de echtscheiding
De wettelijke grond die de Nederlandse wet geeft voor echtscheiding is dat het huwelijk “duurzaam is ontwricht”. Indien één van de echtgenoten wil scheiden en deze stelt dat daarvan sprake is, dan is dat voldoende en zal het verzoek tot echtscheiding door de rechter worden toegewezen.
De echtscheidingsprocedure op verzoek van één van de echtgenoten wordt een “echtscheiding op tegenspraak” genoemd. Hebben de echtgenoten kinderen gekregen dan dienen zij voordat een echtscheidingsverzoek kan worden ingediend een ouderschapsplan op te stellen. Indien de ouders daartoe niet in staat zijn, dient in het verzoek tot echtscheiding te worden aangegeven wat de reden is dat de ouders geen afspraken ten behoeve van hun minderjarige kinderen hebben kunnen maken.
De procedure op tegenspraak kenmerkt zich door het feit dat beide echtgenoten door een eigen advocaat worden bijgestaan. De advocaat van één van de echtgenoten dient het verzoekschrift tot echtscheiding in. Het verzoekschrift tot echtscheiding wordt daarna binnen 14 dagen aan de andere echtgenoot betekend door de deurwaarder. Deze echtgenoot wordt vervolgens in de gelegenheid gesteld om door tussenkomst van een advocaat binnen zes weken een verweerschrift in te dienen. Hierbij kan tevens een zelfstandig verzoek worden gedaan terzake van bijvoorbeeld het vaststellen van (kinder)alimentatie of een omgangsregeling. Op dit zelfstandig verzoek kan vervolgens binnen vier weken schriftelijk worden gereageerd door de echtgenoot die de echtscheiding heeft verzocht.
Heeft de rechtbank alle stukken ontvangen dan wordt een zittingsdatum vastgesteld. Tijdens de eerste zitting wordt veelal alleen over de echtscheiding, de invulling van het week- en weekendritme ten behoeve van de kinderen en de partner- en/of kinderalimentatie gesproken. De verdeling van de gemeenschap c.q. de afwikkeling van huwelijksvoorwaarden wordt veelal aangehouden tot een volgende zitting indien daarover niet direct overeenstemming tussen partijen kan worden bereikt . Ongeveer vier weken na de zitting neemt de rechter een beslissing die wordt vastgelegd in een beschikking.
Als één van de echtgenoten het met de beschikking van de rechtbank niet eens is, kan deze binnen drie maanden na het wijzen van de beschikking in hoger beroep gaan bij het gerechtshof.
Na ontvangst van de beslissing zijn de echtelieden (nog) niet daadwerkelijk gescheiden. De beschikking dient, wanneer de mogelijkheid tot het instellen van hoger beroep niet meer openstaat, te worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Pas op het moment dat de beslissing is bijgeschreven op de huwelijksakte zijn de huwelijkspartners daadwerkelijk gescheiden. Het verzoek tot inschrijving moet in alle gevallen binnen zes maanden nadat de beschikking definitief is geworden, worden gedaan.
