Laatste nieuws
Arbeidsrecht: worden beloningen van (ondermeer) bestuurders in de zorg gemaximeerd?
De regering besteedt al geruime tijd en uitdrukkelijk aandacht aan de inkomens van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sectoren. De bestuurders in deze sectoren zijn opgeroepen om de lonen te matigen. De bezoldigingen die uitstijgen boven het salaris van een minister zijn op grond van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens (Wopt) openbaar gemaakt.
Het op 14 januari 2011 door minister Donner ingediende wetsontwerp dat de beloning van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector maximeert, is een inbreuk op de hoofdregel dat de loonvorming in beginsel het primaat is van de sociale partners. De doelstelling van het ontwerp is om bestuurders van organisaties die een publieke taak hebben en die worden bekostigd met publiek geld, maatschappelijk verantwoord en niet exorbitant te belonen. De reden om tot wetgeving te besluiten is de vaststelling, dat zelfregulering niet heeft voorkomen dat het aantal topfunctionarissen met een loon dat uitstijgt boven dat van een minister jaarlijks toeneemt. In 2008 werd door 19% van de bestuurders in de zorgsector meer dan 130% verdiend van het bruto ministersalaris (In 2008: € 176.000,--).
In het wetsontwerp is daarom een bezoldigingsmaximum opgenomen van 130% van de maximale jaarlijkse bruto beloning van een minister. Dit komt neer op een bedrag van € 187.340,--. Het bezoldigingsmaximum is daarnaast opgebouwd uit de som van de sociale verzekeringspremies, een bedrag van € 7.559,-- wegens belastbare vaste en variabele onkostenvergoedingen en een bedrag van € 28.767,-- wegens de voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn (pensioen). Het bezoldigingsmaximum wordt jaarlijks bij ministeriële regeling van de minister van Binnenlandse Zaken aangepast aan de wijziging van de beloning van de rijksambtenaren in dat jaar. Het wetsontwerp opent ten aanzien van verschillende onderdelen van de publieke en semipublieke sector de mogelijkheid om een zogenaamd “verlaagd plafond” te kunnen vaststellen. Daarvoor kan aanleiding zijn als binnen een deelsector de bezoldiging te snel naar een maximum dreigt te groeien.
Ten aanzien van de bij beëindiging van het dienstverband uit te keren vergoedingen zijn ook voorschriften opgenomen. In artikel 3.5 van het ontwerp is bepaald dat werkgever en werknemer geen uitkeringen zullen overeenkomen hoger dan een jaarsalaris vermeerderd met pensioenpremies op jaarbasis, waarbij een maximum zal gelden van € 75.000,--.
In het ontwerp is voorzien in het toezicht op de naleving van het normeringsbeleid en de handhaving van de regelgeving. Er is niet gekozen voor strafsancties maar voor herstelsancties. Indien hogere vergoedingen dan toegestaan zijn uitgekeerd, dan zal sprake zijn van onverschuldigde betaling. De betrokken minister krijgt de bevoegdheid om zowel de werkgever als de werknemer te bewegen om het onverschuldigd betaalde bedrag aan de Staat af te dragen. Aan een last tot terugbetaling kan een dwangsom worden verbonden. Bij het voorbereiden van het opleggen van een last tot ongedaanmaking of terugbetaling zal de minister de belanghebbenden in de gelegenheid stellen zich over het voorgenomen besluit uit te laten (artikel 4:8 Algemene wet bestuursrecht). Voorafgaand aan het opleggen van een last onder dwangsom zullen de partijen in de gelegenheid worden gesteld om de overtreding ongedaan te maken door de gemaakte afspraken te herzien of onjuiste betalingen terug te draaien. Indien partijen daartoe niet overgaan dan zal een handhavingsbesluit worden genomen.
De Raad van State heeft het uitgangspunt onderschreven dat de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector moeten worden gematigd en excessen moeten worden tegengegaan. Het feit dat financiering van deze sectoren uit de publieke middelen plaatsvindt vormt naar het oordeel van de Raad de rechtvaardiging voor normering door de wetgever. De Raad is echter van oordeel dat uit de evaluatie van de Wopt blijk dat deze wet goed lijkt te werken en de bezoldiging van topfunctionarissen zich in het algemeen niet excessief heeft ontwikkeld. Volgens de Raad blijkt ook dat in sectoren waar de overheid geen directe invloed kan uitoefenen, vormen van zelfregulering in de vorm van beloningscodes tot stand komen. De Raad suggereert dat wellicht kan worden volstaan met uitbreiding van de reikwijdte van de Wopt en voegt daaraan toe dat de toelichting op het wetsontwerp onvoldoende inzichtelijk maakt waarom het voorstel noodzakelijk is. Tot zover de stand van zaken met betrekking tot de parlementaire behandeling.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jan van den Berg (023-5530230 of vandenberg@potjonker.nl) of één van de andere advocaten van de sectie arbeidsrecht.
Terug naar overzicht
