Extra bescherming van bedrijfsgeheimen?



Bijna ieder bedrijf beschikt wel over informatie die zij liever niet met derden deelt. Denk hierbij aan uitgedachte fabricage- en/of werkmethoden, maar ook aan informatie over klanten en/of leveranciers. Als een bedrijf wil voorkomen dat deze informatie in verkeerde handen terecht komt, kan zij verschillende maatregelen treffen:

  • de informatie kan technologisch worden beschermd (bestanden met informatie kunnen worden versleuteld met een wachtwoord);
  • de informatie kan met een beperkte groep personen worden gedeeld (het ‘need to know’-principe); en/of
  • met personen die toegang verkrijgen tot de informatie kunnen contractuele geheimhoudingsafspraken worden gemaakt.

Ondanks het nemen van dergelijke maatregelen kan het toch mis gaan. Wat kan een bedrijf daar tegen doen? Het Nederlandse recht kent hier op dit moment geen specifieke regels voor. De remedies moeten dan ook gezocht worden in (meer algemene) civiele leerstukken.

Contractuele afspraken en/of onrechtmatig handelen

Het verspreiden van vertrouwelijke informatie kan in strijd zijn met contractuele geheimhoudingsafspraken of als onrechtmatig handelen worden gekwalificeerd. Met een beroep op de contractuele geheimhoudingsafspraken en/of op het leerstuk ‘onrechtmatig daad’ kan worden voorkomen dat vertrouwelijke informatie verder wordt verspreid en/of dat nadere informatie wordt verspreid.

Het kwaad is echter vaak al geschied, aangezien de vertrouwelijke informatie al op straat ligt. Wat dan nog rest is een compensatie voor het bedrijf in kwestie. Er zijn dan twee smaken:

  • contractuele boete;

als aan de niet-nakoming van een contractuele geheimhoudingsafspraak een boete is gekoppeld, kan deze boete worden geïncasseerd;

  • schadevergoeding;

als een contractuele geheimhoudingsafspraak niet is nageleefd en/of als onrechtmatig is gehandeld, heeft de benadeelde partij in principe recht op schadevergoeding. Let wel: als er een boetebeding is, moet duidelijk zijn afgesproken dat – naast de boete – ook schadevergoeding verschuldigd kan zijn. Zo niet, dan kwalificeert de boete als schadevergoeding.

Wet bescherming bedrijfsgeheimen

Het beschermen van vertrouwelijke bedrijfsinformatie heeft in Europa de aandacht. Op grond van “Richtlijn 2016/943/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan”, moest Nederland uiterlijk op 9 juni 2018 wetgeving invoeren om aan deze richtlijn te voldoen.

Deze datum is niet gehaald. De Tweede Kamer heeft op 17 april 2018 het voorstel voor de invoering van de “Wet bescherming bedrijfsgeheimen” weliswaar aangenomen, maar het wetsvoorstel moet nog behandeld worden in de Eerste Kamer.

Extra bescherming?

Het is overigens de vraag of deze wet bedrijven extra gaat helpen bij het beschermen van hun vertrouwelijke informatie. Deze wet gaat namelijk alleen gelden voor “bedrijfsgeheimen” die (kort gezegd):

(a) geheim zijn, in die zin dat ze niet algemeen bekend zijn bij of gemakkelijk toegankelijk zijn voor degenen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezig houden met dergelijke informatie;

(b) handelswaarde bezitten omdat ze geheim zijn; en

(c) onderworpen zijn aan redelijke maatregelen, gezien de omstandigheden, om ze geheim te houden.

Met andere woorden: de informatie die een bedrijf vertrouwelijk wenst te houden, is dus niet per sé een “bedrijfsgeheim” als bedoeld in deze wet.

Daarnaast geldt dat veel van de maatregelen die rechte gevorderd kunnen worden op grond van de nieuwe wet ook al gevorderd konden worden op grond van de hierboven genoemde algemene (civiele) leerstukken.

Kortom, de meerwaarde van de wet zal dus nog moeten blijken. Voor een bedrijf dat niet wil dat door haarzelf aangeduide informatie bij derden terecht komt, blijft het dus van belang om zelf maatregelen te treffen. Het startpunt is en blijft dan ook het treffen van (1) technologische, (2) organisatorische en, daaraan gekoppeld,  (3) juridische beschermingsmaatregelen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Suzanne Peekel (tel. 023 5530 265; peekel@potjonker.nl) of één van de andere advocaten van de sectie Ondernemingsrecht van Pot Jonker advocaten.




Actueel / blog

Vacature: advocaat-stagiaire Ondernemings- en Insolventierecht en advocaat-stagiaire Vastgoed

Pot Jonker Advocaten N.V. is een van de grote kantoren in de regio Haarlem. Bij Pot Jonker werken ambitieuze advocaten met liefde voor het vak en een “no nonsense” mentaliteit. De sfeer op kantoor is informeel en collegiaal. Deuren staan open en kennis en ervaringen worden gedeeld. Er wordt veel samengewerkt in secties en praktijkgroepen  ❯

Pot Jonker Advocaten
Pot Jonker Advocaten
16 januari 2019

Wijziging van de ladder voor duurzame verstedelijking, hoeveel treden worden er werkelijk genomen?

De realisatie van een bedrijf zal vaak als nieuwe stedelijke ontwikkeling kwalificeren. In dat geval moet aan de ladder voor duurzame verstedelijking worden voldaan (de Ladder). Kort samengevat onderzoekt het bevoegd gezag (in de praktijk laat het bevoegd gezag dit onderzoeken) bij het aflopen van de Ladder of er wel behoefte is aan het nieuwe  ❯


Annotatie over toezichthoudersaansprakelijkheid

Toezichthoudersaansprakelijkheid: Heeft de toezichthouder in redelijkheid tot zijn beleid met betrekking tot toezicht en controle dan wel tot zijn optreden in een concreet geval kunnen komen, gegeven een ruime mate van beleids- en beoordelingsvrijheid, het aan de orde zijnde risico en de hem bekende omstandigheden? Barkhuysen & Swagemakers, Gst. toezichthoudersaansprakelijkheid


De overheid als contractpartner bij ruimtelijke ontwikkelingen – verzwakt veel beloven het vertrouwen?

In de praktijk komt het regelmatig voor dat de gemeenteraad planologische medewerking onthoudt aan een ruimtelijke ontwikkeling, nadat de ontwikkelaar daarover maanden – soms jaren – overleg heeft gevoerd met de gemeente. De ontwikkelaar ontleende aan dat overleg het vertrouwen dat de gemeenteraad zijn planologische medewerking wel zou verlenen. Soms is dat vertrouwen zelfs gebaseerd  ❯


Het relativiteitsvereiste bezien vanuit vier groepen belanghebbenden

Sinds 1 januari 2013 kent ook het algemene bestuursrecht de relativiteitseis (art. 8:69a Awb), nadat deze al eerder in de Crisis- en herstelwet was opgenomen. In deze bijdrage wordt aan de hand van een aantal recente Afdelingsuitspraken bezien welke consequenties dit nieuwe wetsartikel voor de rechtspraktijk heeft. Duidelijk is dat de beperking van het beroepsrecht  ❯


Verwijtbare werkloosheid: ontslagreden boven ontslagroute

Wellicht is het u in de eindejaarshectiek ontgaan, maar de Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft eind 2018 een noemenswaardige uitspraak gedaan die ik u niet wil onthouden. Er is namelijk een nieuw toetsingskader ontwikkeld voor het beoordelen van de vraag of een werknemer verwijtbaar werkloos is geworden in de zin van (artikel 24 van)  ❯


Parkeren en ruimtelijke ordening; een lastige combinatie

Parkeerbehoefte en een goede ruimtelijke ordening: een combinatie die tot veel reuring, vragen en dus ook jurisprudentie leidt.  In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 januari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:9) wordt weer eens duidelijk uiteen gezet hoe getoetst moet worden of een project voldoende parkeergelegenheid biedt om in de parkeerbehoefte  ❯


Veranderingen in arbeidsrechtland in 2019

Monetta Driessen heeft al een interessante blog geschreven over de verwachte trends en ontwikkelingen in HRM land. In aanvulling op die blog een aantal arbeidsrechtelijke weetjes: Voor kleine werkgevers wordt het makkelijker om in aanmerking te komen voor de overbruggingsregeling. Er hoeft niet langer in elk van de drie boekjaren voor aanvang van een ontslagprocedure  ❯


Een antennemast in your backyard?

Op 5 december 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3979) deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) uitspraak in de zaak waarin het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wassenaar aan KPN een omgevingsvergunning had verleend voor het bouwen van een antennemast voor het mobiele netwerk. In de zaak komt aan de orde op welke  ❯


Staatssteun en grondverwerving: een wespennest

Wie het onderste uit de kan wil, krijgt het lid op de neus. Dit gezegde dringt zich op na lezing van het arrest  van het hof Arnhem Leeuwarden d. d. 6 november 2018 in een zaak tussen de gemeente Harlingen en het bedrijf Spaansen, die al eerder tot veel publiciteit leidde. Teruggebracht tot de essentie  ❯