Alimentatie
Kinderalimentatie
Wanneer het tot een echtscheiding komt, zal altijd een regeling moeten worden getroffen voor de kinderalimentatie. Ook wanneer al eerder een alimentatie is vastgesteld, kan er reden zijn om de alimentatie te herzien omdat er gewijzigde omstandigheden zijn.
Beide ouders zijn gehouden in de behoefte van hun kinderen te voorzien. Deze behoefte wordt bepaald aan de hand van het netto gezinsinkomen tijdens het huwelijk. Het uitgangspunt bij vaststelling van kinderalimentatie is dat de levensstandaard van het kind na de echtscheiding niet daalt. Om vast te stellen welk bedrag daarvoor nodig is, kijkt de rechter naar de behoefte van het kind voor de scheiding. Dat wil zeggen dat de rechter bepaalt wat het eigen aandeel van de ouders in de kosten van het kind is. Indien beide ouders inkomen hebben, wordt berekend welke bijdrage zij dienen te voldoen naar rato van hun draagkracht.
Of alimentatie kan worden betaald, wordt bepaald aan de hand van de vraag of de alimentatieplichtige draagkracht heeft. Is de draagkracht onvoldoende om de gehele kinderalimentatie op te brengen dan moet zoveel betaald worden als de draagkracht toelaat. Het uitgangspunt dat de levensstandaard van het kind niet daalt na de echtscheiding wordt in dat geval losgelaten.
Kinderalimentatie wordt tot het 18e levensjaar van het betreffende kind aan de verzorgende ouder betaald. In de periode van 18 tot 21 jaar wordt de bijdrage rechtstreeks aan het kind betaald, tenzij de ouders andere afspraken maken. In overleg kunnen ouders bepalen dat hun kinderen die na het 21ste levensjaar gaan studeren aanspraak kunnen maken op een bijdrage in de kosten van studie- en levensonderhoud.
Jaarlijks wordt de vastgestelde alimentatiebijdrage door de Minister van Justitie geïndexeerd. Dit percentage is afhankelijk van de loonindex en wordt jaarlijks medio november bekend gemaakt. Het indexeringspercentage is met ingang van 1 januari 2009 vastgesteld op 3,9%. Het percentage wordt ieder jaar op onze website gepubliceerd.
Partneralimentatie
De partner die niet in zijn/haar inkomen kan voorzien en derhalve behoeftig is, kan aanspraak maken op een alimentatiebijdrage. Deze bijdrage kan worden vastgesteld aan de hand van het netto gezinsinkomen; van het netto gezinsinkomen, verminderd met de kosten van kinderen, wordt 60% geacht de behoefte van de alimentatiegerechtigde te zijn. Van de aldus berekende behoefte wordt het eigen door de alimentatiegerechtigde te generen inkomen afgetrokken. In beginsel staat voorop dat iemand in zijn/haar eigen inkomen moet voorzien. Indien echter ten gevolge van de wijze waarop het huwelijk is ingericht één van beide echtgenoten zijn of haar arbeidscapaciteit niet heeft kunnen opbouwen of dientengevolge heeft verloren, wordt van deze partner na de echtscheiding niet verwacht dat hij of zij – onmiddellijk – volledig in zijn/haar eigen inkomsten kan voorzien.
Staat vast dat de alimentatiegerechtigde behoefte heeft, dan wordt bekeken of de alimentatieplichtige draagkracht heeft om de gewenste bijdrage te betalen. Hiertoe zijn alle inkomensgegevens van de alimentatieplichtige nodig zodat een berekening kan worden gemaakt. De maximale duur dat de alimentatie dient te worden betaald, is 12 jaar na ontbinding van het huwelijk. De wet gaat ervan uit dat de alimentatiegerechtigde in die 12 jaar in staat is om zijn of haar werkkring uit te breiden zodat hij/zij in zijn/haar eigen behoefte kan voorzien. Wanneer een huwelijk korter dan vijf jaar heeft geduurd en er geen kinderen zijn geboren duurt de alimentatieplicht maximaal even lang als de duur van het huwelijk, dat wil zeggen maximaal vijf jaar.
De minister van justitie bepaalt jaarlijks met ingang van 1 januari met welk percentage de alimentatiebijdrage dient te worden verhoogd. Dit percentage is afhankelijk van de loonindex en wordt jaarlijks medio november bekend gemaakt. Het indexeringspercentage is met ingang van 1 januari 2009 vastgesteld op 3,9%. Het percentage wordt ieder jaar op onze website gepubliceerd.
De partneralimentatie wordt van rechtswege beëindigd op het moment dat de alimentatiegerechtigde gaat samenwonen, een geregistreerd partnerschap aangaat of trouwt, tenzij daarover andere afspraken worden gemaakt.
