Endotoxinen, zoönose, gezondheid en de noodzaak tot het opstellen van een milieueffectrapport



De vrees voor gezondheidsschade door fijn stof, endotoxinen en/of zoönosen (van dier op mens overdraagbare ziekten) speelt steeds vaker een rol bij het verlenen van omgevingsvergunningen in met name de agrarische- en veehouderijsector. Voor fijn stof zijn emissiefactoren vastgesteld voor runderen, varkens, geiten, kippen, kalkoenen, eenden, nertsen en parelhoenders. De varkenssector en met name de pluimveesector leveren de grootste bijdrage aan fijn stof. Endotoxinen zijn bestanddelen van de celwand van bacteriën. In de omgeving van varkens, melkvee- en vooral pluimveebedrijven zijn verhoogde concentraties van endotoxinen vastgesteld. Inademing van endotoxinen kan leiden tot ontstekingen van de luchtwegen, chronische bronchitis en vermindering van de longfunctie. Voor endotoxinen zijn echter (nog) geen wettelijke grenswaarden vastgesteld. De Gezondheidsraad heeft wel een voorlopige advieswaarde voor de algemene bevolking afgeleid van 30 EU/m3 (endotoxinen units per kubieke meter lucht). En er bestaat ook zoiets als een officieus endotoxinekader. Ook voor zoönosen ontbreken nog breed aanvaarde wetenschappelijke inzichten (denk aan Qkoorts en longontstekingen door geitenhouderijen). Vooralsnog moeten we het daar mee doen.

Hoe wordt dan met de gestelde gezondheidseffecten van endotoxinen en zoönosen dan in de praktijk omgegaan? Mogen inzichten hierover worden meegenomen in de toets of een milieueffectrapport moet worden opgesteld?

Van pluimvee naar varkenshouderij: geur, fijnstof, zoönose en endotoxinen

In 2018 heeft de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de eerste richtinggevende uitspraken over endotoxinen gedaan. Op 22 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1632) werd onder verwijzing naar die eerdere uitspraken (met name ABRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2496) andermaal geoordeeld over de vraag in hoeverre het endotoxinekader bij de besluitvorming kan of moet worden betrokken.

Het ging in dit geval om een aanvraag om een bestaande pluimveehouderij in Leudal te veranderen in een varkenshouderij met 290 zeugen, 3 beren, 624 biggen en 1440 vleesvarkens. De varkens zouden ook in buitenverblijven worden gehouden.

De vergunning werd in eerste instantie verleend. Een aantal omwonenden en CIRO+ kwamen daar tegenop en voerden aan dat er als gevolg van geur, zoönosen en endotoxinen gezondheidsschade zou optreden.  CIRO+ is gespecialiseerd in het behandelen van mensen met chronische aandoeningen en exploiteert een longcentrum op ongeveer 600 meter van de veehouderij.

Rechtbank: geur en zoönosen

Het college had geoordeeld dat er geen zodanige risico’s voor de volksgezondheid aanwezig waren dat er een reden was voor het opstellen van een milieueffectrapport. De rechtbank vond dat het college met name ten aanzien van de geurbelasting en de bijzondere gevoeligheid van patiënten van het longcentrum daartoe onvoldoende onderzoek had gedaan. Over zoönosen oordeelde de rechtbank dat zonder aanvaarde wetenschappelijke inzichten hierover CIRO+ en omwonenden niet in hun argumenten konden worden gevolgd. Op het aspect geur werd derhalve vernietigd; de overige milieueffecten zoals fijnstof en endotoxinen werden onbesproken gelaten.

College: endotoxinen

Het college, opnieuw beslissend op bezwaar, nam vervolgens wel die overige effecten mee in zijn besluit. Onder verwijzing naar de Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0 (het eerder genoemde endotoxinekader) achtte het college het niet uitgesloten dat de belasting met endotoxinen op een nabij gelegen woning zou verslechteren. Om die reden werd alsnog besloten dat een milieueffectrapport diende te worden opgesteld en werd de vergunning geweigerd. De geurbelasting en de mogelijke verspreiding van zoönosen werd door het college niet aan het nieuwe besluit ten grondslag gelegd.

Raad van State: geur en endotoxinen kunnen een rol spelen

Tegen zowel de uitspraak van de rechtbank, als tegen de nieuwe beslissing op bezwaar werd beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Over het aspect geur, waar de rechtbank haar uitspraak op had gebaseerd, oordeelde de Afdeling dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat geur en de bijzondere gevoeligheid van patiënten van het longcentrum meegewogen had moeten  worden, ook al heeft de Gezondheidsraad zich over deze specifieke gevoeligheid nog niet in officiële zin uitgelaten. De verspreiding van zoönose had de rechtbank evenwel terecht op basis van te weinig wetenschappelijk onderbouwde inzichten buiten beschouwing gelaten.

Ten aanzien van de endotoxinen, die niet door de rechtbank waren benoemd, maar wel een rol speelden in de nieuwe beslissing van het college, oordeelde de Afdeling dat een bestuursorgaan bij zijn beslissing over de vraag of een milieueffectrapport moet worden gemaakt mede de mogelijke gevolgen van verspreiding van endotoxine en het daarover opgestelde endotoxinekader mag betrekken. In casu kon een verslechtering van de belasting vanwege endotoxinen niet worden uitgesloten en kon de aanvraag volgens het college leiden tot belangrijke nadelige gevolgen die vereisen dat een milieueffectrapport moet worden gemaakt. De Afdeling zag geen grond voor het oordeel dat het college met de gegeven motivering anders had moeten besluiten.

Conclusie

Het blijft lastig: moeten er nu aanvaarde wetenschappelijke inzichten, c.q. wettelijk vastgestelde grenswaarden bestaan, om een milieueffect in de zin van gezondheidseffect mee te mogen laten wegen, of zijn officieuze richtlijnen en kaders voldoende? Kennelijk ligt dat telkens heel genuanceerd.

Deze bijdrage is ook gepubliceerd in de Nieuwsbrief Omgevingsrecht van SDU

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Marieke Dankbaar (tel. 023-5530236), dankbaar@potjonker.nl of één van de andere advocaten van de sectie Bestuurs- en Overheidsrecht van Pot Jonker Advocaten.

Vond u deze blog interessant en wilt u op de hoogte blijven? Schrijft u zich dan in voor onze nieuwsbrief.

 




Actueel / blog

Seminar Aardgasvrij (ver)bouwen op 24 september

Energietransitie: uitdagende gasdoelstelling De doelstelling om alle gebouwen in 2050 van het aardgas af te hebben, is uitdagend. Net als de keuzes die gemaakt moeten worden om die doelstelling te bereiken. Er zijn verschillende duurzame energiebronnen die aardgas kunnen vervangen; van een collectieve oplossing als een warmtenet tot individuele oplossingen zoals all-electric. Eenmaal een keuze  ❯


Het pensioenakkoord: welke wijzigingen staan vast en wat levert het op?

In juni 2019 sloot de regering met werkgevers en vakorganisaties een pensioenakkoord. Iedereen jubelde, want er is jarenlang tevergeefs gepoogd om een nieuw pensioenstelsel te bedenken dat zowel uitvoerbaar als betaalbaar zou zijn. In het pensioenakkoord staat een aantal maatregelen dat op termijn moet leiden tot een evenwichtig pensioenstelsel. Wat staat daarvan nu al vast?  ❯


Pot Jonker advocaten zoekt een advocaat-medewerker aanbestedingsrecht

Aanbestedingsrecht bij Pot Jonker Een belangrijke pijler van de sectie Vastgoed van Pot Jonker vormt de subsectie aanbestedingsrecht. De advocaten in deze sectie procederen en adviseren op het gebied van het Europese aanbestedingsrecht. Geregeld gaat het over aanbestedingen in de bouw & infra, maar vaak ook betreft het aanbestedingen op geheel andere gebieden zoals bijvoorbeeld  ❯

Pot Jonker Advocaten
Pot Jonker Advocaten
14 augustus 2019

Pot Jonker advocaten zoekt een advocaat-medewerker sectie vastgoed

Vastgoedsectie bij Pot Jonker De sectie Vastgoed vormt een belangrijke pijler van ons kantoor met een breed werkveld en veel ruimte voor opleiding. De belangrijkste deelgebieden waar wij ons mee bezighouden zijn: algemeen vastgoedrecht (kopen, huren, zakelijke rechten) civiel bouwrecht (inclusief bouwarbitrages) aanbestedingsrecht (dat uiteraard ook buiten de grenzen van het vastgoed reikt) makelaarstuchtrecht (NVM)  ❯

Pot Jonker Advocaten
Pot Jonker Advocaten
14 augustus 2019

De doe-het-zelvende overheid: de tendens op het gebied van inbesteden

Een overheidslichaam dat in een bepaalde behoefte wil voorzien, heeft de keuze om dat uit te besteden, of juist zelf te doen. De optie van het zelf doen is minder actueel in de bouw of bij levering van roerende zaken: veel overheden die zelf nog iets kunnen of willen bouwen of maken, zijn er niet.  ❯


Schade bij bedrijfsuitjes: wie betaalt hiervoor de rekening?​

Veel werknemers kijken reikhalzend uit naar het bedrijfsuitje. Wordt het dit jaar raften, skiën of toch karten? In het algemeen geldt: hoe gevaarlijker, hoe beter en u trakteert uw werknemers daarom misschien het liefste op een ‘thrill-seeking’ activiteit. Dergelijke activiteiten hebben echter ook een keerzijde: er bestaat een groter risico op ongelukken en daarmee een  ❯


Toekomstige overtredingen; herhaling voorkomen of preventief handhaven?

Ons bestuursrecht kent twee instrumenten waarmee handhavend kan worden opgetreden tegen overtredingen die nog moeten plaatsvinden: een last ter voorkoming van herhaling van een overtreding en een preventieve last. Men is er altijd vanuit gegaan dat tussen beide instrumenten geen vrije keuze bestaat. Maar heeft de wetgever wel bedoeld twee instrumenten in het leven te  ❯


Online platform Helpling, werkgever of niet?

In een zaak die FNV eind vorig jaar startte tegen Helpling (= een online platform waarop schoonmakers en huishoudens afspraken kunnen maken over uit te voeren huishoudelijke taken) heeft de kantonrechter inmiddels een uitspraak gedaan. FNV claimde dat Helpling een (verkapte) arbeids- dan wel uitzendovereenkomst heeft met de via haar in te huren schoonmakers, maar  ❯


Interview: Pure prijsconcurrentie bij Europese aanbestedingen onwenselijk

Bij Europese aanbestedingsprocedures is het alleen in goed gemotiveerde gevallen toegestaan om marktpartijen met elkaar te laten concurreren op basis van de laagste prijs zonder daarbij kwalitatieve aspecten een rol te laten spelen. Op basis van de memorie van toelichting bij de Aanbestedingswet werd aangenomen dat dit met name betrekking zou hebben op de inkoop van producten  ❯


Woningbouw in een krimpgebied. Of toch niet?

Bouwen en krimpen Woningbouw in een krimpgebied – of niet. Dat was de vraag waar het om draaide in een Afdelingsuitspraak van 3 juli jl. ( ECLI:NL:RVS:2019:2214). De zaak betrof de vaststelling van een bestemmingsplan door de gemeenteraad van Middelburg dat de bouw van de nieuwe wijk Essenvelt met 400 woningen mogelijk maakt. Volgens www.rijksoverheid.nl  ❯