Een antennemast in your backyard?



Op 5 december 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3979) deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) uitspraak in de zaak waarin het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wassenaar aan KPN een omgevingsvergunning had verleend voor het bouwen van een antennemast voor het mobiele netwerk. In de zaak komt aan de orde op welke wijze een afwijkingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan exceptief getoetst kan worden. Ook geeft de Afdeling een oordeel over het betoog van appellanten dat zag op de gezondheidsgevaren van de antennemast.

De antennemast was in strijd met de bestemming “Natuur” die ter plaatse gold, maar in het bestemmingsplan was een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Appellanten betogen dat de bepaling in het bestemmingsplan die de afwijking mogelijk maakt onverbindend is, omdat deze verder gaat dan volgens de wet is toegestaan. Met de afwijkingsbevoegdheid wordt feitelijk de bestemming gewijzigd, aldus appellanten.

De Afdeling verwijst naar haar jurisprudentie (uitspraak van 16 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:906) waarin is uitgemaakt dat in een procedure omtrent een omgevingsvergunning de bestemmingsplanbepaling niet aan dezelfde toets wordt onderworpen als die wordt gehanteerd in het kader van de beoordeling van het bestemmingsplan. Het is niet de bedoeling dat in een procedure omtrent een omgevingsvergunning eigenlijk de bestemmingsplanprocedure wordt overgedaan. Een bestemmingsplanbepaling is slechts onverbindend als de bepaling in strijd is met een hogere regeling. Deze beoordeling van de bepaling aan een hogere regeling wordt exceptieve toetsing genoemd. De afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet ruimtelijk ordening. Daarmee is de bepaling in strijd als de afwijking een wijziging in het gebruik mogelijk maakt die leidt tot een planologisch relevante wijziging van de bestemming. Ook is een bepaling die voorziet in een afwijking in strijd met de wet als die onbegrensd is.

In dit geval is de bepaling kennelijk voldoende begrensd, of het tegendeel is niet aangevoerd, want de Afdeling beoordeelt alleen of de afwijkingsbevoegdheid leidt tot een planologisch relevante wijziging van de bestemming. Daarbij is van belang of de bestaande bestemming realiseerbaar blijft na gebruik making van de afwijkingsbevoegdheid. De Afdeling oordeelt dat de bestemming “Natuur” ook na gebruikmaking van de afwijkingsbevoegdheid, en dus de bouw van de antennemast, nog realiseerbaar is. Het gedeelte van de grond waarop de antennemast komt te staan, is namelijk in verhouding tot de totale omvang van de bestemmingen klein.

Ook het betoog van appellanten dat het college uit voorzorg had moeten afzien van het verlenen van de omgevingsvergunning in verband met de gezondheidsrisico’s van de antennemast vangt bot. De Afdeling verwijst naar het rapport “Elektromagnetische velden, jaarbericht 2008” van maart 2009 van de Gezondheidsraad. Daarin is geconcludeerd dat elektromagnetische velden van mobiele telefonie geen gezondheidseffecten hebben op de hersenactiviteit. Evenmin is er een oorzakelijk verband tussen blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden en het optreden van lichamelijk onverklaarde klachten. Maar de Afdeling haalt ook een deskundigenbericht van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening dat was opgesteld in de zaak die leidde tot de uitspraak van 14 januari 2009 van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2009:BG9796). Daarin is te lezen dat uit wereldwijde onderzoeken blijkt dat radiofrequente elektromagnetische velden een nadelig gezondheidseffect kunnen hebben. Er zijn ook wetenschappelijke onzekerheden over de invloed van de toename van blootstelling op de gezondheid en de betekenis van de rapportage van soms ernstige gezondheidsklachten. De Gezondheidsraad heeft hierom aanbevelingen gedaan voor nader onderzoek en er is een kennis- en onderzoekscentrum opgezet. Dit bleek uit het deskundigenbericht uit 2009. De Afdeling overweegt dat de overheid nog geen aanleiding heeft gezien om een lagere grenswaarde vast te stellen voor radiofrequente elektromagnetische velden.

De gemeenteraad heeft het rapport uit 2009 van de Gezondheidsraad aan haar afweging ten grondslag mogen leggen, aldus de Afdeling. Dit is toch wel opmerkelijk, omdat dit rapport al zo’n 10 jaar oud is. Dat doet de vraag rijzen of dit rapport nog actueel is. Er is inmiddels een derde advies van de Gezondheidsraad over de gezondheidseffecten van het gebruik van mobiele telefoons van 30 november 2017. Daarin concludeert de Gezondheidsraad dat er geen bewezen verband is tussen gebruik van de mobiele telefoon en een verhoogd risico op tumoren in de hersenen. Dit advies ziet met name op het gebruik van de mobiele telefoon, maar raakt ook aan elektromagnetische velden. De raad adviseert om door te blijven gaan met de onderzoeken naar blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden. Kennelijk straft de Afdeling het college niet af voor het gebruik van een 10 jaar oud rapport, omdat de overheid sindsdien nog geen aanleiding heeft gezien om een lagere grenswaarde vast te stellen. Opvallend is dat uit de onderzoeken blijkt dat mensen die worden blootgesteld aan elektromagnetische velden eerder geneigd zijn hun gezondheidsklachten daaraan toe te schrijven.

Deze bijdrage is ook gepubliceerd in de Nieuwsbrief Omgevingsrecht van SDU.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Rachel Hoeneveld (tel. 023 55 30 241; hoeneveld@potjonker.nl) of een van de andere advocaten van de Bestuurs- en Overheidsrecht van Pot Jonker advocaten.
Vond u deze blog interessant en wilt u op de hoogte blijven? Schrijft u zich dan in voor onze nieuwsbrief .




Actueel / blog

Vacature: advocaat-stagiaire Ondernemings- en Insolventierecht en advocaat-stagiaire Vastgoed

Pot Jonker Advocaten N.V. is een van de grote kantoren in de regio Haarlem. Bij Pot Jonker werken ambitieuze advocaten met liefde voor het vak en een “no nonsense” mentaliteit. De sfeer op kantoor is informeel en collegiaal. Deuren staan open en kennis en ervaringen worden gedeeld. Er wordt veel samengewerkt in secties en praktijkgroepen  ❯

Pot Jonker Advocaten
Pot Jonker Advocaten
16 januari 2019

Wijziging van de ladder voor duurzame verstedelijking, hoeveel treden worden er werkelijk genomen?

De realisatie van een bedrijf zal vaak als nieuwe stedelijke ontwikkeling kwalificeren. In dat geval moet aan de ladder voor duurzame verstedelijking worden voldaan (de Ladder). Kort samengevat onderzoekt het bevoegd gezag (in de praktijk laat het bevoegd gezag dit onderzoeken) bij het aflopen van de Ladder of er wel behoefte is aan het nieuwe  ❯


Annotatie over toezichthoudersaansprakelijkheid

Toezichthoudersaansprakelijkheid: Heeft de toezichthouder in redelijkheid tot zijn beleid met betrekking tot toezicht en controle dan wel tot zijn optreden in een concreet geval kunnen komen, gegeven een ruime mate van beleids- en beoordelingsvrijheid, het aan de orde zijnde risico en de hem bekende omstandigheden? Barkhuysen & Swagemakers, Gst. toezichthoudersaansprakelijkheid


De overheid als contractpartner bij ruimtelijke ontwikkelingen – verzwakt veel beloven het vertrouwen?

In de praktijk komt het regelmatig voor dat de gemeenteraad planologische medewerking onthoudt aan een ruimtelijke ontwikkeling, nadat de ontwikkelaar daarover maanden – soms jaren – overleg heeft gevoerd met de gemeente. De ontwikkelaar ontleende aan dat overleg het vertrouwen dat de gemeenteraad zijn planologische medewerking wel zou verlenen. Soms is dat vertrouwen zelfs gebaseerd  ❯


Het relativiteitsvereiste bezien vanuit vier groepen belanghebbenden

Sinds 1 januari 2013 kent ook het algemene bestuursrecht de relativiteitseis (art. 8:69a Awb), nadat deze al eerder in de Crisis- en herstelwet was opgenomen. In deze bijdrage wordt aan de hand van een aantal recente Afdelingsuitspraken bezien welke consequenties dit nieuwe wetsartikel voor de rechtspraktijk heeft. Duidelijk is dat de beperking van het beroepsrecht  ❯


Verwijtbare werkloosheid: ontslagreden boven ontslagroute

Wellicht is het u in de eindejaarshectiek ontgaan, maar de Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft eind 2018 een noemenswaardige uitspraak gedaan die ik u niet wil onthouden. Er is namelijk een nieuw toetsingskader ontwikkeld voor het beoordelen van de vraag of een werknemer verwijtbaar werkloos is geworden in de zin van (artikel 24 van)  ❯


Parkeren en ruimtelijke ordening; een lastige combinatie

Parkeerbehoefte en een goede ruimtelijke ordening: een combinatie die tot veel reuring, vragen en dus ook jurisprudentie leidt.  In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 januari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:9) wordt weer eens duidelijk uiteen gezet hoe getoetst moet worden of een project voldoende parkeergelegenheid biedt om in de parkeerbehoefte  ❯


Veranderingen in arbeidsrechtland in 2019

Monetta Driessen heeft al een interessante blog geschreven over de verwachte trends en ontwikkelingen in HRM land. In aanvulling op die blog een aantal arbeidsrechtelijke weetjes: Voor kleine werkgevers wordt het makkelijker om in aanmerking te komen voor de overbruggingsregeling. Er hoeft niet langer in elk van de drie boekjaren voor aanvang van een ontslagprocedure  ❯


Een antennemast in your backyard?

Op 5 december 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3979) deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) uitspraak in de zaak waarin het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wassenaar aan KPN een omgevingsvergunning had verleend voor het bouwen van een antennemast voor het mobiele netwerk. In de zaak komt aan de orde op welke  ❯


Staatssteun en grondverwerving: een wespennest

Wie het onderste uit de kan wil, krijgt het lid op de neus. Dit gezegde dringt zich op na lezing van het arrest  van het hof Arnhem Leeuwarden d. d. 6 november 2018 in een zaak tussen de gemeente Harlingen en het bedrijf Spaansen, die al eerder tot veel publiciteit leidde. Teruggebracht tot de essentie  ❯