonker Advocaten
15 februari 2021

Vragen naar vaccinatiebewijs een juridische jungle

Het is niet mogelijk om iemand te verplichten zich te laten vaccineren tegen corona. Wel wordt er in de politiek gesproken over maatregelen om mensen die gevaccineerd zijn weer bepaalde activiteiten te laten doen zonder beperkingen. Terwijl mensen zonder vaccinatie geweigerd kunnen worden. In dat verband gaf de Gezondheidsraad recent een advies met betrekking tot  ❯