Netlaw

Pot Jonker Seunke Advocaten N.V. is gevestigd te Haarlem en ingeschreven in het handelsregister onder nummer 34272986

Laatste nieuws


Arbeidsrecht: Werkgeversaansprakelijkheid voor letsel bij bedrijfsuitjes en personeelsactiviteiten

In een arrest van 17 april 2009 heeft de Hoge Raad uitgesproken dat de werkgever ook aansprakelijk kan zijn voor schade die het gevolg is van een ongeval tijdens bedrijfsuitjes en personeelsactiviteiten.

 

Dansen op rollerskates.

Een werkgever organiseerde één keer per kwartaal op vrijdagmiddag na werktijd een ontspanningsactiviteit voor zijn personeel. De keuze was gevallen op een workshop “dansen op rollerskates” en als locatie was gekozen voor de marmeren hal van het kantoor. Een werkneemster kwam die middag speciaal naar kantoor voor de activiteit, ook al was zij op vrijdag vrij. Zij kreeg bij binnenkomst een paar rolschaatsen. Hoewel de les op dat moment nog niet was begonnen, waren er al een paar werknemers aan het rolschaatsen. De ongelukkige werkneemster behoorde ook tot deze groep. De vrouw reed een paar meter en viel, waarbij zij haar pols brak. Het letsel leidde tot posttraumatische dystrofie, waardoor zij arbeidsongeschikt raakte. De werkneemster hield haar werkgever aansprakelijk voor de geleden en te lijden schade. Zij baseerde haar vordering primair op artikel 7:658 BW (veilige werkomstandigheden) en subsidiair op artikel 7:611 BW (goed werkgeverschap).
 

De nauwe band tussen uitoefening van de werkzaamheden en bedrijfsuitje.

De Hoge Raad oordeelde, dat de werkgever niet aansprakelijk was op grond van 7:658 BW. Hoewel hij de zinsnede “in de uitoefening van de werkzaamheden” ruim opvat, kan de rollerskateworkshop moeilijk als “in de uitoefening van de werkzaamheden” worden beschouwd. Een voldoende nauwe band tussen de werkzaamheden van de vrouw en de activiteit ontbrak. 
 

Schending, zorg– en preventieplicht van artikel 7:611 BW

Desondanks is de werkgever volgens de Hoge Raad aansprakelijk voor de schade, veroorzaakt door het ongeval tijdens dit bedrijfsuitje. De workshop was aan het werk gerelateerd en er was sprake van activiteiten waarvan de specifieke risico’s vooraf bekend waren. De werkgever had daarom voldoende veiligheidsmaatregelen moeten (laten) nemen en had waarschijnlijk moeten zorgen dat de werknemers voldoende verzekerd waren of hen vooraf moeten mededelen dat zij zich dienden te verzekeren. Aangezien de werkgever dit alles had nagelaten, was hij aansprakelijk voor de schade.

 

De Hoge Raad baseerde zijn oordeel op artikel 7:611 BW waarin staat dat de werkgever zich als een goed werkgever heeft te gedragen. Wanneer hij een activiteit voor zijn personeel organiseert of laat organiseren waaraan een bijzonder risico op schade door de deelnemende werknemers is verbonden, dan moet de werkgever aan zijn zorg- en preventieplicht voldoen om aansprakelijkheid bij ongevallen te voorkomen. Met deze uitspraak zet de Hoge Raad de lijn voort om de werkgeversaansprakelijkheid uit te breiden op basis van goed werkgeverschap.

 

Wat betreft het bijzondere risico moet dat niet worden opgevat als een bijzonder groot risico, maar als een relevant risico in die zin dat de werkgever er niet op mag vertrouwen dat zijn werknemers zelf voldoende zorg zullen betrachten.

 

Hiermee is duidelijk een basisverantwoordelijkheid van de werkgever voor bedrijfsuitjes en personeelsactiviteiten ontstaan die werkgevers serieus moeten nemen.
 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Flip van Huizen (023-5530230, vanhuizen@potjonker.nl) of met één van de andere advocaten van de sectie Arbeidsrecht.


Terug naar overzicht