Gewijzigde rechterlijke inzichten over de vergunningplicht van een mestplaat



Soms kom je een uitspraak tegen die in eerste instantie helemaal niet zo bijzonder lijkt, maar bij een tweede lezing toch het vermelden waard is.

Dat geldt zeker voor de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 31 juli 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2648).

Last onder dwangsom ter verwijdering van de mestplaat

In deze uitspraak gaat het om een door  B&W van de gemeente Overbetuwe opgelegde last onder dwangsom om een gedeelte van een mestplaat op een agrarisch perceel, dat niet valt onder de bouwvergunning uit 1987, te verwijderen en verwijderd te houden.

Over deze mestplaat blijkt al eerder geprocedeerd te zijn: In die kwestie ging het evenzeer om het niet vergunde deel van de mestplaat.  Op 16 september 2015 oordeelde de Raad van State daar over dat de rechtbank ten onrechte tot de conclusie was gekomen dat er geen omgevingsvergunning was vereist voor dat extra deel (ECLI:NL:RVS:2015:2919). De Raad van State toetste aan het bestemmingsplan Buitengebied Overbetuwe, en concludeerde dat de oppervlakte van het niet vergunde deel van de mestplaat meer dan 100 m2 bedroeg, en dat ingevolge art. 35.2.1. aanhef en onder a van de planregels daarom het extra deel vergunningplichtig was en er een archeologisch rapport was vereist. De Raad van State, hoogste rechter, velde hier dus een definitief oordeel over die vergunningplicht.

Nieuwe last onder dwangsom

Fast forward naar 2019: Uit de uitspraak van 31 juli 2019 blijkt dat B&W op 31 mei 2016 B&W (andermaal) de last onder dwangsom hebben opgelegd om het betreffende deel van de mestplaat te verwijderen. B&W hebben daarbij overwogen dat al eerder een last was opgelegd, maar dat de overtreding destijds niet is beëindigd. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning heeft de betrokkene niet ingediend, zodat B&W niet anders konden dan handhaven, en daartoe ook bevoegd waren.

In bezwaar en beroep hield de last stand. De rechtbank, wijs geworden, verwees daarbij naar de hiervoor vermelde uitspraak van de Raad van State en concludeerde dat dus wel degelijk sprake was van een omgevingsvergunningsplicht, en derhalve van een bevoegdheid tot handhaving.

De betrokkene kon zich daar nog steeds niet in vinden en stelde hoger beroep in, stellende dat er helemaal geen sprake was van een omgevingsvergunningsplicht en dat B&W dus niet bevoegd waren om te handhaven. Een gewaagd standpunt, zou je, gelet op het eerdere onherroepelijke oordeel van de Raad van State over dezelfde mestplaat denken.

Formele rechtskracht en een onherroepelijk rechterlijk oordeel?

Zo gewaagd blijkt het standpunt echter niet de zijn. De Raad van State komt tot een verrassend oordeel.

Allereerst wordt gesteld dat als een besluit onherroepelijk is geworden, het formele rechtskracht heeft. Dat betekent dat in beginsel moet worden uitgegaan van de juistheid van het besluit.

De formele rechtskracht van een besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom gaat echter niet zo ver dat er in een latere handhavingsprocedure zonder meer vanuit moet worden gegaan dat een overtreding heeft plaatsgevonden.

Bij het opleggen van een nieuwe last onder dwangsom geldt als uitgangspunt dat het college opnieuw – aan de hand van de feiten en omstandigheden zoals die op dat moment gelden – moet beoordelen of sprake is van een overtreding. Voor zo’n inhoudelijke beoordeling bestaat des te meer aanleiding als de bevoegdheid tot het nemen van een handhavingsbesluit door een van de partijen wordt bestreden. Aldus de Afdeling.

Op zich is deze overweging natuurlijk glashelder en volkomen juist. Toch wringt het, daar waar er geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn, de wet en het bestemmingsplan het zelfde kader bieden  en het juist de Afdeling, andermaal als hoogste rechter, is die in 2019 een heel ander oordeel velt over de vergunningplicht, dan in 2105.

En toch doet de Afdeling dat: Zorgvuldig wordt nogmaals het wettelijk kader gesteld en geanalyseerd, waarna ook de bestemmingsplanbepaling betreffende het archeologierapport wordt beoordeeld. 

Art. 3 Bijlage II BOR: achtererfgebied

Nu beoordeelt de Afdeling echter eerst of de betreffende mestplaat valt onder art. 3 van bijlage II bij het BOR, luidende: “Een omgevingsvergunning voor een activiteit as bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder a van de wet is niet vereist indien deze activiteit betrekking heeft op (…) (6) een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied ten behoeve van agrarische bedrijfsvoering, voor zover het betreft, een silo of een ander bouwwerk niet hoger dan 2 m”.

Met name over de vraag of de mestplaat in het achtererfgebied ligt roept discussie op. De Afdeling concludeert dat, gelet op de wettelijke definities ter zake, de Rijksweg-Zuid moet worden aangemerkt als openbaar toegankelijk gebied. Gelet op de plek van het hoofdgebouw ligt die mestplaat ten opzichte van de Rijksweg-Zuid in het achtererfgebied. Geconcludeerd wordt dat er in de omgeving van het perceel geen ander openbaar toegankelijk gebied aanwezig is dat van invloed is op de omvang van het achtererfgebied. Een bedrijfspad en een niet voor het openbaar vaarverkeer toegankelijke waterweg worden niet als zodanig beoordeeld.

Met deze overwegingen geeft de Afdeling weer een nadere invulling van het in de praktijk toch wat moeizaam te duiden ‘achtererfgebied’ uit het BOR.

Geoordeeld wordt vervolgens dat de mestplaat voldoet aan de voorwaarden van art. 3 bijlage II BOR, en dat deze dus omgevingsvergunningvrij is.

Uitleg bestemmingsplanbepaling

Daaraan gekoppeld sneuvelt ook het oordeel over  de bestemmingsplanbepaling: In de betreffende bepaling over het benodigd archeologisch rapport, waarop in 2015 zo stellig werd geoordeeld, staat namelijk niet dat zo’n rapport ook nodig is voor bouwwerken van meer dan 100 m2 die zonder een omgevingsvergunning mogen worden gebouwd. Het college legde de bepaling ruimer uit, maar de Afdeling stelt dat, nu de formulering van de betreffende bepaling duidelijk is, deze bepaling letterlijk moet worden uitgelegd en is er ook vanuit rechtszekerheid geen ruimte voor de door het college gegeven interpretatie van die bepaling.

Zo geeft de Afdeling ook nog een klein lesje over de vraag hoe bestemmingsplanbepalingen kunnen en moeten worden uitgelegd.

Geen overtreding, geen grondslag voor de last onder dwangsom

De last onder dwangsom gaat dus van tafel. De Afdeling meldt niet met zoveel woorden dat zij het in 2015 bij het verkeerde eind had, maar komt wel volledig terug op het destijds vastgelegde oordeel. Heel fraai is dat niet, maar voortschrijdend inzicht komt nu eenmaal voor en extra lessen over het BOR en over de uitleg van bestemmingsplannen kunnen we altijd gebruiken.

Deze bijdrage is ook gepubliceerd in de Nieuwsbrief Omgevingsrecht van SDU.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Marieke Dankbaar (tel. 023-5530236), dankbaar@potjonker.nl of één van de andere advocaten van de sectie Bestuurs- en Overheidsrecht van Pot Jonker Advocaten.

Vond u deze blog interessant en wilt u op de hoogte blijven? Schrijft u zich dan in voor onze nieuwsbrief.




Actueel / blog

Inhoudelijke terugblik Seminar Aardgasvrij (ver)bouwen

Terugblik | Seminar Aardgasvrij (ver)bouwen Op 24 september jl. organiseerden Balance en Pot Jonker Advocaten het Seminar Aardgasvrij (ver)bouwen. Nederland heeft de ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn en het wordt steeds een beetje duidelijker hoe dit moet gebeuren. Tijdens het seminar zijn we ingegaan op het Klimaatakkoord, de verschillende alternatieven voor aardgas en  ❯


Mr. Studenten: Student-stage ervaring bij Pot Jonker

Stagelopen bij een advocatenkantoor zoals Pot Jonker. Hoe gaat het sollicitatietraject? Welke ervaring doe je dan op? En wat vergeet je nooit meer? Allemaal vragen die aan onze stagiair Adri Smidt werden gesteld voor het artikel in Mr. Studenten. → Lees hier het artikel Leuk om net als de ervaringsverhalen op onze eigen website te  ❯

Pot Jonker Advocaten
Pot Jonker Advocaten
04 oktober 2019

Levi Jacobs beëdigd als advocaat

Levi Jacobs (26) is op 28 augustus 2019 beëdigd als advocaat en werkt bij Pot Jonker Advocaten. Hij is in april 2018 afgestudeerd aan de UvA in rechtsgeleerdheid met als specialisatie de privaatrechtelijke rechtspraktijk en in wijsbegeerte. In september is hij gestart met de beroepsopleiding. Levi als Starter van de week in MR In de  ❯

Pot Jonker Advocaten
Pot Jonker Advocaten
27 september 2019

Pas-uitspraak leidt tot stroom vernietigingsuitspraken van bestemmingsplannen

Op 11 september jl. gingen weer zeven bestemmingsplannen geheel of gedeeltelijk over de kop als gevolg van het feit dat bij de vaststelling was teruggevallen op de passende beoordeling die ten grondslag ligt aan het Programma Aanpak Stikstof. De Afdeling deed uitspraak inzake plannen in Heiloo en Castricum voor de aanleg van een nieuwe aansluiting  ❯


Een hoge WW-premie voor flexibele arbeidskrachten per 1 januari 2020

Onder de Wet Arbeidsmarkt in Balans (‘WAB’) wordt het duurder om flexibele arbeidskrachten in te zetten. Dat komt onder meer door een wijziging in de financiering van de Werkloosheidswet (‘WW’). Ik vertel u daarover graag meer. WW-premie Als werkgever draagt u WW-premie af. Op dit moment wordt de hoogte van die premie bepaald door de  ❯


Failliet verklaarde VTK maakt onder leiding van curator Ingwersen doorstart

De in augustus failliet verklaarde apparatenbouwer Van Tongeren-Kennemer (VTK) maakt een doorstart. Het bedrijf dat apparatuur levert voor de voedingsindustrie gaat verder onder de vlag van de Deense SiccaDania Group. Peter Ingwersen, één van de drie bij Pot Jonker Advocaten werkzame curatoren, heeft als curator in dit faillissement deze doorstart gecoördineerd. Beperken schade en behoud  ❯


Ontslag makkelijker en goedkoper na 1 januari 2020?

Op 1 januari 2020 wordt een nieuwe ontslaggrond ingevoerd. Waarom is dat? En wat levert deze nieuwe onslaggrond op? Huidige ontslaggrond Sinds de invoering van de WWZ in 2015 hebben we te maken met specifiek in de wet omschreven ontslaggronden. Alleen als sprake is van een geheel voldragen ontslaggrond kan tot gedwongen ontslag via de  ❯


Zorgen om Nederlandse arbeidsmarkt: kloof tussen flex & vast groeit

Noodklok De kloof tussen werknemers in vaste dienst en flexwerkers (zzp’ers en werknemers zonder vast contract) wordt steeds groter in Nederland. Moeten we ons zorgen maken om deze ontwikkeling? Ja, zeggen onder andere de Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Nederland en de Commissie Borstlap (die onderzoek deed naar de toekomstbestendigheid van de Nederlandse arbeidsmarkt). Er wordt gesproken  ❯


Een keten van arbeidsovereenkomsten; welke regels gelden straks?

Per 1 januari 2020 is het zo ver; de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) treedt in werking! Voor werkgevers brengt die wet de nodige veranderingen met zich. Er is inmiddels al veel aandacht geweest voor de lager wordende transitievergoeding, het feit dat het (wat) makkelijker wordt om werknemers te ontslaan en de sterker wordende positie  ❯


Rechtszekerheid in een omgevingsplan

De gemeenteraad van het Brabantse Boekel stelde in 2018 als eerste gemeente een “omgevingsplan” vast voor het buitengebied. Het ging om een zogenoemd bestemmingsplan met verbrede reikwijdte als bedoeld in artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Deze regeling biedt de mogelijkheid om voor te sorteren op de Omgevingswet. Op 14 augustus 2019  ❯