Coronarecht

Het coronavirus houdt iedereen bezig. Het brengt veel onrust en onzekerheid teweeg, waardoor de behoefte aan helder juridisch advies groeit. Wij krijgen veelvuldig vragen over de impact van de coronacrisis op organisaties, medewerkers en hun klanten. Om deze vragen zo goed en efficiënt mogelijk te beantwoorden hebben we het multidisciplinaire team coronarecht samengesteld. Dit team heeft kennis en kunde gebundeld. Op deze pagina vindt u de antwoorden op de meest voorkomende vragen. Deze pagina werken we regelmatig bij om ervoor te zorgen dat we u zo volledig mogelijk informeren. Direct naar inhoudsopgave.

Vragen?
Mogelijk heeft u na het lezen van deze informatie, of daarvoor al, vragen. Neem hierover dan gerust contact op met uw vaste contactpersoon binnen Pot Jonker Advocaten. Of met het multidisciplinaire team coronarecht per mail op corona@potjonker.nl of telefonisch via 023-5530230.


Antwoorden op de meest voorkomende vragen

Voor werkgevers en werknemers
Zorgplicht en informatieplicht werkgever
Privacy
Niet thuis werken
Thuis werken
Werken kan niet
Recht op loon
Calamiteiten– en zorgverlof
(Verplicht) Verlof
Vrijwilligers
Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA)

Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid (tegemoetkoming loonkosten)

NOW 3.0 (tegemoetkoming loonkosten oktober t/m juni 2021)

Aanvraag

Reorganisatie en ontslag
Bedrijfseconomische noodzaak
Wet op de Ondernemingsraden
Sociaal Plan
Welke werknemers worden boventallig?
Herplaatsing
Ontslagroute
Opzegverbod
WW-premie

Voor ondernemingen
Financiële ruimte vergroten
Belastingdruk verlagen
Steunmaatregelen lokale overheden
Aanvullende financiering aantrekken
Corona-overbruggingsregeling voor startups, scale-ups en andere innovatieve bedrijven
Nieuwe GO-regeling
Kleine Kredieten Corona garantieregeling (KKC)
Financiering voor land- en tuinbouwbedrijven
Debiteurenbeleid
Personele lasten
Overheidssteun
Niet-nakoming van contractuele verplichtingen
Overmacht
Onvoorziene omstandigheden
Ontbinding
Internationaal handelsverkeer
Exportkredietverzekering
Surseance van betaling
Faillissement
Algemene vergaderingen in tijden van corona
Duurovereenkomsten
Opzegging duurovereenkomst
Opzegging duurovereenkomst bepaalde tijd
Opzegging duurovereenkomst van onbepaalde tijd
Let op: mogelijke bijzondere omstandigheden

Voor ZZP’ers en andere zelfstandige ondernemers
Tozo
Hoe of wat, voorwaarden en aanvraag
Tozo 2
Grensondernemers
Tozo 3

TOGS / Compensatieregeling
Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB
Qredits
Banken verlenen uitstel
Opzegging duurovereenkomsten

Voor aanbestedende diensten en ondernemers
Algemeen
Verlenging aanmeldings- en inschrijftermijnen
Overheidsopdrachten in coronacrisistijd
voorbeeld
Rechtbanken in beginsel gesloten
Meer informatie

Voor overheden
Wet publieke gezondheid
Voorzitter van de Veiligheidsregio
Tijdelijke wet maatregelen COVID-19
Mogelijkheden staatssteun verruimd
Beslistermijnen bestuursorganen
Horen in bezwaarfase
De Vorderingswet en Distributiewet
Algemeen
Vorderingswet
Distributiewet
Verbod op evenementen met >100 personen
Vergunde evenementen en horeca-sluiting
Onderwijs en kinderopvang
Hamsterwet
Uitwerkingen nadere maatregelen 23 maart 2020
Algemeen
Aangescherpte en nieuwe maatregelen individuen
Uitzondering voor wettelijk verplichte bijeenkomsten
Periode afgelasten evenementen: tot 1 juni of 1 september?
Winkels en (vakantie)parken
Groepsvorming in publieke ruimte
Handhaving
Verbod contactberoepen
Wettelijke grondslag
Maatregelen 6 mei 2020
Maatregelen 19 mei 2020
Maatregelen vanaf 1 juli 2020
Maatregelen 3 november 2020
Maatregelen voor zorgaanbieders in de Wmo en de jeugdzorg
Tijdelijke wet digitale besluitvorming
Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag

Voor onderwijs- en kinderopvanginstellingen en ouders
Algemeen
(Basis)scholen en kinderdagverblijven
Rol van gemeenten bij noodopvang
Examens
Hogescholen en universiteiten
Enige andere maatregelen

Voor consumenten en reizigers
Algemeen
Reizen
Pakketreis
Los ticket of losse overnachting
Algemene tips voor annulering van uw reis
Reisvouchers
Luchtvaartvouchers
Evenementen
Sportschool
Onderwijs en kinderopvang
Hamsterwet

Voor (ver)huurders
Voor (ver)huurders van bedrijfsruimte
Algemeen
Lessen uit de kredietcrisis
Minder omzet, minder huur betalen?
Gedwongen sluiting: overmacht?
ROZ-modellen
Onvoorziene omstandigheden
Retail: Steunakkoord 2.0
Voor (ver)huurders van woonruimte
Spoedwet: verlenging van tijdelijke verhuur woonruimte
Tijdelijke huurstop in vrije en sociale sector
Geen ontruiming huurwoningen

Voor Verenigingen van Eigenaars (VvE’s)
Wetsvoorstel tijdelijke voorzieningen: veilig vergaderen en beslissen
Digitaal vergaderen en stemmen
Bestuursbesluit: verlenging termijn jaarstukken
Geldigheid wet

Voor opdrachtgevers en aannemers in de bouw
Algemeen
Meest toegepaste voorwaarden in de bouw
Protocol Samen veilig doorwerken
Meer informatie

Voor zorginstellingen
Wat gebeurt er als de IC geen plaats meer heeft?
Draaiboek pandemie NVIC
Triage
Juridische context
Terughoudendheid IGJ inspectiebezoeken
Weigering zorgverlener behandelen coronapatiēnt
Noodinzet niet-praktiserende artsen of BIG-geregistreerden
Vrijwilligers
Vergoeding extra kosten zorgaanbieders
Inzet alternatieve medische hulpmiddelen
Palliatieve zorg
Sluiting verpleeghuizen voor bezoek
Voor hospice zorg
Wet publieke gezondheid
Personele zaken
Maatregelen zorgverzekeraars voor zorgaanbieders
Maatregelen voor zorgaanbieders in de Wmo en de jeugdzorg
WW-premie

Voor culturele instellingen
Aansluiten op generieke, financiēle maatregelen
Treffen van coulancemaatregelen


Voor werkgevers en werknemers

Zorgplicht en informatieplicht werkgever

Werkgevers zijn op grond van de Arbowetgeving gehouden om te zorgen voor een veilige en gezonde werkplek. De regering adviseert werkgevers om werknemers zoveel mogelijk thuis te laten werken en – als dat niet gaat – werktijden zoveel mogelijk te spreiden om de verspreiding van het virus tegen te gaan.

Werkgevers doen er verstandig aan om aan werknemers te vragen of zij thuis tegen bepaalde zaken aanlopen en algemene instructies te geven over een gezonde werkhouding, bijvoorbeeld een juiste zithouding achter de computer en het regelmatig houden van pauzes. Indien mogelijk, kan ook kantoormeubilair ingezet worden voor thuiswerk.

Terug naar inhoudsopgave

 

 

Privacy

Werkgevers mogen hun werknemers niet vragen naar hun gezondheid (bijv. aard of oorzaak van de ziekte). Verder mogen werkgevers ook niet de reden van eventuele ziekmeldingen bijhouden of zelf testen afnemen ter controle. Ook als een werknemer uit zichzelf vertelt dat hij/zij besmet is met het coronavirus, mag een werkgever deze informatie niet vastleggen. Mocht er kans zijn op besmetting op de werkplek, dan treedt een protocol van de GGD in werking. Dat protocol bepaalt welke maatregelen worden genomen.

Wel geeft de Autoriteit Persoonsgevens (AP) aan dat werkgevers van hun werknemers mogen verlangen dat zij hun gezondheid zelf scherp in de gaten te houden (en waar nodig zelf bijv. hun temperatuur controleren). Onder de bijzondere omstandigheden van de coronacrisis mogen werkgevers ook zieke werknemers naar huis sturen bij verkoudheids- of griepverschijnselen (ook bij twijfel). Verder mogen werkgevers aan werknemers vragen om contact op te nemen met de bedrijfsarts, arbodienst of huisarts voor controle. Meer informatie is te vinden in de FAQ van de AP.

NB. Toestemming van een werknemer kan geen grondslag vormen voor verwerking van persoonsgegevens. Vanwege de hiërarchische verhouding tussen de werkgever en de werknemer wordt aangenomen dat de werknemer zijn toestemming niet vrijelijk kan geven.

Terug naar inhoudsopgave

 

Niet thuis werken

Voor sommige functies geldt dat die niet thuis uitgevoerd kunnen worden. Een werkgever zal voor die functies in kaart moeten brengen welke gezondheidsrisico’s het coronavirus met zich brengt en de nodige maatregelen moeten treffen. Hij doet er verstandig aan om daarbij de Arbodienst/bedrijfsarts te betrekken en de aanwijzingen vanuit de overheid, waaronder het RIVM, te volgen. Uiteraard moet ook worden gezorgd voor extra algemene hygiënemaatregelen op de werkplek, zoals het (vaker) schoonmaken van deurknoppen en toetsenborden. Een werkgever moet de werknemers over de risico’s en de genomen maatregelen informeren.

Terug naar inhoudsopgave

 

Thuis werken

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft op 18 maart 2020 een aantal tips gegeven voor veilig thuis werken tijdens de coronacrisis:

  • Werk indien mogelijk in een beveiligde thuiswerkomgeving en wees voorzichtig met het gebruik van gratis cloud-, opslag- of e-maildiensten.
  • Bescherm gevoelige documenten. Zorg ervoor dat gevoelige documenten op de server van de organisatie komen te staan als deze nu alleen op een USB-stick of op papier staan. Maak ook gebruik van versleutelde USB-sticks.
  • Wees voorzichtig met het gebruik van (video)chatdiensten. Maak voor gesprekken waarin gevoelige gegevens worden besproken bij voorkeur gebruik van de beschikbare veilige communicatiemiddelen, zoals de telefoon of beveiligde versies van (video)chatdiensten. Ga bewust om met consumentenapps (zoals FaceTime, Skype of Signal) en gebruik deze tijdens de coronacrisis bij hoge uitzondering. Bespreek daarbij dan zo min mogelijk gevoelige gegevens.
  • Let op phishingmails. Klik niet op links in e-mailberichten die niet worden verwacht of die van een onbekende afzender zijn. Open daarbij ook geen bijlagen en vul geen gegevens in.

Meer informatie is te vinden op de website van de AP.

Terug naar inhoudsopgave

 

Werken kan niet

Er zijn 3 situaties te onderscheiden:

  1. De medewerker is ziek. De werkgever moet het loon (deels) doorbetalen op grond van artikel 7:629 BW en/of arbeidsvoorwaardenregeling/CAO.
  2. De medewerker is gezond en zou hebben kunnen werken, maar door een omstandigheid die in zijn risicosfeer ligt, gebeurt dat niet. Dan hoeft de werkgever het lo0n niet door te betalen. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat de medewerker zijn kinderen moet opvangen omdat de scholen en kinderopvang gesloten zijn. Maar let op: soms gelden – zeker voor de eerste tijd van verhindering – bijzondere regels (zie ook ‘calamiteitenverlof’).
  3. De medewerker is gezond en kan werken (zie hierna: recht op loon).

Terug naar inhoudsopgave

 

Recht op loon

Er zijn 5 situaties te onderscheiden:

  1. De medewerker is gezond en werkt door. Dan moet de werkgever het lo0n doorbetalen.
  2. De medewerker is ziek. De werkgever moet het loon (deels) doorbetalen op grond van artikel 7:629 BW en/of arbeidsvoorwaardenregeling/CAO.
  3. De medewerker heeft lichte klachten en werkt gewoon (maar dan meestal wel thuis) door: de werkgever moet het loon doorbetalen.
  4. De medewerker heeft lichte klachten en werkt niet of slechts deels: dan moet de werkgever in ieder geval het loon over de gewerkte uren doorbetalen. Het is aan te bevelen dan de bedrijfsarts in te schakelen om te adviseren over de arbeidsongeschiktheid, want mogelijk geldt ook (gedeeltelijke) loondoorbetalingsplicht voor “zieke” uren.
  5. De medewerker werkt – hoewel gezond – niet? Dan hangt het af van de vraag in wiens risicosfeer de verhindering om te werken valt, of er loon moet worden betaald. Uitgangspunt is: “niet werken: wel loon, tenzij…”. Heeft de werknemer bijvoorbeeld een probleem met de kinderopvang? Dan is dat in beginsel zijn probleem, maar niet meteen en niet volledig (zie ook ‘calamiteitenverlof’) Speelt er iets anders? Neem dan contact met ons op!

Terug naar inhoudsopgave

 

Calamiteiten– en zorgverlof

Nb: check altijd of de CAO een bijzondere regeling bevat.

In een crisissituatie kan de medewerker calamiteitenverlof opnemen. Bijvoorbeeld: de scholen/opvang zijn gesloten en er is geen opvang voor zijn/haar kind(eren). Of: een medewerker heeft de zorg voor een zieke ouder. De duur is niet wettelijk geregeld en hangt af van de situatie. Soms is een paar uur genoeg, soms een paar dagen. Houd als stelregel 1 of 2 dagen aan. Tijdens het verlof moet de werkgever 100% doorbetalen. Dat geeft de medewerker de kans een oplossing voor het probleem te vinden.

Als de situatie voortduurt en de werknemer vindt geen oplossing, dan zal hij in principe geen recht (meer) hebben op loon. Als sprake is van zorg voor een ziek kind/ouder, kan de werknemer kortdurend zorgverlof opnemen gedurende maximaal 2 (gebruikelijke werk)weken. De werkgever moet dan 70% van het loon doorbetalen. Is het probleem dan nog niet voorbij, dan kan de medewerker eventueel langdurend zorgverlof opnemen. Dat duurt dan maximaal 6 (gebruikelijke werk)weken en de werkgever hoeft dan geen loon meer te betalen.

Ook kan afgesproken worden dat de medewerker over-, ATV- of verlofuren of onbetaald verlof opneemt. En dat kan natuurlijk ook in situaties dat de medewerker geen zorgtaken heeft. In beginsel kan een werknemer echter niet verplicht worden verlofuren op te nemen. Ga na wat het beste past in de situatie en neem anders vooral ook even contact op.

Terug naar inhoudsopgave

 

(Verplicht) Verlof

Nb: check altijd eerst of de CAO een bijzondere regeling bevat.

Mijn medewerker wil verlof opnemen en dat kan nu echt niet: kan ik het weigeren?
Weigering is mogelijk op grond van gewichtige redenen. Volgens de regering is hiervan sprake indien het inwilligen van een verzoek om vakantie tot een ernstige verstoring van de bedrijfsvoering leidt. U kunt dan denken aan onmisbaarheid van de werknemer in verband met een dreigend personeelstekort.

Kan een reeds vastgestelde vakantie worden gewijzigd?
Wegens gewichtige redenen (zie gegeven toelichting bij bovenstaande vraag) kunt u een reeds vastgestelde vakantie wijzigen. Dit zal wel in overleg met de werknemer moeten gebeuren. Indien in zo’n geval schade aan de zijde van de werknemer wordt veroorzaakt, dan moet die schade worden vergoed. U kunt dan bijvoorbeeld denken aan annuleringskosten.

Mijn medewerker had verlof gepland en wil daar nu – vanwege het coronavirus – op terug komen: kan dat?
Hierover wordt verschillend gedacht. Steeds meer juristen menen van niet, omdat dit in de risicosfeer van de werknemer ligt. Anderen wijzen erop dat de vakantie overeenkomstig de wensen van de werknemer wordt vastgesteld, hetgeen lijkt te impliceren dat de werknemer het verlof ook moet kunnen wijzigen. Van belang is ook of de medewerker zinvol werk kan doen als hij zijn vakantie annuleert. Is dat zo, dan zal de werkgever er minder snel bezwaar tegen hebben, al moeten werkgevers er ook voor zorgen dat hun werknemers af en toe “recupereren”.

Kan ik mijn medewerkers verplichten vakantie op te nemen?
In de regel niet, omdat de vakantie overeenkomstig de wensen van de werknemer wordt vastgesteld en het van de omstandigheden afhangt of er vakantie “te genieten valt”. Maar het kan zijn dat de CAO zo’n verplichte vakantie wel toelaat, terwijl ook steeds vaker wordt aangenomen dat de voortdurende crisissituatie een uitzondering op de hoofdregel rechtvaardigt.

Terug naar inhoudsopgave

 

Vrijwilligers

Voor meer informatie over vrijwilligers lees het stuk over Vrijwilligers.

Terug naar inhoudsopgave

 

Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA)

Flexwerkers die door de coronacrisis hun inkomsten (grotendeels) zijn kwijtgeraakt en geen uitkering kunnen krijgen, kunnen in aanmerking komen voor de Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA). De regeling voorziet in een tegemoetkoming in de vorm van een eenmalig bedrag van € 1.650 bruto voor de periode maart, april en mei 2020.

Om een beroep te kunnen doen op de TOFA:

  • moet u over februari 2020 een (sociale verzekerings)loon hebben gehad van minimaal € 400;
  • moet u over maart een sv-loon hebben gehad van minimaal € 1;
  • mag het sv-loon over april niet hoger zijn geweest dan € 550;
  • moet u over april ten opzichte van uw sv-loon over februari, minimaal de helft van uw loon verloren hebben, en
  • kreeg u over april 2020 geen uitkering of andere tegemoetkoming in uw inkomsten.

U kan de TOFA aanvragen in de periode van 22 juni 2020 tot en met 12 juli 2020.

Zie voor meer informatie de website van het UWV.

Terug naar inhoudsopgave

 

Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid (tegemoetkoming loonkosten)

Werkgevers kunnen op grond van de regeling Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) een tegemoetkoming in de loonkosten ontvangen als zij omzetverlies hebben.

De regeling is tweemaal verlengd. Voor de NOW 1.0 (de tegemoetkoming in de loonkosten over de periode maart t/m mei 2020) kan geen aanvraag meer worden ingediend.

De NOW 2.0 ziet op een tegemoetkoming in de loonkosten over de periode juni t/m september. Tot 1 september 2020 kon een beroep worden gedaan op deze regeling. Voor de aankomende periode geldt de NOW 3.0.

Als u een beroep hebt gedaan op de NOW 2.0 is het van belang om tot 30 september de volgende punten in het oog te houden:

  • Bedrijfseconomische ontslagen leiden tot een vermindering van de subsidie;
  • Werkgevers moeten, indien de WMCO van toepassing is, gedurende een periode van minimaal vier weken overleggen met de vakbonden (of bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers) over de voorgenomen ontslagen en de ontslagaanvraag niet eerder indienen dan vier weken nadat de WMCO-melding aan UWV en de belanghebbende vakbonden is gedaan;
  • Indien tussen 30 mei en 30 september 2020 één of meerdere WMCO-meldingen worden gedaan en gedurende het subsidietijdvak voor 20 of meer werknemers, in één werkgebied in de zin van de WMCO, ontslag om bedrijfseconomische reden wordt aangevraagd, zal een korting van 5% van de uiteindelijke NOW-subsidie worden opgelegd. Die korting wordt niet toegepast als er een akkoord over de ontslagaanvraag is bereikt tussen de werkgever en de belanghebbende vakbonden (of bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers), of, indien dat niet het geval is, door die partijen gezamenlijk de Stichting van de Arbeid is verzocht om te beoordelen of het voorgestelde aantal te vervallen arbeidsplaatsen noodzakelijk is;
  • de onderneming mag over 2020 tot en met de datum van de vergadering waarin de jaarrekening over 2020 wordt vastgesteld (meestal in 2021) geen winstuitkering aan aandeelhouders doen, geen bonussen aan het bestuur en directie van het concern of de aanvragende rechtspersoon uitkeren en geen eigen aandelen inkopen. Deze verplichting geldt voor ondernemingen waarvan het toegekende voorschot meer dan € 100.000 bedraagt of het subsidiebedrag meer dan € 125.000 bedraagt;
  • op bedrijven die de NOW 2.0 aanvragen rust de inspanningsverplichting om werknemers te stimuleren om aan bij- of omscholing te doen;

Als een beroep is gedaan op de NOW 1.0 en/of de NOW 2.0 heeft de werkgever een voorschot van het UWV ontvangen. De subsidie zal definitief worden vastgesteld als de werkgever daartoe een aanvraag indient. Het verzoek tot definitieve vaststelling moet voor de NOW 1.0 gedaan worden binnen 24 weken na 6 oktober. Ondernemers die naast de NOW 1.0 een beroep doen op de NOW 2.0 mogen het verzoek tot definitieve vaststelling tegelijkertijd met het verzoek tot definitieve vaststelling voor de NOW 2.0 indienen. Het verzoek tot vaststelling van de NOW 2.0 moet binnen 24 weken na 15 april 2021 worden gedaan. Als de omzetperiode eindigt na 15 april moet het verzoek binnen 24 weken na afloop van de omzetperiode worden ingediend.

Indien de werkgever verplicht een accountantsverklaring moet overleggen, bedraagt de termijn 38 weken in plaats van 24 weken. De verplichting tot het overleggen van een accountantsverklaring bestaat als het voorschot meer dan € 100.000 bedraagt of het subsidiebedrag meer dan € 125.000 bedraagt. Indien het voorschot of het subsidiebedrag minder bedraagt dan de hiervoor genoemde bedragen moet bij de definitieve vaststelling alleen een verklaring van een deskundige derde, bijvoorbeeld een administratiekantoor, omtrent de omzetdaling ingeleverd worden.

Indien u vragen heeft over (het verzoek tot) de definitieve vaststelling van de subsidie op grond van de NOW 1.0 en/of 2.0 kunt u contact met ons opnemen.

Now 3.0 (tegemoetkoming loonkosten oktober t/m juni 2021)

De NOW 3.0 is van kracht van 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021 en is verdeeld in drie tijdvakken van drie maanden. De voorwaarden van de regeling zijn (deels) gewijzigd ten opzichte van de NOW 1.0 en 2.0 en de voorwaarden verschillen ook per tijdvak.

Het doel van de regeling blijft het ondersteunen van bedrijven om de crisis door te komen en werkgelegenheid zo veel mogelijk te behouden, maar het kabinet vindt het ook belangrijk dat bedrijven en werknemers zich aanpassen aan de huidige economische situatie.

De hoogte van het bedrag van de subsidieverlening is in beginsel de uitkomst van: A x B x 3 x 1,4 x 0,9. Hierbij staat A voor het percentage van de door de werkgever verwachte omzetdaling en B voor de loonsom. De tegemoetkoming aan werkgevers voor loondoorbetaling wordt in stappen afgebouwd en het vereiste percentage aan omzetverlies wordt verhoogd vanaf januari 2021 (het tweede tijdvak van de NOW 3.0). Tegelijk komt er ruimte voor werkgevers om de loonsom voor een gedeelte te laten dalen (bijvoorbeeld door natuurlijk verloop, ontslagen of loonoffers) zonder dat dit ten koste gaat van de subsidie. Dit wordt het vrijstellingspercentage genoemd. Onder de NOW 3.0 wordt het subsidiebedrag niet meer gekort in geval van bedrijfseconomisch ontslag van werknemers. Onder de NOW 1.0 en 2.0 kreeg de werkgever een korting op de subsidie als hij ontslag om bedrijfseconomische redenen aanvroeg of als hij bij een collectief ontslag geen overeenstemming had bereikt met werknemersverenigingen. Dat is onder de NOW 3.0 niet meer zo.

Tijdens het eerste tijdvak (oktober 2020 tot januari 2021) is het vergoedingspercentage 90%. Werkgevers ontvangen een vergoeding van 80% en de overige 10% wordt benut voor scholing en van-werk-naar-werk-trajecten. In het eerste tijdvak bedraagt het vrijstellingspercentage 10%. Het omzetdervingspercentage is, net als bij de NOW 1.0 en 2.0, 20%.

In het tweede tijdvak (januari tot april 2021) bedraagt het vergoedingspercentage 70%. De formule voor het berekenen van het subsidiebedrag is dan A x B x 3 x 1,4 x 0,7. Gedurende dit tijdvak wordt als voorwaarde gesteld dat de bedrijven minimaal 30% omzetverlies lijden. Het vrijstellingspercentage is in dit tijdvak 15%.

In het derde tijdvak (april tot juli 2021) is het vergoedingspercentage 60%. De formule voor het berekenen van het subsidiebedrag is dan A x B x 3 x 1,4 x 0,6. Het omzetdervingspercentage blijft 30%. Het vrijstellingspercentage is in dit tijdvak 20%. Het maximaal te vergoeden loon per werknemer is in dit tijdvak één keer het dagloon, onder de NOW 1.0 en 2.0 en de eerdere tijdvakken van de NOW 3.0 was het maximum tweemaal het dagloon.

Onder de NOW 3.0 rust een inspanningsverplichting op de werkgever om werknemers te begeleiden naar nieuw werk als hij werknemers ontslaat. De werkgever moet onder andere contact opnemen met het UWV via de ‘UWV telefoon NOW’. Indien het UWV bij de vaststelling van de subsidie constateert dat de werkgever een aanvraag voor bedrijfseconomisch ontslag heeft ingediend, maar geen contact met het UWV heeft gehad over van-werk-naar-werkbegeleiding, zal de subsidie met 5% worden gekort.

Ook onder de NOW 3.0 geldt een verbod op het uitkeren van dividend en bonussen. Indien een beroep wordt gedaan op het tweede en derde tijdvak van de NOW 3.0 gelden de verboden ook voor 2021.

 

Aanvraag

Vanaf 16 november 2020 tot 13 december kan een aanvraag worden ingediend voor het eerste tijdvak van de NOW 3.0. Vaststelling van de subsidie onder de NOW 3.0 zal pas vanaf  1 september 2021, na afloop van de drie tijdvakken, plaatsvinden.

Met vragen over de NOW 3.0, bijvoorbeeld over de berekening van de omzetdaling, de loonsom, het vrijstellingspercentage, de NOW-regeling voor concerns of het dividend- en bonusverbod kunt u contact met ons opnemen.

Terug naar inhoudsopgave

Reorganisatie en ontslag

Bedrijfseconomische noodzaak

Het UWV zal bij een verzoek om ontslagvergunning te verlenen, vragen naar een (ook getalsmatige) onderbouwing van de bedrijfseconomische noodzaak. Hoe grijpt de coronacrisis in op uw bedrijfsvoering? Welke activiteiten zijn ondernomen om het werk te behouden of ander werk te verkrijgen? Als u de noodzaak tot bezuinigingen op arbeidsplaatsen niet goed kunt onderbouwen, zal het UWV geen toestemming verlenen om de arbeidsovereenkomst op te zeggen.

Wet Melding Collectief Ontslag

Op grond van artikel 3 van de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO) moet een werkgever het voornemen melden om binnen een tijdvak van drie maanden 20 of meer werknemers, werkzaam in een werkgebied, om bedrijfseconomische redenen te ontslaan. Die melding wordt gedaan aan de belanghebbende vakbonden en het UWV. Daardoor zijn de vakbonden in de gelegenheid om overleg te voeren met de werkgever over de omvang van het ontslag en over het verzachten van de gevolgen ervan, bijvoorbeeld door het afspreken van een Sociaal Plan en kan de overheid (UWV) maatregelen treffen om werkloosheid te voorkomen.

Na de melding geldt een wachttijd van een maand. Dat betekent dat binnen die maand geen arbeidsovereenkomsten kunnen worden beëindigd of ontslagprocedures kunnen worden gestart. Die wachttijd geldt echter niet als uit een verklaring van de bonden blijkt dat zij zijn geraadpleegd en zij zich met de beëindigingen kunnen verenigen.

Als ten onrechte geen melding wordt gedaan op grond van de WMCO, kan een werknemer tot uiterlijk een half jaar na het aangaan van een vaststellingsovereenkomst of tot een half jaar na zijn ontslag een beroep doen op de vernietigbaarheid van het ontslag of aanspraak maken op een billijke vergoeding.

Wet op de Ondernemingsraden

Op grond van artikel 25 van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) dient de ondernemer de ondernemingsraad in de gelegenheid te stellen om advies uit te brengen over het voorgenomen besluit tot reorganisatie.

Als de ondernemingsraad niet positief adviseert en de ondernemer desondanks het besluit neemt tot reorganisatie en tot het indienen van een (collectieve) ontslagaanvraag, dan moet dat besluit uitvoerig worden gemotiveerd en moet worden ingegaan op de redenen waarom het advies van de ondernemingsraad niet of niet geheel is gevolgd. Vervolgens moet het besluit worden opgeschort tot één maand na de dag waarop de ondernemingsraad van het afwijkende besluit in kennis is gesteld. Die maand dient ertoe om de ondernemingsraad in de gelegenheid te stellen om beroep in te stellen tegen het besluit bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof in Amsterdam. De Ondernemingskamer kan vervolgens, als deze het met de ondernemingsraad eens is, de ondernemer verplichten om het besluit geheel of gedeeltelijk in te trekken en/of om de gevolgen van het besluit ongedaan te maken. Anders gezegd: het doen van uitvoeringshandelingen in een te vroeg stadium kan de onderneming duur komen te staan als de Ondernemingskamer in een later stadium oordeelt dat dit besluit niet rechtsgeldig is geweest en alles teruggedraaid moet worden.

Sociaal Plan

Er kan met de vakbonden of met de ondernemingsraad of eenzijdig een Sociaal Plan worden afgesproken/vastgesteld. Een groot voordeel van een Sociaal Plan (of dat nou is afgesproken met de vakbonden of de ondernemingsraad) is dat er duidelijkheid is over het (herplaatsings)proces en de afvloeiingscondities, wat een hoop onrust en discussies kan voorkomen.

Welke werknemers worden boventallig?

De vervolgvraag is welke werknemers boventallig worden en voor herplaatsing en eventueel ontslag in aanmerking komen. In de Ontslagregeling zijn regels hierover opgenomen, die nader zijn uitgewerkt in de Uitvoeringsregels van het UWV. Het voert te ver om daarop hier uitvoerig in te gaan, maar de hoofdregel is dat het afspiegelingsbeginsel moet worden toegepast per categorie uitwisselbare functies per bedrijfsvestiging op een te definiëren peildatum.

Herplaatsing

Als deze hobbels zijn genomen, is vervolgens het probleem van de herplaatsing aan de orde. Want waar voor de toepassing van het afspiegelingsbeginsel moet worden gekeken naar de uitwisselbare functies per bedrijfsvestiging geldt voor de herplaatsing dat concernbreed (en zelfs internationaal) gekeken moet worden.

Ontslagroute

Als een procedure moet worden gevoerd, dient voor iedere werknemer die voor ontslag in aanmerking komt een ontslagaanvraag bij het UWV te worden ingediend. Vanaf het moment dat een ontslagaanvraag is ingediend, heeft een ziekmelding van een werknemer niet meer tot gevolg dat die werknemer niet ontslagen kan worden. Na de UWV route kan er nog een kantonprocedure (en een procedure in hoger beroep of in cassatie) volgen. Maar er kan ook zonder een procedure afscheid genomen te worden van medewerkers als overeenstemming wordt bereikt (meestal in de vorm van een vaststellingsovereenkomst).

Opzegverbod

Het kan zijn dat in bepaalde gevallen sprake is van een opzegverbod (bijvoorbeeld gedurende ziekte of zwangerschap). Zolang daarvan sprake is zal het UWV geen toestemming verlenen om de arbeidsovereenkomst op te zeggen.

Meer informatie is te vinden op:

Natuurlijk kunt u ook contact opnemen als u aanvullende vragen heeft.

WW-premie

Het premiestelsel van de Werkloosheidswet (WW) is met de invoering van de Wet Arbeidsmarkt in Balans gewijzigd. Sindsdien wordt voor vaste contracten een lage premie gerekend en voor flexibele contracten een hoge premie. Tevens is bepaald dat met terugwerkende kracht alsnog een hoge WW-premie moet worden betaald voor werknemers die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt.

Voornoemde herzieningssituatie vervalt tijdelijk omdat deze momenteel een ongewenst effect heeft. Veel werknemers (bijvoorbeeld in de zorg) werken door de huidige crisis namelijk over en de overheid acht het niet wenselijk wanneer de hoge WW-premie op die werknemers van toepassing wordt. Daarom hoeft geen enkele werkgever de WW-premie in het jaar 2020 als gevolg van overwerk te herzien. Per 1 januari 2021 zal de herzieningssituatie weer in werking treden.

Terug naar inhoudsopgave

 

Voor ondernemingen

Financiële ruimte vergroten

De coronamaatregelen hebben een grote impact op de bedrijfsvoering van ondernemingen. Veel ondernemingen worden geconfronteerd met een plotselinge omzetdaling, terwijl de vaste lasten gewoon blijven doorlopen. Om de financiële ruimte van een onderneming te vergroten, kunnen verschillende maatregelen worden genomen.

Belastingdruk verlagen

Om de belastingdruk te verlagen kunt u om te beginnen bijzonder uitstel van betaling voor onder andere inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en loonbelasting aanvragen. Bij de aanvraag moet aangegeven worden dat u door de corona uitbraak in betalingsproblemen bent gekomen. De Belastingdienst zal de invorderingsmaatregelen na ontvangst van de aanvraag stoppen en automatisch 3 maanden uitstel van betaling verlenen. Een boete voor het niet op tijd betalen van omzetbelasting of loonheffingen hoeft u niet te betalen. Mocht de eerste periode van 3 maanden te kort zijn dan kan voor een langere periode uitstel worden aangevraagd, maar in dat geval moet bij de aanvraag de omstandigheden en gevolgen worden aangegeven waardoor uw onderneming geraakt is door de coronacrisis. Dit kan u doen door een dalende omzet of teruglopende opdrachten of boekingen inzichtelijk te maken door het verstrekken van cijfers. Bovendien moet u verklaren dat u geen dividenden en bonussen zal uitkeren of eigen aandelen zal inkopen.

Voor de opgebouwde belastingschuld wordt een betalingsregeling aangeboden waarmee per januari 2021 tot 1 januari 2023 elke maand een vast bedrag wordt terugbetaald.

Mocht u door de uitbraak van corona een lagere winst verwachten dan kunt u ook uw voorlopige aanslag voor inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting verlagen. Daarnaast mogen ondernemingen het verwachte verlies over 2020 dat verband houdt met de coronacrisis al in de aangifte vennootschapsbelasting 2019 aftrekken door middel van het vormen van een coronareserve. De reserve mag niet groter zijn dan de winst over 2019.

De Belastingdienst heeft sinds 23 maart 2020 de invorderingsrente op openstaande belastingschulden tot 31 december 2021 tijdelijk van 4% naar 0,01% verlaagd. Het tarief van de belastingrente (8% voor vennootschapsbelasting en 4% voor andere belastingen) zal tijdelijk worden verlaagd naar 0,01% tot 1 oktober 2020. Voor de inkomstenbelasting geldt deze verlaging vanaf 1 juni 2020, voor de overige belasting vanaf 1 juli 2020. Na 1 oktober geldt alleen nog een verlaging voor het tarief van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting. Dit tarief blijft tot 31 december 2021 4%.

Bedrijven die G-rekeningen gebruiken kunnen de Belastingdienst verzoeken om (een deel van) deze rekeningen te deblokkeren. Niet alleen overschotten op deze rekeningen kunnen worden vrijgegeven, maar ook (naheffings)aanslagen loonbelasting en btw indien voor deze aanslagen bijzonder uitstel van betaling is verleend.

Zie voor meer informatie hierover: de website van de Belastingdienst.

Steunmaatregelen lokale overheden

Om lokale ondernemers tegemoet te komen nemen lokale overheden maatregelen. Raadpleeg de site van uw gemeente voor meer informatie. Voor de steunmaatregelen van de gemeente Haarlem zie het blog hierover op onze website.

Aanvullende financiering aantrekken

Daarnaast kan via de BMKB-regeling aanvullende financiering worden aangetrokken. De BMKB-regeling is een regeling op grond waarvan een onderneming aanvullend krediet kan verkrijgen (d.w.z. een overbruggingskrediet of een verhoging van het rekening-courantkrediet), omdat het Ministerie van EZK borg staat.

De BMKB-regeling is bedoeld voor ondernemingen:

      • met maximaal 250 FTE personeel in dienstverband;
      • met een maximaal balanstotaal van EUR 43 miljoen of een maximale jaaromzet van EUR 50 miljoen;
      • die voldoende continuïteitsperspectief hebben; en
      • die niet actief zijn in vastgoed exploitatie, verzekering- en financiering, publiekverzekerde zorg, land- en tuinbouw of visserij.

Meer informatie is te vinden op:

      • de website van de rijksoverheid;
      • de website van het RVO over subsidie- en financieringswijzer;
      • de website van het RVO over de overige voorwaarden om in aanmerking te komen voor de BMKB-regeling.

De deelnemende financiers zijn daarnaast te vinden op de website van het RVO.

Corona-overbruggingsregeling voor startups, scale-ups en andere innovatieve bedrijven

Bedrijven die gefinancierd worden met eigen vermogen of risicodragend vermogen en geen bankrelatie hebben, zoals startups, scale-ups en andere innovatieve bedrijven, en die getroffen worden door de coronacrisis, kunnen een overbruggingskrediet aanvragen bij de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s). De leningen variëren tussen de € 50.000,-  en € 250.000,-  en worden verstrekt tegen een rentetarief van 3%. Bij leningen van meer dan € 250.000,- wordt 25% cofinanciering door de aandeelhouders of andere investeerders verwacht. De regeling is sinds 29 april toegankelijk.

Zie voor meer informatie de website van ROM-Nederland

Nieuwe GO-regeling

(Middel)grote ondernemingen kunnen nieuwe financiering aantrekken door een beroep te doen op de zogenaamde GO-regeling. De garantieaanvraag kan tot 31 mei 2020 worden gedaan.

De GO-regeling is bedoeld voor:

      • Nederlandse ondernemingen met substantiële activiteiten in Nederland;
      • die in de kern gezond zijn;
      • die bevredigende rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven hebben;
      • waarin geen bovenmatige kapitaalonttrekking hebben plaatsgevonden in de laatste 12 maanden; en
      • die niet actief zijn in:
          • de landbouw, visserij en aquacultuur (met uitzondering van toelevering en dienstverlening);
          • de exploitatie van onroerend goed (met uitzondering van bemiddeling en projectfinanciering);
          • de financiële sector (met uitzondering van bemiddeling);
          • de gezondheidszorg (voor zover de onderneming een zorgaanbieder is die diensten verleent zoals omschreven in de Zorgverzekeringswet en de AWBZ).

Meer informatie is te vinden op: de website van het RVO.

Kleine Kredieten Corona garantieregeling (KKC)

In samenwerking met de Nederlandse staat stellen banken een extra overbruggingskrediet beschikbaar voor ondernemingen met een financieringsbehoefte tussen de € 10.000 en € 50.000. In dat verband wordt een bedrag van maximaal 750 miljoen euro beschikbaar gesteld waarvoor de Nederlandse overheid voor 95% garant staat. Deze regeling beoogt de toegang tot liquiditeit voor kleine mkb’ers te verbeteren.

Het krediet heeft een looptijd van maximaal vijf jaar. Het rentepercentage bedraagt ten hoogste 4% en er moet een eenmalige premie van 2% aan de staat worden betaald.

Voorwaarden:

  • De onderneming heeft een omzet van € 50.000, – of meer;
  • de onderneming is sinds 1 januari 2019 ingeschreven in de Kamer van Koophandel;
  • de onderneming moet voor de crisis voldoende winstgevend zijn geweest.

Naar verwachting treedt de regeling half mei in werking.

Financiering voor land- en tuinbouwbedrijven

Land- en tuinbouwbedrijven kunnen een beroep doen op de regeling Borgsteling MKB-Landbouwkredieten om extra liquide middelen aan te trekken. Deze regeling wordt per 18 maart 2020 verruimd vanwege de uitbraak van het coronavirus.

Meer informatie is te vinden op: de website van het RVO.

Debiteurenbeleid

Verder is een goed debiteurenbeleid natuurlijk essentieel om de inkomsten op peil te houden. Mochten facturen geen harde betaaltermijn bevatten, dan is het zaak om niet-betalende partijen tijdig een ingebrekestelling te sturen. Als ook dan betaling uitblijft, is het zaak om tijdig incassomaatregelen te nemen.

Personele lasten

Om de kosten te drukken is het, tot slot, aan te bevelen om te onderzoeken of – in ieder geval tijdelijk – afscheid genomen kan worden van (flexibele) arbeidskrachten. Zie ook: het onderdeel over werkgevers en werknemers.

Overheidssteun

Mogelijkheden om steun van de overheid te ontvangen worden vanouds beperkt door regels van Europees staatssteunrecht. Die zijn op 19 maart jl. verruimd in verband met de pandemie. Voor meer informatie hierover zie: Mogelijkheden staatssteun verruimd.

Terug naar inhoudsopgave

Niet-nakoming van contractuele verplichtingen

De gevolgen van de verspreiding van het coronavirus worden steeds duidelijker. Scholen en restaurants zijn gesloten, evenementen worden massaal geannuleerd en iedereen blijft zoveel mogelijk thuis. Veel ondernemingen zijn (deels) gesloten, evenementen zijn massaal geannuleerd en iedereen blijft zoveel mogelijk thuis. Reeds geplande orders worden afgezegd en artikelen worden niet op tijd geleverd.  Wat betekenen deze maatregelen voor de (niet)-nakoming van contractuele verplichtingen? Hierna wordt omschreven wanneer een beroep kan worden gedaan op overmacht, onvoorziene omstandigheden en ontbinding .

Let op! In algemene voorwaarden en overeenkomsten wordt regelmatig afgeweken van de wettelijke regelingen die hieronder worden beschreven. Wees hierop bedacht en lees goed na welke afspraken zijn gemaakt.

Overmacht

Uitgangspunt in het Nederlands recht is dat afspraken moeten worden nagekomen. Wordt een afspraak niet of niet tijdig nagekomen, dan is sprake van een tekortkoming. Een partij die tekortschiet in de nakoming van zijn verbintenis is verplicht om de schade te vergoeden die daardoor ontstaat. Vereiste is wel dat de tekortkoming toerekenbaar is. We spreken dan van wanprestatie (artikel 6:74 BW). Wanneer een partij toerekenbaar tekort schiet, kan dat leiden tot een verplichting om alsnog na te komen, of om schadevergoeding te betalen. Daarnaast kan het recht voor de wederpartij ontstaan om de overeenkomst te mogen ontbinden.

Wanneer echter sprake is van overmacht, hoeft een partij niet alsnog na te komen, of schadevergoeding te betalen. Van overmacht is sprake, wanneer een tekortkoming niet toerekenbaar is. Dat is het geval wanneer zij niet is te wijten aan schuld en ook niet op grond van de wet, een rechtshandeling of maatschappelijke opvattingen voor rekening van die partij komt (artikel 6:75 BW). Of in een concreet geval sprake is van overmacht, is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval.

Naast de wettelijke regeling omtrent overmacht bevatten overeenkomsten en algemene voorwaarden ook vaak een specifieke bepaling over overmacht. Er kan bijvoorbeeld in worden benoemd in welke concrete omstandigheden sprake is van overmacht en wat de gevolgen daarvan zijn. Omstandigheden die vaak worden genoemd die als overmacht kwalificeren zijn natuurrampen, stakingen, (gewapende) conflicten en andere omstandigheden waarop de tekortschietende partij geen invloed kon uitoefenen.

Wanneer een partij tekortschiet als gevolg van de maatregelen die door de overheid zijn opgelegd ter bestrijding van het coronavirus lijkt het aannemelijk dat een beroep op overmacht succesvol zal zijn. Dit kan anders zijn indien de contractuele verplichtingen, ondanks de getroffen maatregelen, nog op een andere manier kunnen worden nagekomen. Per geval dient te worden bekeken wat tussen partijen is overeengekomen.  De leverancier die zijn afspraken niet kan nakomen omdat hij als gevolg van een export- of importverbod zijn product niet kan leveren of een evenement dat moet worden geannuleerd omdat bijeenkomsten niet meer zijn toegestaan, zijn voorbeelden waarbij een beroep op overmacht kans van slagen maakt. Indien echter de leverancier wel kan leveren, maar niet meer voor de overeengekomen prijs omdat de inkoopprijzen flink zijn gestegen, dan zal een beroep op overmacht niet direct opgaan. Wellicht dat een beroep op onvoorziene omstandigheden dan wel tot een gewenst resultaat kan leiden.

Onvoorziene omstandigheden

Indien een beroep op overmacht geen kans van slagen maakt, bijvoorbeeld omdat dat contractueel is uitgesloten, kan een beroep op onvoorziene omstandigheden wellicht nog uitkomst bieden (artikel 6:258 BW). Voor een beroep op dit artikel is vereist dat het gaat om omstandigheden die zich nog niet voordeden op het moment van het sluiten van de overeenkomst. Die omstandigheden moeten dusdanig zijn dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet van de wederpartij kan worden verlangd. Alleen de rechter kan een overeenkomst op grond van deze bepaling wijzigen danwel geheel of gedeeltelijk ontbinden. Hij zal daarbij terughoudend te werk moeten gaan. Een beroep op dit artikel wordt dan ook niet vaak gehonoreerd: uitgangpunt is immers dat overeenkomsten moeten worden nagekomen. Of het coronavirus en de als gevolg daarvan getroffen maatregel kunnen gezien als onvoorziene omstandigheid, zal per geval moeten worden beoordeeld.

Ontbinding

Tot slot kan een contractspartij in bepaalde gevallen ook overgaan tot ontbinding van de overeenkomst. Of sprake is van overmacht of niet is speelt daarbij geen rol. In de wet staat het zo (artikel 6:265 BW): “iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.”

Aangezien geen sprake hoeft te zijn van een toerekenbare tekortkoming, is niet relevant of sprake is van overmacht. Wel geldt dat ontbinding niet is toegestaan wanneer de tekortkoming van bijzondere aard of geringe betekenis is.

Vraagt u zich af of u of uw wederpartij een beroep toekomt op overmacht, of bijvoorbeeld wat de gevolgen zijn voor de overeenkomsten die u nog wilt afsluiten, neem dan neem dan contact op.

Terug naar inhoudsopgave

Internationaal handelsverkeer

Niet ieder land treft dezelfde coronamaatregelen. Dat heeft gevolgen voor het internationale handelsverkeer. Meer informatie is te vinden op: de website van het RVO.

Terug naar inhoudsopgave

 

Exportkredietverzekering

Het kabinet verruimt de mogelijkheden om een publieke exportkredietverzekering af te sluiten. Een publieke exportkredietverzekeringen dekt betalingsrisico’s die zo groot zijn dat geen verzekering kan worden verkregen bij commerciële verzekeraars. Met de verruiming wil de overheid de internationale handel op gang houden en verlies van export en banen voorkomen.

De uitbreiding ziet op de volgende punten:

  • de aanvraagprocedure is versneld;
  • het landenbeleid is flexibeler en de landenplafonds zijn verruimd. Exporteurs kunnen verzoeken transacties die normaal gesproken niet aan de voorwaarden voldoen toch in verzekering te nemen;
  • kortlopende exportkredieten met een looptijd van minder dan twee jaar komen onder de verzekering te vallen;
  • een hoger percentage van het werkkapitaal wordt gedekt, namelijk 95% in plaats van 80%;
  • banken kunnen voor bestaande exportleningen alsnog funding aantrekken met gebruik van de exportkredietgarantie;
  • de plicht tot aanbetaling van minimaal 5% bij het in werking treden van de transactie vervalt;
  • ten slotte kunnen nu ook indirecte exporttransacties, dit zijn binnenlandse transacties of aannemingswerken ten behoeve van de export, verzekerd worden.

Zie voor meer informatie de website van de Rijksoverheid en de website van Atradius

Terug naar inhoudsopgave

 

Surseance van betaling

In het geval een ondernemer tijdelijk niet over voldoende liquiditeit beschikt om aan haar lopende verplichtingen te voldoen, is het mogelijk om surseance van betaling aan te vragen. Surseance van betaling kan het best worden omschreven als een algemeen uitstel van betaling en beoogt een faillissement te voorkomen.

Een surseance van betaling heeft tot gevolg dat een groot deel van de schuldeisers (tijdelijk) betaling van hun vorderingen niet kunnen afdwingen. De surseance van betaling werkt niet tegenover alle schuldeisers. De wet bepaalt namelijk dat de surseance van betaling geen gevolgen heeft voor vorderingen waaraan voorrang verbonden is (bijvoorbeeld vorderingen van de Belastingdienst, UWV en hypotheekhouders, etc), de vorderingen wegens kosten van levensonderhoud en de vorderingen uit hoofde van termijnen van huurkoop.

Het verzoek tot verlening van surseance van betaling moet bij de rechtbank worden ingediend door een advocaat. Indien surseance van betaling wordt verleend, dan benoemt de rechtbank gelijktijdig een bewindvoerder die tezamen met de ondernemer het beheer over het vermogen van de onderneming voert. Tijdens de surseance van betaling bent u dus niet langer zelfstandig bevoegd (u verliest het vrije beheer over het vermogen van de onderneming) en zal samengewerkt moeten worden met de bewindvoerder.

Terug naar inhoudsopgave

 

Faillissement

Als de coronamaatregelen ertoe leiden dat een onderneming het hoofd niet langer boven water kan houden en het faillissement in zicht is, dan moet met verschillende zaken rekening worden gehouden:

Ten eerste moet worden afgezien van het aangaan van nieuwe verplichtingen, die niet kunnen worden nagekomen.

Ten tweede moet extra zorgvuldig worden gehandeld bij het doen van betalingen, in die zin dat de ene schuldeiser niet zomaar met voorrang boven de andere schuldeiser betaald moet worden.

Ten derde, als de belastingen niet langer betaald kunnen worden, moet tijdig een melding van betalingsonmacht bij de Belastingdienst worden gedaan.

Ten vierde, moet een onderneming alleen worden voortgezet als er nog voldoende continuïteitsperspectief is. Is dat er niet, dan moet het faillissement worden aangevraagd.

Voor meer informatie over de melding van betalingsonmacht, zie daarvoor de website van de Belastingdienst. Om meer te weten te komen over de consequenties van een faillietverklaring voor het personeel, zie: de website van het UWV.

Voor meer informatie over de aanvraag van een faillissement kunt u uiteraard ook met ons contact opnemen. Daarnaast vindt u informatie over de aanvraag van een eigen faillissement op de website van de Rechtspraak.

Terug naar inhoudsopgave

 

Algemene vergaderingen in tijden van corona

Beursgenoteerde ondernemingen houden precies in deze periode vaak hun  (reguliere)  jaarlijkse algemene vergadering. Door de thans geldende coronamaatregelen wordt dit bemoeilijkt. Hetzelfde geldt voor de overleg- en besluitvormingsprocedures bij andere rechtspersonen. Nu al bestaan vaak  – afhankelijk van de rechtspersoon en onder (deels statutaire) voorwaarden – mogelijkheden om bijvoorbeeld gebruik te maken van stemvolmachten met steminstructies, een hybride (algemene) vergadering of besluitvorming buiten vergadering. Waar dat niet het geval is, is een noodwet ontworpen die voorziet in de mogelijkheid om, waar nu nog fysieke overleg- en besluitvormingsprocedures zijn voorgeschreven, via elektronische middelen te communiceren. Het bestuur van rechtspersonen kan onder meer besluiten om een algemene vergadering te houden die uitsluitend via een livestream te volgen is. Voorwaarde is wel dat de leden en/of aandeelhouders van tevoren of tijdens de vergadering vragen kunnen indienen, die uiterlijk op de vergadering zelf worden beantwoord. Daarnaast kan het bestuur de termijn voor het houden van een algemene vergadering en de termijn voor het opmaken van de jaarrekening uitstellen.

De noodwet heeft niet alleen betrekking op naamloze en besloten vennootschappen, maar ook op stichtingen, verenigingen, coöperaties en verenigingen van eigenaars.

De wet is tot 1 september 2020 geldig, de werking kan telkens met twee maanden verlengd worden. De wet heeft tot en met 16 maart 2020 terugwerkende kracht. Neem bij vragen of twijfel over dit onderwerp contact op.

Terug naar inhoudsopgave

 

Duurovereenkomsten

Opzegging duurovereenkomst

Een overeenkomst is onder omstandigheden als een duurovereenkomst te kwalificeren. Het gaat dan vaak om een overeenkomst die voor een lange(re) tijd is gesloten en die een repeterend karakter heeft. Hierbij kan gedacht worden aan een abonnement. Of de plicht om elke maand een bepaald aantal producten te kopen.

Voor een deel van de duurovereenkomst geldt een specifieke wettelijke regeling. Denk daarbij aan de arbeidsovereenkomst of de huurovereenkomst. In dat geval bepaalt de wet doorgaans op welke wijze (en met welk termijn) een duurovereenkomst opgezegd kan worden.

Indien er geen specifieke wettelijke regeling geldt, is sprake van een zogenoemde ongeregelde duurovereenkomst. Voorbeelden van dergelijke ongeregelde duurovereenkomsten zijn bijvoorbeeld de distributieovereenkomst en de franchiseovereenkomst.

Om vast te stellen of een ongeregelde duurovereenkomst opgezegd kan worden, moet eerst vastgesteld worden of er sprake is van een duurovereenkomst van bepaalde” of van “onbepaalde tijd” zijn. In het eerste geval heeft de overeenkomst een vaste duur (bijvoorbeeld vijf jaar). In het tweede geval is geen vaste termijn afgesproken.

NB: indien gebruik gemaakt wordt van een mogelijkheid om een duurovereenkomst op te zeggen geldt in de meeste gevallen dat een bepaalde termijn in acht genomen moet worden. Volgens rechtspraak van de Hoge Raad geldt dat gedurende die opzegtermijn de overeenkomst nog volledig uitgevoerd moet worden. Houd daar dus rekening mee als een duurovereenkomst wordt opgezegd.

Opzegging duurovereenkomst bepaalde tijd

Een duurovereenkomst van bepaalde tijd kan in principe enkel opgezegd worden indien er contractueel een opzegmogelijkheid is vastgelegd. Als er geen opzegmogelijkheid is afgesproken kan de duurovereenkomst niet opgezegd worden. In dat geval moet de duurovereenkomst voor de volledige overeengekomen duur uitgevoerd worden.

Is wel een opzegtermijn afgesproken, dan dient deze opzegbevoegdheid gevolgd te worden. In dat verband moet op de volgende punten gelet worden:

      • Is contractueel opgenomen welke termijn in acht genomen moet worden?
      • Is er een formaliteit opgenomen? Hierbij kan gedacht worden aan: opzegging per aangetekende brief of deurwaardersexploot. Wellicht moet een specifiek persoon of adres aangeschreven worden.

Deze formaliteiten en de termijn moeten in principe nauw nageleefd worden. Als dat niet gebeurt, dan is de opzegging (in beginsel) niet rechtsgeldig.

Indien een contractuele opzegbevoegdheid is afgesproken dan is het uitgangspunt dat elke opzegging die aan de vereiste formaliteiten en termijn voldoet, rechtsgeldig is. Slechts in zeer bijzondere omstandigheden is er ruimte om af te wijken van deze contractuele regeling. Zie in dat verband hieronder de toelichting op bijzondere omstandigheden.

Opzegging duurovereenkomst van onbepaalde tijd

Bij een duurovereenkomst van onbepaalde tijd moet eerst gecontroleerd worden of er in de overeenkomst afspraken zijn gemaakt over de opzegging.

In het geval er wél afspraken zijn gemaakt over de opzegging dan dient de contractuele regeling gevolgd te worden. In dat verband moet op de volgende punten gelet worden:

      • Is contractueel opgenomen welke termijn in acht genomen moet worden?
      • Is er een formaliteit opgenomen? Hierbij kan gedacht worden aan: opzegging per aangetekende brief of deurwaardersexploot. Wellicht moet een specifiek persoon of adres aangeschreven worden.

Deze formaliteiten en de termijn moeten in principe nauw nageleefd worden. Als dat niet gebeurt, dan is de opzegging (in beginsel) niet rechtsgeldig. Indien een contractuele opzegbevoegdheid is afgesproken dan is het uitgangspunt dat elke opzegging die aan de vereiste formaliteiten en termijn voldoet, rechtsgeldig is. Slechts in zeer bijzondere omstandigheden is er ruimte om af te wijken van deze contractuele regeling. Zie in dat verband de toelichting op bijzondere omstandigheden hieronder.

In het geval er geen afspraken zijn gemaakt over de opzegging, geldt het algemene uitgangspunt dat een duurovereenkomst van onbepaalde tijd op ieder moment opgezegd kan worden. Daarbij moeten de eisen van redelijkheid en billijkheid wel in acht genomen worden. Dit kan betekenen dat de opzeggende partij een bepaalde termijn in acht moet nemen. Daarbij kunnen allemaal aspecten relevant zijn. Hierbij kan gedacht worden aan:

      • De duur van de overeenkomst. In het algemeen moet aangenomen worden dat een duurovereenkomst die al langer van kracht is, een langere opzegtermijn rechtvaardigt;
      • De mate waarin de opgezegde partij afhankelijk is van de omzet die uit de duurovereenkomst komt. Bij een grotere afhankelijkheid kan een langere opzegtermijn gerechtvaardigd zijn.
      • De mate waarin de opgezegde partij er op mocht vertrouwen dat de duurovereenkomst nog zou voortduren. Zo kan het dat de opgezegde partij stevige investeringen heeft gedaan om de duurovereenkomst uit te kunnen blijven voeren. Ook in dat geval kan een langere opzegtermijn gerechtvaardigd zijn.

NB: er kunnen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking van deze algemene regeling mogelijk maken. Zie in dat verband de toelichting op bijzondere omstandigheden hieronder.

 

Let op: mogelijke bijzondere omstandigheden

Door (de gevolgen van) het coronavirus kunnen bijzondere omstandigheden van toepassing zijn, die ertoe leiden dat een duurovereenkomst (al dan niet tijdelijk) niet uitgevoerd kunnen worden. Deze bijzondere omstandigheden kunnen dan met zich brengen dat er van de standaardregeling voor opzegging afgeweken kan worden.

Hierbij kan gedacht worden aan:

      • onvoorziene omstandigheden kunnen met zich brengen dat een duurovereenkomst zodanig aangepast wordt dat deze alsnog opgezegd kan worden;
      • overmacht kan met zich brengen dat een duurovereenkomst niet uitgevoerd kan worden. Mogelijk heeft dit ook gevolgen voor de opzegging. Zie bijvoorbeeld ten aanzien van de abonnementen van sportscholen;
      • de eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen ten slotte ook met zich brengen dat er afgeweken moet worden van de geldende opzegregeling of juist met zich brengen dat een overeenkomst van bepaalde termijn waarvoor niets is geregeld opzegbaar is.

In algemene zin valt niet te bepalen of het coronavirus met zich brengt dat er gevolgen zijn voor de (opzegging van de) duurovereenkomst. Dit hangt te veel samen met de concrete feiten en omstandigheden. Ook is van belang wat partijen daarover hebben afgesproken. Bij twijfel kunt u natuurlijk altijd met ons contact opnemen.

Let op! Beroep u niet te snel op “overmacht” of “onvoorziene omstandigheden” of de “redelijkheid en billijkheid”. Een onterecht beroep op één van deze leerstukken kan namelijk tot gevolg hebben dat sprake is van wanprestatie.

Terug naar inhoudsopgave

 

Voor ZZP’ers en andere zelfstandige ondernemers

ZZP’ers kunnen een beroep doen op voorzieningen van overheidswege. Hierboven staat informatie over:

In aanvulling daarop geldt voor ZZP’ers het volgende:

 

Tozo

De Tozo is de tijdelijke overbruggingsregeling (tenminste voor drie maanden) voor zelfstandig ondernemers. Meer informatie hierover op de site van Rijksoverheid.

Hoe of wat, voorwaarden en aanvraag

      • Ondersteuning kan worden aangevraagd in de vorm van
            • een aanvullende uitkering voor levensonderhoud  (€ 1.000 voor alleenstaanden en € 1.500 netto per maand voor een gezin) en/of
            • een lening voor bedrijfskapitaal (maximaal € 10.000).
      • De regeling wordt uitgevoerd door de gemeente waar de zzp’er (als bewoner) is ingeschreven.
      • De aanvraag moet vóór 1 juni 2020 ingediend worden.
      • De aanvraag werkt terug tot 1 maart 2020 en geldt tot 1 juni 2020.
      • De regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz), maar dan soepeler, want
            • de toets op levensvatbaarheid wordt niet toegepast, dus snelle behandeling;
            • binnen 4 weken wordt voor een periode van maximaal 3 maanden inkomensondersteuning voor levensonderhoud verstrekt (op voorschotbasis);
            • de inkomensondersteuning voor levensonderhoud hoeft niet terugbetaald te worden (is dus een gift);
            • geen vermogens- of partnertoets;
            • bij de verstrekking van een lening voor bedrijfskapitaal wordt
                • de aflossingsverplichting uitgesteld tot 1 januari 2021;
                • een lager rentepercentage gehanteerd dan op grond van het Bbz, namelijk een rentepercentage van 2%.

Voorwaarden:

      • alleen ondernemers (Nederlanders of daarmee gelijkgestelden);
      • vanaf 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd;
      • die in Nederland wonen;
      • en waarvan het bedrijf in Nederland gevestigd is of de hoofdzakelijke werkzaamheden in Nederland plaatsvinden;
      • en die verklaren dat zij verwachten dat hun inkomen als gevolg van de coronacrisis de komende drie maanden minder zal zijn dan het sociaal minimum (voor de aanvullende uitkering) en/of aannemelijk maken dat er sprake is van liquiditeitsprobleem als gevolg van de coronacrisis (voor de lening);
      • en voldoen aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf, zoals een inschrijving in het Handelsregister van KVK;
      • en vóór 1 januari 2020 zijn gestart met de onderneming;
      • en minimaal 1.225 uur per jaar werkzaam in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep komen in aanmerking.

AOW-gerechtigden met een onderneming kunnen alleen een bedrijfskapitaallening aanvragen.

Aanvraag:

  • vul het bestaande aanvraagformulier Bbz in (ook al staan daarin deels niet relevante vragen);
  • zorg voor een uittreksel uit het Handelsregister van KVK, kopieën van uw identificatiebewijs, bankafschriften en eventuele bestaande beschikkingen en brieven.

Tozo 2

Het kabinet heeft de Tozo verlengd met vier maanden. Ondernemers die een beroep hebben gedaan op de Tozo 1 én ondernemers die dat niet hebben gedaan, kunnen een aanvraag indienen voor de Tozo 2.

Hoe/wat:

  • De aanvraag kan ingediend worden van 1 juni tot 1 oktober.
  • Ondernemers die een beroep hebben gedaan op Tozo 1 moeten een nieuwe aanvraag indienen voor Tozo 2.
  • Bij aanvraag van een uitkering voor aanvullend levensonderhoud wordt een partnersinkomenstoets uitgevoerd. Er kan geen beroep worden gedaan op Tozo 2 als het huishoudinkomen boven het sociaal minimum komt.
  • Tozo 2 kan niet aangevraagd worden voor maanden waarvoor al Tozo 1 wordt ontvangen.
  • Bij de aanvraag van de bedrijfskapitaallening moet u verklaren dat er geen surseance van betaling of faillissement is aangevraagd of verkregen voor uzelf, uw onderneming of één van de vennoten waarmee u samenwerkt.

Grensondernemers

Ondernemers die over de grens wonen, in de EU, EER of Zwitserland, met een onderneming in Nederland en die in liquiditeitsproblemen zijn geraakt door de coronacrisis kunnen aanspraak maken op een lening voor bedrijfskapitaal. Zij kunnen de ondersteuning tot 1 juni 2020 aanvragen bij de gemeente Maastricht. Het betreft een lening van maximaal € 10.157,- tegen een rentepercentage van 2%. De lening moet binnen drie jaar terugbetaald worden en vanaf 1 januari 2021 worden afgelost. Zie voor meer informatie de website van gemeente Maastricht.

Ondernemers die in Nederland wonen, maar waarvan het bedrijf in het buitenland gevestigd is komen alleen in aanmerking voor de inkomensondersteuning en niet voor een bedrijfskapitaallening. De inkomensondersteuning kan aangevraagd worden bij de woongemeente.

 

Tozo 3

De Tozo is verlengd met negen maanden van 1 oktober tot 1 juli 2021.

Vanaf de start van de Tozo 3 zal een beperkte vermogenstoets worden ingevoerd. Ondernemers met meer dan € 46.250 aan direct beschikbare geldmiddelen (zoals contant geld, bank- en spaarsaldo en aandelen, obligaties en opties e.d.) komen niet in aanmerking voor de Tozo 3. Ander vermogen zoals de eigen woning, afgeschermd pensioen, bedrijfspand, machines, voorraden en zakelijk apparatuur worden buiten beschouwing gelaten.

 

Terug naar inhoudsopgave

 

TOGS / Compensatieregeling

Zelfstandigen krijgen een eenmalige gift van € 4.000,– om lopende bedrijfskosten te compenseren. Voorwaarde is dat verwacht wordt dat over de periode van 16 maart t/m 15 juni 2020 de omzet met ten minste € 4.000,– zal dalen en de onderneming ten minste € 4.000,– aan vaste lasten zal hebben.

Er is een lijst met branches/sectoren die onder de regeling vallen. Het gaat onder andere om eet- en drinkgelegenheden, bioscopen, haar- en schoonheidsverzorging, reisbemiddeling en reisorganisaties, hotels, vakantieparken, fitnesscentra en sportclubs, paramedische beroepen, taxivervoer, groothandels en bepaalde groepen winkeliers. Voor bepaalde sectoren en branches worden aanvullende voorwaarden gesteld.

Een aanvraag kan ingediend worden van 27 maart tot 26 juni 2020 via deze pagina van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) die de regeling uitvoert. Voor meer informatie hierover zie de website van de RVO.

Terug naar inhoudsopgave

 

Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB

Voor MKB-ondernemers (met maximaal 250 werknemers) die het hardst worden geraakt door de coronacrisis bestaat een extra tegemoetkoming voor de vaste lasten. Afhankelijk van de omvang van het bedrijf, de hoogte van de vaste lasten en de mate van omzetderving kunnen deze ondernemers een tegemoetkoming van maximaal € 50.000 ontvangen. De tegemoetkoming geldt van 1 juni tot 1 oktober 2020.

Voorwaarden:

  • De onderneming is actief in één van de sectoren die onder de TOGS vallen
  • De onderneming heeft een omzetverlies van ten minste 30%.

De tegemoetkoming is met negen maanden verlengd tot 1 juli 2021. Het maximale subsidiebedrag is verhoogd naar € 90.000 per drie maanden. Tot 1 januari 2021 blijven de voorwaarden verder ongewijzigd. Vanaf 1 januari wordt de omzetdervingsgrens 40% in plaats van 30%. Voor de periode van 1 april tot 1 juli geldt een omzetdervingsgrens van 45%.

 Terug naar inhoudsopgave

 

Qredits

Heeft u al een krediet bij Qredits of wilt u een aanvullend krediet aanvragen? Qredits verleent 6 maanden uitstel van aflossing. De rente gaat in die periode omlaag naar 2%. Het kabinet ondersteunt Qredits voor deze maatregel met maximaal 6 miljoen euro. Voor meer informatie hierover zie de site van de Rijksoverheid.

Terug naar inhoudsopgave

 

Banken verlenen uitstel

Een aantal banken (ABN AMRO, ING, Rabobank, de Volksbank en Triodos Bank) is bereid kleine ondernemers te ontzien. Gezonde bedrijven krijgen van de banken 6 maanden uitstel van aflossing op hun leningen tot 2,5 miljoen euro. Neem contact op met uw bank om na te gaan of deze iets voor u kan betekenen.

 Voor meer informatie: zie de site van de Rijksoverheid.

Terug naar inhoudsopgave

 

Opzegging duurovereenkomst

Een overeenkomst is onder omstandigheden als een duurovereenkomst te kwalificeren. Lees hierover meer onder Duurovereenkomsten.

Terug naar inhoudsopgave

 

Voor aanbestedende diensten en ondernemers

Algemeen

Aanbestedingen vinden online plaats; ze zijn niet aan tijd of plaats gebonden. De gehele aanbestedende Europese Unie werkt sinds enkele weken grotendeels vanuit huis. Dit vergt van veel aanbestedende diensten en potentiële aanmelders/inschrijvers het nodige aanpassingsvermogen: de home office moet ingericht worden en overleggen met collega’s moet middels (video)bellen. Zeker voor mensen met kleine kinderen kan full time thuis werken een uitdaging zijn.

Terug naar inhoudsopgave

 

Verlenging aanmeldings- en inschrijftermijnen

Om die reden zijn aanbestedende diensten opgeroepen om de aanmeldings- en inschrijftermijnen te verlengen, o.a. door het expertisecentrum aanbesteden PIANOo en door Europa Decentraal. Aan dit verzoek is massaal gehoor gegeven, zo blijkt uit een onderzoek van PIANOo.

Terug naar inhoudsopgave

 

Overheidsopdrachten in coronacrisistijd

De Europese Commissie heeft in een Mededeling richtsnoeren gegeven “betreffende het gebruik van het kader voor overheidsopdrachten in de door Covid-19-crisis veroorzaakte noodsituatie”. De Commissie zet uiteen welke opties er zijn voor overheidsinkopers, om de crisis zo goed mogelijk het hoofd te bieden. Termijnen kunnen aanzienlijk verkort worden, en als dit niet toereikend is, kan een procedure van gunning door onderhandelingen zonder bekendmaking worden overwogen. Hoe de gebeurtenissen van de Covid-19-crisis zich ontvouwen, had niemand kunnen voorzien. Dit vormt dan ook een onvoorziene omstandigheid voor alle aanbestedende diensten.

Met name aan de onmiddellijke behoefte bij ziekenhuizen en andere zorginstellingen moet met de snelste spoed worden tegemoet gekomen. De Europese Commissie geeft aan dat er sprake is van ‘dwingende spoed’.

Voorbeeld

Een voorbeeld van een Europese aanbesteding van het hoogste niveau in het kader van de Covid-19-crisis: op 17 maart 2020 heeft de Europese Commissie een aanbesteding gelanceerd voor persoonlijke beschermingsmiddelen (medische uitrusting zoals handschoenen, brillen, chirurgische maskers en overalls). De termijn voor indiening van offertes is inmiddels verstreken.

Terug naar inhoudsopgave

 

Rechtbanken in beginsel gesloten

Tot slot: aanbestedende diensten en ondernemers dienen er rekening mee te houden dat rechtbanken en gerechtshoven in beginsel gesloten zijn. Alleen urgente zaken vinden doorgang. De behandeling van een aangespannen kort geding wordt mogelijk opgeschort, of vindt digitaal plaats.

Terug naar inhoudsopgave

 

Meer informatie

Voor algemene informatie over de impact van het coronavirus op de EU, zie de website van Europa Decentraal: www.europadecentraal.nl/coronacrisis.

Voor informatie over de impact van het coronavirus op (toekomstige of reeds lopende) aanbestedingen, zie de website van Pianoo: www.pianoo.nl. Het dossier ‘coronacrisis en inkoop’ geeft een antwoord op uw algemene aanbestedings- en inkoopvragen.

Voor al uw overige aanbestedingsvragen kunt u met ons contact opnemen.

Terug naar inhoudsopgave

 

Voor overheden

Wet publieke gezondheid

Als sprake is van infectieziekten die tot een epidemie leiden, komt de Wet publieke gezondheid in beeld. In deze wet zijn ziekten ingedeeld in groepen. Corona valt onder de A groep en dat betekent voor de bevoegdheidsverdeling het volgende:

      • De centrale regie bij de bestrijding van het virus ligt bij de minister van Volksgezondheid. Maatregelen worden landelijk afgestemd.
      • Het college van B&W is verantwoordelijk voor de uitvoering van algemene infectieziektebestrijding (artikel 6). Dit houdt in dat het college algemene preventieve maatregelen moet nemen en bron- en contactonderzoek moet doen naar aanleiding van meldingen van een arts die het virus bij een patiënt heeft geconstateerd. Artsen zijn verplicht daarvan melding te maken bij de GGD.
      • De voorzitter van de Veiligheidsregio (meestal de burgemeester van de grootste gemeente binnen de Veiligheidsregio) is leidend bij alle maatregelen gericht op het individu. Hij is bij uitsluiting bevoegd om toepassing te geven aan bepaalde, in de Wet publieke gezondheid genoemde bevoegdheden.
      • De burgemeester, niet (altijd) zijnde de voorzitter van de Veiligheidsregio, kan nog steeds gebruik maken van zijn gewone burgemeestersbevoegdheden, zoals het uitvaardigen van noodbevelen, noodverordeningen, lokaalsluitingen etc., zolang deze niet overlappen met de bevoegdheden van de voorzitter in de specifieke bestrijding van de Groep A ziekte.

Terug naar inhoudsopgave

 

Voorzitter van de Veiligheidsregio

De voorzitter van de Veiligheidsregio kan na advies van de GGD:

      • De behandelend arts van een persoon die gevaar oplevert voor de overbrenging van de ziekte gelasten om gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn om de aard en de omvang van het gevaar van verspreiding van de infectieziekte vast te stellen.
      • Een persoon onverwijld ter isolatie laten opnemen in een ziekenhuis.
      • De ter isolatie opgenomen persoon door een arts laten onderzoeken. Als het gaat om onderzoek in het lichaam is een rechterlijke machtiging nodig.
      • Personen zo nodig in quarantaine plaatsen.
      • Een verbod opleggen aan een persoon die gevaar oplevert voor de verspreiding van corona om beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden te verrichten, die een ernstig risico inhouden voor de verspreiding van de ziekte.
      • Terreinen, gebouwen, vervoermiddelen of goederen controleren op de aanwezigheid van een besmetting, deze zo nodig laten ontsmetten, terreinen en gebouwen sluiten en een verbod opleggen om een bepaald vervoersmiddel te gebruiken.
      • Maatregelen treffen gericht op het gebruik van vliegtuigen en schepen.
      • Aan haven- en luchthavenexploitanten opdragen reizigers voor te lichten ter voorkoming van besmetting, medewerking te verlenen aan maatregelen van onderzoek van vertrekkende of aankomende reizigers naar de aanwezigheid van het virus, voorschriften van technisch-hygiënische aard uit te voeren om besmetting te voorkomen, of daartoe gebouwen of terreinen te sluiten.
      • Min of meer vergelijkbare opdrachten geven aan de vervoersexploitanten.

Terug naar inhoudsopgave

 

Tijdelijke wet maatregelen COVID-19

De Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 biedt een basis voor gepaste maatregelen die de komende periode noodzakelijk kunnen zijn om de epidemie van het coronavirus of een directe dreiging daarvan te bestrijden. Het dient als vervanging van noodverordeningen ter bestrijding van het coronavirus. Na de Tweede Kamer heeft nu ook de Eerste Kamer ingestemd met de tijdelijke coronawet. De wet gaat naar verwachting in op 1 december 2020. Tot die tijd blijven de noodverordeningen van de veiligheidsregio’s gelden.

Een ruime meerderheid van de senaat steunt de wet, inclusief de aanpassingen die de Tweede Kamer heeft aangebracht. De tijdelijke wet vervangt de huidige noodverordeningen en geldt in eerste instantie voor drie maanden. Ook is het mogelijk dat de wet tussentijds wordt ingetrokken, zodra deze niet meer nodig is.

Op basis van de wet wordt het parlement tijdig betrokken bij concrete maatregelen die het kabinet wil inzetten bij de bestrijding van de coronacrisis. De Tweede en Eerste Kamer ontvangen op korte termijn de ministeriële regelingen over de mondkapjesplicht en de maatregelen die momenteel in de noodverordening staan. Ook de routekaart, het overzicht waarin is aangegeven welke maatregelen bij de vier risiconiveaus (waakzaam, zorgelijk, ernstig en zeer ernstig) horen, wordt vertaald naar een regeling. De beide Kamers hebben daarbij de mogelijkheid om over de regelingen te debatteren en de Tweede Kamer kan er ook over stemmen.

Terug naar inhoudsopgave

Mogelijkheden staatssteun verruimd

Mogelijkheden om als overheid steun te geven aan projecten of ondernemingen  worden vanouds beperkt door regels van Europees staatssteunrecht. Die zijn op 19 maart jl. verruimd in verband met de pandemie. Van direct belang is dat de de-minimisdrempel, waaronder steun zonder meer is toegestaan, is verhoogd. Deze de-minimisdrempel was voorheen bepaald op € 200.000,–. Het wordt nu mogelijk om tot € 800.000,– steun te verlenen, als aan een aantal voorwaarden is voldaan. De voornaamste is dat de ontvangende onderneming op 31 december jl. nog  in goeden doen was en dat de steun dit jaar moet worden toegekend.  Verder – maar dat zal een steunverlenende overheid sowieso wel vragen – is een plan met een begroting voor de besteding van de steun vereist.

Ook de mogelijkheid voor bijvoorbeeld gemeenten en provincies om door middel van kredietgaranties en borgstellingen te faciliteren dat bedrijven tegen aanvaardbare voorwaarden  leningen kunnen aantrekken om de crisis te overbruggen zijn expliciet verruimd. Het aandeel van de lening dat de overheid kan borgen is verruimd en de vergoeding die de ondernemer tenminste moet betalen als vergoeding voor het risico, is verlaagd.

Voor ondernemingen in de landbouw en visserij gelden afwijkende regels, maar is ook sprake van een verruiming.

Zie voor meer informatie ook:  Mededeling Europese Commissie 19.03.2020

Het kabinet verlengt vanaf 1 oktober 2020 diverse lopende steunmaatregelen tot en met 2021.

Terug naar inhoudsopgave

 

Beslistermijnen bestuursorganen

Beschikkingen moeten worden gegeven binnen bij wettelijk voorschrift bepaalde termijnen of binnen een redelijke termijn. Hopelijk kunnen door het thuiswerken ambtelijke processen door blijven lopen. Als er echter sprake is van grote uitval van ambtenaren of op een andere manier het onmogelijk wordt om binnen de termijn te beslissen, dan biedt wellicht artikel 4:15, lid 2, onder c van de Algemene wet bestuursrecht uitkomst. De beslistermijn wordt namelijk opgeschort zolang het bestuursorgaan door overmacht niet in staat is een beschikking te geven. Overmacht mag niet snel mag worden aangenomen; zo is bijvoorbeeld uitval van een ambtenaar wegens ziekte geen overmacht. Het moet gaan om uitzonderlijke en onvoorziene omstandigheden buiten de risicosfeer van het bestuursorgaan. Een rechter zou kunnen oordelen dat daar in de coronacrisis sprake van is. Het bestuursorgaan moet zo snel mogelijk aan de aanvrager mededelen dat de beslistermijn is opgeschort en een termijn noemen waarbinnen de beschikking zal worden gegeven. Artikel 4:15, lid 2, onder c van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing in de bezwaarprocedure.

Terug naar inhoudsopgave

 

Horen in bezwaarfase

De rechtbanken hebben zittingen tot nader order uitgesteld. Bestuursorganen hebben de plicht om bezwaarmakers te horen en zijn in principe gebonden aan beslistermijnen (tenzij – kort gezegd – belanghebbenden instemmen met uitstel of een beroep op overmacht zou kunnen slagen). Als alternatief voor een hoorzitting in de vorm van een fysieke bijeenkomst, kan worden gedacht aan telefonisch horen.

In sommige gevallen is in de rechtspraak aangenomen dat horen ook telefonisch mag gebeuren, bijvoorbeeld als er sprake is van een twee-partijengeschil en de belanghebbende daarmee instemt. Er mag niet zomaar voorbij worden gegaan aan een verzoek van een belanghebbende om telefonisch te worden gehoord. De Algemene wet bestuursrecht biedt de mogelijkheid om het horen uit te laten voeren door een ambtenaar die niet bij het besluit betrokken is geweest. Van het horen moet een verslag worden gemaakt. Uit de rechtspraak blijkt niet dat het mogelijk is dat een externe bezwaarschriftencommissie telefonisch hoort, maar wellicht biedt de Algemene wet bestuursrecht ruimte.

Als er een externe bezwaarschriftencommissie is ingeschakeld, kan het horen namelijk worden opgedragen aan de voorzitter of een van de leden. Er moet dan wel een oplossing worden gevonden voor het feit dat een vertegenwoordiger van het bestuursorgaan voor het horen moet worden uitgenodigd (bijvoorbeeld een conference call). In beleid van het bestuursorgaan kunnen voorschriften zijn gesteld ten aanzien van de hoorprocedure, zoals door wie het horen geschiedt en op welke wijze, en de mogelijkheden voor afwijking daarvan, zodat moet worden nagegaan of het beleid van het bestuursorgaan in de weg staat aan telefonisch horen.

Bestuursorganen kunnen ook vragen of belanghebbenden instemmen met schriftelijk horen. Als belanghebbenden daar niet mee instemmen, kan daarmee niet worden volstaan.

Terug naar inhoudsopgave

 

De Vorderingswet en Distributiewet

Algemeen

In het hele land worden momenteel vanuit allerlei sectoren beschermingsmaterialen en beademingsapparatuur gedoneerd aan zorginstellingen. Desalniettemin lopen de tekorten gestaag op. Daarom werd in het Kamerdebat op 18 maart jl. een motie ingediend  om het verwerven van benodigde beschermings- en testmaterialen en beademingsapparatuur nog meer tot topprioriteit te classificeren. Hoewel voormalig minister Bruins toezegde over te gaan tot een besluit tot vordering van mondkapjes, heeft huidige minister De Jonge, na de ministerraad van 20 maart jl, laten weten een dergelijk besluit niet in voorbereiding te nemen, nu dit ervoor zou zorgen dat verkopers en buitenlandse leveranciers door de aankondiging ervan afgeschrikt zouden kunnen worden.

Vorderingswet

Het is echter niet ondenkbaar dat van deze mogelijkheid alsnog gebruik zal worden gemaakt, als de tekorten blijven oplopen. De juridische basis hiervoor is de Vorderingswet. Op grond van deze wet kan, in buitengewone omstandigheden een vorderingsbeschikking worden genomen (artikel 3).Het moet gaan om een dreiging van een vitaal belang en de normale bevoegdheden moeten niet toereikend zijn om deze bedreiging af te wenden. Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat de coronasituatie als zodanig kan worden aangemerkt.

Op grond van artikel 3a van de Vorderingswet zijn in dat geval alle ministers bevoegd, indien dit noodzakelijk is met het oog op de behartiging van belangen van tot hun zorg behorende aangelegenheden, ten behoeve van de Staat, andere lichamen of personen het eigendomsrecht op of een recht tot gebruik van zaken te vorderen. Gedacht daarbij kan worden aan het vorderen van beschermingsmaterialen en beademingsapparatuur, maar bijvoorbeeld ook het vorderen van het gebruik van een fabriek, waar de betreffende producten worden geproduceerd.

Artikel 3a wordt in werking gesteld bij koninklijk besluit, op voordracht van de Minister-president. Ook treedt artikel 3a automatisch in werking als de noodtoestand op grond van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden wordt afgeroepen (ex artikel 7, eerste lid), hetgeen op dit moment nog niet het geval is. Vooraf dient de minister van Economische Zaken en Klimaat instemming te geven aan een vordering van een minister en treedt in overleg met de ministers die verantwoordelijk zijn voor belangen die door de vordering kunnen worden geraakt, tenzij dit vanwege spoed niet mogelijk is.

Indien niet voldaan wordt aan de vordering is de minister die  de vordering heeft gedaan, bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving.

Distributiewet

Naast de Vorderingswet kan ook de Distributiewet worden ingezet. De minister van Economische zaken en Klimaat kan bepalen, dat distributiegoederen niet mogen worden gekocht, verkocht, te koop aangeboden, afgeleverd, of voorhanden of in voorraad gehouden dan met inachtneming van de door hem vastgestelde distributieregeling (ex artikel 5, eerste lid). De Minister kan daarbij bepalen wat er onder distributiegoederen moet worden verstaan. In dit geval kan de minister beschermingsmaterialen en beademingsapparatuur aanwijzen. Iedereen die deze distributiegoederen voorhanden of in voorraad heeft, kan door de minister worden verplicht opgave te doen van de aard, hoeveelheid en plaats van deze goederen.

Op deze manier kan de minister bijvoorbeeld op grond van de vastgestelde distributieregeling voorraden in beslag nemen, met gebruikmaking van de Vorderingswet, en deze vervolgens landelijk verdelen. Bovendien kan worden bepaald dat de distributiegoederen niet naar het buitenland mogen worden verhandeld. Hiertoe kan hij ook een vergunningplicht opnemen in de distributieregeling. Ook kan de minister bepalen dat de distributiegoederen slechts voor bepaalde doeleinden mogen worden gebruikt of distributiegoederen voor bepaalde doeleinden juist verbieden. Daarnaast biedt de Distributiewet ook een grondslag om aan een onderneming een aanwijzing te geven die ertoe verplicht om binnen een bepaalde termijn een daarbij aangegeven hoeveelheid distributiegoederen te vervaardigen.

Ook de distributieregeling op grond van de Distributiewet  wordt in werking gesteld bij koninklijk besluit, op voordracht van de Minister-president (artikel 22c). Bovendien treden de artikelen 4 tot en met 8 en 10a gezamenlijk of afzonderlijk automatisch in werking als de noodtoestand op grond van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden wordt afgeroepen.

Terug naar inhoudsopgave

 

Verbod op evenementen met >100 personen

      • Het is een landelijk verbod, gericht op evenementen en bijeenkomsten.
      • Er bestaat, zo lang er geen noodwetgeving van kracht is, geen wet die het mogelijk maakt om evenementen en andere bijeenkomsten, al dan niet vergunningplichtig, landelijk te verbieden.
      • De bevoegdheid om bijeenkomsten en evenementen te verbieden komt vooralsnog toe aan het college van burgemeester en wethouders en aan de burgemeester van een gemeente.
      • De burgemeester kan gebruikmakend van zijn noodbevoegdheden (artikelen 175 en 176 Gemeentewet) bijvoorbeeld een noodverordening uitvaardigen om (een deel van) de stad af te sluiten of een andere maatregel te treffen die verspreiding van het virus kan voorkomen. Het gaat dan om de handhaving van de openbare orde en veiligheid, het voorkomen van rampen en het beperken van gevaar.
      • De burgemeester gaat alleen over zijn eigen grondgebied. Indien er sprake is van gemeente overschrijdende problematiek (van meer dan plaatselijke betekenis) gaan diverse bevoegdheden krachtens artikel 39 van de Wet op de Veiligheidsregio’s over op de voorzitter van de Veiligheidsregio. De burgemeester is dan niet meer bevoegd.
      • De Veiligheidsregio werkt vervolgens volgens een GRIP-structuur. Dit is een niet op wettelijke basis gebaseerde vorm van samenwerking tussen de diverse overheidsdiensten en organisaties zoals politie, brandweer, GGD, gemeente, waterschap en provincie. De Commissaris van de Koning houdt toezicht op de samenwerking en kan aanwijzingen geven.
      • Wordt nog verder opgeschaald, dan is de Commissaris van de Koning (artikel 42 van de Wet op de Veiligheidsregio’s) bevoegd om de voorzitter van de Veiligheidsregio aanwijzingen te geven over het door hem te voeren beleid, waarbij de Commissaris handelt conform een door de regering gegeven ambtsinstructie. Indien meerdere provincies vergaande maatregelen moeten nemen, dan zijn meerdere aanwijzingen en besluiten van de voorzitters nodig.
      • Feitelijke bijstand, bijvoorbeeld de inzet van het leger, kan worden geboden door de Minister van Veiligheid en Justitie of Defensie krachtens artikel 51 na een verzoek van de Voorzitter.

Terug naar inhoudsopgave

 

Vergunde evenementen en horeca-sluiting

      • De maatregelen richten zich tot eenieder. Dat betekent dat zowel bezoekers, als organisatoren, als vergunningverleners een eigen verantwoordelijkheid hebben.
      • In het belang van de volksgezondheid kunnen eerder verleende vergunningen voor evenementen met meer dan 100 personen – onder verwijzing naar het hiervoor bedoelde landelijk verbod – worden ingetrokken. Ook kunnen zich omstandigheden voordoen waarin ook bij een kleiner aantal aanwezigen de vergunning wordt ingetrokken; die intrekking moet dan wel wat uitgebreider gemotiveerd worden.

Meer informatie is te vinden op:

      • de website van de Openbare orde over de coronacrisis en het recht;
      • de website van de Openbare orde over de juridische grondslag voor aansturing;
      • de website van de Openbare orde over de Implementatie van besluiten Minister voor Medische zorg;
      • de website van de Openbare orde over noodtoestand en lockdown;
      • de website van de Openbare orde over Handhaving van noodverordeningen.

Terug naar inhoudsopgave

Onderwijs en kinderopvang

Over onderwijs en kinderopvang is al veel gepubliceerd. In dit document volstaan wij onder Voor onderwijs- en kinderopvanginstellingen en ouders dan ook met het behandelen van enkele onderwerpen.

Terug naar inhoudsopgave

 

Hamsterwet

In verband met internationale spanningen, oorlog en dreigende (andere) conflicten, is in de loop van de twintigste eeuw veel noodwetgeving tot stand gekomen. Een voorbeeld daarvan is de Regeling tot het tegengaan van het hamsteren van goederen in buitengewone omstandigheden, ofwel: de Hamsterwet (Kamerstukken II 1961/62, 6777, nr. 3). De wet is ingevoerd omdat onder buitengewone omstandigheden mensen de neiging kunnen hebben te hamsteren. Daarbij komt dat deze neiging zich ook voordoet indien het publiek ten onrechte vreest dat schaarste zal ontstaan.

De Hamsterwet voorziet in de bevoegdheid voor de Minister van Economische Zaken en Klimaat om regels te stellen tot het tegengaan van het hamsteren van goederen (artikel 3). Deze ministeriële regels kunnen onder meer een verbod inhouden om in een bepaalde tijdseenheid meer van een bepaalde hoeveelheid van een bepaald product te kopen (“af te leveren of in ontvangst te nemen”). Denk hierbij aan het verbod om per huishouden meer dan één pak wc-papier per week te kopen.

Wil de Minister van Economische Zaken en Klimaat gebruik kunnen maken van deze bevoegdheid, dan moet artikel 3 eerst in werking treden (het betreft immers een noodwet en geen permanente wet). Dat kan enerzijds door afkondiging van de beperkte of algemene noodtoestand (zie respectievelijk artikelen 7 en 8 Coördinatiewet uitzonderingstoestanden). Anderzijds kan artikel 3 ook afzonderlijk in werking worden gesteld; namelijk door een specifiek koninklijk besluit daartoe, op voordracht van de Minister-President.

Het feit dat de Hamsterwet een noodwet betreft, impliceert dat niet al te lichtvaardig daarvan gebruik mag worden gemaakt. Er moet sprake zijn van buitengewone omstandigheden. Dat begrip werd in de oorspronkelijke toelichting uitgelegd als oorlog en oorlogsgevaar, maar ook als het scenario waarin geen oorlogsgevaar aanwezig is maar het publiek toch vreest dat er een oorlog dreigt. In een relatief recente wijziging van de Hamsterwet is nadere invulling gegeven aan de toepasbaarheid van de wet (zie Kamerstukken II 2003/04, 29514, nr. 3). Die invulling komt erop neer dat voldaan moet zijn aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Ten eerste moet een vitaal belang worden bedreigd (de internationale rechtsorde, de nationale rechtsorde, de openbare veiligheid en de economische veiligheid). Ten tweede moet zijn gebleken dat normale bevoegdheden ontoereikend zijn om het probleem op te lossen (bijvoorbeeld indien decentrale overheden de problemen niet langer zelf kunnen oplossen).

De Minister van Economische Zaken en Klimaat wijst in een besluit (te plaatsen in de Staatscourant) ambtenaren aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van de regels (artikel 6a). Deze ambtenaren beschikken over de toezichtsbevoegdheden uit titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bovendien kunnen deze ambtenaren zich door de politie laten bijstaan voor wat betreft het vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, het onderzoeken van zaken en vervoermiddelen (respectievelijk artikelen 5:17, 5:18 en 5:19 Awb). De Minister van Economische zaken beschikt voorts over de bevoegdheid een last onder bestuursdwang op te leggen ter handhaving van de verplichtingen die zijn opgelegd krachtens de Hamsterwet.

Van de Hamsterwet is tot nog toe (in het kader van het coronavirus) geen gebruik gemaakt.

Terug naar inhoudsopgave

 

Uitwerkingen nadere maatregelen 23 maart 2020

Algemeen

Het kabinet heeft besloten dat de reeds bestaande beperkingen ten aanzien van samenkomsten en evenementen worden verlengd tot 1 juni 2020.

Het kabinet trof aangescherpte maatregelen ter bestrijding van het coronavirus, gericht op evenementen en samenkomsten en creëerde de mogelijk om te handhaven met fikse boetes. Die maatregelen werden op 23 maart in grote lijnen naar buiten gebracht. Nu zijn de regels wat verder uitgewerkt. Het Veiligheidsberaad moet de maatregelen treffen. In het Veiligheidsberaad zijn de voorzitters van de Veiligheidsregio’s (de daarvoor aangewezen burgemeesters) verenigd. De voorzitter van elke veiligheidsregio kan bepaalde locaties zoals parken en stranden sluiten om zo groepsvorming te voorkomen.

Aangescherpte en nieuwe maatregelen individuen

De aangescherpte en nieuwe maatregelen zijn voor individuen:

      • Blijf zoveel mogelijk thuis. Ga alleen naar buiten voor werk wanneer u niet thuis kunt werken, voor boodschappen, of om voor anderen te zorgen. Een frisse neus halen kan, maar doe dit niet in een groep. Houd altijd afstand van anderen (minimaal 1,5 meter) en vermijd sociale activiteiten en groepen mensen. Ook thuis: maximaal drie mensen op bezoek en hou ook dan afstand tot elkaar.
      • Als u kucht, hoest en/of verkouden bent, gold al: blijf thuis. Krijgt u daar ook koorts bij, dan moet vanaf nu iedereen in het huishouden thuisblijven. Mensen in cruciale beroepen en vitale processen zijn hiervan uitgezonderd, tenzij zij zelf ziek worden.

Op 21 april 2020 heeft de rijksoverheid deze ge-update factsheet over de coronamaatregelen gepubliceerd.

Uitzondering voor wettelijk verplichte bijeenkomsten

Alle overige samenkomsten mogen tot 20 mei niet meer. Met uitzondering van wettelijk verplichte bijeenkomsten zoals vergaderingen van de gemeenteraad en noodzakelijke samenkomsten voor de dagelijkse werkzaamheden van instellingen, bedrijven en andere organisaties, steeds met maximaal 100 personen. Ook uitvaarten, huwelijksvoltrekkingen en samenkomsten van religieuze of levensbeschouwelijke aard, zoals kerkdiensten, mogen doorgaan: met maximaal 30 personen. ‘Alleen als alle hygiënemaatregelen in acht worden genomen en men 1,5 meter afstand tot elkaar kan houden.’

Periode afgelasten evenementen: tot 1 juni of 1 september?

Alleen evenementen die planbaar en vergunningplichtig zijn worden afgelast tot 1 juni respectievelijk 1 september. ‘De keuze is gemaakt vanwege organisatorische gronden zoals voorbereidingswerkzaamheden die nu plaatsvinden en waarbij een groot aantal personen betrokken zijn. Zoals Koningsdagactiviteiten.’ De rest van de maatregelen geldt vooralsnog tot en met 20 mei.

Winkels en (vakantie)parken

Winkels moeten gesloten worden en openbaar vervoer stilgelegd als ‘er geen of te weinig navolging wordt gegeven aan de geldende hygiënemaatregelen en de 1,5 m afstand’. Dat geldt ook voor locaties zoals vakantieparken, campings, parken, natuurgebieden en stranden. Markten zijn een aparte categorie, omdat ze soms deel uitmaken van de voedselketen. Gemeenten en marktmeesters moeten afspraken maken om ervoor te zorgen dat marktbezoekers afstand kunnen houden. Werken deze maatregelen niet, dan kan de voorzitter van de veiligheidsregio alsnog tot sluiting overgaan. De Haagse Markt is op 25 maart door waarnemend burgemeester Remkes gesloten.

Groepsvorming in publieke ruimte

Groepsvorming, al dan niet toevallig, in de publieke ruimte wordt verboden. Dat zijn drie of meer personen die daarbij geen afstand van 1,5 m houden. Uitzonderingen zijn personen die een gezamenlijk huishouden vormen en kinderen tot en met 12 jaar die samenspelen onder toezicht van een of meer ouders of voogden. Mits de ouders en/of voogden onderling 1,5 m afstand bewaren.

Handhaving

Een burgemeester kan bepalen dat in een bepaald gebied een verbod op groepsvorming geldt. Gemeenten moeten communiceren waar een verbod op groepsvorming geldt.

Burgemeesters krijgen de mogelijkheid om via een noodverordening makkelijker en sneller op te kunnen treden. Burgemeesters kunnen specifieke locaties sluiten, zoals parken, stranden en campings. Er kunnen ook boetes worden opgelegd.

Verbod contactberoepen

Het uitoefenen van alle vormen van contactberoepen wordt verboden, voor zover er geen 1,5 m afstand tot de klant gehouden kan worden. Daarbij gaat het onder meer om masseurs, kappers, nagelstylisten, escort-services en rijinstructeurs. Er wordt een uitzondering gemaakt voor de behandeling van (para)medische beroepen, mits daar een individuele medische indicatie voor bestaat en de beoefenaar alle hygiënevereisten kan naleven.

Wettelijke grondslag

Bovenstaande maatregelen hebben art. 7 van de Wet publieke gezondheid als grondslag. Minister De Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft mede namens Minister van Justitie en Veiligheid Grapperhaus, het Veiligheidsberaad (de 25 superburgemeesters) gevraagd de maatregelen te treffen.

Inmiddels heeft het veiligheidsberaad de nieuwe model noodverordening vrijgegeven.

Terug naar inhoudsopgave

 

Maatregelen 6 mei 2020

Op 6 mei 2020 werden in de persconferentie nieuwe maatregelen of juist de versoepeling van maatregelen aangekondigd. Zie hiervoor de website van de Rijksoverheid. Eén en ander is wederom in een handzaam factsheet weergegeven.

Terug naar inhoudsopgave

 

Maatregelen 19 mei 2020

Op 19 mei 2020 zijn de nieuwe versoepelingsmaatregelen meegedeeld. In een factsheet van de Rijksoverheid staat één en ander weer handzaam op een rij.

Terug naar inhoudsopgave

Maatregelen vanaf 1 juli

Vanaf 1 juli 2020 worden de regels verdergaand versoepeld. In het bericht van de rijksoverheid meer informatie hierover met andermaal een instructieve infographic.

Terug naar inhoudsopgave

Maatregelen 3 november 2020

Op 3 november 2020 zijn nieuwe, strengere maatregelen aangekondigd. In het bericht van de rijksoverheid zijn de maatregelen onder elkaar gezet.

Terug naar inhoudsopgave

Maatregelen voor zorgaanbieders in de Wmo en de jeugdzorg

Door de coronacrisis wordt er momenteel veel gevraagd van professionals in het sociaal domein. VWS en VNG hebben overeenstemming bereikt over uitgangspunten voor financiering van aanbieders van zorg en ondersteuning in het kader van de Jeugdwet en de Wmo. Lees meer over deze afspraken onder Maatregelen voor zorgaanbieders in de Wmo onder zorg.

Op de website van de VNG staat een overzicht van de maatregelen vanaf 1 juli voor het pgb-Jeugd & -Wmo.

Terug naar inhoudsopgave

 

Tijdelijke wet digitale besluitvorming

De Tijdelijke wet digitale besluitvorming (hierna: ‘de Tijdelijke wet’) is in werking getreden.  Met de Tijdelijke wet kunnen decentrale overheden via een digitale vergadering rechtsgeldige besluiten nemen. In eerste instantie geldt de wet tot 1 september van dit jaar. Mocht het nodig zijn dan kan de wet telkens bij koninklijk besluit met maximaal twee maanden worden verlengd. De wet geldt voor gemeenteraden, Provinciale Staten, algemeen besturen van waterschappen, besturen van gemeenschappelijke regelingen en de eilandsraden van Bonaire en Saba. Sint Eustatius is vooralsnog uitgezonderd zolang op het eiland geen eilandsraad in functie is.

Voorheen was digitale besluitvorming juridisch niet mogelijk. De spoedwet regelt een tijdelijke uitzondering hierop zolang een openbare fysieke vergadering niet of niet goed mogelijk is in verband met de adviezen van het RIVM. In de wet staan eisen waaraan de digitale beraadslaging en besluitvorming dient te voldoen. Zo moet er sprake zijn van een openbare videoverbinding, zodat de openbaarheid van vergaderingen behouden blijft. Dit is verplicht op grond van de Grondwet en bijvoorbeeld de Gemeentewet. Voor de digitale beraadslaging en besluitvorming geldt op grond van de Tijdelijke wet onder meer het volgende:

  • Er moet voldaan worden aan het quorum om digitaal te vergaderen en te beslissen;
  • Het systeem dat een orgaan gebruikt moet bij alle leden beschikbaar zijn;
  • De leden moeten voor de voorzitter, elkaar en het publiek zichtbaar en hoorbaar herkenbaar zijn;
  • De voorzitter moet in staat zijn de orde te handhaven;
  • Er kan ook gestemd worden in de vorm van briefstemmen. De stembriefjes kunnen per brief of per koerier verstuurd of worden ingeleverd bij de griffie. Bijvoorbeeld in het kader van benoemingen van wethouders en gedeputeerden kan gebruik worden gemaakt van de vorm van briefstemmen in verband met de geheimhouding die op stemmingen over personen rust;
  • De Tijdelijke wet biedt ook een grondslag om zo nodig voorschriften voor de digitale beraadslaging en besluitvorming bij ministeriële regeling te kunnen opleggen

Zie voor meer informatie ook dit artikel op Gemeente.nu.

Terug naar inhoudsopgave

 

Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag

De regering overweegt een avondklok in te stellen. Er wordt bezien of hiervoor gebruik kan worden gemaakt van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag, welke wet de regering de mogelijkheid geeft om burgerrechten in te perken tijdens rampsituaties, zoals na een dijkdoorbraak of tijdens een oorlog. Deze wet maakt het onder meer mogelijk om per koninklijk besluit – dus zonder inspraak van het parlement – een avondklok in te stellen (artikel 8).

Terug naar inhoudsopgave

 

Voor onderwijs- en kinderopvanginstellingen en ouders

Algemeen

Over dit onderwerp is al veel gepubliceerd op verschillende plekken. In deze bijdrage volstaan wij dan ook met het noemen van enkele onderwerpen. Voor meer informatie, zie met name deze webpagina van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zie ook deze webpagina van hetzelfde Ministerie.

Terug naar inhoudsopgave

 

(Basis)scholen en kinderdagverblijven

      • Het kabinet heeft besloten om scholen en kinderdagverblijven van 16 maart tot en met 10 mei te sluiten. Dit betekent dat het grootste deel van de leerlingen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs tot en met 10 mei geen les meer krijgt.
      • Voor kinderen van ouders in cruciale beroepsgroepen, zoals de zorg, onderwijs, politie, openbaar vervoer en brandweer is er wel opvang in de school en het kinderdagverblijf. Hierdoor kunnen hun ouders blijven werken. Deze opvang is zonder extra kosten.
      • Klik hier voor een overzicht van (o.a.) cruciale beroepen.
      • Als in een gezin 1 ouder een cruciaal beroep uitvoert, is het verzoek om zelf de kinderen op te vangen als dat kan. Als dat niet lukt, kunnen ouders een beroep doen op de school. Het is geen harde eis dat beide ouders in een cruciale beroepsgroep werken. Er moet opvang zijn zodat mensen met cruciale beroepen aan het werk kunnen blijven.
      • Klik hier voor meer informatie voor basis- en speciaal onderwijs; hier voor het voortgezet onderwijs en hier voor het middelbaar beroepsonderwijs .

Terug naar inhoudsopgave

 

Rol van gemeenten bij noodopvang

      • Het kabinet heeft de voorzitters van de veiligheidsregio’s verzocht om (nood)opvang te bieden aan kinderen van ouders die werken in cruciale beroepen of voor vitale processen. Gemeenten organiseren deze noodopvang, ondersteund door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Klik hier voor het advies van de VNG.
      • Gemeenten worden op dit punt gevraagd een coördinerende en ondersteunende rol te vervullen en dit in goede banen te leiden. Aan gemeenten wordt een meer actieve rol gevraagd bij het realiseren van voldoende 24-uurs opvangplekken en bij het toeleiden van kinderen van ouders (in cruciale beroepsgroepen) die nu geen gebruik maken van kinderopvang naar locaties voor noodopvang. Uitgangspunt is dat de noodopvang op kortst mogelijke termijn geregeld wordt, zodat ouders in cruciale beroepen inzetbaar blijven.

Terug naar inhoudsopgave

 

Examens

De centraal examens gaan dit jaar niet door, hetgeen betekent dat alle centrale examens komen te vervallen, zo ook de centraal schriftelijk en praktische examens (cspe’s) in het vmbo, evenals de centrale digitale flexibele examens in vmbo-bb en –kb. De resultaten van de schoolexamens vormen de basis voor het behalen van het diploma dit schooljaar.

Klik hier voor meer informatie.

Terug naar inhoudsopgave

 

Hogescholen en universiteiten

Het onderwijs wordt zoveel als mogelijk via afstandsonderwijs vormgegeven. Dit geldt tot en met 20 mei. Het onderzoek kan wel doorgaan, de gebouwen hoeven niet te sluiten. Dat betekent dus dat colleges, werkgroepen en ook tentamens niet op locatie doorgaan. Afhankelijk van het instellingsbeleid, kan de bibliotheek dus nog open zijn voor studenten, mits passend binnen de algemene instructies van RIVM en GGD.

Klik hier voor meer informatie.

Terug naar inhoudsopgave

 

Enige andere maatregelen

      • Studenten die niet aan het bindend studieadvies (bsa) van de opleiding voldoen, omdat zij door het coronavirus vertraging hebben opgelopen, krijgen uitstel. (Zie hierover de site van de Rijksoverheid)
      • Minister Slob (onderwijs) neemt samen met scholen en gemeenten maatregelen om kinderen in een kwetsbare omgeving extra te ondersteunen nu zij niet fysiek naar school kunnen. Leerlingen die thuis geen laptop of tablet tot hun beschikking hebben, worden daarin ondersteund door hun school en gemeente. (Zie hierover de site van de Rijksoverheid)
      • Verder is besloten dat leraren dit jaar geen eindtoets hoeven af te nemen bij leerlingen in groep 8. (Zie hierover de site van de Rijksoverheid)

Terug naar inhoudsopgave

 

Voor consumenten en reizigers

Algemeen

Als gevolg van het coronavirus worden veel reizen, concerten en andere evenementen geannuleerd. Ook sportscholen en musea hebben hun deuren voorlopig gesloten. Wat betekent dit voor de consument, die al wel heeft betaald?

Afspraken zijn bindend, een overeenkomst moet worden nagekomen. Gebeurt dat niet, dan is degene die zijn afspraak niet nakomt schadeplichtig en heeft de consument recht op een vergoeding. Dat is anders als sprake is van overmacht. In de wet is dat als volgt geformuleerd (artikel 6:75 BW): “Een tekortkoming kan de schuldenaar niet worden toegerekend, indien zij niet is te wijten aan zijn schuld, noch krachtens wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.”

Van het feit dat een overeenkomst niet kan worden nagekomen vanwege de uitbraak van het coronavirus, valt niemand een verwijt te maken. Een beroep op overmacht zal in deze situatie dan ook kansrijk zijn. Dat neemt niet weg dat voor consumenten in de meeste gevallen recht bestaat op teruggave van het door hem betaalde bedrag.

Op consumentenwebsites (waar hieronder ook naar wordt verwezen) zoals van de Consumentenbond en de Autoriteit Consument en Markt wordt uiteengezet wat de algemene regels zijn. Ingeval van twijfel, kunt u altijd contact met ons opnemen.

Terug naar inhoudsopgave

 

Reizen

Bij het boeken van een reis wordt onderscheid gemaakt tussen pakketreizen en andere reisovereenkomsten, zoals het boeken van een los ticket.

Een pakketreis is een reis die bestaat uit tenminste twee reisdiensten, bijvoorbeeld een vliegticket en een hotelovernachting. De reis moet minimaal 24 uur duren of minimaal één overnachting bevatten, het is een samengestelde reis. Wanneer een los ticket wordt gekocht bij een luchtvaartmaatschappij en ook zelf een accommodatie wordt geboekt, dan is geen sprake van een pakketreis.

Pakketreis

          • Wordt de reis geannuleerd door de reisaanbieder? Dan dient de reeds betaalde reissom te worden terugbetaald aan de consument. Is sprake van overmacht bij de reisaanbieder, dan hoeft hij geen andere kosten te vergoeden. Als geen overmacht wordt aangenomen, zal hij daartoe wel verplicht zijn.
          • Annuleert de consument zelf de reis, om een andere reden dan vanwege de uitbraak van het coronavirus, dan bestaat er geen recht op een “refund”.
          • Annuleert de consument zelf de reis, bijvoorbeeld omdat voor het land van bestemming een negatief reisadvies geldt van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, of omdat alle trekpleisters die ter plaatse zouden worden bezocht gesloten zijn? Kortom, is sprake van ‘onvermijdbare en buitengewone omstandigheden’ op de bestemming, dan heeft de consument recht op teruggave van de reeds betaalde reissom. De kans dat de reisaanbieder zelf de reis annuleert bij een negatief reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse zaken is overigens groot. Het kan dus verstandig zijn eerst af te wachten en niet direct zelf te annuleren.
          • De uitbraak van dit virus is een uitzonderlijke situatie. In de wet is geen rekening is gehouden met massale annuleringen van reizen. Hoe de wet in deze situatie uitgelegd en toegepast zal worden, is dus niet te voorspellen. Wel is de verwachting dat van de consument meer flexibiliteit wordt gevraagd dan in een normale situatie. Er ontstaan ook nieuwe initiatieven. Zo mogen reisaanbieders die zijn aangesloten bij de Stichting Garantiefonds Reisgelden (“SGR”) een voucher aanbieden, waarmee reizigers de geannuleerde reis op een later tijdstip opnieuw kunnen boeken om alsnog op vakantie te gaan. Ook geldt dat bij deze voucher de reissom is veiliggesteld, zodat deze alsnog wordt terugontvangen wanneer de reisaanbieder in financiële problemen komt.

Los ticket of losse overnachting

Voor een geboekt ticket of een losse overnachting (dus niet in de vorm van een pakketreis) geldt dat de consument, wanneer de reis geannuleerd wordt door de aanbieder, aanspraak kan maken op terugbetaling van het bedrag van het ticket of de overnachting. In het geval van overmacht hoeft de reisaanbieder ook in dit geval geen aanvullende kosten te vergoeden.

Annuleert de consument zelf het ticket of de hotelovernachting? Omdat geen sprake is van een pakketreis (zie pakketreis), bestaat er geen extra wettelijke bescherming en heeft hij in veel gevallen geen recht op terugbetaling. De vergoedingsvoorwaarden zijn afhankelijk van de algemene voorwaarden van de vervoersmaatschappij of de accommodatie, in zo’n geval moet contact worden opgenomen met de reisaanbieder.

Algemene tips voor annulering van uw reis

Het is de moeite waard om te onderzoeken of uw reisaanbieder aangesloten is bij de ANVR. Dit is een vereniging van reisondernemingen. Als de algemene voorwaarden van de ANVR van toepassing zijn op uw reis, kunt u hierdoor extra rechten hebben. Deze algemene voorwaarden vindt u hier.

Ook is het raadzaam om de voorwaarden van uw annulerings- en/of reisverzekering erop na te slaan. Veel verzekeraars vinden natuurrampen en ziektes geen reden om uw kosten te vergoeden. Indien u een allrisk verzekering hebt, is er een grotere kans op gedeeltelijke of zelfs volledige vergoeding van uw kosten. Dit hangt erg af van de polisvoorwaarden; bekijk ze dus goed.

Op de volgende websites kunt u algemene nuttige informatie vinden over dit onderwerp:

Reisvouchers

Veel reisorganisaties kiezen er momenteel voor om reizigers een voucher aan te bieden. Dit is om te voorkomen dat er faillissementen gaan vallen in de reisbranche. De ACM heeft uitgangspunten opgesteld voor deze vouchers.

Op de website van de Consumentenbond worden de voorwaarden omtrent de reisvouchers uitgebreid uiteengezet. U vindt hier bijvoorbeeld informatie over:

  • het voortdurende recht om uw geld terug te vragen;
  • de voorwaarde van gratis uitgifte van de vouchers;
  • de geldigheidsduur van de vouchers;
  • de ANVR garantiedekking op de corona vouchers (alleen bij pakketreizen);
  • de standpunten van de consumentenbond.

Bezoek voor meer informatie de website van het garantiefonds.

Luchtvaartvouchers

Ook luchtvaartmaatschappijen geven momenteel vouchers uit, om zo faillissementen te voorkomen. Het kabinet heeft aangegeven gezien de crisis de uitgifte van de vouchers tijdelijk acceptabel te vinden. De gang van zaken rondom de uitgifte van de vouchers veroorzaakt echter ook onvrede bij consumenten; zo zouden sommige luchtvaartmaatschappijen toch geld rekenen voor de uitgifte van de vouchers en zouden mensen die geen gebruik willen maken van de vouchers en toch hun geld terugvragen, worden tegengewerkt. De grootste zorg van de Consumentenbond is dat de vouchers niet gedekt zijn tegen een faillissement van de luchtvaartmaatschappij. Consumenten zullen daardoor minder snel kiezen voor een voucher, wat de kans op faillissement weer vergroot.

De Consumentenbond en de ANWB hebben op 14 april 2020 een brief gestuurd naar de Tweede Kamer om aandacht te vragen voor deze problematiek.

Terug naar inhoudsopgave

 

Evenementen

Het uitgangspunt is normaal gesproken: wie bepaalt, betaalt. Wanneer een organisator besluit om een evenement te annuleren, draait hij op voor de kosten. In een normale situatie zou de bezoeker de kosten van zijn kaartje vergoed krijgen. Vaak is dat bepaald in de algemene voorwaarden van de organisator.

Als gevolg van het coronavirus worden echter, in verband met de maatregelen die de overheid heeft opgelegd, talloze voorstellingen, concerten en andere evenementen uitgesteld of afgelast. Hoewel de bezoeker in beginsel aanspraak zou kunnen maken op teruggave van de kosten van zijn kaartje, dient hij er rekening mee te houden dat hij in dit uitzonderlijke geval geen recht heeft op teruggave.

Op 9 april 2020 is de Regeling ticketgelden coronacrisis gepubliceerd. Deze regeling is opgesteld door de culturele en sportbranche, ondersteund door het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap (zie voor meer informatie het persbericht). Ook in de evenementenbranche wordt conform de regeling gewerkt met uitgifte van tegoedbonnen.

De belangrijkste punten uit de regeling:

  • Een ticket blijft geldig als het evenement op een later moment plaatsvindt. Het evenement moet binnen 13 maanden na de oorspronkelijke datum alsnog doorgang vinden;
  • Als de bezoeker op de nieuwe datum is verhinderd, of het evenement alsnog wordt afgelast, ontvangt de bezoeker een tegoedbon ter hoogte van de oorspronkelijke ticketprijs, incl. boekings-/servicekosten;
  • De tegoedbon heeft een geldigheidsduur van 12 maanden;
  • Als geen gebruik kan worden gemaakt van de tegoedbon, dan houdt de bezoeker aanspraak op restitutie van de oorspronkelijke ticketprijs in geld.

De Consumentenbond geeft de consument nog in overweging om bij annulering van een evenement de ticketkosten als een donatie te beschouwen aan de organisator. Met name kleinere organisaties zullen het in deze tijd zwaar te verduren hebben; een donatie kan bijdragen aan het voorkomen van een faillissement.

De bezoeker dient er rekening mee te houden dat de uitbraak van dit virus aangemerkt wordt als overmacht; overige kosten zoals een al gekocht treinkaartje om naar het concert toe te gaan, zullen dus in principe niet vergoed worden door de organisatie.

Annuleert de bezoeker zelf de reservering? Dan heeft hij geen recht op een “refund”.

Mocht u uw geld terug willen vragen bij een organisatie, op de website van de Autoriteit Consument & Markt kunt u een voorbeeldbrief vinden.

Bij consuwijzer.nl vindt u nog meer informatie over dit onderwerp.

Terug naar inhoudsopgave

 

Sportschool

Alle sportscholen in Nederland zijn tot 1 juli 2020 gesloten geweest. Dit betekent dat de consument wel kosten heeft gemaakt, maar geen gebruik kon maken van zijn abonnement. Inmiddels zijn de sportscholen weer open, maar gelden er restricties. Dat roept een aantal vragen op. Bestaat er recht op compensatie over de maanden dat geen gebruik kon worden gemaakt van het abonnement? Dient, als het abonnement wordt opgezegd,  het reeds betaalde abonnementsgeld terug te worden betaald? Kan er compensatie gevraagd worden voor het feit dat er minder beschikbare plekken zijn in de sportlessen? Die vragen zijn niet in het algemeen te beantwoorden. Het antwoord hangt onder meer af van de algemene voorwaarden die de sportschool hanteert en ook bijvoorbeeld hoe lang iemand al lid is. Heeft u hierover vragen, dan kunnen wij u hierbij uiteraard verder helpen.

Terug naar inhoudsopgave

 

Onderwijs en kinderopvang

Over onderwijs en kinderopvang is al veel gepubliceerd. In dit document volstaan wij onder Voor onderwijs- en kinderopvanginstellingen en ouders dan ook met het behandelen van enkele onderwerpen.

Terug naar inhoudsopgave

 

Hamsterwet

Hoewel de overheid tot op heden nog geen gebruik heeft gemaakt van deze Hamsterwet, kan deze paal en perk stellen aan hamstergedrag. Zie hiervoor Hamsterwet.

Terug naar inhoudsopgave

 

Voor verhuurders

Voor (ver)huurders van bedrijfsruimte

Algemeen

Huurders en verhuurders van bedrijfsruimte, ook van kantoren, zien barre tijden op zich af komen. Door de coronamaatregelen zien dienstverleners, winkels, en met name horecabedrijven hun omzet slinken of geheel verdampen. We moeten er rekening mee houden dat de maatregelen worden verlengd en dat de effecten zich in ieder geval nog lang zullen laten voelen. Maar de huur moet intussen gewoon betaald worden. Of kunnen huurders korting afdwingen, of een beroep op overmacht of onvoorziene omstandigheden doen?

Terug naar inhoudsopgave

 

Lessen uit de kredietcrisis

Het is nog niet zo lang geleden dat we met vergelijkbare vragen te maken hadden: de kredietcrisis. Verhuurders werden massaal bestookt met een beroep op overmacht, onvoorziene omstandigheden en meer creatieve argumenten zoals gederfd huurgenot of een gebrek aan het gehuurde (omdat de prognoses niet worden gehaald).

We weten dus al dat de rechter terughoudend is met het honoreren van dergelijke verweren van huurders. De kredietcrisis werd in het algemeen niet gezien als een reden om huurbetalingen op te schorten of korting af te dwingen. Geldt dat nu ook? We zetten een paar dingen op een rij:

Terug naar inhoudsopgave

 

Minder omzet, minder huur betalen?

In de regel is de huurprijs niet afhankelijk van de omzet of winst van de huurder maar, een vast bedrag per tijdvak. In die gevallen (en dat zijn verreweg de meeste) blijft het ondernemersrisico uiteraard in beginsel voor rekening van de huurder.

Terug naar inhoudsopgave

 

Gedwongen sluiting: overmacht?

Als de huurder zijn onderneming moet sluiten op last van de overheid, rijst de vraag voor wiens rekening dat moet komen. De huurder kan stellen dat sprake is van een “gebrek” (art. 7:204 BW) omdat hij niet het normale huurgenot heeft. Een “gebrek” is niet alleen een feitelijk defect, maar kan ook bestaan uit andere omstandigheden die het huurgenot belemmeren. De wet eist slechts dat de oorzaak van het gebrek niet aan de huurder kan worden toegerekend (een specifieke variant van “overmacht” dus). Dat de verhuurder er ook niets aan kan doen, is dus in beginsel niet belangrijk. De huurder kan dan in beginsel huurvermindering vorderen, of – als het gebruik helemaal niet mogelijk is (zoals bij sluiting) – de huurbetaling zelfs helemaal opschorten.

Voor (aanvullende) schadevergoeding is nodig dat het gebrek aan de verhuurder kan worden toegerekend. Dat is bij de huidige coronamaatregelen uiteraard niet aan de orde.

Terug naar inhoudsopgave

 

 

ROZ-modellen

In veel gevallen wordt voor het opmaken van de huurovereenkomst de zogenaamde ROZ-modellen gebruikt. In de Algemene Bepalingen (versie 2012) is vastgelegd dat de verhuurder niet aansprakelijk is voor gebreken en dat de huurder ook geen huurprijsvermindering kan krijgen. Als huurgenot in het geheel niet mogelijk is (zoals bij gedwongen sluiting) is wel de vraag of de verhuurder hiermee geholpen is. Ook opschorting is weliswaar in de ROZ-modellen uitgesloten, maar blijft die exoneratie onder deze uitzonderlijke ‘onvoorziene omstandigheden’ overeind?

Terug naar inhoudsopgave

 

Onvoorziene omstandigheden

In de relatie verhuurder-huurder is op grond van wet en jurisprudentie bijna geen ruimte voor financiële tegemoetkoming. Een oplossing zal dus in een andere richting gevonden moeten worden. De coronamaatregelen zijn echter zeer uitzonderlijk en dat maakt onzeker hoe de rechter bijvoorbeeld zal omgaan met een beroep op onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 BW). Een beroep daarop kan contractueel niet worden uitgesloten, maar wordt zelden gehonoreerd. De omstandigheden zijn echter ook extreem zeldzaam en dat maakt de uitkomst onvoorspelbaar. In die afweging zal ook een rol gaan spelen welke maatregelen door de overheid getroffen worden om de schade voor ondernemers te beperken. Wij zullen de ontwikkelingen op de voet volgen.

Terug naar inhoudsopgave

 

Retail: Steunakkoord 2.0

De afgelopen weken heeft overleg plaatsgevonden tussen de retailsector en de vastgoedsector. Het resultaat is het “Steunakkoord 2.0”. Dit akkoord is een vervolg op het in april gesloten akkoord tussen de sectoren en de banken.

Het akkoord bevat geen dwingende regels maar beoogt handvatten te bieden aan de sectoren om tot afspraken te komen over de huur. Als basis voor onderhandeling wordt veelal uitgegaan van 50% kwijtschelding van de huur voor de maanden april en mei 2020. Ook wordt 50% van de huur voor de maand juni 2020 doorgeschoven naar volgend jaar.

In het Steunakkoord wordt benadrukt dat de afspraken tussen verhuurders en retailers maatwerk blijven. De basis kan worden uitgebreid met verdergaande afspraken.

Alle stakeholders in de Nederlandse Retailsector worden opgeroepen om met elkaar in overleg te treden. Als er nog geen afspraken zijn gemaakt, wordt geadviseerd dat zo spoedig mogelijk te doen.

Terug naar inhoudsopgave

 

Voor (ver)huurders van woonruimte

Spoedwet: verlenging van tijdelijke verhuur woonruimte

Op 16 april 2020 heeft de Tweede Kamer de Tijdelijke wet verlenging tijdelijke huurovereenkomsten aangenomen. De gedachte achter deze wet is dat onder de huidige omstandigheden van mensen niet gevraagd kan worden op zoek te gaan naar nieuwe huisvesting. Het zoeken naar een nieuwe woning is met name bezwaarlijk als mensen in quarantaine zitten, ziek zijn of voor zieken moeten zorgen, ontslagen zijn of `essentiële´ beroepen hebben.

De belangrijkste punten uit de wet:

  1. Tijdelijke verhuur van woningen kan tijdelijk worden verlengd, maximaal voor drie maanden;
  2. De wet geldt alleen voor huurovereenkomsten die eindigen na 31 maart en voor 1 juli 2020;
  3. Zowel huurder als verhuurder kunnen verlenging vragen;
  4. De huurder moet verlenging verzoeken binnen een week nadat de verhuurder het einde van de huur heeft aangezegd;
  5. Als de huurder de verlenging verzoekt, moet verhuurder aan verlenging meewerken tenzij hij een van de weigeringsgronden, bijvoorbeeld dringend eigen gebruik, sloop of renovatie, verkoop aan een derde met de verplichting om de woning van vrij van huur over te dragen, reeds verhuurd aan een derde of geen naleving goed huurderschap, kan inroepen of een `zwaarwegend belang’ tegenwerpt. In dat geval kan de huurder de zaak voorleggen aan de kantonrechter, die beslist op basis van een belangenafweging;
  6. De wet zal op korte termijn (april) van kracht worden (na publicatie in het Staatsblad) en terugwerken vanaf 1 april. Voor die gevallen geldt niet de verplichting dat het verzoek ingediend moet worden binnen een week na aanzegging van het einde van de huur;
  7. Indien de verhuurder het einde van de huur aanzegt, moet de huurder daarbij verplicht geïnformeerd worden over het bestaan van deze spoedwet;
  8. De huidige einddatum van de wet is bepaald op 1 september 2020. In de wet is echter een mogelijkheid ingebouwd om de wet te verlengen.

Uit het op 26 juni 2020 gepubliceerde Advies van de Raad van State blijkt dat de wet waarschijnlijk verlengd wordt tot 1 november 2020. Dit houdt in dat tijdelijke huurcontracten waarvan de overeengekomen huurtermijn afloopt in de periode van 1 juli 2020 tot en met 31 augustus 2020 (opnieuw) tijdelijk kunnen worden verlengd met een maand, twee maanden of drie maanden, tot uiterlijk 1 november 2020. Deze mogelijkheid geldt voor zowel tijdelijke huurovereenkomsten met een overeengekomen einddatum tussen 1 juli en 31 augustus als voor tijdelijke huurovereenkomsten die reeds op grond van de Tijdelijke wet zijn verlengd.

Terug naar inhoudsopgave

Tijdelijke huurstop in vrije en sociale sector

In de Eerste Kamer is een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht als noodmaatregel een tijdelijke huurstop mogelijk te maken voor zowel de sociale sector als de vrije sector.

Zie hierover de motie en het persbericht van de Eerste Kamer.

Terug naar inhoudsopgave

Geen ontruiming huurwoningen

Voorts is met de verhuurdersbranche (o.a. Aedes) afgesproken dat er voorlopig geen huisuitzettingen zullen plaatsvinden. In de praktijk leek dat overigens al niet meer mogelijk omdat huisuitzettingen door de rechtspraak in beginsel niet worden aangemerkt als “urgente zaken” waarvoor een mondelinge behandeling wordt toegestaan. Daarmee is uiteraard niet gezegd dat het niet (volledig) betalen van de huur geen juridische consequenties heeft, maar een ontruiming zit er dus voorlopig niet in. Uitkomst van het overleg is voorts dat de grote verhuurders geen incassokosten in rekening brengen. Met een en ander blijft de huurschuld op zichzelf uiteraard bestaan.

De brief van de Minister vermeldt voorts dat de drinkwatersector en energieleveranciers de levering van water en energie voorlopig niet zullen afsluiten (hetgeen uiteraard ook voor koopwoningen zal gelden).

Op de website van de rechtspraak staat dat tot 1 juni 2020 geen ontruimingen van gehuurde woonruimte zullen worden uitgesproken, uitgezonderd zaken waarin sprake is van feiten die de zaak tot superspoedeisend maken zoals criminele activiteiten en ernstige overlast.

Terug naar inhoudsopgave

Voor Verenigingen van Eigenaars (VvE’s)

Wetsvoorstel tijdelijke voorzieningen: veilig vergaderen en beslissen

Op 8 april 2020 hebben de Ministeries van Justitie en Veiligheid en voor Rechtsbescherming een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel is een zogeheten verzamelwet: de wet biedt verschillende voorzieningen en wettelijke aanpassingen om de maatschappij zo goed mogelijk te laten functioneren in de coronacrisistijd. Het gaat o.a. om aanpassingen op het gebied van rechtspraak en openbaar bestuur. Het wetsvoorstel biedt verruimde mogelijkheden voor vergaderingen en verslaglegging van rechtspersonen en Verenigingen van Eigenaars. Wat houden deze mogelijkheden in voor de VvE’s?

Digitaal vergaderen en stemmen

Om aan de door de overheid opgelegde maatregelen te kunnen voldoen, worden momenteel veel vergaderingen van VvE’s geannuleerd. Dit is onwenselijk, omdat er toch besluiten genomen moeten worden. VvE’s hebben de wettelijke verplichting om minimaal één keer per jaar te vergaderen. Hiervoor biedt de verzamelwet een oplossing: de vergadering mag digitaal plaatsvinden, net als de stemming. Het bestuur heeft niet langer de verplichting om fysiek bijeen te komen. De leden moeten wel minimaal 72 uur van tevoren in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk of elektronisch vragen te stellen. De vragen worden dan besproken tijdens de vergadering en moeten beschikbaar zijn voor alle overige leden.

De wet biedt de mogelijkheid om:

  • voorafgaand aan de vergadering uitgebrachte stemmen gelijk te stellen met tijdensde vergadering uitgebrachte stemmen;
  • digitaal stemmen te verplichten (dit is in aanvulling op de reeds geboden mogelijkheidom digitaal te stemmen (art. 2:38 lid 6 BW)).

Wel is vereist dat de stemgerechtigde digitaal kan worden geïdentificeerd.

Bestuursbesluit: verlenging termijn jaarstukken

Daarnaast biedt de wet de mogelijkheid dat het bestuur in plaats van de vergadering besluit tot verlenging van de termijn voor het uitbrengen van de jaarstukken. Deze termijn kan met zes maanden worden verlengd (zie art. 24 lid 1 sub c). Indien van deze mogelijkheid gebruik gemaakt wordt, vervalt de wettelijke mogelijkheid van de vergadering (artikel 48 van boek 2 BW) om de termijn te verlengen.

Geldigheid wet

De wet geldt vanaf 23 maart 2020 en is inmiddels bij Koninklijk Besluit verlengd tot 1 december 2020. De noodzaak hiervoor werd gevoeld omdat VvE’s vergaderingen vooruit moeten plannen. Zij liepen hiermee het risico dat er nu een digitale vergadering werd ingepland conform de huidige tijdelijke wetgeving, maar dat de legitimering van het digitaal houden van zo’n VvE vergadering vervallen was tegen de tijd dat de vergadering zich aandiende. Er was behoefte aan meer zekerheid op de lange termijn.

De verlengingssystematiek van de wet is met het oog op dit probleem omgekeerd: de voorzieningen die de wet gecreëerd heeft, zullen alleen dan komen te vervallen als dit tenminste twee maanden voor de voorgenomen vervaldatum van de wet is aangekondigd. Dit geeft VvE’s de gewenste zekerheid dat vergaderingen rechtmatig verlopen.

Terug naar inhoudsopgave

Voor opdrachtgevers en aannemers in de bouw

Algemeen

Ook als er geen totale ‘lockdown’ komt, zullen op veel bouwplaatsen als gevolg van de coronacrisis vertraging en andere problemen ontstaan: werklieden zitten noodgedwongen thuis (omdat ze ziek zijn of voor hun kinderen moeten zorgen), buitenlandse werklieden keren terug naar eigen land, materialen worden niet geleverd, etc.

Terug naar inhoudsopgave

Meest toegepaste voorwaarden in de bouw

De meest toegepaste voorwaarden in de bouw – de UAV en de UAV-GC – bieden aannemers de mogelijkheid zich op overmacht te beroepen (zie § 8 lid 4 en § 42 lid 3 UAV respectievelijk § 36 lid 1 UAV-GC). Denkbaar is voorts dat de opdrachtgever bepaalde meerkosten aan de aannemer zal moeten vergoeden op grond van – bijvoorbeeld – §6 lid 13 en/of § 47 UAV respectievelijk § 11 lid 3 en/of § 44 lid 1 onder c) UAV-GC. Of de voornoemde bepalingen van toepassing zijn, kan in het algemeen niet worden gezegd: veel hangt af van de oorzaak van de vertraging.

Terug naar inhoudsopgave

Protocol Samen veilig doorwerken

Op vrijdag 27 maart 2020 hebben het Rijk en de bouw- en technieksector het protocol Samen veilig doorwerken vastgesteld. Met dit protocol hopen het Rijk en de partijen uit de sector te voorkomen dat het werk stil komt te liggen. Het protocol geeft een handleiding waarmee de werkzaamheden voortgezet kunnen worden, mét inachtneming van de richtlijnen van het RIVM.

Dit protocol is in overeenstemming met de door de veiligheidsregio’s vastgestelde noodverordeningen. De noodverordeningen verbieden openbare samenkomsten van meer dan 100 personen gelijktijdig. Ook is daarin bepaald dat eet- en drinkgelegenheden gesloten moeten worden; de uitzondering hierop zijn bedrijfskantines en bedrijfscatering.

Terug naar inhoudsopgave

Meer informatie

Zie voor een goed overzicht van aan de bouw gerelateerde vragen en antwoorden met betrekking tot het coronavirus de website van Bouwend Nederland.  Voor nieuwe overeenkomsten hebben Bouwend Nederland en de BNA model-clausules opgesteld: zie hiervoor dit document van Bouwend Nederland  en deze BNA-pagina met clausule verwijzingen.

Terug naar inhoudsopgave

 

Voor zorginstellingen

Wat gebeurt er als de IC geen plaats meer heeft?

Draaiboek pandemie NVIC

De Nederlandse Vereniging van Intensive care heeft voor een crisissituatie als de onderhavige een draaiboek vastgesteld; het ‘draaiboek pandemie’, met als doel schaarse plaatsen zo goed mogelijk te benutten. In het draaiboek zijn verschillende maatregelen en aanbevelingen opgenomen. Bijvoorbeeld dat ieder ziekenhuis een intensivist aanwijst om de planning van piek-capaciteit op de IC tijdens rampen te coördineren en te optimaliseren.

Het draaiboek treedt in werking als daartoe landelijk is besloten. Vanaf dat moment krijgen de afspraken uit het ‘draaiboek pandemie’ prioriteit boven de gebruikelijke ziekenhuis-specifieke afspraken. De criteria uit het draaiboek gelden voor alle patiënten die op de IC worden opgenomen, dus ook voor patiënten die niet vanwege het coronavirus op de IC zorg behoeven.

Triage

Bij een tekort aan IC-capaciteit zal door selectie of triage een keuze moeten worden gemaakt, meestal op (ingeschat) grootste voordeel van IC-behandeling, niet op basis van “first-come-first-serve”. Het ‘draaiboek pandemie’ bevat inclusie- en exclusiecriteria voor IC-opname. Het draaiboek is in het kader van de coronacrisis geactualiseerd. Zo is de absolute leeftijdsgrens van 80 jaar voor opname vervangen door een beoordeling op basis van clinical frailty (klinische kwetsbaarheid). Dagelijks moet bekeken worden of IC-behandeling nog zinvol is. Dit gebeurt dan conform de ‘reguliere’ principes.

Juridische context

Voor het privaatrechtelijk perspectief is de geneeskundige behandelingsovereenkomst het vertrekpunt. Die verplicht de hulpverlener bij zijn werkzaamheden de zorg van een “goed hulpverlener” in acht nemen en te handelen met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voorvloeiend uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (art. 7:453 BW). Als landelijk besloten is het ‘draaiboek pandemie’ te volgen, zal dit draaiboek behoren tot de professionele standaard.

Dat betekent ook dat de beslissing genomen moet worden om iemand wel of niet op de IC toe te laten. Dat is een hele zware beslissing, en levert een spanningsveld op in de individuele behandelrelatie. Het kan zelfs zo zijn dat de zorgverlener tekort schiet in de nakoming van een  eenmaal tot stand gekomen geneeskundige behandelovereenkomst

Of dat ook tot procedures zal leiden is de vraag. Een pandemie als de onderhavige hebben we niet eerder meegemaakt. Zo lang het dan geldende draaiboek wordt gevolgd zijn de juridische risico’s denkelijk gering.

Terug naar inhoudsopgave

 

Terughoudendheid IGJ inspectiebezoeken

De IGJ heeft bekend gemaakt terughoudend te zijn bij het afleggen van inspectiebezoeken. Daardoor kunnen zorginstellingen en zorgverleners zich volledig richten op het behandelen van patiënten.

Als de IGJ wel een bezoek aan een zorginstelling wil brengen, kondigt zij dit (indien mogelijk) één dag van te voren aan. Mocht de zorginstelling, vanwege het coronavirus, niet optimaal kunnen meewerken aan een bezoek van de inspectie, dan kan zij dit aangeven. Het bezoek van de inspectie kan dan bijvoorbeeld in een andere vorm worden gehouden.

Terug naar inhoudsopgave

Weigering zorgverlener behandelen coronapatiënt


Kan een zorgverlener ter voorkoming van besmetting weigeren een patiënt met corona te behandelen? 

Een zorgverlener kan een eenmaal tot stand gekomen behandelovereenkomst niet zo maar beëindigen en de behandeling stopzetten. Dit kan alleen bij ‘gewichtige redenen’ (artikel 7:460 BW).

Als ‘gewichtige reden’ is erkend onder meer de situatie dat een hulpverlener zichzelf door behandeling van een patiënt in gevaar brengt. Er zal dan een afweging moeten worden gemaakt tussen de mate waarin de hulpverlener beschermingsmaatregelen kan treffen en de mogelijk acute levensbedreigende situatie als die maatregelen niet kunnen worden getroffen. Een professionele hulpverlener zal niet snel onder zijn behandelplicht uit komen. Wanneer nog geen sprake is van een behandelovereenkomst zal een zorgverlener een patiënt in geval van acute nood verplicht zijn te helpen, maar ook dan zonder zichzelf en anderen in acuut levensgevaar te brengen. Mocht een zorgverlener voor deze route kiest, dan is het raadzaam de beweegredenen voor zover mogelijk met de patiënt te bespreken en schriftelijk vast te leggen.

Zie voor een en ander ook de KNMG-richtlijn niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst

Terug naar inhoudsopgave

 

Noodinzet niet-praktiserende artsen of BIG-geregistreerden


Mogen zorgaanbieders coassistenten of niet-praktiserend artsen, niet BIG-geregistreerden worden ingezet in geval van hoge nood, zoals nu?

De KNMG heeft zorgaanbieders geadviseerd om bij nood soepeler om te gaan met de regels uit de Wet BIG. Het advies wordt onderschreven door de IGJ. Op 18 maart 2020 heeft de minister voor Medische Zorg en Sport het mogelijk gemaakt dat voormalig BIG-geregistreerde verpleegkundigen en artsen kunnen helpen ten tijde van het coronavirus.

Volgens de KNMG is door het coronavirus sprake van een noodsituatie waardoor overmacht kan ontstaan door groot tekort aan personeel, terwijl de hulp dringend nodig is. Niet-praktiserende artsen of coassistenten mogen helpen, maar zij handelen niet zelfstandig, maar in opdracht van zelfstandig bevoegde zorgverleners.

Deze mogelijkheid bestaat voor verpleegkundigen en artsen van wie de BIG-registratie is verlopen na 1 januari 2018, maar die nog wel voldoende vaardig zijn. Zij hoeven zich niet (tijdelijk) opnieuw in te schrijven in het BIG-register. Op grond van de huidige uitzondering kunnen deze verpleegkundigen en artsen zelfstandig zorg verlenen. Daarnaast wordt de herregistratie voor alle zogeheten artikel 3 BIG-beroepsbeoefenaren tot nader order opgeschort.

Terug naar inhoudsopgave

 

Vrijwilligers

Vrijwilligheid is enkel aan de orde als geen sprake is van loon en/of persoonlijke arbeid en/of gezag. In deze crisistijd bieden veel mensen zich als vrijwilliger aan. Dat is mooi en kan zeer goed van pas komen. De meeste arbeidsrechtelijke regels die op werknemers in loondienst van toepassing zijn, zijn niet op vrijwilligers van toepassing. Toch gelden wel een aantal regels. De belangrijkste vindt u hieronder:

      • De zorgplicht (ex artikel 7:658 BW) voor vrijwilligers is over het algemeen gelijk aan de zorgplicht voor werknemers in loondienst. Voldoet u niet aan die zorgplicht waardoor een vrijwilliger schade lijdt, dan bent u voor die schade aansprakelijk.
      • Brengt een vrijwilliger in de uitoefening van zijn/haar taken schade toe aan derden, dan kunt u in voorkomende gevallen ook aansprakelijk zijn.
      • U dient ervoor zorg te dragen dat de vrijwilligers die door u worden ingezet, indien vereist, beschikken over de juiste kwalificaties.
      • Kijkt u goed naar uw verzekeringen; bieden die ook dekking indien het een kwestie met een vrijwilliger betreft? En in hoeverre is de vrijwilliger zelf verzekerd/dient u aanvullende verzekeringen af te sluiten?
      • Vrijwilligers zijn van de meeste bepalingen van de Arbeidsomstandighedenwet uitgesloten. Sommige bepalingen zijn echter wel op vrijwilligers van toepassing, zie hiervoor artikel 9.5a van het arbeidsomstandighedenbesluit.
      • De gelijkebehandelingswetgeving is ook op vrijwilligers van toepassing.
      • Worden bij de uitvoering van de werkzaamheden zaken gebruikt die u (gratis) van derden ter beschikking heeft gekregen? Dan rust op u de verplichting u ervan te vergewissen dat die zaken in goede staat en niet onveilig zijn. Wordt schade veroorzaakt door het gebruik van voornoemde zaken dan bent u in beginsel aansprakelijk.

Het zou natuurlijk kunnen dat een rechter in deze crisistijd soepeler omgaat met bovenstaande regels maar dat valt nu nog niet te zeggen.

Dan nog drie tips:

      • Kijkt u, voor zover van toepassing, in uw CAO. Daarin kunnen aanvullende regels met betrekking tot vrijwilligers staan.
      • Personen die een uitkering van het UWV ontvangen, dienen vrijwilligerswerk bij het UWV te melden. U kunt de vrijwilligers hiervan op de hoogte brengen.
      • In sommige gevallen is het mogelijk een gratis Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) aan te vragen. Zie voor de aanvraag deze website.

Terug naar inhoudsopgave

 

Vergoeding extra kosten zorgaanbieders

Worden extra kosten van zorgaanbieders in het kader van de coronacrisis vergoed?

Zorgaanbieders in de langdurige zorg die extra kosten maken door de uitbraak van het coronavirus, kunnen deze kosten vergoed krijgen. Dit blijkt uit een nieuwsbericht van de NZa. De NZa maakt daarvoor een regeling die te vergelijken is met de al bestaande Bijzonder resistente micro-organismen (BRMO-)regel. De NZa streeft ernaar de regeling uiterlijk 1 juli a.s. te publiceren. Volgens het nieuwsbericht kunnen zorgaanbieders hier ook achteraf een beroep op doen. Extra kosten kunnen bijvoorbeeld ontstaan door het isoleren en verplegen van besmette mensen dan wel het inzetten van extra personeel.

Daarnaast heeft Zorgverzekeraars Nederland op 17 maart jl. maatregelen gepubliceerd voor aanbieders van de basisinfrastructuur zorg en zorg voor kwetsbare mensen. Dit om te voorkomen dat zij worden belast met onnodige financiële onzekerheid en bureaucratie.

Zie voor meer informatie hierover de website van de NZa.

Terug naar inhoudsopgave

 

Inzet alternatieve medische hulpmiddelen

Kunnen zorgaanbieders alternatieve medische hulpmiddelen inzetten, als door de uitbraak van het coronavirus sprake is van tekorten?

Indien reguliere medische hulpmiddelen niet meer voorhanden zijn door tekorten, kan het noodzakelijk zijn om af te wijken van de geldende richtlijnen, om toch te voldoen aan de verplichting om zorg te verlenen.

IGJ vermeldt op haar website dat het de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder is om in dat geval zelf of binnen de beroepsgroep een zorgvuldige en verantwoorde afweging te maken tussen de verschillende risico’s die het gebruik van een alternatief hulpmiddel met zich meebrengt, en de verantwoordelijkheid om zorg te verlenen.

Reguliere medische hulpmiddelen beschikken over een CE-markering, volgens welke de juiste kwaliteitswaarborgen voor de beoogde toepassing gelden. Bij producten zonder CE-markering of voor een andere toepassing is dit niet beoordeeld. IGJ benadrukt wel het belang voor zorgaanbieders om zich achteraf te kunnen verantwoorden. Overwegingen en beslissingen dienen (zoals steeds) navolgbaar vast te worden gelegd.

Zie voor meer informatie ook de informatie over Vorderingswet en de Distributiewet.

Terug naar inhoudsopgave

 

Palliatieve zorg

Voor advies en vragen over palliatieve zorg tijdens de corona-uitbraak, zie: https://www.palliaweb.nl/covid19, voor een antwoord op de meeste vragen in de palliatieve zorg.

Terug naar inhoudsopgave

 

Sluiting verpleeghuizen voor bezoek

Voor meer informatie over de sluiting van de verpleeghuizen en andere zorgvormen voor bezoek, zie de Kamerbrief over deze sluiting.

Terug naar inhoudsopgave

 

Voor hospice zorg

Voor meer informatie over de manier waarop er binnen de hospice zorg wordt omgegaan met het coronavirus, zie Palliaweb.

Terug naar inhoudsopgave

 

Wet publieke gezondheid

Geïnteresseerd in de Wet publieke gezondheid. Lees hier in dit document er meer over.

Terug naar inhoudsopgave

 

Personele zaken

Zie voor meer informatie over personele zaken, de informatie in dit document voor werkgevers en werknemers.

Terug naar inhoudsopgave

 

Maatregelen zorgverzekeraars voor zorgaanbieders

Op 5 april 2020 hebben de zorgverzekeraars de verschillende brancheverenigingen in de zorg een brief verstuurd, waarin de financiële steunmaatregelen voor verschillende zorgaanbieders worden benoemd. Zie voor meer informatie ook het nieuwsbericht van Zorgverzekeraars Nederland.

Inmiddels is de continuïteitsregeling wat nader uitgewerkt. Van de regeling zijn uitgezonderd:

  • Zorgaanbieders die direct betrokken zijn bij hulp aan corona patiënten en andere acute zorg
  • WLZ – gefinancierde langdurige zorg
  • Gehandicaptenzorg
  • Zorg vanuit WMO en Jeugdhulp
  • Opticiens en audiciens

-Voorwaarden continuïteitsregeling en mogelijkheden NOW-
Een belangrijke voorwaarde van de continuïteitsregeling is dat de zorgaanbieders geen aanspraak mogen maken op de relevante regelingen van de Rijksoverheid (waaronder de NOW), behalve voor dat deel omzetdaling dat resteert na de aftrek van de vergoeding vanuit de zorgverzekeraars. Dit betekent, dat eerst aanspraak gemaakt zal moeten worden op de Continuïteitsregeling en dat daarna bij resterende omzetdaling én bij het voldoen aan de NOW-voorwaarden, pas een aanvraag voor de NOW kan worden ingediend (t/m 31 mei 2020). Andere specifieke voorwaarden, zoals de bijdrage per sector, inspanningsverplichtingen en aanvullende voorwaarden voor niet-gecontracteerde zorgaanbieders, worden nog bekend gemaakt.

Voor meer informatie over de Wlz zorg: zie https://www.zn.nl/corona/wet-langdurige-zorg

Terug naar inhoudsopgave

 

Maatregelen voor zorgaanbieders in de Wmo en de jeugdzorg

Door de coronacrisis wordt er momenteel veel gevraagd van professionals in het sociaal domein. VWS en VNG hebben overeenstemming bereikt over onderstaande uitgangspunten voor financiering van aanbieders van zorg en ondersteuning in het kader van de Jeugdwet en de Wmo. Deze afspraken gelden in elk geval tot 1 juni.

  • De verlening van zorg en ondersteuning leidt soms tot meerkosten als gevolg van de coronacrisis, in het bijzonder door het volgen van de richtlijnen van het RIVM. De meerkosten die direct voortkomen uit het volgen van deze maatregelen zullen vergoed worden. Het is van belang deze meerkosten op een eenvoudige manier in beeld te brengen. Het Rijk zal gemeenten compenseren voor de meerkosten die zij aan hun aanbieders betalen t.b.v. de extra maatregelen vanwege corona.
  • Professionals zullen de komende tijd door de coronacrisis op een andere manier zorg verlenen of op een andere plek werkzaam zijn omdat dat nodig is. Dit vraagt om ruimte en soepelheid in de verantwoording. Het Rijk is bereid dit te ondersteunen, waar dat nodig en mogelijk is.
  • Door vraaguitval of verminderde inzetbaarheid van personeel (door verhoogd ziekteverzuim) zal de omvang van zorg en ondersteuning tijdelijk feitelijk afwijken van de normale situatie. Het is nu van belang dat de financiering van de omzet onverminderd plaatsvindt, zoals die contractueel overeengekomen was dan wel een zo goed mogelijke inschatting daarvan. Met als doel acute liquiditeitsproblemen te voorkomen en de gevolgen van de coronacrisis voor de financiële positie in 2020 van deze zorgaanbieders te neutraliseren. Overigens kunnen aanbieders van cruciale jeugdzorg die in liquiditeitsproblemen komen, ook gebruik maken van de subsidieregeling ‘continuïteit cruciale jeugdzorg’ en zich melden bij de Jeugdautoriteit. Van zorgaanbieders wordt verwacht dat zij zich inspannen om de professionele inzet zo goed mogelijk te benutten (binnen hun organisatie dan wel op andere plaatsen waar de acute behoeften bestaat), en daarmee de eventuele omzetdaling te beperken. Gemeenten kunnen dat bevorderen door daarover actief in gesprek te gaan met de aanbieders. Voor de zomer gaan Rijk en gemeenten in gesprek over de compensatiemogelijkheden van de effecten die optreden na afloop van de coronacrisis. Dan gaat het om de per saldo extra uitgaven over het geheel van 2020 voor zover die gerelateerd kunnen worden aan een evident uitstel van noodzakelijke zorg. Hierbij wordt ook rekening gehouden met wat onder de gebruikelijke omzet kan worden gerealiseerd.

De maatregelen zijn inmiddels nader uitgewerkt. Zie hiervoor de website van VNG.

Terug naar inhoudsopgave

 

WW-premie

Het premiestelsel van de Werkloosheidswet (WW) is met de invoering van de Wet Arbeidsmarkt in Balans gewijzigd. Lees hierover meer onder reorganisatie en ontslag.

Terug naar inhoudsopgave

Voor culturele instellingen

Voor culturele instellingen, zoals musea, poppodia, theaters etc., heeft de coronacrisis natuurlijk enorme gevolgen. Het ministerie van OCW heeft overleg gevoerd met de culturele sector (vertegenwoordigd door Kunsten ’92), gemeenten, provincies, cultuurfondsen en private fondsen over de gevolgen en te treffen maatregelen. Dit heeft geresulteerd in een brief van 27 maart 2020 van de minister van OCW aan de Tweede Kamer waarin verschillende genomen maatregelen zijn toegelicht.

Het gaat over de volgende onderwerpen:

Aansluiten op generieke, financiële maatregelen

De financiële maatregelen voor banen en economie die het kabinet op dinsdag 17 maart jl. heeft gepubliceerd kunnen ook in de culturele en creatieve sector worden ingezet. Bedrijven en mensen die werkzaam zijn in de culturele sector kunnen gebruik maken van de algemene steunmaatregelen die het kabinet heeft genomen.

De meest relevante zijn:

Daarmee worden banen behouden, worden zzp’ers en kleine ondernemingen ondersteund en worden lasten verlaagd. Een aantal maatregelen wordt snel nader uitgewerkt.  De TOGS bestaat uit een gift van € 4.000,- voor kleine bedrijven die direct worden getroffen door de coronacrisis. Uit de culturele sector gaat het om bedrijven met de volgende activiteiten: bioscopen, organiseren van congressen en beurzen, dansscholen, kunstzinnige vorming van amateurs (geen dansscholen), beoefening van podiumkunst, producenten van podiumkunsten, circus en variété, dienstverlening voor uitvoerende kunst, theaters en schouwburgen, musea en kunstgalerieën en – expositieruimten.

Terug naar inhoudsopgave

 

Treffen van coulancemaatregelen

Musea die hun panden huren van het Rijksvastgoedbedrijf kunnen een opschorting van de huur van drie maanden krijgen.

Ministerie van OCW treft maatregelen voor instellingen die subsidie ontvangen vanuit de culturele basisinfrastructuur (BIS) en voor instellingen die meerjarige of projectsubsidies ontvangen van de zes Rijkscultuurfondsen. Deze zijn op 20 maart 2020 gepubliceerd op de website van het ministerie van OCW. Het gaat dan bijvoorbeeld om het niet terugvorderen van subsidie bij tegenvallende prestaties vanwege deze crisis. In de een brief van 27 maart 2020 schrijft de minister van OCW ook dat het mogelijk wordt dat instellingen in de basisinfrastructuur al de beschikking krijgen over hun subsidie voor het derde kwartaal van 2020, zodat zij verplichtingen aan freelancers en zzp’ers na kunnen komen.

Gemeenten inventariseren wat de behoefte is bij de door hen gesubsidieerde instellingen om de bevoorschotting te wijzigen. De zes rijkscultuurfondsen nemen alle coulancemaatregelen van het Rijk over. De vier grote private cultuurfondsen, te weten Prins Bernhard Cultuurfonds, VSBfonds, Fonds 21 en de VandenEndeFoundation onderschrijven de strekking van de maatregelen en bekijken of het mogelijk is die in de eigen praktijk te hanteren.

Terug naar inhoudsopgave